Wanneer een wielrenner ten val komt, kan dat verschillende oorzaken hebben. Hoe dan ook zijn er een aantal regels die fietsers moeten beschermen. Deze regels gelden vooral wanneer een wielrenner en een motorrijtuig onprettig met elkaar in aanraking komen. Toch zijn er nog heel wat andere situaties te bedenken.

Aansprakelijkheid bij sport en spel

Wanneer het ongeval plaatsvindt tijdens een officiële wedstrijd, waarbij veiligheidsregels worden getroffen, zullen de aansprakelijkheidsregels anders zijn dan bij een ongeval op de openbare weg. Het ongeval kan verschillende oorzaken hebben en daarbij is telkens een andere persoon (al dan niet) aansprakelijk.

Aansprakelijkheid van de organisator

De organisator van de wielrenwedstrijd kan aansprakelijk zijn voor een ongeval. Dan moet de organisator wel een fout hebben gemaakt. In principe gaat het om het selecteren van een gevaarlijk parkoers waarbij niet de nodige veiligheidsmaatregelen werden getroffen, bijvoorbeeld om publiek op afstand te houden.

Recent kwam de Belgische wielrenner Remco Evenepoel bijvoorbeeld ten val bij de al dan niet verantwoorde maar zeker gevaarlijke afdeling van de Muro di Sormano. Een muurtje over door een stuurfout, maar dat ontslaat de organisator nog niet van de aansprakelijkheid. Een feit is alvast dat er geen vangnetten of matrassen te bespeuren waren. Een ander feit is dat eerder al Jan Bakelants, Laurens De Plus, Simone Petilli en Daniel Martínez in dezelfde afdaling over balustrades werden gekegeld. Had dat voor de organisator niet voldoende moeten zijn om de alarmbellen te doen luiden? Misschien wel. In ieder geval was hier het Nederlands recht niet van toepassing, maar het illustreert wel hoe een Nederlandse organisator aansprakelijk zou kunnen zijn voor een ongeval tijdens een rit.

Aansprakelijkheid van een andere wielrenner

Vervolgens gaan we over naar de eerste etappe van de Ronde van Polen waar Fabio Jakobsen akelig ten val kwam na een fout manoeuvre van zijn landgenoot Dylan Groenewegen. Zo'n collega-wielrenner kan in Nederland aansprakelijk zijn voor de schade die hij veroorzaakt. Wel is het zo dat hier een verhoogde aansprakelijkheidsgrens geldt, net omdat er bij sport en spel meer risico's worden genomen. Een voetballer mag nu eenmaal tackelen en een wielrenner mag best wel wat risico's nemen. Maar een voetballer mag niet natrappen of kopstoten geven terwijl hetzelfde natuurlijk geldt voor een wielrenner.

Volgens Nederlands recht is een wielrenner dan ook enkel aansprakelijk wanneer zijn gedraging abnormaal of buitensporig is. Daarbij moet rekening gehouden worden met het moment van de feiten. In het heetst van de strijd, net voor de finish, maakt een mens op een fractie van een seconde een andere beslissing dan aan het begin van een wedstrijd. Dat zou in het voordeel kunnen spreken van Dylan Groenewegen. Maar toen de Slowaak Peter Sagan in 2017 Mark Cavendish een elleboogstoot gaf, was de situatie duidelijker. Zelfs in het heetst van de strijd hoort een wielrenner zijn concurrenten geen bewuste elleboogstoot te geven. Van een inschattingsfout was toen ook helemaal geen sprake.

Ongeval met een motorvoertuig

Als een wielrenner in aanrijding komt met een motorvoertuig die niet op het parkoers had mogen zijn, kan de bestuurder van het motorvoertuig aansprakelijk zijn. Dat is enkel zo als de bestuurder ook een fout heeft begaan, bijvoorbeeld door de instructie van de verkeersregelaar te negeren. In dat geval zal de WA-verzekering van de bestuurder de schade vergoeden. Hier kan het opnieuw gebeuren dat de organisator een fout had gemaakt en dat de bestuurder niks te verwijten valt, bijvoorbeeld omdat het voor bestuurders gewoon niet duidelijk was dat ze zich niet op het parkoers mochten begeven. In dat geval komt de aansprakelijkheid gewoon opnieuw bij de organisator te liggen.

Hond op het parkoers

Een loslopende hond die zich op het parkoers bevindt en de wielrenners ten val brengt, zal er vrijwel altijd voor zorgen dat de bezitter van de hond aansprakelijk is. Dat is zelfs het geval als de bezitter helemaal geen fout heeft gemaakt. We noemen dit de bezittersaansprakelijkheid. De hond hoeft daarvoor zelfs niet eens in aanraking te komen met de wielrenners. Een wielrenner die door de hond schrikt en valt, zou nog steeds de eigenaar aansprakelijk kunnen stellen. Hierop zijn natuurlijk uitzonderingen mogelijk. Als enkele belhamels knalvuurwerk richting de hond gooien en de hond opschrikt, handelt de hond niet uit eigen energie en is het baasje niet aansprakelijk. Dat baasje moet dan wel aan de bel trekken en bewijzen dat iemand anders een fout heeft begaan. Nu maar hopen dat er getuigen waren …

Ongeval tijdens het trainen op de openbare weg

Wanneer diezelfde wielrenner op de openbare weg traint, gelden natuurlijk de klassieke verkeersregels. Dat wil zeggen dat een andere wielrenner hem niet zomaar de pas mag afsnijden. En dat er natuurlijk ook wagens op de openbare weg mogen rijden.

