Nederlandse kinderen hebben gelukkig recht op onderwijs. Dat komt niet alleen omdat verschillende mensenrechtenverdragen dat voorzien, maar ook omdat dit recht gewoon in de Nederlandse Grondwet is ingeschreven. In diezelfde Grondwet staat verder te lezen dat de overheid zelf het onderwijs regelt. Deze Grondwettelijke bepalingen zijn vervolgens verder uitgewerkt in lagere regels. Het gaat dan onder andere om wetgeving omtrent de onderwijsvrijheid, het toezicht, het onderwijsaanbod, de kwaliteitseisen, de bekostiging van het onderwijs enzovoort. Samen vormen ze het onderwijsrecht.

Onderwijsrecht

Het onderwijsrecht in Nederland is uitgebreid. Niet iedereen weet de informatie makkelijk te vinden. Daarom behandelen wij in dit artikel de belangrijke punten.

Leerplicht in Nederland

Om te garanderen dat alle kinderen ook effectief hun grondwettelijk recht op onderwijs kunnen genieten, is er in een leerplicht voorzien.

De leerplicht houdt in dat kinderen die in Nederland wonen vanaf 5 jaar verplicht zijn om naar school te gaan. Deze verplichting geldt ook ten opzichte van kinderen van een andere nationaliteit en voor kinderen van asielzoekers. Hun ouders of verzorgers zijn verplicht om hen op een school in te schrijven en om ervoor te zorgen dat hun kind ook effectief de school bezoekt. Dit mogen wel particuliere scholen zijn die niet door de staat worden bekostigd. Deze leerplicht gaat in op de eerste dag van de maand die volgt op de vijfde verjaardag en loopt af op het einde van het schooljaar (31 juli) dat het kind 16 jaar wordt. Daarnaast is er voorzien dat de leerplicht ook afloopt wanneer een kind minstens 12 volledige schooljaren naar school is geweest, waarbij een groep overslaan ook als een volledig schooljaar meetelt.

Op de leerplicht zijn er wel een aantal uitzonderingen voorzien:

UitzonderingDuur uitzonderingModaliteiten
Kinderen van 5 jaar waarvoor een volledige schoolweek nog te zwaar is en die tot 5 uur per week thuisblijvenTot de zesde verjaardag
Maximaal 5 uur per week
Melden bij de directeur
Kinderen van 5 jaar waarvoor een volledige schoolweek nog te zwaar is en die langer dan 5 uur per week thuisblijvenTot de zesde verjaardag
Maximaal 10 uur per week
Voor de uren boven de 5 u/week moet de directeur toestemmen. Voor de eerste 5 uur geldt enkel een meldplicht
Geoorloofd schoolverzuim (bv. Joods Paasfeest, huwelijk, begrafenis enz.)Noodzakelijke duurToestemming van de directeur (max. 10 dagen vrij) of de leerplichtambtenaar (> 10 dagen vrij)
Stoornissen of ziekteVrijstelling voor 1 schooljaarVrijstelling aanvragen bij de leerplichtambtenaar en een verklaring van een pedagoog, psycholoog of arts voorleggen (niet de eigen arts)
Vrijstelling richtingsbedenking (er is geen school in de buurt die past bij de manier van leven of het geloof)Vrijstelling voor 1 schooljaarVrijstelling aanvragen bij de leerplichtambtenaar en verklaring afleggen bij de gemeente
Kind gaat in het buitenland naar schoolVrijstelling voor 1 schooljaarElk jaar een vrijstelling aanvragen bij de leerplichtambtenaar en bewijzen dat het kind in het buitenland naar school gaat
Ouders wonen en werken niet op 1 plek (bv. circusartiesten)Onder voorwaarden kan een deel van het jaar een vrijstelling worden toegekendVrijstelling aanvragen bij de leerplichtambtenaar
Vakantie buiten de schoolvakanties (gezinsvakanties zijn niet mogelijk tijdens de schoolvakanties)Max. 1 keer in het schooljaar voor max. 10 dagenToestemming aanvragen bij de directeur

Financiering en studietoeslagen

DUO, de Dienst Uitvoering Onderwijs, heeft verschillende taken waarvan de studiefinanciering en de tussenkomst in de schoolkosten voor veel studenten misschien wel de belangrijkste is. De beslissing van DUO is niet altijd positief. Zo kan DUO bijvoorbeeld een aanvraag afwijzen, een lager bedrag toekennen of zelfs geld terugvorderen. Studenten hoeven echter niet akkoord te gaan met beslissingen van DUO en kunnen bezwaar indienen. Hierbij moeten ze wel rekening houden met een korte bezwaartermijn van zes weken.

Lees meer over de beslissingen en bezwaarmogelijkheden bij DUO.

Bindend studieadvies in het hoger onderwijs (BSA)

Aan het einde van het eerste studiejaar moet de universiteit of de hogeschool een advies uitbrengen of de opleiding verder kan worden gevolgd. Dit advies is bindend. Bij een negatief advies wil dat dan ook zeggen dat de student de opleiding moet stopzetten. Universiteiten en hogescholen moeten daarbij wel rekening houden met allerlei regels. Zo worden bijvoorbeeld persoonlijke omstandigheden in rekening gebracht. Wanneer een student niet akkoord is met het bindend studieadvies is het ten slotte mogelijk om hier bezwaar tegen aan te tekenen.

Lees meer over het bindend studieadvies in het hoger onderwijs en de bezwaarmogelijkheden.

Huurrecht

Veel studenten huren een kamer of een (onzelfstandige) woonruimte wanneer ze aan een universiteit of hogeschool studeren. Ze hebben andere belangen dan andere particuliere huurders. De wetgever erkent deze belangen en heeft voor de studenten allerlei uitzonderingen voorzien. Een voorbeeld daarvan is een campuscontract, waarbij de duur van de huurperiode afhankelijk wordt gesteld van het al dan niet ingeschreven zijn voor een opleiding.

Lees er meer over op onze pagina over het huurrecht.

Veelgestelde vragen over het onderwijsrecht

  • Zijn de aansprakelijkheidsregels voor studenten gunstiger?

Het klopt dat een onrechtmatige daad niet aan een kind met een jeugdige leeftijd kan worden aangerekend. Die grens wordt op de leeftijd van 14 jaar gelegd. Dat wil echter niet zeggen dat niemand aansprakelijk is, want de ouders zijn dat dan gewoon in de plaats van het kind. Jeugdige kinderen zijn jong en onbezonnen, maar ouders moeten per slot van rekening toezien op een goede opvoeding. In de praktijk is een goede aansprakelijkheids- en rechtsbijstandverzekering een goed idee.

  • Zijn er extra verzekeringen nodig voor een student die in een kamer verblijft?

Eenmaal een student naar de studentenstad trekt, is het inderdaad nodig om de verzekeringen opnieuw te bekijken. Een rechtsbijstandsverzekering met huurdekking is bijvoorbeeld belangrijk, net zoals een inboedelverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering. Een zorgverzekering is natuurlijk eveneens verplicht vanaf de achttiende verjaardag. Deze verzekeringen kunnen nog vrij worden aangevuld, bijvoorbeeld met een ongevallenverzekering of een reisverzekering voor de buitenlandse stages.

  • Blijft een meerderjarige student soms onder de verzekering van de ouders vallen?

Meestal is dat niet het geval. Vanaf de 18de verjaardag is de student bijvoorbeeld niet meer gratis meeverzekerd via de zorgverzekering van de ouders. Bij een aantal andere verzekeringen geldt wel dat een student gedurende de periode van de studies, in principe beperkt tot de leeftijd van 27 jaar, nog onder de verzekering van de ouders blijft vallen. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de aansprakelijkheidsverzekering en de doorlopende reisverzekering.

  • Zijn er bijzondere regels voor de aansprakelijkheid van studentenverenigingen?

In principe is iedereen aansprakelijk voor het eigen gedrag. Toch kan er ook sprake zijn van groepsaansprakelijkheid. Dan is een iemand die deel uitmaakt van de groep mee aansprakelijk voor de schade die in groepsverband werd aangericht, zelfs wanneer niet kan bewezen worden dat die persoon de schade heeft veroorzaakt. Het gedrag van de studentenvereniging moet dan wel ernstig genoeg zijn dat ieder weldenkend persoon de groep had verlaten. In dergelijke gevallen kan de student ook aansprakelijk zijn. Bovendien betalen aansprakelijkheidsverzekeraars zelden uit in zo'n situaties.

  • Is de student aansprakelijk voor schade aan de studentenkamer?

De algemene regel die in het Burgerlijk Wetboek staat, is dat er wordt geacht dat alle schade aan het gehuurde onder de verantwoordelijkheid valt van de huurder. Dat is ook logisch want het is de huurder die de studentenkamer gebruikt. Als er schade aan de studentenkamer optreedt, bijvoorbeeld een gebroken wasbak, is de student in principe ook aansprakelijk.

Bovenstaande is natuurlijk maar een vermoeden. Het is aan de student om het tegendeel te bewijzen. Daarover kan soms wel discussie bestaan. Neem bijvoorbeeld een huurder die het raam op het haakje zet, waarna bij de eerste de beste windvlaag het raam openvliegt en het in de kamer regent. Is de huurder dan nalatig geweest? Of was er een probleem met het raam en had het niet zomaar open mogen waaien? In het tweede geval zou de student de verhuurder kunnen aanspreken en vragen om schade te vergoeden, bijvoorbeeld aan zijn laptop die bij het raam stond. Het zijn vaak feitenkwesties, maar het is wel een wereld van verschil wie aansprakelijk is. Best veel gedoe om een eenvoudig raam, maar het bewijst waarom een rechtsbijstandverzekering zo belangrijk is.

Wanneer er een brand uitbreekt, is de situatie anders. Dan wordt het aansprakelijkheidsvermoeden omgedraaid. Dat wil zeggen dat er het vermoeden is dat de verhuurder, en niet de student, aansprakelijk is. Ook hier geldt dat de verhuurder altijd het tegendeel kan bewijzen, bijvoorbeeld door te bewijzen dat de student in slaap viel met een smeulende peuk. Dat bewijzen is niet eenvoudig en daarom is een goede opstalverzekering aangeraden.

Bij schade aan een studentenkamer geldt de algemene regel dat wie een fout maakt en daardoor schade veroorzaakt, die schade moet betalen. Bovenstaande vermoedens veranderen daar niks aan en kunnen altijd worden weerlegd. Niet alleen tussen de huurder en de student, want ook anderen kunnen aansprakelijk zijn.

Denk bij dat laatste bijvoorbeeld aan vrienden die op een dronken avond op de studentenkamer komen dutten en schade veroorzaken. Zij begingen een fout en de student kan hen aansprakelijk stellen. De student moet dan wel met bewijzen komen. Als de student geen bewijzen heeft, spreekt het vermoeden natuurlijk wel in zijn nadeel en zijn er allicht al enkele vrienden verloren gegaan.

  • Kan ik een onderwijsinstelling aansprakelijk stellen?

Het aantal aansprakelijkheidsclaims tegen onderwijsinstellingen neemt al langer een hoge vlucht. Studenten hebben dan ook recht op goed onderwijs. Dat staat zelfs in de Grondwet te lezen. Als een onderwijsinstelling geen goed onderwijs levert en de student daardoor studie-achterstand oploopt, nemen de kosten snel toe. Een studerend kind kost al snel duizenden euro's per jaar. Als een onderwijsinstelling niet aan haar zorgplicht voldoet en de student daardoor schade oploopt, kan de student de onderwijsinstelling aansprakelijk stellen. Schadeclaims houden niet altijd stand, maar in volgende situaties gaf de rechter de student wel gelijk:

  • De onderwijsinstelling voorzag onvoldoende stagebegeleiding en liet de student aanmodderen
  • De onderwijsinstelling had onvoldoende stageplaatsen en daardoor liep de student studievertraging op
  • De onderwijsinstelling sloot de student uit van de school wegens fraude, maar kon de fraude nooit hard maken
  • Een student werd veel te zwaar gesanctioneerd voor een inbreuk op het reglement
  • De onderwijsinstelling liet na om het uitschrijven te adviseren aan een thuiszittende student met psychische problemen
  • Ik werd het slachtoffer van een ongeval en ben hierdoor een schooljaar verloren. Kan ik daarvoor schade claimen?

Niet alleen onderwijsinstellingen kunnen verantwoordelijk zijn voor schade door studievertraging. Stel bijvoorbeeld dat een student wordt aangereden door een spookrijder. De student belandt in het ziekenhuis en kan daardoor de studies niet hervatten. Naast alle andere kostenposten kan de student ook een schadevergoeding vragen voor de studievertraging. De Letselschade Richtlijn Studievertraging geeft richtbedragen mee op basis van één jaar studievertraging. De Letselschade Richtlijn Studievertraging wordt elk jaar vernieuwd.

 Normbedragen in 2020Normbedragen in 2019Normbedragen in 2018
Basisschool€ 6.300€ 6.125€ 6.025
Vmbo en lbo€ 14.475€ 14.125€ 13.850
Havo, mbo en vwo€ 17.625€ 17.175€ 16.850
Hbo en wo€ 21.400€ 20.875€ 20.450
  • Zijn de bedragen uit de Letselschade Richtlijn Studievertraging bindend?

Neen. Rechters kunnen er perfect van afwijken als blijkt dat de schade hoger is. Toch wordt er veel belang gehecht aan deze normbedragen. Voor verzekeraars is het ook handig om op basis van duidelijke normbedragen schadeclaims af te handelen.