Aansprakelijkheid bij het gebruik van een rolstoel
Bij het gebruik van een rolstoel kunnen verschillende aansprakelijkheidsvragen ontstaan. Een rolstoel is voor veel mensen een noodzakelijk hulpmiddel om zich zelfstandig te verplaatsen, maar schade of letsel is ook bij het gebruik van zo’n rolstoel niet uitgesloten. Denk aan een aanrijding met een elektrische rolstoel, een val uit een rolstoel door een slechte stoep, schade aan een rolstoel die via de gemeente in bruikleen is gegeven of letsel tijdens vervoer in een rolstoelbus. De aansprakelijkheid hangt sterk af van het soort rolstoel, de plek van het ongeval, de eigenaar van het hulpmiddel en de betrokken partijen.
Op deze pagina over aansprakelijkheid bij rolstoelgebruik:

Verschillende soorten rolstoelen en aansprakelijkheid
Aansprakelijkheid bij rolstoelgebruik is een brede term. Het kan gaan om schade die een rolstoelgebruiker aan iemand anders veroorzaakt, maar ook om schade die de rolstoelgebruiker zelf lijdt. Soms gaat het om een handbewogen rolstoel, soms om een elektrische rolstoel of een handbewogen rolstoel met elektrische hulpaandrijving. Ook de eigendomssituatie is belangrijk: een rolstoel kan zelf gekocht zijn, via een persoonsgebonden budget zijn aangeschaft, via de gemeente in bruikleen zijn gegeven of binnen de Wlz-zorg zijn verstrekt. Daardoor kunnen verschillende partijen betrokken zijn, zoals de gebruiker, de duwer, de gemeente, de leverancier, de zorginstelling, de fabrikant, de vervoerder of de wegbeheerder.
Handbewogen rolstoel
Een handbewogen rolstoel is geen motorrijtuig. Bij schade door een handbewogen rolstoel wordt daarom meestal gekeken naar de gewone aansprakelijkheidsregels. Denk aan een rolstoelgebruiker die in een winkel tegen een stelling botst, een duwer die iemand aanrijdt of een begeleider die een rolstoel onvoorzichtig van een stoep afduwt. De vraag is dan of iemand onzorgvuldig heeft gehandeld. Bij een handbewogen rolstoel kan de aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren relevant zijn. Dit geldt vooral wanneer de gebruiker of de duwer aansprakelijk is voor schade aan iemand anders. Schade aan derden door een handbewogen hulpmiddel kan in particuliere situaties onder de AVP van de gebruiker of duwer vallen, als die persoon aansprakelijk is. Dat is anders bij elektrisch aangedreven hulpmiddelen, omdat daarvoor het motorrijtuigrisico centraal staat.

Elektrische rolstoel
Een elektrische rolstoel wordt juridisch anders beoordeeld dan een handbewogen rolstoel. De Rijksoverheid noemt de elektrische rolstoel als voorbeeld van een gehandicaptenvoertuig met motor. Voor zo’n voertuig gelden specifieke verkeersregels, onder meer over de plaats op de weg, maximumsnelheid, verzekering en uitrusting. Een elektrische rolstoel moet onder meer een verzekeringsplaatje of verzekeringssticker hebben. Het belangrijkste verzekeringsverschil is dat een elektrische rolstoel WA-verzekerd moet zijn. De WA-verzekering dekt schade die met de elektrische rolstoel aan anderen wordt veroorzaakt. Schade aan de eigen rolstoel valt daar niet automatisch onder. Daarvoor is aanvullende casco- of allriskdekking nodig, voor zover die beschikbaar is.

Rolstoel via Wmo, Wlz of pgb
Veel rolstoelen zijn niet eigendom van de gebruiker. Een rolstoel is een dure aankoop en niet iedereen kan of wil die betalen, zeker niet als deze slechts tijdelijk zal worden gebruikt. Een rolstoel kan via de Wmo door de gemeente worden verstrekt, vaak in bruikleen. De gemeente blijft dan eigenaar. Daardoor kan de gebruiker vaak niet zelf een cascoverzekering afsluiten voor schade aan het hulpmiddel, omdat hij juridisch geen eigenaar is. De gebruiker moet zorgvuldig met de rolstoel omgaan en gebreken of schade tijdig melden. Dat betekent echter niet dat elke schade aan de rolstoel automatisch voor rekening van de gebruiker komt. Normale slijtage, onderhoud en schade door normaal gebruik of een eenmalig ongelukje horen niet zonder meer op de gebruiker te worden verhaald. Bij opzet, grove nalatigheid, herhaald oneigenlijk gebruik of duidelijke schending van de bruikleenvoorwaarden kan dat anders zijn. De bruikleenovereenkomst en de concrete oorzaak van de schade zijn daarom bepalend.
Zorginstituut Nederland geeft aan dat het individueel gebruik van mobiliteitshulpmiddelen, waaronder rolstoelen, onder omstandigheden een Wlz-aanspraak vormt voor Wlz-gerechtigde cliënten die in een instelling verblijven. Bij een pgb of eigen aankoop wordt de gebruiker doorgaans zelf eigenaar. Dan ligt de verantwoordelijkheid bij de gebruiker zelf, tenzij een derde aansprakelijk is voor de schade.

Rolstoel als medisch hulpmiddel
Een rolstoel kan als medisch hulpmiddel worden beschouwd. De Rijksoverheid geeft aan dat medische hulpmiddelen een CE-certificaat krijgen als zij voldoen aan eisen voor veiligheid, prestaties en ontwerp. Zorgaanbieders mogen in de zorg alleen medische hulpmiddelen gebruiken die een CE-certificaat hebben. Dat wil zeggen dat er hoge eisen worden gesteld aan de productveiligheid. Als een rolstoel desondanks gebrekkig is en er daardoor schade ontstaat, kan de fabrikant, leverancier, onderhoudspartij of zorgaanbieder hiervoor aansprakelijk zijn, afhankelijk van de concrete situatie. Dat geldt zeker als er op maat gemaakte aanpassingen zijn gedaan die niet goed zijn vastgelegd, uitgevoerd of getest.

Regels voor het gebruik van een rolstoel in het verkeer
De verkeersregels verschillen per type rolstoel. Een handbewogen rolstoel wordt anders behandeld dan een elektrische rolstoel. Bij een elektrische rolstoel gaat het om een gehandicaptenvoertuig met motor, waardoor onder meer regels gelden over de verzekering, de verzekeringssticker, de plaats op de weg en snelheden. Deze regels zijn niet alleen belangrijk om veilig deel te nemen aan het verkeer, maar ook voor de beoordeling van aansprakelijkheid na een ongeval. Wie te hard rijdt, onvoorzichtig manoeuvreert of een elektrische rolstoel zonder geldige verzekering gebruikt, zal daar wellicht de gevolgen van moeten dragen.
Elektrische rolstoel als gehandicaptenvoertuig met motor
Volgens de Rijksoverheid is een voertuig met motor alleen een gehandicaptenvoertuig als het is gemaakt voor mensen met een handicap, niet breder is dan 1,10 meter en niet harder gaat dan 45 km/u. Een elektrische rolstoel valt onder de voorbeelden van open gehandicaptenvoertuigen. Voor het besturen van zo’n voertuig is geen rijbewijs nodig. Ook is er geen kenteken en geen helmplicht. Wel moet het voertuig verzekerd zijn voor wettelijke aansprakelijkheid. De Rijksoverheid vermeldt dat de sticker van de verzekeraar op het gehandicaptenvoertuig moet worden geplakt. Deze sticker toont aan dat er een geldige WA-verzekering is afgesloten.
Waar mag je rijden met een elektrische rolstoel?
Een gehandicaptenvoertuig met motor mag op verschillende plekken rijden. Volgens de Rijksoverheid mag het voertuig worden gebruikt op de stoep, het voetpad, het fietspad, het bromfietspad en de rijbaan. De gebruiker kiest dus zelf waar hij rijdt. Rijden op autowegen en autosnelwegen mag uiteraard niet. Die ruime keuzevrijheid betekent niet dat overal op dezelfde manier mag worden gereden. Op de stoep en in winkelgebieden moet rekening worden gehouden met voetgangers en moet de snelheid worden gematigd. Op het fietspad moet rekening worden gehouden met fietsers en bromfietsers. Op de rijbaan is het snelheidsverschil met auto’s en ander verkeer weer belangrijk. Bij een ongeval wordt dus gekeken naar de plaats, snelheid en omstandigheden.
Maximumsnelheden
De Rijksoverheid noemt verschillende maximumsnelheden voor gehandicaptenvoertuigen. Op de stoep geldt maximaal 6 km/u. Op het fietspad binnen de bebouwde kom geldt maximaal 30 km/u. Buiten de bebouwde kom is dat 40 km/u. Op de rijbaan geldt maximaal 45 km/u, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Daarnaast is het noodzakelijk om de snelheid aan te passen aan de praktische omstandigheden. In een smalle gang, op een drukke stoep, in een winkel of in een zorginstelling kan een snelheid die technisch mogelijk is toch onveilig zijn. Een elektrische rolstoel die maximaal 10 of 15 km/u kan rijden, kan in een zorginstelling al gevaar veroorzaken als er smalle gangen, openstaande deuren en kwetsbare personen aanwezig zijn. Dit komt ook terug in de rechtspraak over een aanrijding met een rolstoel in een zorginstelling.
Minimumleeftijd en gebruik door anderen
Voor een gehandicaptenvoertuig dat harder kan dan 10 km/u geldt een minimumleeftijd van 16 jaar. Gaat het voertuig langzamer, dan is er volgens de Rijksoverheid geen minimumleeftijd. Jongeren onder de 16 jaar kunnen onder voorwaarden een ontheffing aanvragen bij de wegbeheerder. In de praktijk is ook van belang wie toestemming heeft om de rolstoel te gebruiken. Een verzekering is vaak gekoppeld aan het voertuig, maar oneigenlijk gebruik kan tot discussies leiden. Denk aan rijden zonder toestemming, roekeloos gebruik, rijden door iemand zonder voldoende controle of gebruik op een manier waarvoor het hulpmiddel niet bedoeld is. Bij Wmo- of Wlz-hulpmiddelen kan de bruikleenovereenkomst hierbij belangrijk zijn. In deze overeenkomst staat namelijk hoe de rolstoel mag worden gebruikt en wie deze mag gebruiken.
Telefoon, alcohol, drugs en medicijnen
De Rijksoverheid vermeldt dat de bestuurder van een gehandicaptenvoertuig geen elektronisch apparaat in de hand mag houden tijdens het rijden. Handsfree bellen of muziek luisteren mag alleen als dit geen gevaar veroorzaakt. Daarnaast mag iemand niet met een gehandicaptenvoertuig de weg op onder invloed van alcohol, drugs of bepaalde medicijnen. Deze regels worden soms onderschat, omdat een elektrische rolstoel als hulpmiddel wordt gezien en deze gebruikers nu eenmaal medicijnen moeten nemen. Toch neemt de gebruiker deel aan het verkeer. Bij een aanrijding kan het rijden onder invloed van medicijnen sterk meewegen bij de beoordeling van aansprakelijkheid of eigen schuld.
Juridische basis van aansprakelijkheid bij rolstoelgebruik
Schade met een rolstoel kan juridisch op verschillende manieren worden beoordeeld. Bij schade aan derden door een elektrische rolstoel is de gebruiker mogelijk zelf aansprakelijk. Bij schade door een handbewogen rolstoel kan ook de duwer aansprakelijk zijn. Bij een val door een stoep, hellingbaan of parkeerterrein kan de wegbeheerder aansprakelijk zijn, maar dat is zeker niet automatisch het geval. Bij een gebrek aan de rolstoel kunnen productaansprakelijkheid, onderhoudsfouten of leveranciersaansprakelijkheid een rol spelen. En in een zorginstelling kan juist de zorgplicht van de instelling centraal staan. Er zijn met andere woorden verschillende situaties te onderscheiden.
Onrechtmatige daad
De algemene basis voor aansprakelijkheid is vaak het artikel 6:162 BW, de onrechtmatige daad. Iemand kan aansprakelijk zijn als hij in strijd handelt met een wettelijke plicht, inbreuk maakt op een recht of handelt in strijd met wat volgens ongeschreven recht maatschappelijk zorgvuldig is. Bij rolstoelgebruik kan het gaan om te hard rijden, onvoorzichtig manoeuvreren, iemand aanrijden of een rolstoel onveilig duwen. Ook een duwer kan bijvoorbeeld aansprakelijk zijn op basis van diens onzorgvuldigheid. Om een schadevergoeding te kunnen krijgen, moet aan een aantal eisen zijn voldoen. Er moet ook schade zijn, de schade moet door het handelen of nalaten zijn veroorzaakt en het gedrag moet aan de veroorzaker kunnen worden toegerekend. Als iemand zelf onvoorzichtig was of instructies heeft genegeerd, kan eigen schuld een rol spelen.
WAM-aansprakelijkheid bij elektrische rolstoelen
Bij een elektrische rolstoel is de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen belangrijk. Medux, een van de grootste aanbieders van mobiliteitshulpmiddelen in Europa, benadrukt dat lichamelijke en materiële schade aan derden ten gevolge van aangedreven mobiliteitshulpmiddelen onder de dekking van de WA-polis valt. Schade aan het hulpmiddel zelf valt voor alle duidelijkheid niet onder de standaard WA-dekking, maar hiervoor kan wel een aanvullende verzekering worden afgesloten. Als een gebruiker met een elektrische rolstoel een voetganger raakt of een auto beschadigt, gaat het om schade aan derden. Als de rolstoel zelf kapot is door een botsing of val, is daarvoor aanvullende casco- of allriskdekking nodig. Bij een Wmo-rolstoel is die aanvullende dekking vaak niet door de gebruiker zelf af te sluiten.
Aansprakelijkheid van de wegbeheerder
De juridische grondslag is vaak artikel 6:174 BW, de aansprakelijkheid voor een gebrekkige opstal. Daarnaast kan artikel 6:162 BW een rol spelen als wordt gesteld dat de wegbeheerder onzorgvuldig heeft gehandeld. Toch is niet elke oneffenheid of gebrek aan de weg, stoep of opgang voldoende. De rechter kijkt naar de concrete omstandigheden. Is het hoogteverschil ernstig? Was de situatie zichtbaar? Ging het om een plek waar veel kwetsbare bezoekers of rolstoelgebruikers komen? Was normaal voorzichtig gebruik mogelijk? Waren maatregelen eenvoudig en redelijk? Een recente uitspraak van Rechtbank Den Haag (zie verder op deze pagina) laat bijvoorbeeld zien dat een val uit een rolstoel door een oneffen stoepopgang niet automatisch tot aansprakelijkheid van de gemeente leidt.
Productaansprakelijkheid en gebrekkige rolstoel
Bij een gebrek aan de rolstoel kan ook de productaansprakelijkheid in beeld komen. Denk aan een defecte rem, een fout in de elektrische besturing, een instabiel frame, een accugebrek, een verkeerd gemonteerde hulpaandrijving of een zitkuip die niet goed past bij de rolstoel. Ook combinaties van onderdelen kunnen risico’s veroorzaken. Juridisch is vooral van belang of de rolstoel de veiligheid biedt die men daarvan redelijkerwijs mag verwachten. Als dat niet zo is, kan de producent op grond van de productaansprakelijkheid aansprakelijk zijn voor schade die door het gebrekkige product ontstaat. De gebruiker hoeft dan niet altijd een fout van de producent te bewijzen, maar moet wel aantonen dat sprake is van een gebrek, dat er schade is ontstaan en dat er een causaal verband bestaat tussen het gebrek en de schade. Naast de fabrikant kunnen ook de importeur, leverancier, onderhoudspartij of zorgaanbieder aansprakelijk zijn, bijvoorbeeld als zij een onveilige combinatie hebben geleverd, een aanpassing verkeerd hebben uitgevoerd of een bekend risico onvoldoende hebben opgevolgd. Het VGZ-protocol over productaansprakelijkheid en veiligheid van rolstoelen in de Wlz benadrukt daarom het belang van veilige inzet, merkeigen of compatibele componenten, risicoanalyse, documentatie en crashtestveiligheid.
Zorgplicht van zorginstellingen
Zorginstellingen hebben een zorgplicht voor bewoners, werknemers en bezoekers. Een zorgplicht betekent dat een instelling redelijke maatregelen moet nemen om te voorkomen dat personen schade lijden door voorzienbare risico’s. Het gaat daarbij niet om een absolute garantie dat nooit iets misgaat, maar wel om de verplichting om risico’s te herkennen, passende instructies te geven, toezicht te houden en de omgeving zo veilig mogelijk in te richten. Bij rolstoelgebruik kan dit bijvoorbeeld gaan om voldoende brede gangen, openstaande deuren, het regelen van looproutes en voldoende toezicht houden. Hoe groter en voorzienbaarder het risico, hoe meer van de instelling mag worden verwacht. De beoordeling van de zorgplicht gebeurt altijd aan de hand van de concrete omstandigheden. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de kans op een ongeval, de ernst van de mogelijke gevolgen, de bezwaarlijkheid van veiligheidsmaatregelen en de vraag of de instelling het risico kende of had moeten kennen. Algemene instructies of een algemene risico-inventarisatie zijn niet altijd genoeg. Een instelling moet kunnen aantonen dat zij ook maatregelen heeft genomen die aansluiten bij het specifieke risico.
Vervoersaansprakelijkheid
Bij vervoer van een rolstoelgebruiker met een rolstoelbus, zorgtaxi, ziekenvervoer, treinassistentie of ander aangepast vervoer kan er sprake zijn van vervoersaansprakelijkheid. Een vervoerder heeft namelijk de verplichting om de passagier veilig te vervoeren en daarbij rekening te houden met diens kwetsbare positie. Bij rolstoelgebruik betekent dit onder meer dat de rolstoel goed moet worden vastgezet, dat gordels en fixatiesystemen juist worden gebruikt, dat liften en oprijplaten veilig worden bediend en dat de passagier op een zorgvuldige manier wordt begeleid bij het in- en uitstappen. De vervoerder moet dus niet alleen de verkeersregels naleven, maar ook maatregelen nemen die passen bij het vervoer van iemand die afhankelijk is van een hulpmiddel. De beoordeling hangt af van de concrete omstandigheden. Van een professionele vervoerder mag meer worden verwacht dan van een toevallige helper. Er wordt gekeken naar de aard van het vervoer, de kwetsbaarheid van de passagier, de gebruikte rolstoel, de instructies van de chauffeur, de staat van het voertuig, de manier van vastzetten en de vraag of het ongeval redelijkerwijs kon worden voorkomen. Bij professioneel personenvervoer kan de vervoerder zich niet zomaar beroepen op overmacht.
Eigen schuld
Ook eigen schuld kan een rol spelen bij schade met of door een rolstoel. Eigen schuld betekent dat de schade mede is veroorzaakt door een omstandigheid die aan de benadeelde zelf kan worden toegerekend. De wettelijke basis hiervoor is artikel 6:101 BW. Als daarvan sprake is, kan de schadevergoeding worden verminderd. Het gaat dus niet om de vraag of de andere partij helemaal vrijuit gaat, maar om de vraag of de schade redelijk verdeeld moet worden omdat ook de benadeelde zelf heeft bijgedragen aan het ontstaan of de omvang van de schade. Bij rolstoelgebruik kan eigen schuld bijvoorbeeld aan de orde zijn als iemand te hard rijdt met een elektrische rolstoel, instructies negeert, onder invloed rijdt, een telefoon vasthoudt tijdens het rijden of een hulpmiddel gebruikt op een manier waarvoor het niet bedoeld is. Ook kan worden gekeken of iemand voldoende voorzichtig was bij een stoepopgang, hellingbaan of drukke doorgang. Toch wordt eigen schuld niet zomaar aangenomen. De rechter kijkt naar alle omstandigheden, waaronder de kwetsbaarheid van de rolstoelgebruiker, de voorzienbaarheid van het gevaar, de ernst van de gemaakte fout en de verantwoordelijkheid van de andere partij.
Verschillende aansprakelijkheidssituaties bij rolstoelgebruik

De aansprakelijkheid bij rolstoelen hangt sterk af van de feitelijke situatie. Een botsing met een elektrische rolstoel op de stoep wordt anders beoordeeld dan schade aan een Wmo-rolstoel, een val door een slechte stoep of een ongeval in een rolstoelbus. Ook maakt het uit of het gaat om bijvoorbeeld schade aan derden, schade aan de rolstoel zelf of letsel van de rolstoelgebruiker. Hieronder staan de belangrijkste situaties kort toegelicht.
Een rolstoelgebruiker veroorzaakt schade aan een ander: bij een handbewogen rolstoel wordt vooral gekeken of de gebruiker of duwer onzorgvuldig heeft gehandeld. In dat geval kan de AVP mogelijk dekking bieden. Bij een elektrische rolstoel gaat het om een gemotoriseerd hulpmiddel en is de WA-verzekering het eerste aanspreekpunt bij schade door de rolstoel.
Een ander veroorzaakt schade aan de rolstoelgebruiker: een rolstoelgebruiker kan ook slachtoffer zijn van een fout van een automobilist, fietser, voetganger, winkelmedewerker, begeleider of andere derde. De schade kan dan mogelijk worden verhaald op de aansprakelijke partij of diens verzekeraar.
Schade aan een geleende of in bruikleen verstrekte rolstoel: bij een Wmo-rolstoel of ander hulpmiddel in bruikleen is de gebruiker meestal geen eigenaar. Normale slijtage, onderhoud en een ongelukje bij normaal gebruik horen niet zonder meer voor rekening van de gebruiker te komen. Bij opzet, grove nalatigheid of herhaald oneigenlijk gebruik kan dat anders zijn. Het een en ander is daarbij afhankelijk van de bruikleenovereenkomst.
Val uit rolstoel door slechte stoep, drempel of hellingbaan: een wegbeheerder of terreinbeheerder is niet automatisch aansprakelijk bij een valpartij. Er moet sprake zijn van een gebrekkige of gevaarlijke situatie die verder gaat dan normale oneffenheden. Ook moet redelijkerwijs kunnen worden verwacht dat men deze gevaarlijke situatie, waarvan men op de hoogte was of diende te zijn, reeds had verholpen.
Ongeval in een zorginstelling: in zorginstellingen kunnen elektrische rolstoelen extra risico’s opleveren door smalle gangen, openstaande deuren, kwetsbare bewoners en drukke looproutes. De instelling moet deze risico’s concreet beoordelen en passende maatregelen treffen.
Rolstoel in taxi, rolstoelbus of zorgvervoer: bij professioneel rolstoelvervoer moet de vervoerder zorgen voor veilig in- en uitstappen, correct gebruik van lift of oprijplaat, goede fixatie en passende begeleiding. Gaat dit mis, dan kan vervoersaansprakelijkheid ontstaan.
Instaphulp bij trein, station of openbaar vervoer: bij assistentie in het openbaar vervoer moet rekening worden gehouden met het type rolstoel, de stabiliteit van de gebruiker, de hellingshoek, rijrichting en eventuele anti-kiepvoorzieningen. De vraag is of de hulp veilig en passend was voor deze gebruiker en dit hulpmiddel.
Te late levering of ongeschikte rolstoel: een rolstoel kan noodzakelijk zijn voor de zelfstandigheid, mobiliteit en dagelijkse zorg van een persoon. Als een noodzakelijke rolstoel of rolstoel/handbike te laat wordt geleverd of niet passend blijkt, kan dit tot aansprakelijkheidsvragen leiden. De Geschillencommissie Gehandicaptenzorg kende in 2018 bijvoorbeeld een vergoeding toe omdat een cliënt door vertraging en suboptimale begeleiding in zijn zelfstandigheid en zelfredzaamheid was aangetast.
Verzekeringen bij schade met een rolstoel
Verzekering en aansprakelijkheid zijn niet hetzelfde. Eerst moet worden beoordeeld wie juridisch verantwoordelijk is voor de schade. Daarna komt pas de vraag of een verzekering dekking biedt. Een verzekeraar kan dekking weigeren als de schade buiten de polis valt, als sprake is van opzet of als de verkeerde verzekering wordt aangesproken. Omgekeerd kan een eigen verzekeraar soms eerst uitkeren en daarna proberen de schade te verhalen op de aansprakelijke partij.
Bij rolstoelen is vooral het onderscheid tussen een handbewogen rolstoel en een elektrische rolstoel belangrijk. Schade met een handbewogen rolstoel kan in particuliere situaties vaak onder de aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren vallen, mits de gebruiker of duwer aansprakelijk is. Bij een elektrische rolstoel ligt dat anders. De Rijksoverheid ziet een elektrische rolstoel als een gehandicaptenvoertuig met motor. Daarvoor is een WA-verzekering verplicht en moet een verzekeringssticker of verzekeringsplaatje zichtbaar op het voertuig worden aangebracht.
Ook de eigendomssituatie is van belang. Een Wmo-rolstoel is vaak in bruikleen verstrekt door de gemeente of via een leverancier. De gebruiker is dan meestal geen eigenaar en kan daardoor niet altijd zelf een cascoverzekering afsluiten voor schade aan het hulpmiddel. Bij een rolstoel die met een pgb is gekocht of volledig zelf is aangeschaft, is de gebruiker meestal wel eigenaar en ligt de verantwoordelijkheid voor verzekering, onderhoud en reparatie vaker bij de gebruiker zelf.
| Naam verzekering | Wat dekt het? |
|---|---|
| WA-verzekering | Schade die met de elektrische rolstoel aan anderen wordt veroorzaakt. |
| Casco of allrisk | Schade aan de eigen elektrische rolstoel, afhankelijk van de gekozen dekking. |
| Aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP) | Schade aan derden door een handbewogen rolstoel of door iemand die een rolstoel duwt, als die persoon aansprakelijk is. |
| Scootmobiel- of invalidenvoertuigverzekering | Afhankelijk van de aanbieder: WA, diefstal, casco, allrisk, pechhulp, ongevallenverzekering of verhaalsrechtsbijstand. |
| Reisverzekering | Mogelijk schade, verlies of diefstal van een rolstoel tijdens een reis, afhankelijk van de polis. Soms ook aanvullende medische kosten of hulpverlening in het buitenland. |
| Inboedelverzekering | Mogelijk diefstal of schade aan een rolstoel in of bij de woning, afhankelijk van de polisvoorwaarden. |
| Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering van zorginstelling, leverancier of vervoerder | Schade waarvoor een zorginstelling, leverancier, onderhoudspartij of vervoerder aansprakelijk is. Denk aan onveilige instructies, gebrekkig onderhoud, montagefouten, onvoldoende toezicht of onveilig vervoer. |
| Ongevallenverzekering | Een vooraf vastgesteld bedrag bij overlijden of blijvende invaliditeit, afhankelijk van de polis. |
| Rechtsbijstandverzekering | Juridische hulp bij discussie over aansprakelijkheid, schadevergoeding, dekking, eigen schuld, bruikleenvoorwaarden of verhaal op een derde. |
| Pechhulp of mobiliteitshulp | Hulp bij pech onderweg, zoals een lege accu, technisch defect of stilvallen van de elektrische rolstoel. |
Relevante rechtspraak over de aansprakelijkheid bij rolstoelen
Rechtspraak over rolstoelgebruik laat zien dat de uitkomst sterk afhankelijk is van de concrete omstandigheden. Soms wordt aansprakelijkheid aangenomen, bijvoorbeeld wanneer een instelling onvoldoende concrete veiligheidsmaatregelen heeft genomen. Andere keren wordt de aansprakelijkheid juist afgewezen, bijvoorbeeld wanneer een stoep wel oneffen is maar nog in acceptabele staat verkeert. Ook bij vervoer in een rolstoelbus kan de lat voor professionele vervoerders hoog liggen.
Aanrijding met elektrische rolstoel in zorginstelling
Een recente zaak van 2021 (ECLI:NL:RBOVE:2021:56) ging over een verzorgster die tijdens haar werk werd aangereden door een bewoner met een elektrische rolstoel. Zij kwam ten val en stelde haar werkgever, de zorginstelling, aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW. Dit artikel heeft betrekking op de aansprakelijkheid van de werkgever voor arbeidsongevallen. De rechtbank oordeelde dat de werkneemster voldoende had aangetoond dat zij schade had geleden tijdens de uitvoering van haar werkzaamheden. De zorginstelling moest vervolgens aantonen dat zij aan haar zorgplicht had voldaan. Dat lukte niet. De rechtbank vond onvoldoende aangetoond dat personeel en bewoners concreet waren gewaarschuwd voor het risico van rijden met een elektrische rolstoel langs openstaande deuren. Ook was niet duidelijk dat snelheid in smalle gangen voldoende was meegenomen in de RI&E of trainingen. De zorginstelling werd daarom aansprakelijk gehouden.
Val uit rolstoel door oneffen stoep bij ziekenhuis
Een andere zaak uit 2021 (ECLI:NL:RBDHA:2021:2263) ging over een vrouw die na een ziekenhuisbezoek uit een rolstoel viel bij een stoepopgang op het parkeerterrein van het ziekenhuis. Zij stelde de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk. Volgens haar was sprake van een ongelijke of losliggende stoeptegel en een gevaarlijke situatie. De rechtbank wees de vordering af. De stoepopgang vertoonde volgens de rechter wel oneffenheden, maar die waren volgens de rechtbank niet zodanig ernstig dat sprake was van een gebrekkige weg of gevaarzetting. Uitgaande van normaal en voorzichtig gebruik van de opgang en rolstoel was het wegdek dan ook in acceptabele staat. De gemeente diende de schade dan ook niet te vergoeden.
Val uit rolstoel in rolstoelbus
Een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2021:13188) betrof een man die in een rolstoelbus werd vervoerd. Bij het verlaten van de bus viel hij uit de rolstoel. De volgende dag overleed hij aan een bloeding in het hoofd. De weduwe stelde de vervoerder aansprakelijk voor overlijdensschade. Er bestond onder meer discussie over de vraag of de bloeding in het hoofd, die heeft geleid tot het overlijden, door de val is veroorzaakt. De rechtbank achtte het aannemelijk dat de bloeding in het hoofd na, en door, de val is veroorzaakt. De rechtbank oordeelde ook dat sprake was van personenvervoer, aangezien de man de bus nog niet had verlaten. De vervoerder beriep zich op overmacht, maar dat beroep slaagde niet. Volgens de rechtbank had de vervoerder niet alle maatregelen genomen die van een zorgvuldig vervoerder mochten worden verwacht. De vervoerder werd daarom aansprakelijk gehouden voor de schade als gevolg van het overlijden.
Vertraging en ongeschikte rolstoel/handbike
De Geschillencommissie Gehandicaptenzorg behandelde in 2018 (referentiecode 114309) een klacht over vertraging in de levering van een rolstoel/handbike en onvoldoende passende begeleiding. De commissie stelde vast dat er veel vertraging was opgelopen bij het verkrijgen van hulpmiddelen die voor de cliënt van groot belang waren. Ook stond vast dat de uiteindelijk geleverde rolstoel/handbike niet voldeed. De commissie oordeelde dat de zorgaanbieder een inspanningsverplichting had om te zorgen dat de cliënt de rolstoel/handbike kreeg die hij nodig had. De cliënt was door de vertraging in zijn zelfstandigheid en zelfredzaamheid aangetast. De commissie kende een vergoeding van € 2.500 toe.
Wat doen bij schade met of door een rolstoel?
Bij schade met of door een rolstoel is snel en zorgvuldig handelen belangrijk. De exacte toedracht kan later moeilijk te reconstrueren zijn. Foto’s nemen is dan ook belangrijk. Hetzelfde geldt over het verzamelen van getuigengegevens en medische informatie. Houd er rekening mee dat bijvoorbeeld ook de bruikleenafspraken een belangrijke rol kunnen spelen.
Zorg eerst voor veiligheid en medische hulp
Controleer of iemand gewond is. Bel 112 bij ernstig letsel of gevaar. Laat letsels altijd medisch vastleggen, ook als de klachten in eerste instantie lijken mee te vallen. Bij hoofdletsels, valpartijen en aanrijdingen kan later blijken dat de schade ernstiger is dan verwacht.
Leg de toedracht vast
Noteer waar, wanneer en hoe het ongeval gebeurde. Maak foto’s van de rolstoel, schade, omgeving, stoep, hellingbaan, lift, deur, gang, auto of ander betrokken object. Noteer bijvoorbeeld ook hoe snel er werd gereden.
Verzamel gegevens van betrokkenen en getuigen
Vraag de verzekeringsgegevens van betrokkenen en de contactgegevens van getuigen (naam, telefoonnummer en e-mailadres). Bij een ongeval in een instelling, taxi, trein of rolstoelbus is ook de naam van de organisatie belangrijk. Vraag eventueel om een incidentrapport.
Controleer wie eigenaar is van de rolstoel
Is de rolstoel zelf gekocht, via een pgb aangeschaft, via de Wmo verstrekt of onderdeel van Wlz-zorg? Dit bepaalt wie de schade moet melden en wie verantwoordelijk is voor reparatie. Bij bruikleen moet de bruikleenovereenkomst worden gecontroleerd.
Meld de schade schriftelijk
Meld de schade bij de juiste partij: de gemeente, leverancier, zorginstelling, vervoerder, verzekeraar of aansprakelijke derde. Doe dit schriftelijk en bewaar alle reacties. Bij een elektrische rolstoel moet de verzekeraar worden betrokken indien er schade aan derden is veroorzaakt.
Erken niet te snel aansprakelijkheid
Geef feitelijk door wat er is gebeurd, maar erken niet direct de schuld. Laat de aansprakelijkheid en dekking zorgvuldig beoordelen door een expert of de verzekeraar voordat je overgaat tot enige schuldbekentenis. Een rechtsbijstandverzekering kan helpen om de nodige afwegingen te maken, de juiste partij aan te spreken en bewijs op een correcte manier te verzamelen.
Tips om schade en aansprakelijkheid bij rolstoelen te voorkomen
Veilig rolstoelgebruik is een gedeelde verantwoordelijkheid. De gebruiker moet rekening houden met de omgeving, maar gemeenten, leveranciers, zorginstellingen en vervoerders hebben ook verplichtingen ten aanzien van rolstoelgebruikers. Goede instructies, onderhoud, veilige routes en duidelijke afspraken voorkomen veel schade.
Praktische tips om schade en aansprakelijkheid bij rolstoelen tegen te gaan:
Pas de snelheid aan: een elektrische rolstoel kan technisch sneller rijden dan veilig is in een winkel, zorginstelling, lift, gang of druk voetgangersgebied. Stapvoets rijden op plaatsen met veel voetgangers, openstaande deuren of beperkte zichtlijnen verkleint het risico op aanrijdingen aanzienlijk.
Wees extra voorzichtig bij drempels, hellingen en stoepopgangen: veel valpartijen ontstaan bij hoogteverschillen, schuine opgangen, richels, gleuven of losliggende tegels. Neem deze obstakels recht en langzaam, vermijd scherpe stuurbewegingen en vraag hulp als de helling te steil of de ondergrond onstabiel is.
Gebruik de rolstoel alleen waarvoor deze bedoeld is: een rolstoel die bedoeld is voor binnengebruik is niet altijd geschikt voor slecht wegdek, nat gras, grind, steile hellingen of lange buitenritten. Oneigenlijk gebruik vergroot niet alleen het ongevalsrisico, maar kan ook tot discussies leiden over de schadevergoeding of het kostenverhaal.
Controleer remmen, banden, accu en besturing regelmatig: slecht werkende remmen, versleten banden, een haperende joystick of een zwakke accu kunnen direct gevaar veroorzaken. Bij elektrische rolstoelen is het verstandig om ook verlichting, reflectoren, anti-kiepvoorzieningen en snelheidsinstellingen periodiek te controleren. Laat defecten meteen herstellen en blijf er niet mee doorrijden.
Vermijd geïmproviseerde aanpassingen: accessoires, zitkuipen, tassen, hulpaandrijvingen of extra onderdelen kunnen de balans, draaicirkel, remweg of stabiliteit van een rolstoel veranderen. Laat aanpassingen daarom uitvoeren door een deskundige partij en controleer of de combinatie geschikt en veilig is.
Zorg voor duidelijke instructies bij nieuw gebruik: een nieuwe elektrische rolstoel, hulpaandrijving of joystickbesturing vraagt gewenning. Een korte uitleg is niet altijd voldoende. Zeker bij oudere gebruikers, kinderen of mensen met cognitieve beperkingen is oefening noodzakelijk.
Maak in zorginstellingen afspraken over rijroutes en snelheid: smalle gangen, openstaande deuren en onverwacht kruisende medewerkers leveren risico’s op. Zorginstellingen doen er goed aan om duidelijke rijafspraken te maken, gevaarlijke punten te signaleren en bewoners én personeel te instrueren over veilig (elektrisch) rolstoelgebruik.
Houd rekening met zichtlijnen bij deuren en gangen: veel ongevallen gebeuren doordat iemand met een elektrische rolstoel langs een openstaande deur of om een hoek rijdt zonder zicht op tegenliggers. Spiegels, markeringen, snelheidsafspraken en gesloten-deurbeleid kunnen schade voorkomen.
Gebruik bij vervoer alleen een rolstoel die daarvoor geschikt is: niet elke rolstoel is veilig als zitplaats in een voertuig. Bij vervoer in een rolstoelbus moet worden gecontroleerd of de rolstoel geschikt is voor fixatie, of de vastzetsystemen juist worden gebruikt en of de gordel op de passagier is bevestigd, niet alleen op de rolstoel.
Controleer lift, oprijplaat en helling vóór het in- of uitstappen: bij rolstoelbussen, taxi’s, treinen en stationsassistentie zijn hoogteverschillen en hellingen belangrijke risicofactoren. De begeleider of chauffeur moet rustig werken, de rolstoel goed positioneren en rekening houden met anti-kiepwielen.
Houd doorgangen vrij in woningen, winkels en instellingen: losse matten, kabels, drempelhulpen, smalle doorgangen en uitstekende objecten kunnen gevaarlijk zijn. Beheerders van gebouwen kunnen de aansprakelijkheidsrisico’s verkleinen door routes breed, vlak, vrij en goed zichtbaar te houden.
Veelgestelde vragen over aansprakelijkheid bij rolstoelgebruik
Het is normaal om vragen te hebben over aansprakelijkheid bij rolstoelgebruik. Een rolstoel is vaak een onmisbaar hulpmiddel, maar juridisch kan hij voor heel wat discussies zorgen. Soms gaat het om een handbewogen hulpmiddel, soms om een elektrisch voertuig, soms om een medisch hulpmiddel en soms om een voorziening in bruikleen van de gemeente. Daardoor is niet altijd direct duidelijk wie moet betalen bij schade of letsel. De antwoorden hieronder geven enige duiding, maar onthoud dat elke situatie uniek is en andere uitkomsten zal kennen.
Is een elektrische rolstoel verplicht verzekerd?
Ja, een elektrische rolstoel is een gehandicaptenvoertuig met motor en moet aldus WA-verzekerd zijn. Deze verzekering dekt schade aan anderen. Schade aan de eigen rolstoel is daarmee niet automatisch verzekerd.
Dekt mijn AVP schade met een elektrische rolstoel?
Meestal niet. Schade door elektrisch aangedreven mobiliteitshulpmiddelen valt doorgaans onder het motorrijtuigrisico. Daarvoor is de WA-verzekering van de elektrische rolstoel bedoeld.
Dekt mijn AVP schade met een handbewogen rolstoel?
Als je met een handbewogen rolstoel of als duwer schade veroorzaakt en aansprakelijk bent, kan de AVP inderdaad dekking bieden. De polisvoorwaarden blijven evenwel bepalend. Neem bij twijfel contact op met je AVP-verzekeraar.
Wie betaalt schade aan een Wmo-rolstoel?
Dat hangt af van de bruikleenovereenkomst en de oorzaak van de schade. Normaal gebruik, slijtage en ongelukjes horen niet zomaar voor rekening van de gebruiker te komen. Bij opzet, grove nalatigheid of herhaald oneigenlijk gebruik kan dit anders zijn.
Wie is aansprakelijk als ik met mijn rolstoel val door een slechte stoep?
De wegbeheerder kan aansprakelijk zijn als de stoep of weg gebrekkig of gevaarlijk is. Niet elke oneffenheid is voldoende. De rechter kijkt naar de concrete situatie, de ernst van het gebrek en het normale gebruik van de weg.
Wie is aansprakelijk bij een val uit een rolstoelbus?
Bij professioneel vervoer kan de vervoerder aansprakelijk zijn als onvoldoende zorgvuldig is gehandeld. Denk aan verkeerd begeleiden, onvoldoende vastzetten, een onveilige lift of onvoldoende instructies. Bij letsel moet evenwel de toedracht goed worden onderzocht, want ook de rolstoelgebruiker kan onzorgvuldig zijn geweest.
Is een rolstoelverzekering hetzelfde als een aansprakelijkheidsverzekering?
Verzekeraars hanteren verschillende benamingen. Sommige verzekeraars spreken van een elektrische rolstoelverzekering wanneer zij het over een WA-dekking voor de elektrische rolstoel hebben. Andere verzekeraars hebben het over een rolstoelverzekering wanneer het eerder gaat om een volledig casco verzekering voor de rolstoel. Deze laatste verzekering dekt ook schade aan de rolstoel ten gevolge van diefstal, brand enzovoort. Wat al dan niet onder de verzekering valt, kan dus sterk verschillen. Neem daarom goed de voorwaarden door voordat je een rolstoelverzekering afsluit.
Wat kost een verzekering voor een elektrische rolstoel?
De premie verschilt per verzekeraar en is onder meer afhankelijk van de waarde van de rolstoel, de snelheid waarmee de rolstoel zich kan voortbewegen en het eigen risico. Reken op ongeveer € 55 tot € 110 per jaar voor de WA-dekking en € 120 tot € 220 per jaar voor allrisk. Voor een exacte premie is een berekening bij de verzekeraar nodig.
Welke verzekeraars bieden een verzekering voor elektrische rolstoelen aan?
Er zijn verschillende aanbieders van verzekeringen voor rolstoelen. Onder meer Univé, ANWB, ENRA en Klaverblad bieden verzekeringen aan voor elektrische rolstoelen, scootmobielen of invalidenvoertuigen. De benaming verschilt evenwel per aanbieder. Soms valt de elektrische rolstoel onder een scootmobielverzekering of invalidenvoertuigverzekering.