Het belangrijkste verschil is dan weer de situatie waarbij de wielrenner zelf schuld zou dragen aan een ongeval met een motorrijtuig. In dat geval speelt artikel 185 van de Wegenverkeerswet 1994 een centrale rol. Dat artikel stelt dat de bestuurder van het motorrijtuig, op grond van de zogenaamde risicoaansprakelijkheid, altijd voor ten minste 50% aansprakelijk is. Dat is bijvoorbeeld ook het geval als een wielrenner tegen een auto aanrijdt die netjes voor het rode licht staat te wachten. In theorie begaat de bestuurder van het motorrijtuig geen fout, maar toch is hij voor 50% aansprakelijk. Hierop is enkel een uitzondering mogelijk bij opzet, aan opzet grenzende roekeloosheid of bij overmacht. Om van overmacht te kunnen spreken, moet er wel aan deze twee voorwaarden zijn voldaan:

  • De bestuurder van het motorrijtuig moet foutloos hebben gereden of een eventuele fout van de bestuurder mag niet relevant geweest zijn voor het ongeval
  • De fout van de wielrenner moet zo onwaarschijnlijk zijn geweest dat de bestuurder van het motorrijtuig er geen rekening mee hoefde te houden (bv. spookrijden)

Belang van een goede aansprakelijkheidsverzekering

In alle bovenstaande situaties is het belang van een goede aansprakelijkheidsverzekering veelvuldig aangetoond. Dat geldt niet alleen voor de organisator, maar ook voor de sportbeoefenaar zelf. Ook de eigenaar van de hond laat zich maar beter verzekeren. En de eigenaar van het motorvoertuig heeft natuurlijk al de WA-verzekering. Uiteraard heeft zo'n wielrenner ook altijd baat bij een goede zorgverzekering, maar dat is weer een ander verhaal.

Veelgestelde vragen over de aansprakelijkheid bij wielrenners

  • Zijn er bijzondere regels voor jonge wielrenners?

Ja. Als een jonge wielrenner een ongeval heeft met een motorrijtuig, is de bestuurder van het motorrijtuig altijd voor 100% aansprakelijk in plaats van voor 50%. Enkel wanneer er sprake is van een kind dat met opzet handelt of met aan opzet grenzende roekeloosheid, is dat niet het geval. Deze regel geldt enkel voor jonge kinderen tot 14 jaar.

  • Wat als er een ongeval op een parkeerterrein plaatsvindt?

Ook op een parkeerterrein geldt de regel dat wie een fout maakt en daarbij schade veroorzaakt, aansprakelijk is. Enkel kan het zo zijn dat de 50%-regel die geldt voor ongevallen met motorrijtuigen, niet van toepassing is. Het moet dan wel gaan om een privé-parkeerterrein dat afgesloten is en dat niet voor iedereen toegankelijk is.

  • Bij wie ligt de bewijslast bij een aanrijding tussen een fietser en een motorrijtuig?

De bewijslast ligt steeds op basis van het zogenoemde ‘Betriebsgefahr', het gevaar van het in het verkeer brengen van een motorrijtuig, steeds bij de bestuurder van dat motorrijtuig. Hij moet zelf bewijzen dat hij niet voor 100% aansprakelijk is. Dat kan hij op verschillende manieren doen.

1.      Overmacht aantonen

In de eerste plaats kan de bestuurder overmacht trachten aan te tonen. Dan moet hij bewijzen dat hij geen fout had gemaakt en dat de fout van de wielrenner zo onwaarschijnlijk was dat hij er onmogelijk rekening mee kon houden. Hij is dan niet aansprakelijk en kan eventueel zelfs zijn schade bij de wielrenner claimen.

2.      Opzet bewijzen

Als het de bestuurder niet lukt om aan te tonen dat er sprake is van overmacht, kan hij ook nog proberen om aan te tonen dat de fietser opzettelijk handelde of zo roekeloos was dat het aan opzet grensde. Denk bijvoorbeeld aan een wielrenner die onder invloed van drugs het ongeval veroorzaakt. In dat geval geldt de 50%-regel niet.

3.      Schuld van de fietser bewijzen

Ten slotte staat het de bestuurder van het motorrijtuig vrij om de schuld van de fietser te bewijzen. Dit kan er in het beste geval voor zorgen dat de bestuurder maar voor 50% van de schade moet opdraaien.


  • Zijn er bijzondere regels voor elektrische fietsen?

In principe is een elektrische fiets ook gewoon een fiets en gelden net dezelfde regels. Het gaat dan wel om de klassieke elektrische fiets met trapondersteuning, die ook niet sneller gaat dan 25 km/u. Snelle elektrische fietsen en elektrische fietsen zonder trapondersteuning zijn juridisch gezien echter motorrijtuigen. Hierdoor geldt de 50%-regel niet voor hen, maar eventueel wel tegen hen.

  • Bij wie ligt de aansprakelijkheid bij een aanrijding met een wild dier?

Bij wilde dieren is er in principe niemand aansprakelijk. Het gaat dan gewoon om een spijtig ongeval. Wanneer het wild dier dan weer afkomstig is van een beheerd leefgebied, kan de beheerder aansprakelijk zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval als de beheerder de wildroosters niet goed onderhouden heeft of geen waarschuwingsborden heeft aangebracht.

Reader Interactions

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *