EN

Aansprakelijkheid van waterschappen

Wateroverlast kan grote gevolgen hebben voor woningen, bedrijven, landbouwgrond en openbare ruimte. Door hevige buien en andere vormen van extreem weer komt het steeds vaker voor dat in korte tijd uitzonderlijk veel regen valt. Zelfs een goed onderhouden rioolstelsel of watersysteem kan zulke hoeveelheden water niet altijd verwerken. Dat betekent niet automatisch dat er iemand aansprakelijk is voor de schade. Waterschappen hebben wel een belangrijke taak: zij moeten zorgen voor een goed functionerend watersysteem en beheren onder meer waterpeilen, sloten, beken en andere watergangen. Daarbij gelden normen die per gebied kunnen verschillen. Toch bestaat er geen absolute garantie tegen wateroverlast. Vooral in beekdalen, hellende gebieden en laaggelegen zones kan schade soms niet volledig worden voorkomen. Daarom moet geval per geval worden beoordeeld of een waterschap al dan niet aansprakelijk kan worden gesteld.

Op deze pagina over de aansprakelijkheid van waterschappen:

    Wegje langs water en overstromingsgebied

    Statuut en werking van het waterschap

    Een waterschap is een openbaar bestuursorgaan met een eigen bestuur. Dat bestuur bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een dijkgraaf. Het algemeen bestuur bepaalt de hoofdlijnen van het beleid en controleert of het dagelijks bestuur dit beleid goed uitvoert. In dit bestuur zitten vertegenwoordigers van verschillende groepen die belang hebben bij waterbeheer, zoals inwoners, landbouwers, bedrijven en natuurbeheerders. De leden worden om de vier jaar gekozen bij de waterschapsverkiezingen. Het dagelijks bestuur voert het beleid uit en bereidt besluiten voor. De dijkgraaf is voorzitter van het waterschap en kan worden vergeleken met een burgemeester. Hij zit niet in het algemeen bestuur, maar wel in het dagelijks bestuur. De regering benoemt de dijkgraaf voor zes jaar.

    Hieronder wordt het onderscheid gemaakt tussen de watergerelateerde taken van de gemeente en deze van het waterschap. Dit onderscheid is van belang bij schade: als de verantwoordelijkheid bij de gemeente lag, kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld. Enkel indien de verantwoordelijkheid bij het waterschap ligt, kan een waterschap met succes aansprakelijk worden gesteld.

    Taken van de gemeente

    Sinds 1 januari 2024 zijn de watertaken opnieuw ingekaderd binnen de Omgevingswet. Voor gemeenten is vooral artikel 2.16, eerste lid, onder a, onder 2°, Omgevingswet van belang. Daaruit volgt dat een gemeente onder bepaalde voorwaarden maatregelen moet nemen tegen problemen door de grondwaterstand. Het gaat dus niet om elke vorm van wateroverlast, maar om situaties waarin de gemeente volgens de wet daadwerkelijk aan zet is. Daarvoor moet aan meerdere voorwaarden zijn voldaan:

    • Het probleem doet zich voor in de openbare ruimte;

    • Er zijn maatregelen mogelijk om de gevolgen te beperken;

    • Het gaat om nadelige gevolgen die samenhangen met de grondwaterstand;

    • Die gevolgen raken functies die aan de fysieke leefomgeving zijn toegekend;

    • De maatregelen kunnen de schade of hinder zoveel mogelijk voorkomen of beperken;

    • Het nemen van maatregelen is doelmatig;

    • De taak ligt niet bij het waterschap, de provincie of het Rijk.

    Daarnaast blijft de gemeente verantwoordelijk voor de riolering. In de omgevingsvisie, een waterprogramma of een rioleringsprogramma kan de gemeente verder uitwerken wanneer grondwaterproblemen als structureel worden beschouwd. De taken van het waterschap zijn afzonderlijk geregeld in artikel 2.17 Omgevingswet.

    Taken van het waterschap

    Goed onderhouden dijk met wandelpad en een bankje

    Op grond van artikel 2.17 Omgevingswet hebben waterschappen vooral taken op het gebied van regionaal waterbeheer. Zij beheren watergangen, sloten, beken, regionale keringen en andere onderdelen van het watersysteem, voor zover die aan hen zijn toegewezen. In de praktijk betekent dit dat het waterschap maatregelen neemt om water aan- en af te voeren, waterpeilen te beheren, wateroverlast te beperken en waar nodig toezicht te houden op activiteiten die invloed hebben op het watersysteem. Ook kan het waterschap regels stellen in de waterschapsverordening, vergunningen verlenen en handhavend optreden. Daarnaast heeft het waterschap een belangrijke taak in de afvalwaterketen: het zuivert stedelijk afvalwater dat via het gemeentelijke riool wordt aangevoerd.

