Binnen het aansprakelijkheidsrecht is er veel aandacht voor de aansprakelijkheid voor dieren. In de meeste gevallen is de bezitter van een huisdier aansprakelijk wanneer dit huisdier schade aanricht, bijvoorbeeld door een verkeersongeval te veroorzaken of door het zwembad van de buren te vernielen. Binnen de klassieke aansprakelijkheidsregels moet de actie van het huisdier wel uit de eigen energie voortkomen. Dit wil zeggen dat de schade moet voorkomen uit de wil en het gedrag van het dier. In dit artikel onderzoeken we of een baasje aansprakelijk kan zijn wanneer een dier een ziekte overdraagt, waarbij de overdracht al dan niet het gevolg is van de eigen energie van het dier. De coronapandemie heeft namelijk bewezen dat de gevolgen van een zoönose dramatisch kunnen zijn.

Risicoaansprakelijkheid voor dieren

Aan de risicoaansprakelijkheid voor dieren – niet te verwarren met de klassieke aansprakelijkheidsregels waarbij een fout en niet het risico centraal staat – zijn er grenzen gesteld. Volgens de Hoge Raad ligt deze grens op de combinatie van de eigen energie van het dier en het onberekenbare element dat in die energie verscholen gaat. Dit wil zeggen dat een baasje van een dier niet op basis van de risicoaansprakelijkheid aansprakelijk is wanneer een dier louter een bevel tot bijten opvolgt. Het dier is dan niet onberekenbaar en handelt niet uit eigen wil, maar doet wat van hem wordt gevraagd. In dit geval heeft het baasje een fout gemaakt. Het baasje dat de commando's geeft, kan wel op basis van de klassieke aansprakelijkheidsregels worden aangesproken.

In principe houden deze eisen ook in dat er geen sprake is van risicoaansprakelijkheid wanneer een dier een ziekte overdraagt. Ziekteoverdracht vindt zijn oorsprong niet in de eigen energie van het dier. Dit is ook al bevestigd door de Hoge Raad in de zaak Besmet varken en Zeug geel 113 (ECLI:NL:HR:1984:AG4766). Bij deze zaak heerste er een besmettelijke ziekte op het varkensbedrijf van boer Swinkels. Op een dag ontsnapte de zeug met oornummer geel-113. De zeug ging op bezoek bij het aangrenzend varkensbedrijf van boer Bardoel, waar kort daarna een besmettelijke ziekte uitbrak. Uiteindelijk oordeelde de Hoge Raad dat er geen sprake was van risicoaansprakelijkheid voor het dier. Er was namelijk geen manifestatie van de eigen energie: de ziekte sprong gewoon over en daar kon het varken niks aan doen.

Risicoaansprakelijkheid en het verspreiden van een ziekte

In de praktijk is bovenstaand onderscheid heel kunstmatig en dat geeft ook de Hoge Raad in de genoemde uitspraak toe. In veel gevallen zal het dier wel eigen energie tentoonstellen, bijvoorbeeld door te bijten of te krabben. Dit wil zeggen dat een baasje van een kat bijvoorbeeld wel aansprakelijk is wanneer de kat een bartonella henselae-infectie veroorzaakt, omdat deze zogenaamde kattenkrabziekte via een krab op de mens wordt overgedragen. Bij mensen met een verminderde weerstand kan deze ziekte in de dood resulteren, met torenhoge schadeclaims tot gevolg. Het toont aan waarom het hebben van een AVP-verzekering zo belangrijk is.

Bij de risicoaansprakelijkheid voor dieren is het niet mogelijk om overmacht in te roepen. Ook wanneer het dier krabt omdat het schrikt van het gedrag van een derde of van vuurwerk, is er sprake van risicoaansprakelijkheid. De redenering is dat het dier ook in deze gevallen niet doet wat de bezitter wil en dat het dus handelt vanuit een onvoorspelbaar element in de eigen energie, waardoor er aan de voorwaarden is voldaan.

Andere aansprakelijkheidsgronden bij ziekteverspreidende dieren

Vaak is het heel moeilijk om de bezitter van een ziekteverspreidend dier op basis van de risicoaansprakelijkheid voor dieren aansprakelijk te stellen. Daarom zal er veelal worden gekeken naar andere mogelijke aansprakelijkheidsgronden, zoals de onrechtmatige daad of de aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen.

Zieke dieren en de onrechtmatige daad

In principe zou een snuffelbesmetting ook in aanmerking komen voor de risicoaansprakelijkheid, maar daarbij blijven er geen bijt- of krabwonden over die het bewijs vormen van de eigen energie. Veel ziekten die via een snuffelbesmetting worden opgelopen, kunnen bovendien ook zonder het snuffelen overspringen. Dan is het heel moeilijk om te bewijzen dat er van eigen energie sprake was.

Daarom zal de risicoaansprakelijkheid vaak geen oplossing bieden en zal men de bezitter van het dier veelal aansprakelijk stellen op grond van artikel 6:162 BW. Dit is de aansprakelijkheid op grond van een onrechtmatige daad. In dit geval moet er dus een onrechtmatige daad worden bewezen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer iemand wist dat zijn hond aan een besmettelijke ziekte leed, maar die hond toch meenam naar de hondenweide. Op de homepagina van deze website is een voorbeeldbrief te vinden om iemand aansprakelijk te stellen op grond van artikel 6:162 BW.

Aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen: ook relevant bij zieke dieren

De risicoaansprakelijkheid voor dieren kan niet rechtstreeks worden toegepast op bacteriën of virussen. De wet heeft het namelijk uitdrukkelijk over dieren en virussen en bacteriën zijn geen dieren. Een virus of een bacterie zal dus nooit als een huisdier worden beschouwd, maar wordt in de praktijk gelijkgesteld met een gevaarlijke stof. Dit wil niet zeggen dat men niet aansprakelijk kan zijn voor zo'n gevaarlijke stof. Deze aansprakelijkheidsvorm wordt geregeld door artikel 6:175 BW.

Dit artikel bepaalt dat wie in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf een stof onder zich heeft, terwijl hiervan bekend is dat het schadelijke eigenschappen heeft en een gevaar kan vormen, aansprakelijk is wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt. Wanneer er bijvoorbeeld een met een virus besmette muis uit een laboratorium ontsnapt en het virus zich zo verder verspreidt, zal het laboratorium niet op basis van de risicoaansprakelijkheid voor dieren maar wel op basis van de risicoaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen worden aangesproken.

Overheidsaansprakelijkheid bij zieke dieren

Bovenstaande situaties doen zich slechts heel uitzonderlijk voor. Toch kwam het uitgebreid aan bod tijdens het zogenaamde Q-koortsschandaal, waarbij tussen 2007 en 2011 ruim 100.000 Nederlanders Q-koorts kregen en er zeker 74 van hen overleden. Het virus werd door geiten op de mens overgedragen, zonder dat ze daarvoor hoefden te krabben of te bijten. Hierdoor kon de risicoaansprakelijkheid niet worden ingeroepen. Andere juridische grondslagen leverden bewijstechnische problemen op.

Uiteindelijk heeft men daarop getracht om de overheid aansprakelijk te stellen. De eisers stelden dat de overheid onvoldoende toezicht had gehouden op de volksgezondheid (ECLI:NL:RBDHA:2017:587). Volgens de slachtoffers had de overheid onvoldoende geïnformeerd over de gevaren van Q-koorts en te lang gewacht om maatregelen te treffen om hen te beschermen. De Rechtbank Den Haag oordeelde uiteindelijk dat er geen sprake was van onrechtmatig handelen door de overheid. Desondanks blijft de overheidsaansprakelijkheid altijd een laatste redmiddel bij ziekten die zich op heel grote schaal verspreiden.

Veelgestelde vragen over de aansprakelijkheid voor zieke dieren

  • Wat zijn de mogelijkheden als ik een dier koop dat ziek blijkt te zijn?

