EN

Brandweer en aansprakelijkheid

Brandweerwerk gaat over het algemeen samen met spoed, gevaar en ingrijpende keuzes met verstrekkende gevolgen. De brandweer moet soms een deur forceren, een raam inslaan, een gebouw binnengaan, veel bluswater gebruiken, zwaar materieel inzetten of een gebied afsluiten. Daarbij kan schade ontstaan aan woningen, bedrijfspanden, voertuigen, terreinen of eigendommen van derden. Ook brandweerpersoneel zelf kan letsel oplopen, zowel fysiek als psychisch. Denk aan rookinhalatie, een brandwonde, letsel door instorting of PTSS na herhaalde confrontatie met traumatische incidenten. De juridische vraag is dan niet alleen wie schade heeft geleden, maar vooral waardoor die schade is ontstaan en of iemand onzorgvuldig heeft gehandeld. Schade door brandweeroptreden betekent in ieder geval niet automatisch dat de brandweer aansprakelijk is. Soms is schade juist het gevolg van noodzakelijk en rechtmatig optreden. In andere gevallen kan aansprakelijkheid wel aan de orde zijn, bijvoorbeeld bij onvoldoende nazorg.

Op deze pagina over aansprakelijkheid en brandweer:

    Glimlachende brandweerman in uniform en met helm staat zelfverzekerd met gekruiste armen naast een brandweerwagen.

    Wanneer kan de brandweer aansprakelijk zijn?

    De brandweer kan aansprakelijk zijn als schade is veroorzaakt door onrechtmatig of onzorgvuldig handelen. Deze beoordeling gebeurt niet op basis van kennis achteraf, maar aan de hand van de omstandigheden en de informatie die men had op het moment van de inzet. De brandweer moet vaak snel beslissen, terwijl de situatie onoverzichtelijk, gevaarlijk of veranderlijk is. Daarom wordt niet gevraagd of achteraf gezien een betere keuze denkbaar was. Het is niet juist om deze beoordeling achteraf te maken, als alle kennis beschikbaar is en er alle tijd is om alle pro’s en contra’s mee te nemen. Wat telt, is de situatie zoals die op het moment zelf bestond: de informatie die toen beschikbaar was, de snelheid waarmee men toen moest beslissen, enzovoort. Bij een aansprakelijkheidsvraag zal de rechter altijd nagaan of het optreden van de brandweer voldeed aan wat van een redelijk bekwaam en redelijk handelend brandweerkorps mocht worden verwacht.

    De aansprakelijkheid van de brandweer kan onder meer in beeld komen bij:

    • Onnodige schade bij binnentreden: bijvoorbeeld als een deur wordt geforceerd terwijl er geen redelijke noodzaak bestond of een minder schadelijke toegangsmogelijkheid voorhanden was.

    • Een beroepsfout tijdens brandbestrijding: bijvoorbeeld als de brandweer aantoonbaar afwijkt van de professionele standaard en daardoor extra schade ontstaat.

    • Onvoldoende nablussen of controleren: bijvoorbeeld als duidelijke aanwijzingen voor restvuur worden genegeerd en daardoor een tweede brand ontstaat.

    • Te late of onvoldoende inzet: bijvoorbeeld wanneer opkomsttijden of inzetkeuzes onzorgvuldig zijn en daardoor aantoonbaar extra schade ontstaat.

    • Schade door personeel of materieel: bijvoorbeeld als een brandweervoertuig, slang, ladder, pomp of ander hulpmiddel onzorgvuldig wordt gebruikt.

    • Letsel van brandweerpersoneel: bijvoorbeeld bij onvoldoende opleiding, gebrekkige beschermingsmiddelen, onvoldoende instructie of onvoldoende nazorg.

    • Psychische schade door het werk: bijvoorbeeld bij PTSS door herhaalde traumatische incidenten waarbij voorbereiding, begeleiding, signalering of nazorg tekortschiet.

    • Schade tijdens een oefening: bijvoorbeeld bij een slecht voorbereide brandoefening of ontruimingsoefening.

    • Onverantwoord inschakelen van burgers: bijvoorbeeld als een passant wordt gevraagd te helpen in een situatie waarvoor hij niet geschikt is of onvoldoende instructies krijgt.

    • Milieuschade door blusmiddelen: bijvoorbeeld als belastend blusschuim wordt gebruikt zonder dat de noodzaak en alternatieven goed kunnen worden onderbouwd.

    In alle gevallen moeten de gewone vereisten voor aansprakelijkheid worden meegenomen in de beoordeling: er moet sprake zijn van een fout of een onrechtmatige daad, schade, causaal verband tussen de fout en de schade en toerekenbaarheid. Vooral het causale verband is bij brandweerzaken vaak lastig aan te tonen. Dat er na een brand extra schade is ontstaan, is vaak niet onlogisch en bewijst nog niet dat de brandweer verkeerd heeft gehandeld.

    Schade veroorzaakt door de brandweer

    Schade door brandweeroptreden komt in de praktijk regelmatig voor. De brandweer moet snel handelen en gebruikt daarom ingrijpende middelen. Bij gaslucht zal men bijvoorbeeld geen slotenmaker bellen, maar zelf de deur forceren. Het kan ook nodig zijn om een raam te breken om de rook af te voeren en bij bluswerk is waterschade niet te voorkomen. Dit wil zeggen dat ook anderen, zoals buren, schade kunnen ondervinden door het brandweeroptreden. Voor de benadeelde voelt dat vaak onrechtvaardig: de schade is veroorzaakt door de brandweer, terwijl hij daar zelf niet om heeft gevraagd. Juridisch is verhaal genuanceerd. De brandweer heeft wettelijke taken en mag onder omstandigheden plaatsen betreden of toegang verschaffen als dat redelijkerwijs nodig is voor haar taak. Als het optreden noodzakelijk en proportioneel was, is de schade niet automatisch onrechtmatig. De schade kan dan via de eigen inboedel-, bedrijfs- of opstalverzekering worden afgehandeld. Daarbij kunnen kosten eventueel worden beschouwd als bereddingskosten: kosten die worden gemaakt om gedekte schade te voorkomen of te beperken. Dergelijke kosten worden door de verzekeraar terugbetaald. Alleen wanneer de brandweer onzorgvuldig, onnodig of buiten de professionele standaard handelt, kan het mogelijk zijn om de brandweer aansprakelijk te stellen. De verzekeraar kan dit bijvoorbeeld doen als hij uitbetaalde vergoedingen wil terugvorderen.

    Geforceerde deur of raam bij noodsituatie

    De brandweer mag niet zomaar iemands woning, bedrijfspand of terrein beschadigen. Toch kan het forceren van een deur of raam rechtmatig zijn wanneer dit nodig is om een brand te bestrijden, een gaslek te onderzoeken, personen te redden of een gevaarlijke situatie te beoordelen. De juridische kernvraag is of binnentreden of toegang verschaffen redelijkerwijs nodig was voor de uitvoering van de brandweertaak. Was er spoed? Waren er aanwijzingen voor acuut gevaar? Kon de eigenaar niet tijdig worden bereikt? Was er een minder schadelijke manier om binnen te komen? Als het antwoord daarop in het voordeel van de brandweer uitvalt, is aansprakelijkheid niet vanzelfsprekend. De schade is dan het gevolg van noodzakelijk optreden in het algemeen belang. De eigenaar kan de schade wel melden bij zijn eigen verzekeraar. Als blijkt dat er geen redelijke noodzaak was, dat de brandweer duidelijke informatie negeerde of dat eenvoudig met veel minder schade kon worden gehandeld, kan aansprakelijkheid wel worden onderzocht. Het blijft dus sterk afhankelijk van de feiten.

    Waterschade, rookschade en schade door bluswerkzaamheden

    Blussen veroorzaakt vaak bijkomende schade. Water kan plafonds, vloeren, muren, elektrische installaties, machines of persoonlijke spullen aantasten en vernielen. Ook rook, roet en ventilatiemaatregelen kunnen de schade vergroten. Toch is de brandweer niet eenvoudigweg aansprakelijk als bluswerkzaamheden schade hebben veroorzaakt. Bij brandbestrijding staat het voorkomen van slachtoffers, uitbreiding van brand en grotere schade voorop. De brandweer heeft daarbij een ruime operationele beoordelingsruimte. De brandweer kan wel aansprakelijk zijn als de gekozen aanpak niet verdedigbaar was volgens de professionele standaard. Dat kan bijvoorbeeld spelen als veel meer water is gebruikt dan redelijk nodig was, als verkeerde middelen zijn ingezet, als duidelijke risico’s zijn genegeerd of als de brandweer onvoldoende rekening hield met bekende omstandigheden. Dat is moeilijk te bewijzen, omdat het brandweeroptreden onder hoge druk plaatsvindt. Voor de eigenaar is de eigen opstal- of inboedelverzekering daarom vaak het eerste aanspreekpunt. De verzekeraar kan vervolgens beoordelen of verhaal op een derde, waaronder de veiligheidsregio, zinvol is.

    Onvoldoende nablussen en tweede brand

    Een tweede brand na een eerdere inzet leidt vaak tot discussie. De eigenaar of verzekeraar kan stellen dat de brandweer onvoldoende heeft nageblust of onvoldoende heeft gecontroleerd op smeulende resten. Juridisch is het enkele ontstaan van een tweede brand echter niet genoeg om de brandweer aansprakelijk te stellen. Er moet worden aangetoond dat de brandweer een concrete fout heeft gemaakt én dat die fout de tweede brand heeft veroorzaakt. De professionele standaard is daarbij bepalend: wat mocht op dat moment van een redelijk handelende brandweereenheid worden verwacht? De uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RBZWB:2019:2638) laat dit goed zien. In die zaak werd de veiligheidsregio door een eigenaar van een uitgebrand appartement aansprakelijk gesteld omdat na een eerste brand opnieuw brand was ontstaan. De vordering werd afgewezen, omdat niet vaststond dat de brandweer onvoldoende had nageblust of anderszins buiten de professionele standaard had gehandeld.

    Schade bij loze melding of automatische brandmelding

    Een automatische brandmelding kan loos blijken te zijn. Toch kan de brandweer op het moment van de melding niet altijd weten dat er geen brand, gaslek of ander gevaar is. Als de melding serieus lijkt en de omstandigheden binnentreden noodzakelijk maken, kan schade aan een deur, raam of kozijn rechtmatig zijn, ook als achteraf blijkt dat er geen incident was. De brandweer wordt beoordeeld op basis van de informatie die op dat moment beschikbaar was. Bij een loos alarm is het niet vanzelfsprekend dat de brandweer of veiligheidsregio de schade moet betalen. Degene die de melding heeft gemaakt, is dan verantwoordelijk. Bij een automatische melding kan dit de verantwoordelijkheid zijn van de eigenaar van de brandmeldinstallatie. Ook de producent van een defecte brandmeldinstallatie kan soms met succes aansprakelijk worden gesteld.

    Schade door zwaar materieel of ingehuurde hulpmiddelen

    Bij grotere branden of dreigende brandoverslag kan de brandweer zwaar materieel inzetten of derden inschakelen. Denk aan een kraan, shovel, graafmachine, hoogwerker, pompinstallatie of gespecialiseerd bedrijf. Ook dit zware materiaal kan schade veroorzaken aan terreinen, bestrating, hekken, gebouwen, leidingen of voertuigen. Hierbij kunnen kosten ontstaan doordat een externe partij wordt ingehuurd om verdere schade te voorkomen. Juridisch moet dan worden gekeken wie opdracht gaf, waarom het materieel nodig was en of de inzet van het zware materieel redelijk was.

    Als het materieel noodzakelijk was om uitbreiding van brand te voorkomen of een gevaarlijke situatie onder controle te krijgen, kan de schade- of kostenpost eerder worden gezien als onderdeel van schadebeperkingskosten. In verzekeringsrechtelijke zin spreekt men ook wel over bereddingskosten. De verzekeraar zal deze meestal vergoeden, mits aan de polisvoorwaarden is voldaan. Als het materieel onnodig is ingezet of onzorgvuldig is gebruikt, kan aansprakelijkheid van de veiligheidsregio, de ingeschakelde partij of een andere betrokkene aan de orde zijn. Ook hier is het onderscheid tussen noodzakelijke inzet en onzorgvuldige uitvoering met andere woorden beslissend.

    Schade tijdens een brandoefening of ontruimingsoefening

    Bij een echte noodsituatie moet de brandweer vaak improviseren. Bij een brandoefening of ontruimingsoefening ligt dat anders. Een oefening is heel planbaar en dus liggen de eisen voor zorgvuldig optreden veel hoger. Daardoor mag meer aandacht worden verwacht voor voorbereiding, risico-inventarisatie, instructies, toezicht, communicatie en medische paraatheid. Gaat er tijdens een oefening iets mis, dan wordt sneller gekeken of de organisator, werkgever, gebouweigenaar, BHV-organisatie of veiligheidsregio voldoende voorzorgsmaatregelen heeft genomen.

    Schade tijdens een oefening kan bestaan uit letsel door vallen, paniek, rookmachines, verkeerd gebruik van oefenmateriaal, te smalle vluchtwegen, geblokkeerde nooduitgangen of onduidelijke instructies. Ook materiële schade aan deuren, trappen, muren of installaties kan voorkomen. Aansprakelijkheid hangt af van de rolverdeling. Wie organiseerde de oefening? Wie gaf instructies? Waren deelnemers vooraf geïnformeerd? Was de oefening afgestemd op kwetsbare personen? Werden realistische risico’s onnodig gevaarlijk nagebootst? Omdat bij oefeningen minder spoed bestaat dan bij echte brand, kan een gebrekkige voorbereiding sneller tot aansprakelijkheid leiden.

    Aansprakelijkheid bij te laat of onzorgvuldig optreden

    Bij brand telt tijd. Een latere aankomst van de brandweer kan grote gevolgen hebben voor personen, gebouwen en omliggende percelen. Toch leidt een overschrijding van een opkomsttijd niet automatisch tot aansprakelijkheid. Opkomsttijden zijn belangrijk voor de organisatie van brandweerzorg, maar bij een schadeclaim moet steeds worden beoordeeld of in het concrete geval onzorgvuldig is gehandeld. Daarbij kunnen het dekkingsplan, de aard van het object, de risico’s ter plaatse, verkeersomstandigheden, beschikbaar materieel en bestuurlijke keuzes een rol spelen.

    Zelfs als de brandweer te laat was, moet de benadeelde nog aantonen dat daardoor extra schade is ontstaan. Dat is vaak complex. Een gebouw kan bijvoorbeeld ook bij tijdige aankomst verloren zijn gegaan, of de schade kan vooral zijn veroorzaakt door de oorspronkelijke brand. Causaal verband is dan het knelpunt. Bij uitbreiding naar belendende panden, letsel of overlijden kan de discussie zwaarder wegen. De vraag is dan of een tijdigere of andere inzet de schade redelijkerwijs had kunnen voorkomen of beperken.

    Aansprakelijkheid voor milieuschade door brandweeroptreden

    Brandbestrijding kan milieuschade veroorzaken. Dit kan op verschillende manieren gebeuren, bijvoorbeeld als vervuild bluswater in de natuur komt of als chemische stoffen of asbestdeeltjes vrijkomen. Bij bedrijfsterreinen en stortplaatsen is het risico op milieuschade extra groot. In een dergelijk geval kan de eigenaar of exploitant van het terrein hiervoor aansprakelijk zijn. Hij is namelijk verantwoordelijk voor de risico’s die samenhangen met zijn bedrijf, installaties en terrein. Daarom is het afsluiten van een goede milieuschadeverzekering belangrijk. Dat de brandweer heeft geblust, betekent niet automatisch dat de brandweer aansprakelijk is voor milieugevolgen.

    Tegelijk moet de brandweer wel haar keuzes goed kunnen verantwoorden. Zeker bij schadelijke blusmiddelen is van belang of de inzet van het middel noodzakelijk was, of er effectieve alternatieven beschikbaar waren en of de beslissing goed is vastgelegd binnen de commandostructuur. Als een grote vloeistofbrand alleen veilig en effectief kan worden bestreden met een bepaald blusmiddel dat milieuschade kan veroorzaken, kan dat uiteraard een sterke rechtvaardiging vormen. Als minder belastende alternatieven beschikbaar waren en zonder goede reden niet zijn overwogen, kan de brandweer misschien wel aansprakelijk zijn voor de milieuschade.

    Werkgeversaansprakelijkheid bij de brandweer

    Brandweerpersoneel werkt in omstandigheden die voor de meeste werknemers uitzonderlijk zijn. Zij worden blootgesteld aan hitte, rook, instortingsgevaar, explosies, gevaarlijke stoffen, fysieke belasting, verkeersongevallen tijdens uitruk en emotioneel zware situaties. De werkgever, meestal de veiligheidsregio of gemeente, heeft daarom een zware verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid wordt juridisch aangeduid als zorgplicht. De werkgever moet redelijke maatregelen nemen om te voorkomen dat personeel schade lijdt tijdens het werk.

    Die zorgplicht gaat verder dan het beschikbaar stellen van een helm en jas. Het gaat ook om opleiding, training, deugdelijk materieel, persoonlijke beschermingsmiddelen, veilige procedures, duidelijke bevelvoering, voldoende bezetting, onderhoud, toezicht, evaluatie van incidenten en nazorg. Bij blootstelling aan gevaarlijke stoffen moet worden gedacht aan registratie, instructie, reiniging van kleding en gezondheidsbewaking. Bij fysieke risico’s kan het gaan om tilinstructies, valbeveiliging, ademluchtprocedures en veiligheidszones.

    Werkgeversaansprakelijkheid betekent niet dat elk incident automatisch wordt vergoed. Brandweerwerk blijft gevaarlijk, ook als alles zorgvuldig gebeurt. De vraag is of de werkgever heeft gedaan wat redelijkerwijs nodig was om de bekende en voorzienbare risico’s te beperken. Bij ontbrekende instructies, onvoldoende beschermingsmiddelen, gebrekkig materieel, structurele onderbezetting of het negeren van signalen kan aansprakelijkheid sneller in beeld komen. Bij opzet of bewuste roekeloosheid van de brandweerman of -vrouw kan dat anders zijn, maar die uitzondering wordt in de praktijk terughoudend toegepast.

    Aansprakelijkheid bij brandweervrijwilligers

    Brandweervrijwilligers nemen een bijzondere positie in. Zij zijn geen gewone vrijwilligers zoals bij een sportclub, buurtvereniging of evenement. Zij maken deel uit van de georganiseerde brandweerzorg en worden ingezet bij werkzaamheden met aanzienlijke risico’s. Daarom gelden voor brandweervrijwilligers vaak specifieke arbeidsvoorwaardelijke, rechtspositionele en verzekeringsregelingen. Gemeentelijke vrijwilligersverzekeringen sluiten vrijwillige brandweer doorgaans uit, juist omdat deze groep onder aparte regelingen valt.

    Bij letselschade van een brandweervrijwilliger moet daarom eerst worden gekeken naar het rechtspositionele kader van de veiligheidsregio. Is sprake van een dienstongeval? Geldt een ongevallenverzekering? Is er een regeling voor arbeidsongeschiktheid, medische kosten of aanvullende vergoedingen? Daarnaast kan werkgeversaansprakelijkheid een afzonderlijk spoor zijn. Als een vrijwilliger letsel oploopt doordat uitrusting gebrekkig was, instructies ontbraken, onvoldoende toezicht werd gehouden of nazorg tekortschiet, kan de veiligheidsregio aansprakelijk zijn.

    PTSS bij de brandweer en aansprakelijkheid

    PTSS bij de brandweer verdient afzonderlijke aandacht. Brandweerpersoneel kan herhaaldelijk worden geconfronteerd met dodelijke slachtoffers, ernstig gewonde personen, suïcides, lijkvindingen, reanimaties, kinderen in nood, verdrinkingen, verkeersongevallen, branden met fatale afloop en levensbedreigende situaties. Zulke ervaringen kunnen zich opstapelen. Klachten ontstaan soms pas jaren later. Denk aan herbelevingen, nachtmerries, vermijding, concentratieproblemen, prikkelbaarheid, paniek, somberheid, sociaal isolement of arbeidsongeschiktheid.

    De rechtspraak heeft zich op dit punt ontwikkeld. In CRvB 15 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1150, ging het om een brandweerman/duiker die gedurende zijn werk werd geconfronteerd met veel ernstige incidenten. De Centrale Raad van Beroep maakte duidelijk dat traumatische ervaringen niet buiten beschouwing blijven enkel omdat zij bij het brandweerwerk horen. Ook ervaringen die inherent zijn aan de functie kunnen objectief bezien buitensporig zijn, zeker als zij herhaaldelijk plaatsvinden en in het gewone leven uitzonderlijk zijn.

    Dat betekent niet dat iedere PTSS-claim automatisch slaagt. Er moet nog steeds een verband bestaan tussen het werk en de psychische schade. Ook moet worden beoordeeld of de werkgever zijn zorgplicht is nagekomen. Bij PTSS gaat die zorgplicht onder meer over voorbereiding, mentale weerbaarheid, voorlichting, opvang na incidenten, signalering van klachten, laagdrempelige hulp, doorverwijzing, leidinggevende ondersteuning en re-integratie. Als de werkgever onvoldoende kan aantonen dat de zorg vóór, tijdens en na de inzet voldoende was, kan aansprakelijkheid in beeld komen.

    Sinds 1 februari 2026 bestaat er een landelijke regeling voor erkenning en aanspraken bij PTSS als beroepsziekte bij veiligheidsregio’s. Die regeling biedt een uniform kader voor medewerkers en vrijwilligers, maar erkenning binnen zo’n regeling is niet hetzelfde als erkenning van aansprakelijkheid. De regeling kan bepaalde aanspraken geven, zoals inkomensaanvulling of vergoeding van noodzakelijke kosten. Voor volledige schadevergoeding kan daarnaast een aansprakelijkheidsprocedure nodig zijn, bijvoorbeeld bij verlies aan verdienvermogen, pensioenschade, langdurige zorgkosten, behandelkosten, hulp in huis of smartengeld.

    Burger die helpt op verzoek van de brandweer

    Soms vraagt de brandweer een burger om te helpen. Dat kan gaan om een boer met een tractor, een ondernemer met een shovel, een eigenaar met sleutels of terreinkennis, een passant die helpt tillen of iemand die een route vrijmaakt. Een burger die op verzoek van de brandweer helpt, is niet snel persoonlijk aansprakelijk als er iets misgaat. In een noodsituatie mag van een burger niet dezelfde deskundigheid worden verwacht als van een professionele hulpverlener. Als hij binnen de gegeven instructies handelt en redelijk voorzichtig is, ligt aansprakelijkheid niet voor de hand. Dat kan anders zijn bij roekeloos gedrag, het negeren van duidelijke aanwijzingen of handelen buiten het verzoek om. Bijvoorbeeld als de brandweer uitdrukkelijk zegt dat een slachtoffer niet mag worden verplaatst en de burger dat toch doet.

    Als de helpende burger zelf schade lijdt, is de beoordeling ingewikkelder. Dan wordt gekeken of de brandweer hem redelijkerwijs mocht inschakelen, of de risico’s duidelijk waren, of instructies voldoende concreet waren en of het om een acute noodsituatie ging. Bij een overzichtelijke situatie waarin professionele hulp beschikbaar was, kan het inschakelen van een ondeskundige burger sneller onzorgvuldig zijn. Bij een acute ramp of onmiddellijk gevaar zal de beoordelingsruimte voor de hulpdiensten groter zijn.

    Relevante rechtspraak over brandweer en aansprakelijkheid

    Twee brandweerlieden in rode uitrusting en met helmen, voorzien van ademluchtflessen, staan tussen puin en rook onder een beschadigde metalen constructie.

    Rechtspraak over brandweer en aansprakelijkheid is interessant omdat de wet vaak alleen algemene normen geeft. Begrippen als zorgplicht, onrechtmatig handelen, professionele standaard en causaal verband krijgen pas echt betekenis wanneer ze worden toegepast in concrete zaken. Rechters laten zien welke omstandigheden zwaar wegen: was er spoed, waren er alternatieven, heeft de brandweer volgens de professionele standaard gehandeld, was er voldoende nazorg en is de schade daadwerkelijk door het handelen van de brandweer veroorzaakt? In het Nederlandse rechtssysteem is rechtspraak geen wet in formele zin, maar rechterlijke uitspraken hebben wel veel gewicht. Zeker uitspraken van hogere rechters geven richting aan de manier waarop vergelijkbare zaken later worden beoordeeld.

    PTSS bij brandweerman/duiker

    De volgende uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 juni 2023 (ECLI:NL:CRVB:2023:1150) is belangrijk voor PTSS-zaken bij brandweerpersoneel. Een oud-brandweerman/duiker stelde dat hij door traumatische ervaringen tijdens zijn werk PTSS had ontwikkeld. Hij had onder meer te maken gehad met fatale incidenten en ernstig verminkte slachtoffers. De werkgever stelde zich op het standpunt dat dit soort ervaringen bij het werk hoorde en daarom niet als buitensporig moest worden gezien.

    De Centrale Raad van Beroep koos een andere benadering. Dat confrontatie met slachtoffers bij brandweerwerk kan horen, sluit niet uit dat die ervaringen objectief gezien buitensporig kunnen zijn. Zeker bij herhaalde confrontaties kan het gaan om gebeurtenissen die in het gewone leven uitzonderlijk zijn en psychische schade kunnen veroorzaken. De afwijzing van de schadevergoeding door de werkgever is volgens de Centrale Raad van Beroep dan ook onvoldoende gemotiveerd.

    Onvoldoende nablussen en tweede brand

    In een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2019:2638) stelde een eigenaar de veiligheidsregio aansprakelijk na het uitbreken van een tweede brand. De eerste brand was gesticht door de echtgenote van de eiser en werd door de brandweer geblust. Volgens de eiser had de brandweer na de eerste brand onvoldoende nageblust, waardoor later opnieuw brand ontstond en veel meer schade werd veroorzaakt. De rechtbank wees de vordering af. Er was namelijk onvoldoende aangetoond dat de brandweer niet volgens de professionele standaard had gehandeld. Deze uitspraak is relevant omdat zij laat zien dat aansprakelijkheid niet volgt uit de enkele omstandigheid dat na een brandweerinzet opnieuw schade ontstaat. De rechter kijkt naar de concrete verwijten: welke handelingen had de brandweer moeten verrichten, welke signalen waren zichtbaar, welke methode was gebruikelijk en was er bewijs dat de brandweer een fout maakte? Zonder vaststaande beroepsfout komt de rechtbank niet toe aan het toekennen van een schadevergoeding.

    Onvoldoende gebluste autobrand op bergingswagen

    In een zaak die verscheen voor de Rechtbank Overijssel (ECLI:NL:RBOVE:2018:2450) ging het om een Volkswagen Caddy die na een eerste autobrand door de brandweer was geblust en vervolgens door een bergingsbedrijf werd meegenomen voor verder onderzoek. Tijdens het vervoer op de bergingswagen ontstond opnieuw brand in de Caddy, waardoor ook de bergingswagen beschadigd raakte. Het bergingsbedrijf stelde de veiligheidsregio aansprakelijk en voerde aan dat de brandweer de auto niet had mogen vrijgeven zolang nog smeulende resten aanwezig waren.

    De rechtbank stelde inderdaad vast dat de tweede brand was ontstaan door achtergebleven smeulende resten van de eerste brand. Van belang was dat de brandweer zelf als norm hanteerde dat een voertuig volledig geblust moet zijn voordat het wordt vrijgegeven. De politie en het bergingsbedrijf mochten er daarom op vertrouwen dat de Caddy bij vervoer niet opnieuw zou ontbranden. Omdat de veiligheidsregio onvoldoende concreet had onderbouwd dat de brandweer volgens de professionele standaard had gehandeld, werd de veiligheidsregio aansprakelijk gehouden op grond van artikel 6:162 BW. Het beroep op eigen schuld van het bergingsbedrijf werd afgewezen. Deze uitspraak is interessant omdat zij laat zien dat aansprakelijkheid van de brandweer wél kan worden aangenomen als de schade voldoende concreet kan worden herleid tot een fout bij het blussen of vrijgeven van een object.

    Verdrinkingsongeval en tekortschietende reddingsactie

    In de uitspraak van de Rechtbank Zwolle-Lelystad (ECLI:NL:RBZLY:2008) ging het om een man die tijdens een vaartocht op een recreatieplas te water was geraakt en uiteindelijk verdronk. Tijdens de reddingsactie was hij nog enige tijd zichtbaar en hoorbaar, maar de hulpverlening door de brandweer verliep op meerdere punten problematisch. Volgens de rechtbank waren er onder meer problemen met de bevelsverstrekking, de opvolging van opdrachten, de inzet van de brandweerboot en de beschikbaarheid van deugdelijk materieel. Veel van de problemen zouden zijn te herleiden tot het organisatie- (de manier waarop de brandweer is voorbereid op dit soort incidenten) en systeemniveau (de procedures voor dergelijke waterongevallen). Ook de operationele leidinggevende zou individuele fouten hebben gemaakt. Er werd tevens te snel overgeschakeld van een reddings- naar een bergingsopdracht.

    De rechtbank oordeelde dat de brandweer op essentiële onderdelen niet had gehandeld zoals van haar mocht worden verwacht. Van belang was dat de vertraging bij het inzetten van de boot eraan had bijgedragen dat het slachtoffer niet vóór zijn definitieve onderdompeling kon worden bereikt. Ook na de onderdompeling was onvoldoende voortvarend ingezet op een reddingsactie. De regionale brandweer en de gemeente werden daarom aansprakelijk gehouden, maar niet voor de volledige schade. De rechtbank vond namelijk ook dat het slachtoffer zelf onvoorzichtig had gehandeld door ’s nachts met een gebrekkig bootje en zonder reddingsvoorzieningen te gaan varen. Daarom werd twee derde van de schade aan het slachtoffer toegerekend en bleef de brandweer/gemeente voor één derde aansprakelijk. De individuele bevelvoerder en officier van dienst werden niet persoonlijk aansprakelijk gehouden.

    Schadeposten bij het optreden van de brandweer

    Bij schade door of tijdens brandweeroptreden kunnen verschillende schadeposten spelen. Het maakt daarbij uit wie schade lijdt: een bewoner, gebouweigenaar, huurder, ondernemer, voorbijganger, brandweerman, brandweervrijwilliger of burger die op verzoek van de brandweer helpt. Ook de oorzaak van de schade is belangrijk. Schade door noodzakelijk bluswerk of rechtmatig binnentreden wordt anders beoordeeld dan schade door een beroepsfout, onvoldoende nablussen, gebrekkig materieel of tekortschietende nazorg.

    Een schadepost komt niet automatisch voor vergoeding in aanmerking. Eerst moet worden vastgesteld of iemand aansprakelijk is, of de schade daardoor is veroorzaakt en of de schade voldoende kan worden onderbouwd. Soms loopt de schade via de eigen opstal-, inboedel-, bedrijfs- of brandverzekering. In andere gevallen kan de veiligheidsregio, gemeente, werkgever, organisator of een derde aansprakelijk zijn. De tabel hieronder geeft een overzicht van veelvoorkomende schadeposten.

    Categorie schadeVoorbeelden
    Materiële schade aan gebouwenBeschadigde deuren, kozijnen, ramen, daken, muren, vloeren, trappen of gevels door binnentreden, blussen of ventileren.
    InboedelschadeSchade aan meubels, kleding, elektronica, persoonlijke spullen of huishoudelijke apparatuur door water, rook, roet of hitte.
    BedrijfsschadeSchade aan voorraad, machines, inventaris, computers, installaties, bedrijfswagens of gereedschap.
    GevolgschadeOmzetverlies, tijdelijke sluiting, productieverlies, extra huur van materiaal, noodvoorzieningen of extra beveiligingskosten.
    BereddingskostenKosten om schade te voorkomen of te beperken, zoals het inzetten van een shovel, noodreparatie, tijdelijke afdichting, afvoer van gevaarlijke resten of maatregelen tegen brandoverslag.
    Sanerings- en opruimkostenVerwijderen van roet, asbest, vervuild bluswater, puin, chemische resten of bodemverontreiniging.
    LetselschadeEen brandwonde, blijvend litteken, longschade, gehoorschade, rugklachten, gewrichtsproblemen of letsel door instorting, explosie of ongeval tijdens uitruk.
    Immateriële schadeSmartengeld wegens pijn, angst, blijvende beperkingen, ontsiering, verlies aan levensvreugde of psychisch leed.
    OverlijdensschadeKosten van lijkbezorging en verlies van levensonderhoud voor nabestaanden.

    Wat doen bij schade door of tijdens brandweeroptreden?

    Schade door of tijdens brandweeroptreden vraagt om snelle, maar zorgvuldige actie. In de eerste plaats moet de veiligheid van personen vooropstaan en moet medische hulp worden ingeschakeld als dat nodig is. Daarna is het belangrijk om de schade en de omstandigheden goed vast te leggen, omdat discussie over aansprakelijkheid vaak later ontstaat. Niet elke schade door de brandweer betekent dat de brandweer ook aansprakelijk is. Met de volgende stappen wordt duidelijker wie moet worden aangesproken en welke schade mogelijk voor vergoeding in aanmerking komt.

    1. Zorg eerst voor veiligheid en medische hulp

      Breng jezelf en anderen eerst in veiligheid en volg de aanwijzingen van de brandweer of andere hulpdiensten op. Schakel medische hulp in bij letsel, rookinhalatie, brandwonden, valpartijen of psychische klachten na een ingrijpend incident. Laat een letsel altijd medisch vastleggen, ook als de klachten in eerste instantie beperkt lijken.

    2. Leg de schade en omstandigheden vast

      Maak foto’s en video’s van de schade, de locatie en de directe omgeving. Denk aan deuren, ramen, kozijnen, blussporen, rookschade, waterschade, beschadigde eigendommen, voertuigen, obstakels en tijdelijke noodvoorzieningen. Noteer ook datum, tijd, adres, namen van betrokken partijen en het incidentnummer als dat beschikbaar is.

    3. Verzamel documenten en verklaringen

      Bewaar facturen, hersteloffertes, expertiserapporten, verzekeringscorrespondentie en eventuele rapporten van de brandweer, politie, VvE of schade-experts. Vraag contactgegevens van getuigen en noteer kort wat zij hebben gezien of gehoord. Bij bedrijfsschade is het verstandig om ook omzetgegevens, voorraadlijsten, stilstandskosten en extra gemaakte kosten zorgvuldig te bewaren.

    4. Meld de schade bij de juiste partij

      Meld (materiële) schade eerst bij de eigen verzekeraar, zoals de opstal-, inboedel- of bedrijfsverzekering. Vraag daarbij expliciet of de schade of kosten als bereddingskosten, gevolgschade of saneringskosten kunnen worden beoordeeld. Stel de brandweer of veiligheidsregio niet meteen aansprakelijk, maar laat eerst beoordelen of het optreden noodzakelijk, proportioneel en zorgvuldig was. De rechtsbijstandsverzekeraar kan helpen bij het maken van de nodige afwegingen.

    5. Laat aansprakelijkheid en schade beoordelen

      Als de schade groot is of de verzekeraar dekking weigert, kan een jurist of advocaat helpen om de aansprakelijkheid te beoordelen. Bij letsel van brandweerpersoneel is een registratie als dienstongeval of beroepsziekte belangrijk, zeker bij blijvende klachten of PTSS. Wacht niet te lang met het melden van schade of klachten, omdat het bewijs na verloop van tijd moeilijker te verzamelen is.

    Veelgestelde vragen over brandweer en aansprakelijkheid

    Over brandweer en aansprakelijkheid bestaan veel praktische vragen. Dat komt omdat schade bij een brandweeroptreden niet ongewoon is. Deze schade ontstaat vaak in noodsituaties waarin snel moet worden gehandeld. Veel vragen gaan over schade aan deuren, ramen, woningen of bedrijfspanden, maar ook over waterschade, rookschade en extra brandschade na een inzet. Daarnaast roept letselschade bij brandweerpersoneel vragen op.

    Is de brandweer aansprakelijk als zij mijn deur forceert?

    Niet automatisch. Als het forceren van de deur redelijkerwijs nodig was om brand, gasgevaar, letsel of andere noodsituaties te voorkomen of te onderzoeken, kan het optreden rechtmatig zijn. De schade kan dan vaak eerst bij de eigen opstalverzekeraar worden gemeld. Aansprakelijkheid van de brandweer komt vooral in beeld als het binnentreden onnodig of onzorgvuldig was.

    Wie betaalt schade door bluswater?

    Schade door bluswater valt vaak onder de eigen woonverzekering. De brandweer is niet automatisch aansprakelijk voor waterschade, omdat bluswater meestal wordt gebruikt om grotere schade te voorkomen. Alleen als de blusaanpak onzorgvuldig of disproportioneel was, kan aansprakelijkheid van de veiligheidsregio worden onderzocht.

    Is de brandweer aansprakelijk als zij te laat aankomt?

    Niet automatisch. Een latere aankomst kan relevant zijn, maar leidt alleen tot aansprakelijkheid als sprake is van onzorgvuldig handelen en als daardoor aantoonbaar extra schade is ontstaan. De rechter kijkt naar de geldende opkomsttijden, het dekkingsplan, de omstandigheden en de vraag of de schade bij tijdige aankomst waarschijnlijk was voorkomen of beperkt.

    Kan een brandweerman zijn werkgever aansprakelijk stellen voor letselschade?

    Ja. Brandweerpersoneel kan de werkgever of veiligheidsregio aansprakelijk stellen als schade is ontstaan tijdens het werk en de werkgever zijn zorgplicht heeft geschonden. Niet elk ongeval leidt evenwel tot aansprakelijkheid.

    Wie betaalt schade tijdens een brandoefening of ontruimingsoefening?

    Dat hangt af van de organisatie en uitvoering van de oefening. Bij een oefening is meer voorbereiding mogelijk dan bij een echte noodsituatie. Daardoor wordt gekeken naar risico-inventarisatie, instructies, toezicht, communicatie en geschiktheid van de locatie. De organisator, werkgever, gebouweigenaar of veiligheidsregio kan aansprakelijk zijn als de oefening onzorgvuldig was opgezet of uitgevoerd.

    Is brandweer vrijwilligerswerk?

    De brandweer bestaat in Nederland uit beroepsbrandweerlieden en brandweervrijwilligers. Brandweervrijwilligers doen dit werk vaak naast een baan of studie, maar het is geen vrijblijvend vrijwilligerswerk zoals bij een vereniging. Zij worden opgeleid, geoefend, opgeroepen bij incidenten en vallen onder specifieke regelingen van de veiligheidsregio.

    Wanneer moet ik de brandweer bellen?

    Bel 112 bij spoed, bijvoorbeeld bij brand, rookontwikkeling, een gaslucht, een ernstig ongeval, instortingsgevaar of direct gevaar voor personen, dieren of gebouwen. Is er geen spoed, maar is de brandweer wel nodig, dan kan in Nederland het nummer 0900-0904 worden gebruikt.

    Hoe snel moet de brandweer ter plaatse zijn?

    De opkomsttijd van de brandweer hangt af van het gebied, het risico, het type gebouw en het dekkingsplan van de veiligheidsregio. Er bestaat dus niet één vaste tijd die in elke situatie geldt. Bij aansprakelijkheid is vooral belangrijk of de brandweerzorg in het concrete geval zorgvuldig was georganiseerd en of een eventuele vertraging aantoonbaar extra schade heeft veroorzaakt.

    Waar haalt de brandweer haar water vandaan?

    De brandweer kan water halen uit de tank van de tankautospuit, brandkranen, open water, brandputten, droge blusleidingen, geboorde putten of waterwagens. Welke bron wordt gebruikt, hangt af van de locatie, de bereikbaarheid, de grootte van de brand en de beschikbare voorzieningen.

    Wanneer is een doormelding naar de brandweer verplicht?

    Een automatische doormelding naar de brandweer of meldkamer is niet voor elk gebouw verplicht. Of dit verplicht is, hangt af van de gebruiksfunctie, omvang, risico’s en wettelijke eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Het is vooral verplicht bij gebouwen waar snelle alarmering belangrijk is, zoals bepaalde zorggebouwen en logiesgebouwen.

    Is brandweer betaald werk?

    Brandweer kan betaald werk zijn. Beroepsbrandweerlieden zijn in dienst bij een veiligheidsregio, terwijl brandweervrijwilligers meestal een vergoeding krijgen voor inzetten, oefeningen en opleidingen.

    Is brandweer gevaarlijk werk?

    Ja, brandweerwerk brengt duidelijke risico’s met zich mee. Brandweerlieden kunnen te maken krijgen met hitte, rook, instorting, explosies, gevaarlijke stoffen, verkeersongevallen, fysieke belasting en traumatische situaties. Juist daarom rust op de werkgever of veiligheidsregio een belangrijke zorgplicht.

    Wie betaalt de brandweerkosten?

    De gewone inzet van de openbare brandweer wordt in principe betaald uit publieke middelen. Een burger krijgt dus normaal niet zomaar een rekening omdat de brandweer komt blussen of hulp verleent. Schade aan eigen spullen loopt in de meeste gevallen via de eigen verzekering.

    Wat doet de brandweer bij een reanimatie?

    De brandweer kan worden ingezet bij een reanimatie als snelle hulp nodig is of als extra ondersteuning gewenst is. Brandweerlieden kunnen bijvoorbeeld starten met reanimeren, een AED gebruiken, de ambulance helpen of de omgeving veilig maken.

    Wat doet de brandweer bij een gaslek?

    Bij een gaslek probeert de brandweer eerst de omgeving veilig te maken. Dat kan betekenen dat personen worden geëvacueerd, de omgeving wordt afgezet, ontstekingsbronnen worden vermeden, metingen worden verricht en contact wordt gelegd met de netbeheerder. Soms moet de brandweer een deur of raam forceren om onderzoek te doen of gevaar te beperken.

    Is brandweer altijd een voorrangsvoertuig?

    Nee, een brandweervoertuig is niet altijd een voorrangsvoertuig. Dat is pas het geval wanneer het voertuig optische en geluidssignalen voert, dus zwaai- of knipperlichten én sirene gebruikt, voor een dringende taak. Ook dan mag de bestuurder bovendien alleen afwijken van verkeersregels als dat nodig is en zonder het verkeer onnodig in gevaar te brengen.