EN

Aansprakelijkheid bij dienstongeval politie

Politiemedewerkers lopen tijdens hun werk risico’s die voor veel andere werknemers uitzonderlijk zijn. Zij kunnen gewond raken bij een aanhouding, achtervolging, spoedrit, schietincident, training of confrontatie met geweld. Ook psychische klachten kunnen door het politiewerk ontstaan, bijvoorbeeld na herhaalde blootstelling aan ernstige ongevallen, kinderleed, suïcides, bedreigingen of geweld. Wanneer hierdoor schade ontstaat, rijst de vraag of sprake is van een dienstongeval, beroepsincident, beroepsziekte of beroepsgerelateerde gezondheidsklacht.

Sinds 1 april 2025 is de schadeafwikkeling voor politiemedewerkers ingrijpend gewijzigd. De nadruk ligt niet meer alleen op juridische erkenning van een dienstongeval of beroepsziekte, maar op snelle ondersteuning, herstel, re-integratie en vergoeding van schade die door het werk is veroorzaakt. Toch blijven de oude begrippen belangrijk, omdat ze nog steeds terugkomen in oudere dossiers, rechtspraak, interne besluiten en veelgestelde vragen.

Op deze pagina over de aansprakelijkheid bij een politie dienstongeval:

    Twee politieagenten in fluohesjes observeren een openbaar plein met posters en mensen in de buurt, inclusief een Palestijnse vlag.

    Wat is een dienstongeval bij de politie (oude stelsel)?

    De term dienstongeval is vooral belangrijk bij oudere dossiers en bij besluiten die vóór het nieuwe stelsel zijn genomen. Een dienstongeval is in de klassieke betekenis een ongeval dat in overwegende mate samenhangt met het politiewerk of met de bijzondere omstandigheden waaronder dat werk moest worden uitgevoerd. Het gaat dus niet alleen om de vraag of het ongeval tijdens de werktijd gebeurde. Ook moet worden gekeken naar de aard van de opdracht, de werksituatie, de risico’s van het politiewerk en de vraag of het ongeval niet vooral is veroorzaakt door de schuld of onvoorzichtigheid van de politiemedewerker. Voorbeelden van mogelijke dienstongevallen zijn:

    • Een agent die gewond raakt bij een aanhouding;

    • Een motorrijder die valt tijdens een dienstgerelateerde oefening;

    • Een politiemedewerker die letsel oploopt tijdens een IBT-training;

    • Een agent die betrokken raakt bij een verkeersongeval tijdens de diensttijd;

    • Letsel door geweld van een verdachte.

    De beoordeling gebeurt altijd feitelijk: een eenvoudige val in een kantoorruimte wordt anders beoordeeld dan letsel tijdens het onder controle brengen van een agressieve verdachte.

    BegripBetekenisVoorbeeld bij de politie
    DienstongevalEen ongeval dat in overwegende mate samenhangt met het politiewerk of de bijzondere werkomstandigheden.Letsel bij een aanhouding, val tijdens diensttraining of ongeval tijdens dienstverplaatsing.
    BeroepsincidentEen dienstongeval of beroepsziekte door een gevaarzettende situatie die rechtstreeks verband houdt met de politietaak en waaraan de medewerker zich niet kan onttrekken.Geweld door een verdachte, bewapende confrontatie, zwaar vuurwerk, ingereden worden door een voertuig.
    BeroepsziekteEen ziekte die in overwegende mate door het werk of de arbeidsomstandigheden is veroorzaakt.PTSS door herhaalde traumatische incidenten of langdurige blootstelling aan ernstige gebeurtenissen.

    Is een dienstongeval hetzelfde als aansprakelijkheid?

    Een belangrijk misverstand is dat een erkenning als dienstongeval automatisch betekent dat de politie aansprakelijkheid erkent voor alle schade. Dat is niet zo. Onder het oude stelsel gaf erkenning als dienstongeval vooral toegang tot bepaalde rechtspositionele voorzieningen. Voor aanvullende schade, ook wel restschade genoemd, moest vaak afzonderlijk worden beoordeeld of de werkgever aansprakelijk was of dat er een andere grondslag voor vergoeding bestond.

    Dat onderscheid komt duidelijk terug in de rechtspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde in het verleden bijvoorbeeld dat een ongeval tijdens een biketraining wel als dienstongeval kan zijn erkend, maar dat dit nog niet automatisch leidt tot vergoeding van alle restschade. In die zaak kwam de Raad tot het oordeel dat voldoende instructie was gegeven en dat het ongeval vooral voortkwam uit een verkeerd uitgevoerd remmanoeuvre. De korpschef hoefde daarom de restschade niet te vergoeden.

    De actuele regeling (zie verder) maakt ondersteuning en vergoeding dan wel laagdrempeliger, maar de schade moet nog steeds verband houden met de beroepsgerelateerde gezondheidsklachten.

    Het nieuwe stelsel sinds 1 april 2025

    Sinds 1 april 2025 werkt de politie met een nieuw stelsel voor beroepsgerelateerde gezondheidsklachten. Dat is belangrijk voor politiemedewerkers die schade oplopen door hun werk. De regeling is breder opgezet dan de oude afwikkeling van dienstongevallen, beroepsincidenten en beroepsziekten. De gedachte is dat een medewerker niet eerst jarenlang hoeft te procederen, maar sneller een vergoeding krijgt.

    Centraal staat de vraag of gezondheidsklachten in enige mate of in overwegende mate beroepsgerelateerd zijn. Een politiemedewerker die klachten heeft waarvan hij vermoedt dat ze door het werk komen en die leiden tot schade of verzuim, moet deze zo snel mogelijk melden bij het bevoegd gezag. Op basis van die melding wordt dan beoordeeld of sprake is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten. In de beginfase kan men al aanspraak maken op een vergoeding voor bepaalde schadeposten, zoals medische behandeling, huishoudelijke hulp, extra kinderopvang, verlies aan zelfwerkzaamheid en smartengeld.

    Later in het traject wordt dan gekeken naar de medische eindsituatie. Dat is het moment waarop duidelijker is of herstel nog te verwachten valt of dat sprake is van blijvende beperkingen. Na die beoordeling zal worden vastgesteld of de klachten in overwegende mate beroepsgerelateerd zijn. Dan kunnen ook andere schadeposten in beeld komen, zoals verlies aan verdienvermogen, zorgschade, pensioenschade en overige schade.

    In enige mate of in overwegende mate beroepsgerelateerd

    Het onderscheid tussen “in enige mate” en “in overwegende mate” is belangrijk. “In enige mate” betekent dat er in ieder geval een werkgerelateerde component is, hoe groot of klein dit ook is (“1% of meer”). Dat kan voldoende zijn om in de herstel- en re-integratiefase bepaalde kosten of schadeposten vergoed te krijgen. Het systeem is daarmee laagdrempeliger dan een klassieke aansprakelijkheidsprocedure.

    “In overwegende mate” gaat verder dan dat (“51% of meer”). Dan is het verband met het politiewerk veel groter en kan een ruimere schadevergoeding aan de orde zijn. Dat is vooral belangrijk bij het verkrijgen van een vergoeding voor langdurige arbeidsongeschiktheid, verlies van loopbaanperspectief of ernstige psychische klachten zoals PTSS.

    Dit betekent niet dat elke klacht zonder meer volledig wordt vergoed. Er moet nog steeds een verband zijn tussen de klachten, de beperkingen en het politiewerk. Ook moet de schade voldoende worden onderbouwd. Wel is het nieuwe stelsel duidelijk meer gericht op ondersteuning en afwikkeling dan op een juridische strijd over aansprakelijkheid.

    Welke schade kan in het nieuwe stelsel worden vergoed?

    In het nieuwe stelsel wordt onderscheid gemaakt tussen schade in de herstel- en re-integratiefase en schade die pas later, bij de afronding van het dossier, concreet kan worden vastgesteld. In de eerste fase ligt de nadruk op snelle ondersteuning. Schadeposten die voor vergoeding in aanmerking komen zijn dan onder meer de kosten van gezondheidskundige behandeling en verzorging, huishoudelijke hulp, extra kinderopvang, verlies aan zelfwerkzaamheid en smartengeld. Bij een agent met knieletsel na een aanhouding kan het bijvoorbeeld gaan om fysiotherapie, reiskosten en tijdelijke hulp in huis. Bij PTSS kan het gaan om psychologische behandeling, begeleiding bij re-integratie en praktische ondersteuning om het dagelijks leven weer op orde te krijgen.

    In het afrondende stadium wordt de schade concreter vastgesteld. Dan kunnen ook andere kostenposten worden vergoed, zoals verlies aan verdienvermogen, zorgschade, pensioenschade en schade bij overlijden. Deze fase is vooral belangrijk wanneer duidelijk is dat de klachten blijvend zijn of langdurig invloed hebben op het werk en het inkomen. Denk aan een politiemedewerker die niet meer in de oude functie kan terugkeren, minder uren kan werken of loopbaankansen misloopt door blijvend letsel of psychische klachten.

    De schadevergoeding mag zoals altijd niet hoger zijn dan de werkelijke schade. Ook moeten de kosten verband houden met de beroepsgerelateerde gezondheidsklachten en de beperkingen die daaruit voortvloeien. In de beginfase worden aan de onderbouwing minder zware eisen gesteld, omdat herstel en snelle hulp vooropstaan. In het afrondende stadium moet de schade concreter worden aangetoond, bijvoorbeeld met medische stukken, looninformatie, arbeidsdeskundige rapporten, rekeningen, verklaringen of een schadeberekening.

    Eerste fase: herstel en re-integratieLatere fase: medische eindsituatie en restschade
    Behandeling en verzorging: kosten voor bijvoorbeeld fysiotherapie, psychologische behandeling, specialistische zorg, medicatie of reiskosten naar behandelaren.Verlies aan verdienvermogen: inkomensschade doordat de medewerker minder uren kan werken, een lagere functie krijgt of niet kan terugkeren in executief politiewerk.
    Huishoudelijke hulp: tijdelijke ondersteuning bij schoonmaken, koken, boodschappen of andere huishoudelijke taken.Pensioenschade: schade doordat lagere inkomsten, arbeidsongeschiktheid of een andere functie gevolgen hebben voor de pensioenopbouw.
    Extra kinderopvang: opvangkosten die nodig zijn doordat de medewerker door het letsel of de klachten tijdelijk minder zorgtaken kan opnemen.Loopbaanschade: schade door gemiste promotiekansen, verlies van specialisatie, misgelopen toelagen of verlies van functieperspectief.
    Verlies aan zelfwerkzaamheid: schade doordat de medewerker tijdelijk niet kan klussen, tuinieren, verhuizen of onderhoud aan de woning uitvoeren.Structureel verlies aan zelfwerkzaamheid: blijvende behoefte aan hulp bij klussen, onderhoud, tuinwerk of andere werkzaamheden in en rond de woning.
    Re-integratiekosten: kosten voor begeleiding, aanpassing van werkzaamheden of ondersteuning bij terugkeer naar werk.Zorgschade: kosten voor langdurige zorg, begeleiding, mantelzorg, therapie of ondersteuning in het dagelijks leven.
    Smartengeld: vergoeding voor pijn, psychisch leed, aantasting van de persoon of verlies aan levensvreugde in de eerste fase.Definitief smartengeld: vergoeding die wordt afgestemd op de blijvende ernst, duur en gevolgen van het letsel of de psychische klachten.
    Gezinsondersteuning: praktische hulp of begeleiding wanneer klachten doorwerken in het gezin of de thuissituatie.Overlijdensschade: schade van nabestaanden, zoals kosten van lijkbezorging en verlies van levensonderhoud.
    Snelle schadebeperking: vergoeding is gericht op herstel, rust en het voorkomen van verdere schade.Deskundige bijstand: kosten voor juridische hulp, medisch advies, arbeidsdeskundige beoordeling of schadeberekening.

    De zorgplicht van de politie als werkgever

    De politie heeft als werkgever een zorgplicht tegenover haar medewerkers. Dat betekent dat het werk zo moet worden georganiseerd dat onnodige risico’s zoveel mogelijk worden voorkomen. Bij politiewerk kunnen risico’s nooit helemaal worden uitgesloten. Juist daarom zijn opleiding, instructies, materieel, begeleiding en nazorg zo belangrijk.

    Die zorgplicht ziet onder meer op:

    • Goede opleiding en training;

    • Duidelijke instructies en protocollen;

    • Veilig ingerichte oefeningen;

    • Deugdelijk materieel en beschermingsmiddelen;

    • Voldoende begeleiding bij risicovolle inzet;

    • Aandacht voor bezetting en ondersteuning;

    • Goede nazorg na geweld, schietincidenten, reanimaties, dodelijke ongevallen en andere traumatische gebeurtenissen;

    • Tijdige signalering van psychische overbelasting;

    • Passende re-integratie na uitval.

    De politie is niet aansprakelijk voor elk ongeval. Een aanhouding kan onvoorspelbaar verlopen en een spoedrit blijft risicovol, ook met goede training. De vraag is telkens of de werkgever heeft gedaan wat redelijkerwijs nodig was om bekende en voorzienbare risico’s te beperken. Als instructies ontbreken, materieel ondeugdelijk is, een oefening onveilig is opgezet of nazorg ernstig tekortschiet, kan werkgeversaansprakelijkheid sneller aan de orde zijn.

    Voorbeelden van dienstongevallen bij de politie

    Niet elk incident tijdens politiewerk ziet er hetzelfde uit. Een dienstongeval kan op verschillende manieren en momenten ontstaan, bijvoorbeeld door geweld, een verkeersongeval, een training, een achtervolging of herhaalde blootstelling aan traumatische gebeurtenissen. De beoordeling hangt steeds af van de concrete omstandigheden: wat was de opdracht, welk risico hoorde bij de politietaak, hoe is het incident ontstaan en welke schade is daardoor veroorzaakt? De voorbeelden hieronder laten zien hoe verschillend de juridische beoordeling kan uitpakken.

    Letsel bij aanhouding of geweld door een verdachte

    Bij een aanhouding kan een politieagent schade oplopen doordat de verdachte zich verzet. Dit hangt sterk samen met de politietaak. Denk aan kneuzingen, botbreuken, peesletsel, bijtwonden, letsel door wapens, letsel door duwen of trekken of psychische schade. Bij letsel door een verdachte kan (ook) de veroorzaker zelf aansprakelijk zijn, niet alleen de werkgever. Het slachtoffer – i.e. de politieagent – kan er dan voor kiezen om zich als benadeelde partij in het strafproces te voegen of kan een beroep doen op de voorzieningen voor slachtoffers van geweld. De route via de politie en de route via de dader kunnen naast elkaar bestaan. Wel wordt voorkomen dat dezelfde schade dubbel wordt vergoed. Reeds vergoede schade zal dus worden verrekend.

    Verkeersongeval tijdens dienst of achtervolging

    Politiemedewerkers nemen deel aan het verkeer als onderdeel van hun werk. Denk aan surveillance, een spoedrit, een achtervolging, motorsurveillance, een verplaatsing tussen locaties of een rit naar een melding. Politiewerk kan daarbij een verhoogd verkeersrisico meebrengen, zeker bij hoge snelheid, optische en geluidssignalen, onverwachte manoeuvres of deelname aan het verkeer onder tijdsdruk. Toch betekent een verkeersongeval tijdens dienst niet automatisch dat de politie aansprakelijk is voor alle schade. Bij de beoordeling maakt het uit hoe het ongeval is ontstaan. Is de schade veroorzaakt door een derde verkeersdeelnemer, dan kan die derde of diens WA-verzekeraar aansprakelijk zijn. Gaat het om een eenzijdig ongeval, dan wordt gekeken naar de instructies, rijopleiding, verkeerssituatie, voertuigstaat en het eigen handelen van de politiemedewerker. Bij een ongeval tijdens een opleiding of oefenrit is vooral belangrijk of de oefening veilig was opgezet en of de instructies voldoende duidelijk waren.

    Letsel tijdens IBT-training of opleiding

    IBT-trainingen, weerbaarheidstrainingen en rijopleidingen kunnen eveneens tot letsel leiden. Denk aan een polsletsel bij een armklem, een knieletsel bij een val of een schouderletsel door zelfverdediging. Omdat deze trainingen een essentieel onderdeel zijn van het politiewerk, kan een ongeval tijdens zo’n training als dienstongeval of beroepsgerelateerde gezondheidsklacht worden beoordeeld. Dat betekent echter niet automatisch dat ook sprake is van een beroepsincident.

    Uit recente rechtspraak volgt dat een oefensituatie wel een dienstongeval kan opleveren, maar niet per definitie een gevaarzettende situatie is waaraan de politiemedewerker zich vanwege zijn functie niet kan onttrekken. De concrete inrichting van de oefening is doorslaggevend. Dat wil zeggen dat een aantal vragen moet worden beantwoord. Was de training veilig opgezet? Waren de instructies duidelijk? Was de instructeur gekwalificeerd? Werd rekening gehouden met fysieke klachten of ervaringsniveau? Was het gebruikte materiaal geschikt? En werd een oefening tijdig gestopt toen iemand pijn of problemen aangaf?

    Bij trainingen mag meer voorbereiding worden verwacht dan bij een plotselinge noodsituatie op straat. De politie kan sneller aansprakelijk zijn als een oefening onnodig gevaarlijk is ingericht, als een instructeur of collega te hardhandig optreedt, als waarschuwingen worden genegeerd of als deelnemers onvoldoende worden begeleid. Tegelijk blijft ook hier gelden dat niet elk letsel tijdens een training het gevolg is van een fout.

    PTSS en psychisch letsel door politiewerk

    PTSS en andere psychische klachten bij de politie ontstaan vaak niet door één enkel incident. Veel politiemedewerkers worden herhaaldelijk geconfronteerd met geweld, dodelijke ongevallen, kinderleed, suïcides, ernstige bedreigingen, schietincidenten, reanimaties, huiselijk geweld of langdurig werken onder hoge druk. Zulke ervaringen kunnen zich opstapelen. Klachten kunnen bovendien pas later zichtbaar worden, bijvoorbeeld in de vorm van herbelevingen, nachtmerries, vermijding, prikkelbaarheid, paniek, concentratieproblemen of arbeidsongeschiktheid.

    Het nieuwe stelsel voor beroepsgerelateerde gezondheidsklachten is juist belangrijk voor dit soort psychische klachten. De politiemedewerker hoeft in de eerste fase niet meteen een volledige aansprakelijkheidsprocedure te voeren om ondersteuning te krijgen. Wel blijft medische onderbouwing nodig. In de rechtspraak is bovendien duidelijker geworden dat traumatische gebeurtenissen niet eenvoudig kunnen worden weggewuifd met de redenering dat ze “nu eenmaal bij het werk horen”. Politiewerk brengt risico’s mee, maar dat betekent niet dat elke psychische schade voor rekening van de medewerker blijft. De vraag is of de ervaringen objectief gezien uitzonderlijk en belastend zijn, en of de werkgever voldoende heeft gedaan aan preventie, begeleiding, signalering en nazorg.

    Hoe handelen na een dienstongeval bij de politie?

    Wie letsel of gezondheidsklachten oploopt door politiewerk, doet er goed aan snel en zorgvuldig te handelen. Een goed dossier voorkomt discussie achteraf. Dat geldt bij fysiek letsel, maar zeker ook bij psychische klachten die pas later volledig zichtbaar worden.

    1. Zorg direct voor medische hulp

      Laat lichamelijke klachten zo snel mogelijk beoordelen door een arts, bedrijfsarts, spoedeisende hulp of specialist. Bij psychische klachten is het belangrijk om tijdig contact te zoeken met de huisarts, psycholoog of andere behandelaar. Medische vastlegging is belangrijk voor herstel, maar ook voor de latere beoordeling van causaliteit en schade.

    2. Meld het incident intern

      Meld het ongeval, de geweldssituatie, training of gezondheidsklachten zo snel mogelijk bij de leidinggevende of via de interne procedure. Vraag dat de melding correct wordt geregistreerd, met datum, locatie, dienst, opdracht, betrokken collega’s en toedracht. Bij PTSS of andere psychische klachten is het belangrijk om niet alleen één incident te noemen, maar ook de reeks belastende gebeurtenissen vast te leggen.

    3. Verzamel bewijs en verklaringen

      Noteer wat er is gebeurd, wie erbij was en welke gevolgen direct zichtbaar waren. Vraag collega’s of getuigen om hun waarnemingen vast te leggen of zorg dat hun namen worden genoteerd. Bewaar medische stukken, processen-verbaal, trainingsdocumenten, foto’s, e-mails en correspondentie met de werkgever.

    4. Laat de juiste route beoordelen

      Schakel een expert in en laat beoordelen welke aansprakelijkheidsroute wordt gevolgd. Onder het actuele stelsel is vooral belangrijk of de klachten in enige mate of in overwegende mate verband houden met het politiewerk. Die kwalificatie bepaalt welke schadeposten, voorzieningen en vervolgstappen in beeld komen. Laat zeker ook nagaan of het een optie is om een schadevergoeding te verkrijgen van een betrokken verdachte.

    5. Breng alle schadeposten in kaart

      Maak niet alleen medische kosten inzichtelijk, maar ook reiskosten, huishoudelijke hulp, extra kinderopvang, inkomensverlies, pensioenschade, gemiste carrièrekansen, verlies van zelfwerkzaamheid en smartengeld. Bij PTSS moet ook worden gekeken naar gevolgen voor het gezin, de sociale contacten, nachtrust, belastbaarheid en re-integratie.

    6. Vraag hulp bij discussie over vergoeding

      Als de politie het verband met het werk betwist, schadeposten afwijst of een voorstel onvoldoende is, kan juridische of deskundige hulp nodig zijn. Onder voorwaarden kunnen kosten van juridische bijstand en extern medisch, arbeidsdeskundig of rekenkundig advies voor vergoeding in aanmerking komen. Bij vastgelopen restschadedossiers kan ook een adviesroute via de CARAP relevant zijn.

    CARAP bij restschade

    CARAP staat voor Commissie van Advies Restschade Afwikkeling Politie. Deze commissie kan een rol spelen wanneer een politiemedewerker of oud-politiemedewerker en de korpschef het niet eens worden over restschade na een dienstongeval of beroepsziekte, zoals PTSS. Het voordeel is dat niet elk geschil meteen via een langdurige rechterlijke procedure hoeft te worden uitgevochten.

    Deze commissie kan relevant zijn bij discussie over de hoogte van de restschade, de vraag of iemand onder een bepaalde richtlijn valt of de vraag of een eerder gemaakte afspraak moet worden herzien. De commissie geeft advies aan de korpschef. In de praktijk is dit vooral belangrijk voor dossiers waarin partijen het een en ander wel willen oplossen, maar vastlopen op causaliteit, schadeberekening of de reikwijdte van de vergoeding.

    CARAP vervangt geen medische onderbouwing en neemt ook niet de rol van een belangenbehartiger over. De medewerker moet nog steeds duidelijk maken welke schade hij lijdt en waarom die schade verband houdt met het werk. Wel kan de commissie helpen om een ingewikkeld of vastgelopen dossier weer in beweging te krijgen.

    Aansprakelijkheid van een derde bij politieletsel

    Niet alle schade van een politiemedewerker hoeft uitsluitend via de politie als werkgever te lopen. Soms wordt het letsel veroorzaakt door een verdachte, demonstrant, bestuurder of andere derde. Denk aan mishandeling, bedreiging, een aanrijding, bijtincidenten, vuurwerk of het opzettelijk inrijden op politie. In die situaties kan naast de werkgever ook de derde aansprakelijk zijn.

    Dader, verdachte of verkeersdeelnemer

    Als een verdachte of andere derde letsel veroorzaakt, kan die persoon civielrechtelijk aansprakelijk zijn. Bij geweld tegen politie kan het bijvoorbeeld gaan om schade door te slaan, te schoppen, te steken of te bijten. Bij verkeerssituaties kan een andere bestuurder aansprakelijk zijn voor een aanrijding tijdens surveillance, een spoedrit of een andere dienstverplaatsing. Ook schade door zwaar vuurwerk of het opzettelijk blokkeren of aanvallen van agenten kan onder aansprakelijkheid van een derde vallen. De beoordeling hangt in deze gevallen af van de toedracht en het bewijs. Hoe concreter het verband tussen het handelen van de derde en de schade, des te sterker de positie van de politiemedewerker is.

    Voeging in strafproces

    Als de veroorzaker strafrechtelijk wordt vervolgd, kan de politiemedewerker zich mogelijk voegen als benadeelde partij in het strafproces. Dat kan handig zijn, omdat de schadeclaim dan binnen de strafzaak wordt behandeld. De politiemedewerker hoeft dan niet een afzonderlijke civiele procedure te starten. Dit is vooral nuttig bij duidelijke geweldsincidenten, bedreigingen en mishandelingen. Bij toewijzing kan de strafrechter ook een schadevergoedingsmaatregel opleggen. Dat betekent dat de Staat een rol krijgt bij de inning van de toegewezen schadevergoeding. Voor de politiemedewerker kan dit belangrijk zijn, omdat het verhalen van schade op een veroordeelde verdachte in de praktijk lastig kan zijn. Wel moet de schade voldoende eenvoudig en duidelijk zijn om in het strafproces te kunnen worden behandeld.

    Samenloop met vergoedingen van de politie

    De werkgeverroute en de daderroute kunnen gewoon naast elkaar bestaan, het ene hoeft het andere niet uit te sluiten. Een politiemedewerker kan dus ondersteuning of vergoeding krijgen via de politie en tegelijk schade verhalen op een verdachte, verkeersdeelnemer of andere derde. Ook het verkrijgen van een vergoeding via de verzekeraar blijft mogelijk. Het uitgangspunt is wel dat dezelfde schade niet dubbel wordt vergoed en dat wie de schade vergoedt, deze mogelijk (deels) kan verhalen op een aansprakelijke partij. Dit laatste speelt vooral wanneer een verzekeraar of werkgever de schade vergoedt en een derde persoonlijk aansprakelijk is.

    Veelgemaakte fouten na een politie dienstongeval

    Een dienstongeval of beroepsgerelateerde gezondheidsklacht kan lange tijd doorwerken. Juist daarom is het belangrijk om vanaf het begin zorgvuldig te handelen. Veel problemen ontstaan door gebrekkige melding, onvolledige medische vastlegging of te snelle acceptatie van een voorstel.

    Veelgemaakte fouten zijn:

    • Te laat melden omdat het letsel eerst mee lijkt te vallen;

    • Alleen fysieke klachten melden en psychische klachten niet vastleggen;

    • Geen incidentenoverzicht maken bij PTSS;

    • Geen namen van collega’s of getuigen noteren;

    • Geen kopie vragen van incidentrapporten of trainingsdocumentatie;

    • Inkomensschade, pensioenschade of loopbaanschade vergeten;

    • Te snel akkoord gaan met een vaststellingsovereenkomst;

    • Geen bezwaar maken tegen een onjuist besluit;

    • Juridische hulp pas inschakelen als termijnen bijna verlopen zijn.

    Veelgestelde vragen over aansprakelijkheid bij politie dienstongeval

    Over dienstongevallen bij de politie bestaan veel vragen, zeker wat betreft het oude en nieuwe stelsel. Politiemedewerkers willen vooral weten wanneer een incident als dienstongeval geldt, welke schade kan worden vergoed en of erkenning ook automatisch betekent dat de politie aansprakelijk is. Hieronder beantwoorden we de belangrijkste vragen op een praktische manier.

    Wat is een dienstongeval bij de politie?

    Een dienstongeval is een ongeval dat in overwegende mate verband houdt met het politiewerk of de bijzondere omstandigheden waaronder dat werk moest worden verricht. Denk aan een letsel bij een aanhouding, training, dienstverplaatsing of geweldsincident. Of sprake is van een dienstongeval hangt af van de concrete omstandigheden.

    Is een dienstongeval hetzelfde als werkgeversaansprakelijkheid?

    Nee. Erkenning als dienstongeval betekent niet automatisch dat de politie aansprakelijkheid erkent voor alle schade. Onder het oude stelsel gaf erkenning vooral toegang tot bepaalde rechtspositionele voorzieningen.

    Wat is sinds 1 april 2025 veranderd voor politie dienstongevallen?

    Sinds 1 april 2025 staat het nieuwe stelsel voor beroepsgerelateerde gezondheidsklachten centraal. Daarbij wordt gekeken of klachten in enige mate of in overwegende mate door het politiewerk zijn veroorzaakt. Het doel is snellere ondersteuning, herstel, re-integratie en vergoeding van passende schadeposten.

    Kan PTSS bij de politie worden vergoed?

    Ja, PTSS kan voor vergoeding in aanmerking komen als voldoende verband bestaat met het politiewerk.

    Wat doet CARAP?

    CARAP kan adviseren bij geschillen over restschade na een dienstongeval of beroepsziekte, waaronder PTSS. De commissie kan helpen als de medewerker en korpschef het niet eens worden over de hoogte van de vergoeding of de toepassing van een regeling.

    Wat is de definitie van een dienstongeval?

    Onder het oude Barp stond de definitie van een dienstongeval in artikel 1, onderdeel z, van het Besluit algemene rechtspositie politie. Een dienstongeval is een ongeval dat in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder die werkzaamheden moesten worden verricht, en dat niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten. Concreet zijn dus vier punten belangrijk: er moet sprake zijn van een ongeval, het ongeval moet voldoende verband houden met het politiewerk, de werkomstandigheden moeten daarbij een bepalende rol spelen en het ongeval mag niet vooral door eigen schuld of onvoorzichtigheid zijn ontstaan.