Een consument heeft consumentenrechten wanneer men een product koopt. Ook dieren vallen hieronder. Hierdoor kan een consument zich, bij de aankoop van een dier bij een professionele handelaar, op zijn consumentenrechten beroepen. Dit wil zeggen dat de fokker steeds aansprakelijk is wanneer een dier binnen zes maanden na de aankoop ziek wordt, tenzij de fokker kan bewijzen dat het gebrek nog niet bij de aankoop aanwezig was.

Na zes maanden stopt deze omgekeerde bewijslast en moet de consument bewijzen dat het gebrek al bij de aankoop aanwezig was. Vooral bij erfelijke aandoeningen is dit niet bijster moeilijk. Wel moet de consument de fokker tijdig, binnen twee maanden na het ontdekken van het gebrek, op de hoogte stellen.

  • Wat als mijn hond een erfelijke aandoening heeft. Moet ik mijn hond dan retourneren?

Wanneer een product stuk is en de verkoper aan zijn garantieverplichtingen moet voldoen, is het vaak zo dat de verkoper voorstelt om het kapotte product om te ruilen voor een nieuw product. Veel fokkers doen ook zo'n voorstel, maar er zijn al rechterlijke beslissingen geweest die aangeven dat men hier niet mee akkoord hoeft te gaan. Ook de rechter accepteert dat men zich al aan het hondje is gaan hechten. In dergelijke gevallen kan de rechter bijvoorbeeld oordelen dat de fokker moet bijdragen in de medische kosten. Dit alles wordt geval per geval bekeken en er zijn geen garanties.

  • Welke verzekeringen vergoeden schade aan mijn huisdier?

De huisdierenverzekering vergoedt onverwachte medische kosten aan een huisdier, bijvoorbeeld wanneer een hond per ongeluk een piepend balletje opeet of de huiskat wordt aangereden. Wat al dan niet is gedekt, is in de polis te lezen. Vaak zijn preventieve behandelingen, medische kosten met betrekking tot de voortplanting en castratie uitgesloten, maar dit verschilt per verzekeraar. Ziekten worden in principe gedekt. Sommige verzekeraars nemen echter een clausule op die bepaalt dat ziekten of aandoeningen die voor de ingangsdatum van de verzekering bestonden niet worden gedekt. Hierdoor zijn de genetische aandoeningen die al vanaf de geboorte aanwezig zijn, uitgesloten.

Daarnaast kan er ook een beroep worden gedaan op schadeverzekeringen. Zo valt schade aan huisdieren soms onder de inboedelverzekering of de cascoverzekering. Wanneer een andere partij aansprakelijk is, kan er wellicht een beroep worden gedaan op hun aansprakelijkheidsverzekering.

  • Wat vergoedt de verzekering bij schade aan mijn huisdier?

In principe zal de verzekeraar de herstelkosten vergoeden wanneer herstel mogelijk en verantwoord is. Hieronder vallen de medische kosten en de aanverwante kosten, zoals de kosten voor aangepaste voeding of de reiskosten naar de dierenarts. Of herstel mogelijk en verantwoord is, moet bekeken worden in het licht van de slaagkansen.

Als het dier is overleden, vergoedt men de dagwaarde van het dier en de kosten die rechtstreeks verbonden zijn aan het ongeval. Het gaat dan bijvoorbeeld om de al gemaakte medische kosten en de crematiekosten. Bij het bepalen van de dagwaarde van een huisdier schrijft men de nieuwwaarde van het dier af. Hierbij wordt er geen rekening gehouden met de emotionele waarde die een baasje aan zijn dier hecht.

  • Dekt een AVP-verzekering schade door een dier die ziekten overdraagt?

De AVP-verzekering vergoedt de aansprakelijkheid voor dieren die uit eigen energie handelen en waarvoor de verzekerde aansprakelijk is. Ook het overdragen van ziekten komt in principe in aanmerking als er sprake is van een manifestatie van eigen energie. Weet wel dat de schade in zo'n gevallen soms torenhoog kan zijn en dat de vergoeding van de AVP-verzekering beperkt is. Meestal wordt de schade vergoed tot een verzekerd bedrag van 1,25 tot 2,5 miljoen euro min een eigen risico.

Reader Interactions

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *