Aansprakelijkheid bij een luchtballon
Bij schade door een luchtballon is niet altijd meteen duidelijk wie aansprakelijk is en welke verzekering de schade vergoedt. Een luchtballon is een luchtvaartuig, maar gedraagt zich anders dan een vliegtuig, helikopter of drone. De ballonvaarder kan stijgen en dalen, maar de wind bepaalt voor een groot deel waar de luchtballon heen vaart. Daardoor kan een ballon soms op een onverwachte plek laag overvliegen of landen, bijvoorbeeld in een tuin, weiland, akker of naast een perceel met dieren. Dat betekent echter niet dat schade altijd voor rekening van de grondeigenaar of dierenhouder blijft.
Op deze pagina over de aansprakelijkheid bij een luchtballon:

Wat is een luchtballon juridisch gezien?
Een luchtballon is juridisch een luchtvaartuig. In de Wet luchtvaart wordt een luchtvaartuig ruim omschreven als een toestel dat in de dampkring kan blijven door krachten die de lucht daarop uitoefent. Een luchtballon valt dus niet buiten het luchtvaartrecht omdat er geen motor of vleugels aan te pas komen. De ballonvaarder is bovendien niet zomaar een recreant in een mand, maar degene die verantwoordelijk is voor de veilige uitvoering van de vlucht. In de luchtvaart wordt daarbij vaak gesproken over de gezagvoerder.
Een luchtballon werkt door lucht in de ballon te verwarmen. Warme lucht is lichter dan de omringende lucht, waardoor de ballon opstijgt. De piloot kan de hoogte beïnvloeden door de lucht in de ballon te verwarmen of te laten afkoelen. De horizontale beweging is veel beperkter te sturen. De windrichting en windsnelheid bepalen voor een groot deel waar de ballon heen vaart. Juist daardoor zijn weersomstandigheden, voorbereiding en landingskeuze bij ballonvaren bijzonder belangrijk. Kortom: de gezagvoerder speelt een belangrijke rol.
De beperkte bestuurbaarheid van een luchtballon is wel juridisch relevant. Een luchtballonvaarder kan niet op dezelfde manier sturen als een automobilist of piloot van een motorvliegtuig. Toch betekent dat niet dat hij geen verantwoordelijkheid draagt. De ballonvaarder kiest ervoor om te vertrekken, beoordeelt het weer, bepaalt de hoogte, kijkt naar mogelijke landingsplaatsen en beslist wanneer wordt gedaald. Als daardoor schade ontstaat, moet worden bekeken of de vlucht zorgvuldig is uitgevoerd.
Mag je zomaar met een luchtballon vliegen?
Ballonvaren is toegestaan, maar niet vrijblijvend. Wie zelfstandig met een luchtballon wil varen, moet voldoen aan de luchtvaartregels. Die regels hebben betrekking op de piloot, de luchtballon, de vluchtuitvoering, de documenten, het onderhoud en soms ook de commerciële organisatie achter de vlucht. Ook maakt het verschil of het gaat om een privévlucht, een commerciële passagiersvaart, een demonstratie of een wedstrijd. Dat is belangrijk voor de aansprakelijkheid, omdat het niet naleven van regels kan meewegen bij de vraag of zorgvuldig is gehandeld. Ballonvaren lijkt voor passagiers misschien vooral een recreatieve belevenis, maar juridisch gaat het om een gereguleerde luchtvaartactiviteit en is het belangrijk dat alles correct verloopt.
Niet-commerciële, commerciële en wedstrijdvluchten
Een luchtballon kan worden gebruikt voor verschillende soorten vluchten. Er zijn niet-commerciële vluchten, commerciële ballonvaarten, wedstrijdvluchten en demonstratievluchten. Voor deze vormen van ballonvaren gelden luchtvaartregels, waaronder de Europese EASA-regels voor ballonvaart. In Nederland houdt de ILT-Luchtvaartautoriteit toezicht op de naleving van de eisen. Het is dus zeker niet zo dat iemand zonder veel voorbereiding met een luchtballon de lucht in mag, integendeel.
Bij niet-commerciële vluchten kan het bijvoorbeeld gaan om recreatief ballonvaren door een particuliere ballonvaarder die zijn vaardigheden wil oefenen. Bij commerciële vluchten betalen passagiers meestal voor de ballonvaart of wordt de vlucht bedrijfsmatig aangeboden. In dat geval is de verantwoordelijkheid van de ballonvaarder nog groter. Bij wedstrijden of demonstraties kunnen aanvullende veiligheidsregels gelden, bijvoorbeeld van de organisator of wedstrijdleiding. Als een ballonvaarder zulke regels niet naleeft en daardoor schade ontstaat, kan dat gevolgen hebben voor de aansprakelijkheid. Daarover lees je verder op deze pagina meer.
Commerciële ballonvaart en passagiers
Voor commerciële ballonvaart gelden extra eisen. Een piloot die commercieel wil varen, heeft een BPL met een commercial operation rating nodig. Daarnaast moet de exploitant bij commerciële vluchtuitvoering vooraf een verklaring indienen bij de ILT-Luchtvaartautoriteit. Daarmee wordt aangegeven dat er voldoende kennis, middelen en mensen aanwezig zijn om veilig en verantwoord ballonvaarten uit te voeren.
Ook het meenemen van passagiers is aan regels verbonden. Bij commerciële passagiersvluchten vertrouwen passagiers op de deskundigheid van de piloot en de organisator. Dat betekent dat de voorbereiding, briefing, weersbeoordeling, landing en nazorg zorgvuldig moeten gebeuren. Er bestaan uitzonderingen voor onder meer demonstratievluchten en wedstrijdvluchten, maar ook dan blijft veiligheid natuurlijk centraal staan.
Documenten voor de ballonpiloot en de ballon
Wie zelfstandig als piloot met een luchtballon wil varen, heeft een Balloon Pilot Licence nodig. Dit wordt meestal afgekort als BPL. Daarnaast zijn er boorddocumenten nodig, zoals een Bewijs van Inschrijving en een Bewijs van Luchtwaardigheid. Als er radio- of transponderapparatuur aan boord is, kan ook een vergunning voor het frequentiegebruik nodig zijn. Als na een incident blijkt dat documenten ontbreken, verlopen zijn of niet passen bij de uitgevoerde vlucht, kan dat een reden zijn waarom de ballonvaarder aansprakelijk is. Bij schade zal sneller discussie ontstaan over de vraag of de vlucht wel verantwoord had mogen worden uitgevoerd.
Eisen aan de luchtballon
Een luchtballon moet technisch geschikt zijn om veilig te kunnen varen. Daarom is onderhoud en goedkeuring van de ballon belangrijk. De ballon, mand, branders, gasflessen, ventielen, instrumenten en andere onderdelen moeten betrouwbaar zijn. Een technisch gebrek kan immers grote gevolgen hebben. Als schade ontstaat door een gebrek aan de ballon, wordt gekeken naar het onderhoud, de inspecties, de luchtwaardigheid en het handelen van de piloot of exploitant. Ook de verantwoordelijkheid van onderhoudsorganisaties kan in beeld komen als een technisch gebrek verband houdt met een fout onderhoud of onjuiste goedkeuring. Dat moet per geval worden beoordeeld.
Voorvallen met een luchtballon melden
In de luchtvaart is het melden van voorvallen belangrijk. Het doel daarvan is dat incidenten worden onderzocht en dat toekomstige ongevallen worden voorkomen. Bij ballonvaren kan het bijvoorbeeld gaan om een harde landing, een bijna-aanvaring, schade aan derden, een technisch probleem of een situatie waarbij passagiers of omstanders gevaar liepen. In sommige gevallen is het melden van een voorval verplicht.
Voor de aansprakelijkheidsvraag kan een melding ook praktisch van belang zijn. Een melding kan helpen om de feiten vast te leggen. Daarnaast kan zij duidelijk maken welke beslissingen zijn genomen en waarom. Dat is relevant wanneer later discussie ontstaat over schade, oorzaak of zorgvuldigheid.
Regels voor opstijgen met een luchtballon
Het opstijgen met een luchtballon vraagt meer dan een open veld en gunstig weer. De startlocatie moet geschikt zijn en de piloot moet vooraf beoordelen of de vlucht veilig kan beginnen. Daarbij spelen bereikbaarheid, ruimte, publiek, obstakels, dieren, bebouwing, windrichting en noodalternatieven een rol. Een luchtballon heeft bij de start veel ruimte nodig, omdat de ballon wordt uitgelegd, gevuld en rechtop wordt gebracht voordat de mand loskomt van de grond. Als bij de start schade ontstaat, wordt daarom gekeken of de locatie en voorbereiding verantwoord waren. Dit onderdeel is belangrijk, omdat een onzorgvuldige start later ook gevolgen kan hebben voor de rest van de vlucht en de landing.
Toestemming van de grondeigenaar
Voor opstijgen vanaf privéterrein is toestemming van de eigenaar of gebruiker van de grond nodig. Dat is logisch: de ballon, mand, branders, passagiers en crew gebruiken het terrein. Zonder toestemming kan sprake zijn van onrechtmatig gebruik van andermans grond. Bovendien kan schade ontstaan aan gras, gewassen, hekwerk, erfverharding of andere eigendommen. Deze toestemming is niet alleen een formaliteit. De eigenaar of gebruiker van het terrein kan ook informatie geven over de bodem, dieren, aanwezige kabels, afsluitingen, drainage, gewassen of andere risico’s. Een terrein dat er geschikt uitziet, kan in de praktijk ongeschikt zijn. Daarom moet de startlocatie zorgvuldig worden gekozen.
Veiligheidsbeoordeling vóór vertrek
Voor vertrek moet de piloot beoordelen of opstijgen verantwoord is. Daarbij gaat het niet alleen om het weer op dat moment, maar ook om de verwachte ontwikkeling tijdens de vlucht. Windrichting, windsnelheid, thermiek, zicht en buien kunnen allemaal van invloed zijn op de veiligheid. Ook moet worden gekeken naar mogelijke landingsplaatsen in de richting waarin de ballon waarschijnlijk zal varen. Daarnaast moet de piloot rekening houden met de omgeving van de startlocatie. Hoogspanningsleidingen, bomen, gebouwen, wegen, publiek, dieren en water kunnen risico’s opleveren. Bij commerciële ballonvaarten is dit extra belangrijk, omdat passagiers afhankelijk zijn van de deskundigheid van de exploitant. Een onzorgvuldige start of slechte weersbeoordeling kan later worden gezien als een beoordelingsfout die tot aansprakelijkheid kan leiden.
Regels voor landen met een luchtballon
Landen is bij ballonvaren vaak het meest gevoelige moment. Een luchtballon kan niet precies landen waar de piloot dat bij vertrek heeft bedacht. De piloot kan wel stijgen en dalen, maar de wind bepaalt in belangrijke mate de route. Daardoor kan een luchtballon uiteindelijk terechtkomen op een weiland, akker, tuin, perceel, sportveld of terrein van een derde. Dat betekent niet dat elke landing op privéterrein automatisch verboden is, maar het betekent ook niet dat schade zonder gevolgen blijft.
Een luchtballon hoeft niet altijd op een luchthaven te landen
Een luchtballon is naar zijn aard afhankelijk van de wind. Daarom kan van een luchtballon niet altijd worden verlangd dat hij op een gewone luchthaven landt. In de luchtvaartregels is gelukkig ruimte gelaten voor het feit dat ballonvaren anders werkt dan vliegen met een vliegtuig. De piloot moet tijdens de vlucht zoeken naar een veilige landingsplaats. Er is een luchtvaartrechtelijke mogelijkheid om buiten een luchthaven te landen, maar niet om onbeperkt recht om zonder gevolgen andermans grond te gebruiken. De eigenaar van een tuin, weiland, akker of erf heeft in beginsel het recht om te bepalen wie zijn grond gebruikt. Landt een ballon zonder toestemming en ontstaat daardoor schade, dan kan sprake zijn van een inbreuk op het eigendomsrecht of van onrechtmatig handelen.
Dit speelt vooral wanneer er dieren in het weiland staan, gewassen worden beschadigd of de landing veel drukte veroorzaakt. Ook crew, volgauto’s en omstanders kunnen de schade vergroten. Meestal voorziet men standaard een bos bloemen, een cadeau of een kleine vergoeding voor de eigenaar van de grond om enige overlast te compenseren. Echter, dit neemt niet weg dat deze recht kan hebben op een schadevergoeding. Als de schade aantoonbaar hoger is, kan de benadeelde daarvoor een vergoeding vragen.
Noodlanding, beperkte bestuurbaarheid en overmacht
Een luchtballonvaarder kan aanvoeren dat de ballon beperkt bestuurbaar is. Dat klopt in technische zin. Toch betekent beperkte bestuurbaarheid niet automatisch dat sprake is van overmacht. De piloot kiest ervoor om op te stijgen en weet dat wind, weersverandering en beperkte stuurmogelijkheden bij ballonvaren horen. Als een noodlanding op privéterrein nodig is om passagiers veilig te laten landen, kan dat wel een relevante omstandigheid zijn. Maar ook dan moet worden gekeken of de piloot vooraf zorgvuldig heeft gehandeld, of de weersomstandigheden juist zijn beoordeeld en of de schade zo veel mogelijk is beperkt. Beperkte bestuurbaarheid is dus een factor die meeweegt in de beoordeling, maar is geen algemene vrijstelling van aansprakelijkheid.
Juridische basis van aansprakelijkheid bij een luchtballon
Aansprakelijkheid bij schade door een luchtballon moet geval per geval worden beoordeeld. De ene situatie gaat over een harde landing met passagiers, terwijl de andere situatie gaat over paarden die in paniek raken of een akker die wordt beschadigd. Ook kan schade ontstaan door de ballon zelf, door branders, door een volgauto, door crewleden of door de manier waarop de landing wordt afgehandeld. Daarom moet niet alleen worden gekeken naar de vraag of de ballon “mocht” varen, maar ook naar de vraag of zorgvuldig is gehandeld. De belangrijkste juridische aanknopingspunten zijn onrechtmatige daad, eigendomsrecht, zorgplicht, contractuele aansprakelijkheid en verzekering.
Onrechtmatige daad
Bij schade door een luchtballon is artikel 6:162 BW van belang. Dit artikel gaat over onrechtmatige daad. Daarvan kan sprake zijn als iemand handelt in strijd met een wettelijke plicht, inbreuk maakt op een recht of handelt in strijd met wat volgens ongeschreven recht maatschappelijk zorgvuldig is. Bij luchtballonnen gaat het vaak om inbreuk op eigendom, schending van een veiligheidsnorm of onzorgvuldig gedrag tegenover grondeigenaren, dierenhouders, passagiers of omstanders. Voor foutaansprakelijkheid is ook nodig dat er schade is, dat er een verband bestaat tussen het handelen en de schade en dat de schade aan de veroorzaker kan worden toegerekend. Dat maakt bewijs erg belangrijk. Een grondeigenaar of dierenhouder moet kunnen aantonen wat er is gebeurd en welke schade daardoor is ontstaan.
Eigendomsrecht van de grondeigenaar
Artikel 5:1 BW bepaalt dat eigendom een exclusief recht is. In gewone taal betekent dit dat de eigenaar van een perceel in beginsel bepaalt wie zijn grond mag gebruiken. Een luchtballon die zonder toestemming in een tuin of weiland landt, raakt dus het eigendomsrecht van de eigenaar. Het gevolg daarvan is dat de eigenaar ook het recht heeft om eventuele schade te verhalen. Denk aan beschadigde gewassen, kapotte afrastering, sporen in de bodem, schade aan dieren of schade door volgauto’s. Geval per geval zal moeten worden beoordeeld of, onder de omstandigheden zoals ze zich hebben gesteld, de schade voor de rekening van de ballonvaarder komt.
Zorgplicht van de ballonvaarder
De ballonvaarder heeft een zorgplicht tegenover passagiers, grondeigenaren, dierenhouders, omstanders en andere betrokkenen. Hij moet rekening houden met voorzienbare risico’s. Bij ballonvaren stellen deze zich onder meer bij laag overvliegen, brandergeluid, dalen boven dieren, landen in een weiland, naderen van bebouwing, veranderende wind en het gedrag van publiek of crew na de landing. Deze zorgplicht is belangrijk omdat een luchtballon beperkt bestuurbaar is. Juist omdat de piloot minder precies kan sturen, moet hij vooraf en tijdens de vlucht zorgvuldig beoordelen welke risico’s er kunnen ontstaan. Het is niet voldoende om pas bij de landing naar de risico’s te kijken. Weersbeoordeling, routeverwachting en landingsalternatieven horen bij de verantwoordelijkheid van de ballonvaarder.
Contractuele aansprakelijkheid tegenover passagiers
Bij een commerciële ballonvaart sluiten passagiers meestal een overeenkomst met het ballonvaartbedrijf of de organisator. Als een passagier gewond raakt, kan naast de onrechtmatige daad ook de contractuele aansprakelijkheid een rol spelen. De exploitant moet leveren wat van een veilige en professionele ballonvaart mag worden verwacht. Denk aan duidelijke instructies, geschikte weersomstandigheden, een luchtwaardige ballon, een bevoegde piloot en een veilige landing. De algemene voorwaarden kunnen soms de aansprakelijkheid beperken, maar zij nemen de zorgplicht niet zomaar weg. Zeker bij letselschade zal kritisch worden gekeken naar de vraag of de exploitant voldoende zorgvuldig heeft gehandeld.
Schade en aansprakelijkheid bij luchtballonnen
Schade door een luchtballon kan op veel manieren ontstaan. Soms gaat het om schade aan grond of gewassen, soms om dieren die schrikken en soms om passagiers die letsel oplopen. Ook kan de schade niet rechtstreeks door de ballon zelf ontstaan, maar door de branders, de crew, volgauto’s of omstanders die na de landing op het terrein komen. Voor de aansprakelijkheid is het belangrijk om al die situaties apart te bekijken. De onderstaande scenario’s geven weer welke vragen daarbij vooral spelen.
Een luchtballon landt in je tuin of weiland
Als een luchtballon in een tuin, weiland, akker of erf landt, zal de ballonvaarder wellicht aangeven dat een luchtballon buiten een luchthaven mag landen. De grondeigenaar kan daartegenover stellen dat hij nooit toestemming heeft gegeven. De luchtvaartrechtelijke mogelijkheid om buiten een luchthaven te landen, betekent niet automatisch dat de eigenaar schade moet accepteren. Als de ballon mandsporen achterlaat, gewassen beschadigt, een hek raakt of dieren in paniek brengt, kan men daarvoor aansprakelijk worden gesteld. De benadeelde moet dan wel aantonen welke schade is ontstaan, door wie en waardoor.

Schade aan dieren door laag overvliegen of landen
Dieren kunnen sterk reageren op een luchtballon. Het grote object in de lucht, het geluid van de branders, de schaduw, de landing en de drukte erna kunnen stress veroorzaken. Paarden kunnen op hol slaan, koeien kunnen uitbreken, schapen kunnen in paniek raken en vogels kunnen gaan vliegen. Schade aan dieren hoeft dus niet te ontstaan door een fysieke botsing, maar kan op velerlei wijzen ontstaan. Ook stress-schade kan juridisch relevant zijn. Denk aan verwondingen, kreupelheid, gedragsverandering, verlies van fokwaarde, dierenartskosten of overlijden. Bij zulke schade is bewijs wel belangrijk. Een dierenartsrapport, getuigenverklaringen, foto’s, camerabeelden en vluchtgegevens kunnen helpen om het verband tussen de luchtballon en de schade aannemelijk te maken.

Schade aan gewassen, erf of eigendommen
Een luchtballon kan bij landing schade veroorzaken aan gewassen, grasland, akkers, tuinbeplanting, hekwerk, afrastering, tuinmeubilair, kassen, schuren of voertuigen. De schade kan ontstaan door de mand, door het slepen van de ballon, door het neerleggen van de envelop of door voertuigen die de ballon komen ophalen. Ook het betreden van een perceel door passagiers, crew of omstanders kan schade vergroten. Bij agrarische percelen kan de schade verder gaan dan enkele sporen in het gras. Denk aan verstoring van vee, kapotte afrastering of productieverlies. Ook bij particuliere tuinen kan de schade aanzienlijk zijn als bestrating, borders, gazon of tuininrichting wordt beschadigd. De omvang van de schade moet zo concreet mogelijk worden onderbouwd.

Schade door een gebrek aan de luchtballon
Een technisch gebrek aan de luchtballon kan leiden tot een onveilige vlucht of landing. Denk aan een probleem met de brander, envelop, mand, gasflessen, ventielen, meetinstrumenten of communicatieapparatuur. Als zo’n gebrek letselschade veroorzaakt, wordt gekeken naar het onderhoud, de luchtwaardigheid en de inspecties. Een luchtballon moet geschikt zijn om veilig te gebruiken. Als de ballon niet goed is onderhouden of niet over de vereiste luchtwaardigheidsdocumenten beschikt, kan dat zwaar wegen. Dan kan ook discussie ontstaan over de rol van de onderhoudsorganisatie, exploitant of houder van de ballon. Bij schade door een technisch gebrek is het daarom belangrijk om technische gegevens, onderhoudsdocumenten en vluchtinformatie veilig te stellen.

Schade door een stuur- of beoordelingsfout van de piloot
Bij een luchtballon is een stuurfout anders dan bij een auto. De piloot kan niet zomaar naar links of rechts sturen. Toch neemt hij wel belangrijke beslissingen. Hij kiest het moment van opstijgen, beoordeelt het weer, bepaalt de hoogte, beslist wanneer wordt gedaald en kiest een landingsplek. Het is altijd mogelijk dat er iets niet loopt zoals verwacht. De ballonvaarder moet daarop anticiperen. Een beoordelingsfout kan bijvoorbeeld bestaan uit opstijgen bij twijfelachtig weer, te laag over dieren varen, te lang wachten met dalen, landen op een ongeschikt terrein of onvoldoende afstand houden tot bebouwing, bomen of obstakels. Ook het gebruik van branders boven een perceel met gevoelige dieren kan een rol spelen. Als schade ontstaat doordat de piloot niet zorgvuldig heeft gehandeld, kan deze aansprakelijk zijn voor de schade die daardoor wordt veroorzaakt.

Schade door veranderende weersomstandigheden
Weer en wind zijn essentieel bij ballonvaren. De wind bepaalt de richting, terwijl windsnelheid, zicht, thermiek en buienontwikkeling bepalen of een vlucht veilig kan worden uitgevoerd. Veranderende wind kan de landing moeilijker maken of ervoor zorgen dat een ballon op een minder geschikte plek uitkomt. Toch betekent veranderend weer niet automatisch dat niemand aansprakelijk is. Van een ballonvaarder mag worden verwacht dat hij weet dat weersomstandigheden kunnen veranderen. Hij moet daar bij vertrek en tijdens de vlucht rekening mee houden. Als schade ontstaat door omstandigheden die voorzienbaar waren of waarvoor onvoldoende marge was genomen, kan de beperkte bestuurbaarheid van de ballon een onvoldoende argument zijn om aansprakelijkheid te voorkomen.

Letselschade bij passagiers
Passagiers kunnen letsel oplopen bij een harde landing, een kantelende mand, een botsing met een obstakel, brandwonden, paniek of een val. Bij commerciële ballonvaarten is de exploitant verantwoordelijk voor een veilige organisatie van de vlucht. Daar horen goede instructies, een geschikte piloot, een luchtwaardige ballon en een zorgvuldige weersbeoordeling bij. Uiteraard accepteert men enig risico, waardoor er altijd een afweging zal moeten worden gemaakt.
Letselschade kan bestaan uit medische kosten, inkomensverlies, smartengeld, reiskosten, hulp in het huishouden en blijvende beperkingen. Ook psychische klachten na een ernstig incident kunnen relevant zijn. De aansprakelijkheid hangt af van de omstandigheden, waaronder de briefing, de landing, de weerssituatie en de vraag of de passagier instructies heeft gekregen en opgevolgd.

Schade tijdens een wedstrijd
Tijdens ballonwedstrijden kunnen extra veiligheidsregels gelden. Denk aan minimumhoogtes, verboden zones, opdrachtgebieden, landingsregels of instructies van de wedstrijdleiding. Als een ballonvaarder zulke regels schendt en daardoor schade ontstaat, kan dat zwaar meewegen bij de aansprakelijkheid. Tegelijkertijd kan het ook gebeuren dat de wedstrijdorganisatie onzorgvuldig is geweest in de organisatie, de leiding en het toezicht. Ook dit moet worden meegenomen in de afweging. Een wedstrijdcontext maakt de vlucht niet minder risicovol voor derden. Integendeel: omdat deelnemers soms opdrachten uitvoeren of doelen proberen te halen, moet extra worden gelet op veiligheid.

Schade tijdens demonstratievluchten of evenementen
Bij demonstraties, festivals, bedrijfsfeesten of publieke evenementen zijn vaak meerdere partijen betrokken. Denk aan de ballonvaarder, exploitant, organisator, terreinbeheerder, gemeente, veiligheidscoördinator, sponsor en publiek. De aansprakelijkheid kan afhangen van vergunningen, veiligheidsplannen, publieksafzetting, weersbeoordeling, terreinindeling en communicatie met omwonenden of grondeigenaren. De organisator heeft een grote verantwoordelijkheid. Wie een evenement organiseert, moet voorzienbare risico’s in kaart brengen en redelijke veiligheidsmaatregelen nemen. Dat geldt zeker wanneer publiek dichtbij de ballon komt of wanneer wordt gestart of geland in de buurt van dieren, verkeer of bebouwing.

Relevante rechtspraak over schade door luchtballonnen
Rechtspraak over schade door luchtballonnen is belangrijk omdat zij laat zien hoe rechters omgaan met de beperkte bestuurbaarheid van een ballon. Uit de uitspraken blijkt dat dit beperkte stuurvermogen niet automatisch betekent dat schade voor rekening van de benadeelde blijft. Rechters kijken naar alle factoren die een rol spelen en stellen actief de vraag of het risico bij ballonvaren hoort. Vooral schade aan dieren komt regelmatig naar voren, omdat dieren gevoelig kunnen reageren op geluid, drukte en laag overvliegen.
Aansprakelijkheid ballonvaarder voor dode papegaaien (ECLI:NL:RBOBR:2018:4413)
Deze uitspraak gaat over laag overvaren van een ballon tijdens een wedstrijd. Verschillende papegaaien overleden hierdoor. Het is algemeen bekend dat veel dieren, met name prooidieren, schrikken als er boven hen een voorwerp beweegt. Deze dieren associëren dit namelijk met een roofvogel. De rechter benadrukt dat in ballonvaarderskringen bekend is dat er een zorgplicht bestaat ten opzichte van eigenaren van percelen. De rechtbank vond het verder relevant dat de ballonvaarder beschikte over een papieren kaart waarop de PZ12-zone was aangeduid. Dat het elektronische GPS-systeem kort voor het bereiken van deze zone uitviel, hielp hem niet. Volgens de rechtbank komt zo’n omstandigheid voor rekening van de ballonvaarder. Juist omdat een luchtballon beperkt bestuurbaar is en sterk afhankelijk blijft van windrichting en windsnelheid, mag van een ballonvaarder worden verwacht dat hij ruim op tijd anticipeert op gebieden waar hij niet of niet laag mag overvaren. Ook het gebruik van de gewone branders woog mee. De ballonvaarder stapte pas over op de stillere koeienbrander nadat de eigenaar hem had toegeroepen, terwijl hij toen al over een beschermde zone voer.
De rechtbank ging vervolgens in op het causale verband tussen het overvliegen en het overlijden van de drie papegaaien. Daarbij werd het dierenartsrapport belangrijk geacht. De dierenarts had vastgesteld dat de vogels in een verkrampte houding waren aangetroffen en dat zij waren overleden aan een hartstilstand als gevolg van een acute stressaanval. De rechtbank vond het op zichzelf aannemelijk dat het lage overvliegen, het herhaalde geluid van de branders en de nabijheid van de luchtballon zo’n stressreactie konden veroorzaken. Toch kon de rechtbank in deze tussenuitspraak nog niet definitief vaststellen dat juist deze ballonvaarder de volledige schade had veroorzaakt. Op dezelfde ochtend waren namelijk ook andere luchtballonnen in de buurt van het perceel overgevaren. Daarom wilde de rechtbank meer duidelijkheid over de precieze routes, hoogtes, tijdstippen en het gebruik van branders door die andere ballonnen.
Dood paard door landing op particuliere grond (ECLI:NL:RBMNE:2019:514)
Deze uitspraak ging over een luchtballon met veertien passagiers die landde in een weiland waarin paarden liepen. De landing verliep onrustig, omdat de ballon opnieuw moest opstijgen om daarna op een betere plek te landen. Door de grote ballon, het geluid van de gasbranders en de drukte in het weiland raakten de paarden in paniek. Een springpaard bleef daarna zo angstig en onberekenbaar dat het moest worden geëuthanaseerd. Een andere merrie raakte kreupel.
De kantonrechter oordeelde dat het landen zonder toestemming op particuliere grond een inbreuk vormt op het eigendomsrecht van de eigenaar. Ook werd het landen met een grote luchtballon in een weiland met paarden, gelet op de risico’s, als onzorgvuldig beschouwd. Het beroep op de Luchtvaartwet en de Gedragscode Ballonvaart hielp de ballonvaartonderneming niet. Dat een luchtballon niet nauwkeurig te sturen is en meestal op andermans grond moet landen, komt volgens de rechter voor risico van de ballonvaarder. De uitzondering op de verplichting om op een luchthaven te landen betekent namelijk niet dat zonder toestemming van de grondeigenaar mag worden geland. De ballonvaartonderneming moest daarom de schade aan de eigenaar van de paarden vergoeden.
Laag met luchtballon over schapen varen (ECLI:NL:RBROT:2022:8563)
Deze uitspraak ging over een commerciële ballonvaart waarbij de luchtballon laag over weilanden met schapen voer en vervolgens in een aangrenzend weiland landde. De eigenaar van de schapen stelde dat de dieren door de ballonlanding in paniek waren geraakt en dat 38 drachtige schapen daardoor hun lammeren hadden verworpen. De ballonvaartonderneming betwistte onder meer dat de ballon laag had gevaren, dat de schapen in paniek waren geraakt en dat er een causaal verband bestond tussen de ballonvaart en de miskramen.
De kantonrechter stelde vast dat de luchtballon in de laatste minuten van de vaart lager dan 20 meter boven de grond voer en dat er schapen in de betreffende weilanden stonden. Daarbij benadrukte de rechter dat commerciële ballonvaart geen maatschappelijke noodzaak heeft, maar vooral een recreatieve activiteit is. Juist daarom moet een ballonvaarder bij het inzetten van de landing zeer zorgvuldig handelen en voorkomen dat personen, dieren of zaken op de grond in gevaar worden gebracht. Het is voorzienbaar dat schapen kunnen schrikken wanneer een luchtballon laag over een weiland vaart. De kantonrechter kwalificeerde het laag overvaren en landen daarom in beginsel als onrechtmatig handelen.
Daarmee stond echter nog niet vast dat de gevorderde schade ook moest worden vergoed. De eigenaar moest nog bewijzen dat de gesorteerde schapen door de ballonlanding in paniek waren geraakt, dat 38 schapen daardoor hun lammeren hadden verworpen, dat zijn schapen gemiddeld 2,8 lammeren krijgen en dat een lam normaal gesproken € 130 oplevert. De uitspraak laat dus goed zien dat laag overvaren boven dieren onrechtmatig kan zijn, maar dat de benadeelde nog steeds het causale verband en de omvang van de schade moet onderbouwen.
Welke schade door een luchtballon kan worden vergoed?
Bij schade door een luchtballon kunnen verschillende schadeposten ontstaan. Het gaat niet alleen om de zichtbare plek waar de ballon is geland. Ook dieren, gewassen, gebouwen, passagiers en bedrijfsmatige belangen kunnen schade ondervinden. De schade moet wel worden aangetoond en in verband staan met het incident. Hoe beter de schade wordt vastgelegd, hoe sterker de positie van de benadeelde is. Bij dieren en bedrijfsschade is deskundig bewijs vaak extra belangrijk.
Mogelijke schadeposten zijn onder meer:
Herstelkosten aan grond, tuin, erf, hekwerk, kas, schuur of gebouw;
Schade aan gewassen, grasland of bodem;
Dierenartskosten;
Waardevermindering of verlies van dieren;
Bedrijfsschade bij boeren, fokkers of professionele dierenhouders;
Reparatiekosten aan voertuigen of andere eigendommen;
Letselschade van passagiers of omstanders;
Kosten van deskundigen, taxateurs of dierenartsen;
Gevolgschade, voor zover het verband met de ballonvaart voldoende aannemelijk is.
Bij dieren kan de schade moeilijker te bewijzen zijn dan bij een kapot hek of beschadigde auto. Een paard dat na een landing kreupel loopt of blijvend angstig wordt, vraagt om medische en gedragsmatige onderbouwing. Ook bij vogels, vee of fokdieren kan de financiële schade groot zijn. Dierenartsrapporten, foto’s, camerabeelden en getuigenverklaringen zijn dan belangrijk.
Bewijs bij schade door een luchtballon
Bewijs speelt bij schade door een luchtballon een grote rol. Een luchtballon vertrekt na de landing vaak weer relatief snel, terwijl schade aan dieren, gewassen of bodem soms pas later zichtbaar wordt. Ook kan discussie ontstaan over de hoogte waarop de ballon vloog, het gebruik van branders, de exacte landingsplek en de rol van crew of omstanders. Daarom is het verstandig om zo snel mogelijk feiten vast te leggen. Dat geldt zowel voor de benadeelde als voor de ballonvaarder of exploitant.
Bewijs voor grondeigenaren en dierenhouders
Een grondeigenaar of dierenhouder doet er goed aan om onmiddellijk gegevens te verzamelen. Noteer gegevens zoals de datum, het tijdstip en de exacte locatie (coördinaten). Maak foto’s of video’s van de ballon, de landing, de schade, de sporen op het terrein en eventuele dieren die onrustig of gewond zijn. Noteer ook de naam van het ballonvaartbedrijf, het registratieteken van de ballon en de contactgegevens van de piloot of crew.
Bij schade aan dieren is het verstandig om snel een dierenarts in te schakelen. Laat verwondingen, stressreacties, kreupelheid, gedragsverandering of overlijden zo concreet mogelijk vastleggen. Vraag getuigen om hun waarnemingen te noteren. Ook camerabeelden (van stallen, erf, buren of beveiligingscamera’s) kunnen waardevol zijn.
Bewijs voor ballonvaarders en exploitanten
Ook de ballonvaarder moet bewijs verzamelen. Denk aan vluchtlog, weergegevens, route-informatie, landingsbeslissing, passagiersbriefing, foto’s van de landingsplek, onderhoudsgegevens en communicatie met de crew. Als er een incidentmelding nodig is, moet die tijdig worden gedaan. Ook onderhoudsdocumenten en luchtwaardigheidsgegevens kunnen relevant zijn als discussie ontstaat over een technisch gebrek. Het is verstandig om direct na een incident te noteren wat er is gebeurd, welke keuzes zijn gemaakt en welke omstandigheden daarbij een rol speelden. Erken niet te snel aansprakelijkheid zonder overleg met de verzekeraar. Tegelijk moet schade aan derden serieus worden genomen en zorgvuldig worden afgehandeld.
Verzekeringen en schade door een luchtballon
Ballonvaren is een luchtvaartactiviteit en brengt specifieke verzekeringsrisico’s mee. Een gewone particuliere aansprakelijkheidsverzekering zal doorgaans geen dekking verlenen bij het exploiteren of besturen van een luchtballon. Ballonvaarders en exploitanten hebben daarom een passende luchtvaartaansprakelijkheidsverzekering nodig. De dekking moet aansluiten bij het gebruik van de ballon, het aantal passagiers, het soort vlucht en de risico’s voor derden. Bij commerciële vluchten, wedstrijden en evenementen is dit extra belangrijk.
Aansprakelijkheidsverzekering voor luchtballonnen
Een luchtvaartverzekering of luchtballonverzekering is bedoeld voor aansprakelijkheid die voortvloeit uit het gebruik van de luchtballon. Daarbij kan het gaan om schade aan derden, eigendomsschade, letselschade of schade tijdens de vlucht, start of landing. De exacte dekking verschilt per polis. Daarom moet worden gecontroleerd of ook schade door landen op privéterrein, laag overvliegen, brandergebruik, crew-activiteiten en volgauto’s is meeverzekerd. Een luchtvaartverzekering dekt standaard de aansprakelijkheid die hoort bij het vliegrisico. Dit wil zeggen dat de aansprakelijkheid voor toegebrachte schade aan derden bij de start, tijdens de vlucht en de landing is gedekt. Veelal is het mogelijk om ook aanvullende dekkingen toe te voegen aan deze verzekering.
Opstalverzekering
Een opstalverzekering kan relevant zijn als een luchtballon schade veroorzaakt aan een woning, bijgebouw, schuur, kas, hekwerk dat bij de woning hoort of andere vaste onderdelen van het perceel. Denk aan een mand die tegen een gevel terechtkomt, een volgauto die een poort beschadigt of onderdelen van de ballon die schade veroorzaken aan het dak. Veel woonverzekeringen kennen een dekking voor schade door luchtvaartuigen of luchtverkeer. Dat betekent echter niet dat elke schade door een luchtballon automatisch onder de opstalverzekering valt. De exacte dekking hangt af van de polisvoorwaarden, het soort schade en de vraag of het beschadigde object onder de verzekerde opstal valt. De opstalverzekering is een eigen verzekering van de benadeelde. De verzekeraar zal de schade eerst aan de verzekerde vergoeden en daarna proberen de schade te verhalen op de aansprakelijke ballonvaarder of diens luchtvaartaansprakelijkheidsverzekeraar.
Inboedelverzekering
De inboedelverzekering kan in beeld komen wanneer losse spullen beschadigd raken door een luchtballon of door onderdelen daarvan. Denk aan tuinmeubelen, losse apparatuur in een bijgebouw, spullen in een schuur of opgeslagen inboedel die wordt geraakt door een landende ballon, vallende onderdelen of schade door luchtverkeer. Verschillende inboedelverzekeringen noemen schade door luchtvaartuigen of luchtverkeer expliciet als verzekerde gebeurtenis. Een inboedelverzekering heeft echter alleen betrekking op spullen die tot de particuliere huishouding behoren. Schade aan dieren, bedrijfsmateriaal, gewassen, voorraad of professionele inventaris valt daar niet automatisch onder. Ook kunnen er beperkingen gelden voor spullen buiten de woning, in een schuur, in opslag of in de tuin.
Autoverzekering
Een autoverzekering kan relevant zijn als een luchtballon, mand, volgauto, crewvoertuig of vallend onderdeel schade veroorzaakt aan een auto. Bij een gewone WA-autoverzekering is schade aan de eigen auto niet verzekerd. Die dekking is alleen bedoeld voor schade die met de auto aan anderen wordt veroorzaakt. Voor schade aan de eigen auto is een casco- of allriskdekking nodig. Bij verschillende verzekeraars wordt in de polisvoorwaarden expliciet verwezen naar schade door een neerstortend luchtvaartuig, vallende delen van een luchtvaartuig of voorwerpen die uit een luchtvaartuig vallen. De cascoverzekeraar van de autobezitter kan soms eerst uitkeren en daarna proberen de schade te verhalen op de aansprakelijke partij.
Aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren en bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering
De aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren is in de regel niet bedoeld voor het besturen of exploiteren van een luchtballon. Verschillende AVP-voorwaarden sluiten aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt met of door luchtvaartuigen expliciet uit, in andere gevallen volgt dit impliciet uit de bredere voorwaarden. Een particuliere ballonvaarder kan dus niet zomaar aannemen dat zijn gewone AVP schade door een ballonlanding of laag overvliegen dekt. Ook bij een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering is dit het geval. AVB-voorwaarden sluiten aansprakelijkheid door het bezitten, houden, gebruiken of laten gebruiken van luchtvaartuigen vaak uit.
Dierenverzekering, paardenverzekering en veeverzekering
Als paarden, schapen, koeien of vogels schrikken door laag overvliegen, brandergeluid of een landing, kan de ballonvaarder aansprakelijk zijn. Maar de eigenaar kan daarnaast een eigen dieren-, paarden- of veeverzekering hebben. Zo’n verzekering kan bijvoorbeeld dekking bieden voor dierenartskosten, overlijden, noodslachting, blijvende ongeschiktheid of schade door ongeval enzovoort. Dit is afhankelijk van het soort dier en de polis. Voor paarden bestaan gespecialiseerde paardenverzekeringen waarbij overlijden, noodslachting, medische kosten of blijvende ongeschiktheid kunnen worden verzekerd. Voor agrarische dieren bestaan veeverzekeringen die schade door ziekte, ongeval of acute vergiftiging kunnen dekken. Niet elke stressreactie, miskraam, waardevermindering of productieverlies valt echter automatisch onder zo’n polis.
Agrarische verzekering, teeltverzekering en kasverzekering
Agrarische bedrijven hebben vaak aparte verzekeringen voor teelt, vee, gebouwen, kassen, inventaris en bedrijfsschade. Een luchtballon kan schade veroorzaken aan gewassen, glasopstanden, afrasteringen, teeltmateriaal, bedrijfsgebouwen of omzet. Of de eigen agrarische polis dekking biedt, hangt sterk af van het verzekerde object en de omschreven gebeurtenissen. Bij glastuinbouw- en teeltverzekeringen wordt soms expliciet gesproken over schade door luchtvaartuigen of neervallende luchtvaartuigen. Bij teelt buiten zijn verzekeringen echter vaak vooral gericht op weerrisico’s zoals hagel, storm, vorst, brand of vandalisme. Schade door een luchtballonlanding, volgauto of betreding van het perceel kan dan buiten de standaarddekking vallen.
Zorgverzekering, reisverzekering en ongevallenverzekering van passagiers
Als een passagier letsel oploopt tijdens een ballonvaart, worden wellicht medische kosten gemaakt. Dat wil zeggen dat de zorgverzekering tussenbeide zal komen. Wel kan sprake zijn van eigen risico, eigen bijdragen of kosten die niet volledig worden vergoed. Die niet-vergoede schade kan bij aansprakelijkheid worden geclaimd bij de ballonvaartonderneming of diens verzekeraar. Een reisverzekering kan relevant zijn als de ballonvaart onderdeel is van een reis of vakantie. Sommige reisverzekeraars behandelen ballonvaart als standaard gedekte activiteit, terwijl andere risicovolle sporten anders beoordelen. Controleer daarom altijd de polis. Een ongevallenverzekering werkt anders: die keert meestal een vast bedrag uit bij overlijden of blijvende invaliditeit, ongeacht de volledige werkelijke schade. Dit is dus geen volledige letselschadeverzekering.
Rechtsbijstandverzekering
Een rechtsbijstandverzekering kan heel nuttig zijn wanneer discussie ontstaat over aansprakelijkheid, schadeomvang of verzekeringsdekking. Schade door een luchtballon kan juridisch ingewikkeld zijn, omdat er vaak meerdere partijen betrokken zijn: de ballonvaarder, exploitant, organisator, grondeigenaar, dierenhouder, passagier, crew, volgauto en verschillende verzekeraars. Ook het bewijs is soms lastig. Denk aan de hoogte van het overvliegen, het gebruik van branders, het gedrag van dieren of de waardering van bedrijfsschade. Een rechtsbijstandverzekeraar kan dan helpen bij het aansprakelijk stellen van de ballonvaarder, het beoordelen van een afwijzing, het verzamelen van bewijs en het verhalen van schade. Let wel op de gekozen modules en uitsluitingen.
Praktische tips om schade door luchtballonnen te voorkomen
Schade door luchtballonnen kan niet altijd volledig worden voorkomen, omdat ballonvaren afhankelijk blijft van wind en weer. Toch kunnen ballonvaarders, exploitanten en organisatoren veel doen om de risico’s te beperken. Een goede voorbereiding voorkomt niet alleen incidenten, maar helpt ook om achteraf te laten zien dat zorgvuldig is gehandeld.
Praktische tips voor ballonvaarders en organisatoren:
Controleer vóór vertrek weer, windrichting, windsnelheid, zicht en alternatieve landingsplaatsen.
Vermijd laag overvliegen boven percelen met paarden, vee, schapen, vogels of andere gevoelige dieren.
Gebruik branders boven dieren of bebouwing alleen wanneer dat noodzakelijk en verantwoord is.
Kies geen startlocatie waar het risico voor omwonenden, dieren of verkeer groot is.
