Skip to contentWA.nl logo
WA.nl logo
Geen resultaten
    WA.nl logo
    Geen resultaten

      Vreemdelingenrecht

      Het vreemdelingenrecht is de rechtstak die zich bezighoudt met de instroom van vreemdelingen. Niet iedere vreemdeling mag zomaar in Nederland komen wonen, leven en werken. Vooral voor niet-Europese vreemdelingen zijn er talrijke regels waar ze rekening mee dienen te houden. Het vreemdelingenrecht heeft echter niet alleen betrekking op de toelating van dergelijke vreemdelingen, maar ook op hun verblijf, het verkrijgen van het Nederlanderschap en hun eventuele verwijdering. Het vreemdelingenrecht wordt traditioneel onderverdeeld in het reguliere vreemdelingenrecht en het asielrecht.

        Rechtmatig in Nederland verblijven

        Het vreemdelingenrecht regelt wanneer en onder welke voorwaarden een vreemdeling in Nederland mag verblijven. Hierbij zijn er 13 vreemdelingencategorieën die aangeven wanneer iemand rechtmatig in Nederland kan verblijven. Wanneer een vreemdeling niet onder een van deze categorieën valt, mag hij niet in Nederland verblijven. Wanneer hij al in Nederland verblijft, moet hij het land verlaten.

        1. De vreemdeling heeft een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd

        2. De vreemdeling heeft een reguliere verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd

        3. De vreemdeling heeft een asielverblijfsvergunning voor bepaalde tijd

        4. De vreemdeling heeft een asielverblijfsvergunning voor onbepaalde tijd

        5. De vreemdeling is een onderdaan van de Europese Unie

        6. De vreemdeling heeft de toestemming gekregen om in Nederland te verblijven in afwachting van zijn aanvraag tot een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (asiel of regulier)

        7. De vreemdeling heeft de toestemming gekregen om in Nederland te verblijven in afwachting van zijn aanvraag tot een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel of regulier)

        8. De vreemdeling heeft de toestemming gekregen om in Nederland te verblijven in afwachting van een beslissing op een bezwaar- of beroepschrift

        9. De vreemdeling verblijft in het kader van de vrije termijnen in Nederland, bijvoorbeeld als toerist of om een begrafenis van een familielid bij te wonen

        10. De vreemdeling heeft aangifte gedaan van mensenhandel en kan gedurende de bedenktermijn in Nederland verblijven

        11. Door medische redenen is het niet mogelijk om de vreemdeling uit te zetten

        12. De vreemdeling is een Turkse onderdaan en heeft op grond van het Associatiebesluit 1/80 het recht om in Nederland te verblijven (recht op nieuwe arbeidsvergunningen na voldoende legale arbeid)

        13. De vreemdeling heeft aangegeven om een asielaanvraag voor bepaalde tijd in te dienen, heeft daarvoor een termijn opgelegd gekregen en blijft in Nederland aanwezig voor de indiening van zijn asielaanvraag

        Wie rechtmatig in Nederland verblijft, opent naast het verblijfsrecht een aantal andere rechten. Deze rechten zijn niet zomaar even ruim als deze van Nederlandse staatsburgers. Zo kan het bijvoorbeeld dat een vreemdeling wel toestemming heeft om voor een bepaalde tijd in Nederland te verblijven voor zijn studies, maar niet om hier arbeid te verrichten.

        Bezwaar tegen een afwijzing of intrekking

        Het verkrijgen van een verblijfsvergunning is vaak heel ingewikkeld en heeft tegelijkertijd verregaande gevolgen voor het gezin. Daarom is het belangrijk om een beroep te doen op een deskundige advocaat. Dit is des te meer het geval wanneer een aanvraag werd afgewezen. Vaak wordt dit gedekt door de rechtsbijstandverzekering of komt de vreemdeling in aanmerking voor de gesubsidieerde rechtsbijstand.

        Er kan bezwaar worden ingediend met een bezwaarschrift. Hiervoor geldt een termijn van vier weken. Later kan er nog een beroep worden ingediend bij de bestuursrechter. De bestuursrechter zal echter vooral nagaan of de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) de wetten en procedurevoorschriften goed heeft toegepast. Een vormfout kan dus niet altijd ongedaan worden gemaakt.

        Onrechtmatig verblijf in Nederland

        Wie onrechtmatig in Nederland verblijft, moet in principe op eigen initiatief en op eigen kosten het land verlaten. Wie dat niet doet, kan door de Koninklijke Marechaussee uit het land worden gezet.

        Wie rechtmatig in Nederland verblijft, heeft recht op uitkeringen en voorzieningen. Wanneer iemand illegaal in Nederland verblijft, is dit in principe niet het geval. De reden hiervoor is dat Nederland het illegaal verblijf niet wil financieren en wil voorkomen dat ze een sterke rechtspositie uitbouwen. Wie niet rechtmatig in Nederland verblijft, heeft dan ook geen recht op bijstand, kinderbijslag, huurtoeslag en soortgelijke voorzieningen en uitkeringen. Toch zijn er ook uitzonderingen op deze regel. Zo hebben kinderen wel gewoon recht op onderwijs, de door de overheid gefinancierde rechtsbijstand en noodzakelijke medische zorg.

        Bijzondere plaats van kinderen in het vreemdelingenrecht

        Bij het behandelen van verblijfsaanvragen schenkt de IND extra aandacht aan de situatie van kinderen. Hier speelt per slot van rekening ook het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind een rol. Dit verdrag geeft aan dat de belangen van het kind uitdrukkelijk betrokken moeten worden bij het behandelen van een asielaanvraag. Dit wil echter nog niet zeggen dat de IND elke aanvraag waarbij een kind betrokken is zomaar moet goedkeuren, maar enkel dat het op een eerlijke manier een balans moet vinden tussen het belang van het kind en de andere belangen. Hierbij zal het kinderen vanaf hun 15de jaar ook zelfstandig horen. Kinderen tussen 12 en 15 jaar worden alleen gehoord als daar aanleiding voor is of als zij daar nadrukkelijk om verzoeken.

        Het kan echter ook dat vreemdelingen in Nederland een kind krijgt. Dit kind krijgt niet automatisch de Nederlandse nationaliteit omdat de ouders evenmin de Nederlandse nationaliteit hebben (zie verder). In dat geval heeft het kind hoe dan ook nog geen verblijfsvergunning en moet er ook voor het kind een verblijfsvergunning worden aangevraagd. Hieraan zijn er een aantal voorwaarden verbonden:

        • Het kind moet feitelijk tot het gezin van de vreemdeling behoren

        • De vreemdeling en het kind moeten sinds de geboorte hun hoofdverblijf in Nederland hebben gehad

        • De vreemdeling moet vanaf de geboorte een geldige verblijfsvergunning hebben of na de geboorte zijn genaturaliseerd

        • De vreemdeling moet verklaren dat hij of zij de referent is voor het kind (met rechten en plichten t.o.v. het kind)

        Wanneer er aan bovenstaande voorwaarden is voldaan, zal de IND de aanvraag in principe niet afwijzen. Hierop gelden wel uitzonderingen. Zo is de Associatieovereenkomst (zie eerder) ook van toepassing op Turkse gezinsleden en is het voor hen eenvoudiger om een verblijfsvergunning te krijgen.

        Nederlanderschap verkrijgen

        Nederlanderschap houdt in dat iemand over de Nederlandse nationaliteit beschikt. Deze personen kunnen dan een Nederlandse identiteitskaart aanvragen en beschikken over alle rechten en plichten die aan de Nederlandse nationaliteit verbonden zijn. Er zijn verschillende manieren waarop iemand de Nederlandse nationaliteit kan verkrijgen.

        Nederlanderschap van rechtswege

        De eenvoudigste manier is deze van rechtswege, bijvoorbeeld wanneer iemand geboren is uit een Nederlandse vader of moeder. Zij verkrijgen automatisch de Nederlandse nationaliteit en hoeven hier verder niks voor te doen. Het maakt daarbij ook niet uit of ze Nederlands kunnen spreken of enige feeling hebben met Nederland.

        Ook de derde generatie kinderen van migranten en vondelingen die in Nederland worden gevonden, kunnen zo de Nederlandse nationaliteit verkrijgen. Ook zij krijgen de Nederlandse nationaliteit automatisch en vanaf de geboorte.

        Nederlanderschap door optie

        Een tweede manier is het Nederlanderschap door optie. Hierbij legt een vreemdeling een schriftelijke verklaring neer bij de burgemeester waarin hij aangeeft dat hij het Nederlanderschap wil verkrijgen. Niet alle vreemdelingen komen in aanmerking voor het Nederlanderschap door optie. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet men onder een van onderstaande categorieën vallen:

        • De vreemdeling is in het Koninkrijk der Nederlanden (Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten) geboren, woont er sinds de geboorte en heeft op het moment van de aanvraag een geldige verblijfsvergunning

        • De vreemdeling is in het Koninkrijk der Nederlanden geboren, heeft er minstens drie jaar onafgebroken en met een geldige verblijfsvergunning gewoond en is sinds de geboorte staatloos

        • De vreemdeling is minderjarig, door een Nederlander erkend en is minstens drie jaar onafgebroken door deze Nederlander verzorgd en opgevoed

        • De vreemdeling is meerderjarig, woont sinds de vierjarige leeftijd in het Koninkrijk der Nederlanden en had sindsdien altijd een geldige verblijfsvergunning

        • De vreemdeling is meerderjarig, oud-Nederlander en woont minimaal één jaar in het Koninkrijk der Nederlanden. In dit jaar heeft de vreemdeling een geldige verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd gehad of een geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met een niet-tijdelijk doel

        • De vreemdeling heeft minstens drie jaar onafgebroken een geregistreerd partnerschap met een en dezelfde Nederlander of is minstens drie jaar getrouwd met een en dezelfde Nederlander. Daarnaast woont de vreemdeling al minstens 15 jaar onafgebroken en met een geldige verblijfsvergunning in het Koninkrijk der Nederlanden

        • De vreemdeling is minstens 65 jaar oud en woont minstens 15 jaar onafgebroken en met een geldige verblijfsvergunning in het Koninkrijk der Nederlanden

        • De vreemdeling is voor 1985 uit een Nederlandse moeder geboren, ongeacht de nationaliteit van de vader op het moment van de geboorte

        • De vreemdeling is voor 1985 door een Nederlandse vrouw geadopteerd en de adoptie is ook uitgesproken door een rechtbank in het Koninkrijk der Nederlanden

        • De vreemdeling is minderjarig, woont niet in het land waarvan hij of zij de nationaliteit heeft en staat onder het gezamenlijk gezag van een Nederlander en een niet-Nederlandse moeder of vader. Sinds het instellen van dit gezag is de vreemdeling minstens drie jaar door deze Nederlander opgevoed

        • De vreemdeling is voor 1985 gehuwd met een niet-Nederlandse man en is daar toen de Nederlandse nationaliteit door verloren. Binnen één jaar na het einde van dat huwelijk kan deze vreemdeling een optieverklaring afleggen om, ongeacht de woonplaats, opnieuw de Nederlandse nationaliteit te verkrijgen

        Daarnaast gelden er nog een aantal extra voorwaarden. Zo moet de vreemdeling zijn identiteit en nationaliteit kunnen bewijzen, mag hij geen gevaar vormen voor de nationale veiligheid of de openbare veiligheid en moet hij een verklaring van verbondenheid afleggen. Ten slotte kunnen er ook extra eisen gelden. Wie een optie aanvraagt omdat hij of zij vanaf de vierjarige leeftijd in Nederland woont, moet bijvoorbeeld verplicht afstand doen van de oorspronkelijke nationaliteit.

        Nederlanderschap door naturalisatie

        Ten slotte is het ook mogelijk om tot Nederlander genaturaliseerd te worden. Daarvoor gelden een aantal bijzondere voorwaarden:

        • De vreemdeling moet meerderjarig zijn (maar kinderen kunnen wel mee-genaturaliseerd worden met hun ouder)

        • Er mogen geen bedenkingen zijn tegen het verblijf voor onbepaalde tijd

        • De vreemdeling moet over een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd beschikken

        • De vreemdeling moet minstens vijf jaar voorafgaand aan het naturalisatieverzoek zijn hoofdverblijfplaats in Nederland hebben gehad

        • De vreemdeling moet zijn ingeburgerd in de Nederlandse samenleving

        • De vreemdeling moet van zijn oude nationaliteit afstand doen.

        Ingeburgerd zijn in de Nederlandse samenleving

        Wie Nederlander wil worden door naturalisatie is in de praktijk verplicht om een inburgeringscursus af te leggen. Bij de inburgeringscursus leert men Nederlands en daarnaast ook meer over het werken en wonen in Nederland. Nadien wordt er een inburgeringsexamen afgelegd dat bestaat uit verschillende onderdelen, zoals ONA (Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt), lezen, luisteren, schrijven, spreken en kennis van de Nederlandse maatschappij. Wie slaagt voor dit examen is ingeburgerd.

        De Sociale Dienst biedt de lessen en het examen aan geestelijke bedienaren en inburgeringsplichtige asielzoekers aan. Zij hoeven enkel een beperkte eigen bijdrage te betalen. Anderen moeten zelf hun lessen en examens betalen. Zij kunnen eventueel wel een beroep doen op het sociaal leenstelsel.

        Op deze verplichte inburgeringscursus bestaan er wel een aantal uitzonderingen. Zo is men niet inburgeringsplichtig wanneer men jonger is dan 16 jaar of ouder is dan 65 jaar. Ook voor wie minstens acht jaar in Nederland verbleef tijdens de periode van leerplichtigheid geldt de verplichting niet.

        Uitzondering op de verplichting om afstand te doen van de oude nationaliteit

        De verplichting om afstand te doen van de oude nationaliteit is niet van toepassing wanneer dit niet mogelijk is of wanneer men een erkend vluchteling is. Wie de Marokkaanse nationaliteit heeft, kan hier bijvoorbeeld enkel afstand van doen met toestemming van de Marokkaanse koning. Deze toestemming wordt in de praktijk nooit verleend. De koning oordeelt dat men Marokkaan is voor het leven en erkent een afstand van de oude nationaliteit niet. In zo'n geval vereist Nederland dan ook niet dat er afstand wordt gedaan van deze oude nationaliteit.

        Gevolgen van het Nederlanderschap

        Wanneer iemand Nederlander is geworden, heeft dit een aantal gevolgen. In de eerste plaats is men nu juridisch geen vreemdeling meer. Hierdoor moet men mogelijk het vreemdelingenpaspoort of het vluchtelingenpaspoort inleveren. Anderzijds verkrijgt men net dezelfde rechten als andere Nederlanders. Zo mag de kersverse Nederlander vanaf nu altijd weer terug naar Nederland, zelfs na een lang verblijf in het buitenland. Ook wordt men nu een EU-onderdaan, krijgt men een Nederlands paspoort, mag men stemmen voor de landelijke, provinciale en Europese verkiezingen, kan de Nederlander in een aantal afgeschermde functies benoemd worden (bv. politiebeambte of militair) et cetera.

        Verlies van het Nederlanderschap

        Wanneer een andere nationaliteit wordt verkregen, verliest men de Nederlandse nationaliteit. Daarnaast kan men de Nederlandse nationaliteit verliezen wanneer er voor de verkrijging ervan valse verklaringen werden afgelegd of als er bedrog werd gepleegd. Ook het verzwijgen van belangrijke feiten kan het verlies van het Nederlanderschap inluiden.

        Bovendien kan het Nederlanderschap ook worden ingetrokken. Dit is het geval wanneer iemand onherroepelijk veroordeeld is voor het begaan van een zeer ernstig misdrijf zoals terrorisme. De voorlopige hechtenis volstaat daarbij niet. Bovendien kan dit enkel wanneer men vervolgens niet staatloos wordt.

        Ten slotte kan het Nederlanderschap verloren worden wanneer de familierechtelijke band waaraan het Nederlanderschap werd ontleed, verloren gaat.

        Asielrecht in Nederland

        Vreemdelingen die van buiten de Europese Unie afkomstig zijn, hebben het recht om in Nederland asiel aan te vragen. Op dat moment krijgen ze een verblijfsvergunning. De voorwaarde is wel dat ze kunnen aantonen dat ze bescherming nodig hebben. Het hoeft daarbij niet te gaan om hard bewijs en een asielzoeker krijgt meestal het voordeel van de twijfel.

        Er zijn verschillende redenen mogelijk waarom iemand bescherming nodig zou hebben. Oorlog in zijn thuisland is daar een voornaam voorbeeld van, maar het kan bijvoorbeeld ook gaan om iemand die bescherming nodig heeft tegen het politieke regime dat geen oppositie duldt of om iemand die een gevaar loopt omwille van zijn religie, geaardheid, etnische afkomst et cetera. Wanneer de IND oordeelt dat er geen bescherming nodig is, zal het de asielaanvraag afwijzen. De vreemdeling dient dan het land te verlaten.

        Er moet steeds rekening worden gehouden met de zogenaamde Dublinverordening. Deze verordening geeft aan welk Europees land verantwoordelijk is voor het behandelen van een asielverzoek. Elk land waar het asielverzoek wordt ingediend, moet bepalen welk land volgens de Dublinverordening bevoegd is. Het kan dus dat de asielaanvraag in Nederland wordt ingediend, maar dat Nederland de aanvraag doorverwijst naar een ander Europees land.

        In principe is het zo dat het land waar de asielzoeker illegaal is aangekomen ook verantwoordelijk. Hierop bestaan wel allerlei uitzonderingen. Een voorbeeld daarvan is de humanitaire clausule waarbij een lidstaat vrijwillig kan beslissen om een asielverzoek naar zich toe te trekken bij uitzonderlijke gevallen van humanitaire aard. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer er in Nederland materiaal is voor de noodzakelijke medische behandeling en in het andere land niet.

        Richtlijn Tijdelijke Bescherming van de Europese Unie

        In maart 2022 heeft de Europese Raad het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 vastgesteld. Dit uitvoeringsbesluit biedt een tijdelijke bescherming in de Europese Unie voor bepaalde personen die vluchten voor de oorlog in Oekraïne. Op basis van deze tijdelijke regeling krijgen bepaalde mensen recht op medische zorg, opvang, onderwijs en werk in Nederland. De regeling geldt voor de volgende personen:

        • Mensen met de Oekraïense nationaliteit die na 26 november 2021 uit Oekraïne zijn gereisd

        • Mensen die voor 27 november 2021 uit Oekraïne zijn gereisd, die kunnen bewijzen dat ze toen in Nederland waren en die gedurende een lange tijd in Nederland waren omdat ze asiel of een verblijfsvergunning hadden aangevraagd.

        • Mensen zonder de Oekraïense nationaliteit die op 23 februari 2022 een door Oekraïne erkende vluchteling waren of die een geldige Oekraïense verblijfsvergunning hadden.

        • Gezinsleden van iemand die onder de regeling valt: (i) partner met een duurzame relatie, (ii) kind jonger dan 18 jaar die niet is getrouwd en (iii) familielid die samenwoont met het gezin en die (grotendeels) afhankelijk is van het gezin.

        De mensen die onder deze regeling vallen, kunnen zich bij de gemeente in het BRP (Basisregistratie Personen) laten inschrijven. Voor deze inschrijving heeft de gemeente een geldig identiteitsbewijs nodig. Voor wie niet over de Oekraïense nationaliteit beschikt, is een Oekraïense verblijfsvergunning die geldig was op 23 februari 2022 voor te leggen. Mensen die omwille van de omstandigheden geen bewijs van nationaliteit kunnen voorleggen, dienen contact op te nemen met de Oekraïense ambassade. Nadat de inschrijving in de BRP in orde is, mag men in Nederland verblijven en werken zonder een tewerkstellingsvergunning.

        Veelgestelde vragen over het vreemdelingenrecht

        Wie is een vreemdeling?

        Vreemdelingen zijn mensen die niet over de Nederlandse nationaliteit beschikken of over een nationaliteit die daarmee wordt gelijkgesteld en die naar Nederland migreren. Ook een Belg of een Duitser is met andere woorden een vreemdeling. Hierop zijn er echter uitzonderingen mogelijk. Een voorbeeld daarvan is de wet betreffende de positie van Molukkers. De Molukkers die in Nederland verblijven worden gelijkgesteld met Nederlandse staatsburgers, terwijl zij vaak stateloos zijn of over de Indonesische nationaliteit beschikken. Deze gelijkstelling is echter beperkt. Zo kunnen ze bijvoorbeeld niet meedoen aan verkiezingen.

        Hoe verloopt het aanvraagproces voor Nederlanderschap door optie?

        In de eerste plaats legt de vreemdeling de optieverklaring af in de gemeente waar hij woont. Hij dient er ook een formulier in te vullen waarin hij aangeeft dat hij tijdens de naturalisatieceremonie de verklaring van verbondenheid zal afleggen. Vervolgens dient de vreemdeling het leges te betalen. Per 2021 bedraagt het leges voor een optieverzoek voor één persoon 196 euro en bij een verzoek samen met de partner 335 euro. Dit geld wordt niet teruggegeven, ongeacht de uitkomst van de aanvraag. In de volgende fase zal de gemeente een beslissing nemen. Als deze negatief is, kan de vreemdeling hier bezwaar tegen maken. Bij een positieve beslissing krijgt de vreemdeling dan weer een uitnodiging om deel te nemen aan de naturalisatieceremonie. De gemeente zal een naturalisatieceremonie organiseren. De vreemdeling is verplicht om naar de naturalisatieceremonie te gaan en dit binnen één jaar na de positieve beslissing. Tijdens deze ceremonie krijgt de vreemdeling uitgebreid te horen wat de Nederlandse nationaliteit nu net betekent. Vervolgens moet de vreemdeling de verklaring van verbondenheid afleggen. Deze verklaring luidt: “Ik zweer dat ik de grondwettelijke orde van het Koninkrijk der Nederlanden, haar vrijheden en rechten respecteer en zweer de plichten die het staatsburgerschap met zich meebrengt getrouw te vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig.” Wanneer iemand niet gelooft in God, mag hij de verklaring ook bevestigen door in de plaats van de laatste zin de woorden “dat verklaar en beloof ik” uit te spreken.

        Hoe verloopt de bezwaarprocedure bij een afgewezen aanvraag tot Nederlanderschap?

        In de eerste plaats dient de vreemdeling een bezwaarschrift in te dienen. Dit mag de vreemdeling zelf doen, maar hij kan het ook aan een advocaat overlaten. Na de ontvangst van het bezwaarschrift volgt er een beslissing. Als deze beslissing positief is, wordt de vreemdeling Nederlander. Als deze beslissing negatief is, kan er altijd nog naar de rechter worden gestapt.

        Hoe teken ik bezwaar aan bij conflicten over de inburgeringsplicht?

        Eerst moet er bezwaar worden aangetekend. Wanneer dit bezwaar wordt afgewezen, kan er een beroepschrift worden ingediend bij de rechtbank. Dit beroepschrift moet binnen de zes weken na de afwijzing door de rechtbank worden ontvangen. Het bestuursorgaan zal nu de opdracht krijgen om een verweerschrift te schrijven. Ook de vreemdeling kan aanvullende stukken indienen, zoals een reactie op dit verweerschrift. Er zal nadien een zitting plaatsvinden, behalve wanneer de rechter voor een vereenvoudigde behandeling kiest of wanneer de rechter de stukken zo duidelijk vindt dat er geen zitting nodig is en de partijen hiermee akkoord zijn. De vreemdeling is niet verplicht om aanwezig te zijn op de zitting, maar indien hij aanwezig is, kan hij wel een mondelinge toelichting geven. Binnen een termijn van zes weken zal de rechter een uitspraak doen. Soms zal de rechter laten weten dat hij meer tijd nodig heeft. Als de rechter in het voordeel van de vreemdeling spreekt, kan hij zelf een nieuw besluit nemen of beslissen dat er een nieuw besluit moet worden genomen. Binnen een termijn van zes weken kan de vreemdeling in hoger beroep gaan bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hiertegen kan soms ook een beroep worden ingesteld bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Een advocaat zal de vreemdeling toelichten in welke mate hier slagingskansen zijn.

        Wat als ik een beroepsprocedure over de inburgeringsplicht niet kan betalen?

        Dan is het misschien mogelijk om een subsidie van de Raad voor Rechtsbijstand te ontvangen. Hierbij is er altijd sprake van een eigen bijdrage. Deze eigen bijdrage is afhankelijk van het eigen vermogen en het inkomen.

        Hoe kan ik in Nederland trouwen met een buitenlander?

        Het is mogelijk om met een buitenlander te trouwen in Nederland. In dat geval moet er wel een verklaring worden afgelegd dat het niet gaat om een schijnhuwelijk. Dat wil zeggen dat de Nederlander aangeeft dat hij of zij niet gewoon huwt om de buitenlander een verblijfsvergunning te bezorgen. Daarnaast moet er ook een verklaring omtrent het verblijfsrecht worden afgeleverd. De buitenlander dient dan weer over een verblijfsvergunning te beschikken. Het is mogelijk om een verblijfsvergunning te krijgen om naar de partner te komen. In principe gaat het om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Hiervoor gelden bijzondere voorwaarden. Zo moet de Nederlander voldoende inkomsten hebben om in het levensonderhoud van de vreemdeling te voorzien. De vreemdeling moet dan weer het basisexamen inburgering hebben gehaald. In sommige gevallen geldt er ook een mvv-vrijstelling. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de partner de Nieuw-Zeelandse, Monegaskische, Japanse, Canadese, Vaticaanse of Amerikaanse nationaliteit heeft.