Zorg dat de ballon luchtwaardig is en dat alle documenten in orde zijn.
Maak vooraf afspraken met grondeigenaren als een start- of landingslocatie (in de mate van het mogelijke) bekend is.
Geef passagiers duidelijke instructies voor start, vlucht en landing.
Laat crew en volgauto’s zorgvuldig omgaan met privéterrein.
Voorkom onnodige drukte bij dieren of kwetsbare percelen na de landing.
Meld incidenten of voorvallen (zeker wanneer dat verplicht is).
Ook grondeigenaren en dierenhouders kunnen praktisch handelen. Wie luchtballonnen ziet overkomen, kan kwetsbare dieren in tijdig binnenzetten. Bij schade is het belangrijk om rustig te blijven, gegevens te verzamelen en de schade snel vast te leggen. Dat maakt de latere afhandeling veel eenvoudiger.
Wat doen bij schade door een luchtballon?
Bij schade door een luchtballon is snel en zorgvuldig handelen belangrijk. Een luchtballon is na de landing vaak maar tijdelijk aanwezig. Crew en passagiers vertrekken meestal snel, terwijl schade aan dieren, bodem of gewassen soms pas later zichtbaar wordt. Daarom is het verstandig om meteen gegevens, foto’s en getuigeninformatie te verzamelen.
Zorg voor veiligheid
Controleer eerst of er gewonden zijn. Kijk ook of dieren in paniek zijn geraakt of dreigen uit te breken. Houd afstand tot paarden, vee of andere dieren die zichtbaar gestrest zijn. Bel hulpdiensten als er letsel, brand, gevaar of ernstige verkeershinder is.
Noteer de gegevens van de ballonvaarder
Vraag naar de naam van de piloot, exploitant, organisator en het ballonvaartbedrijf. Noteer ook het registratieteken van de ballon, contactgegevens en verzekeringsgegevens. Als het gaat om een commerciële vlucht of evenement, is ook de naam van de organisator belangrijk.
Maak foto’s en video’s
Leg vast waar de ballon is geland of hoe laag is overgevaren. Fotografeer schade aan grond, dieren, hekwerk, gewassen, gebouwen of voertuigen. Maak ook foto’s van sporen, volgauto’s, omstanders en de positie van de mand. Doe dit alleen als dat veilig kan.
Verzamel getuigengegevens
Vraag om gegevens van omstanders, buren, passagiers of medewerkers die de landing of het overvliegen hebben gezien. Getuigen kunnen later iets zeggen over geluid, hoogte, locatie, brandergebruik, gedrag van dieren en de afhandeling na de landing. Noteer hun waarnemingen bij voorkeur zo snel mogelijk.
Schakel een dierenarts of deskundige in (indien van toepassing)
Bij dierenletsels is een dierenartsrapport belangrijk. Laat stress, verwondingen, kreupelheid, overlijden of gedragsverandering zo snel mogelijk vastleggen. Bij gewassen, bedrijfsschade of bodemschade kan een agrarisch expert nodig zijn. Hoe concreter de schade wordt vastgesteld, des te beter een schadeclaim kan worden onderbouwd.
Meld de schade schriftelijk
Meld de schade schriftelijk bij de ballonvaarder, exploitant of organisator. Beschrijf feitelijk wat er is gebeurd en voeg foto’s, getuigengegevens en rapporten toe. Vraag ook om gegevens van de aansprakelijkheidsverzekeraar. Houd de toon zakelijk en vermijd speculaties.
Veelgestelde vragen over aansprakelijkheid bij luchtballonnen
Het is normaal om vragen te hebben na schade door een luchtballon. Ballonvaren is voor veel mensen bijzonder om te zien, maar juridisch is het allemaal complexer dan het lijkt. Een luchtballon is afhankelijk van onzichtbare wind, maar veroorzaakt soms zichtbare schade aan grond, dieren, eigendommen of passagiers. Daardoor ontstaat vaak twijfel over de vraag of de landing mocht, wie de schade moet betalen en welke verzekering moet worden aangesproken. De antwoorden hieronder geven een praktische uitleg, maar bij grote schade blijft een beoordeling van de concrete feiten nodig.
Mag een luchtballon zomaar overal landen?
Nee, dat is te kort door de bocht. Een luchtballon hoeft onder omstandigheden niet op een gewone luchthaven te landen, maar dat betekent niet dat de ballonvaarder zonder meer andermans grond mag gebruiken. Het eigendomsrecht van de grondeigenaar blijft belangrijk. Bij schade kan aansprakelijkheid ontstaan.
Wie betaalt schade aan dieren door een luchtballon?
De ballonvaarder of exploitant kan aansprakelijk zijn als dieren schade lijden door laag overvliegen, brandergeluid, paniek of een landing op of naast een perceel. Denk aan dierenartskosten, verwondingen, stressreacties of waardevermindering. Een dierenartsrapport is vaak belangrijk om het verband tussen de luchtballon en de schade te onderbouwen.
Wat als een luchtballon schade veroorzaakt tijdens een wedstrijd?
Bij wedstrijden kunnen extra regels gelden, zoals minimumhoogtes of verboden zones. Als een deelnemer zulke regels schendt en daardoor schade ontstaat, kan dat zwaar meewegen bij de aansprakelijkheidsbeoordeling. Ook de organisator kan een verantwoordelijkheid hebben als veiligheidsregels ontbreken of onvoldoende worden gehandhaafd.
Kan ik meer schadevergoeding krijgen dan een standaardvergoeding of cadeau?
Ja, dat kan. Een standaardvergoeding of attentie is niet altijd voldoende als er aantoonbare schade is. Denk aan dierenartskosten, schade aan gewassen, kapot hekwerk, bodemschade of bedrijfsschade. De werkelijke schade moet wel worden onderbouwd.
Wat moet ik doen als een luchtballon op mijn grond landt?
Blijf rustig en noteer de gegevens van de piloot, exploitant en ballon. Maak foto’s van de landing, schade en eventuele sporen. Verzamel getuigengegevens en schakel bij schade aan dieren snel een dierenarts in. Meld de schade daarna schriftelijk bij de ballonvaarder of exploitant.
Kan een ballonvaartbedrijf aansprakelijk zijn voor letsel van passagiers?
Ja, dat kan. Bij commerciële ballonvaarten heeft de exploitant een zorgplicht tegenover passagiers. Letsel door een harde landing, foutieve instructies, gebrekkig materiaal of onzorgvuldige vluchtvoorbereiding kan tot aansprakelijkheid leiden. De omstandigheden van de vlucht en de landing zijn daarbij bepalend.