    OnderwerpGemeenteWaterschap
    Wettelijke basisArtikel 2.16 OmgevingswetArtikel 2.17 Omgevingswet
    RioleringZorgt voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater via het openbare rioolZuivert het aangevoerde stedelijke afvalwater in rioolwaterzuiveringsinstallaties
    HemelwaterHeeft een taak bij de verwerking van regenwater in openbaar gebied, voor zover doelmatigBeheert het regionale watersysteem waarin overtollig water uiteindelijk terecht kan komen
    GrondwaterMoet in openbaar gebied maatregelen nemen tegen structureel nadelige gevolgen van grondwater, als aan de wettelijke voorwaarden is voldaanHeeft een rol bij wateractiviteiten en grondwateronttrekkingen binnen het regionale watersysteem
    OppervlaktewaterGeen hoofdbeheerder van regionale wateren, maar moet bij ruimtelijke keuzes wel rekening houden met waterBeheert regionale wateren, zoals sloten, beken en watergangen
    WaterpeilKan gevolgen ondervinden van peilbeheer, bijvoorbeeld bij inrichting van openbare ruimteStelt peilbesluiten vast en voert peilbeheer uit
    WaterveiligheidHoudt bij ruimtelijke ordening rekening met risico’s van waterBeheert regionale waterkeringen, voor zover die tot het beheergebied behoren
    Regels en vergunningenStelt regels in het omgevingsplanStelt regels in de waterschapsverordening en kan vergunningen voor wateractiviteiten verlenen

    Nadeelcompensatieregeling bij rechtmatig waterbeheer

    Wanneer het waterschap geen fout maakt, kan er toch schade ontstaan door waterbeheer. Het is nu eenmaal niet mogelijk om schade door water helemaal te voorkomen. In sommige gevallen kan dit ondanks het ontbreken van een fout toch aanleiding geven tot compensatie. Sinds 1 januari 2024 moet vooral worden gekeken naar de Omgevingswet en de algemene regeling voor nadeelcompensatie in titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht. De kern van het verhaal is dat een overheid die rechtmatig handelt toch schade kan veroorzaken die niet volledig voor rekening van een burger, ondernemer of grondeigenaar hoort te blijven. In waterzaken kan het bijvoorbeeld gaan om schade door een peilbesluit, een projectbesluit, werkzaamheden aan waterstaatswerken, waterberging, gebruiksbeperkingen of een gedoogplicht. Het vroegere artikel 7.14 Waterwet kende hiervoor een brede regeling. Onder het huidige recht is de systematiek anders, maar het uitgangspunt blijft dat onevenredige schade door rechtmatig overheidshandelen in bepaalde gevallen kan worden vergoed.

    Nadeelcompensatie is iets anders dan schade door een fout

    Bij schade door wateroverlast, waterbeheer of werkzaamheden aan waterstaatswerken moet eerst onderscheid worden gemaakt tussen onrechtmatig handelen (zie verder op deze pagina) en rechtmatig handelen. Als een waterschap een wettelijke plicht schendt, onvoldoende onderhoud pleegt of onzorgvuldig handelt, kan sprake zijn van aansprakelijkheid wegens onrechtmatig handelen. Dan staat de fout centraal. Nadeelcompensatie gaat juist over de andere situatie: het waterschap handelt rechtmatig, maar een burger of bedrijf wordt daardoor wel zwaar geraakt. Het gaat dan niet om de vraag of het waterschap iets verkeerd heeft gedaan, maar om de vraag of de schade redelijk verdeeld moet worden.

    Juridische basis voor de nadeelcompensatie

    De algemene basis voor nadeelcompensatie staat sinds 1 januari 2024 in titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 4:126 Awb bepaalt in grote lijnen dat schade door rechtmatig overheidshandelen voor vergoeding in aanmerking kan komen als die schade uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en de benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft. Voor schade in de fysieke leefomgeving, waaronder waterbeheer, vult de Omgevingswet dit stelsel verder in. Afdeling 15.1 Omgevingswet bevat een bijzondere regeling voor nadeelcompensatie bij besluiten en maatregelen binnen het omgevingsrecht. Voor waterbeheer is dit belangrijk, omdat waterschappen hun taken uitoefenen binnen dat omgevingsrechtelijke kader. Anders dan onder het oude artikel 7.14 Waterwet is de huidige regeling minder algemeen geformuleerd. Het oude artikel 7.14 Waterwet bood een ruime grondslag voor vergoeding van schade door rechtmatige uitoefening van taken of bevoegdheden in het kader van waterbeheer. Daaronder konden niet alleen besluiten vallen, maar ook feitelijke handelingen. Denk aan het aanpassen van een stuw, het uitvoeren van onderhoud, het versterken van een dijk of het nemen van maatregelen rond waterberging. Sinds 1 januari 2024 geldt deze bepaling niet meer als uitgangspunt voor nieuwe gevallen. Toch kan het oude recht nog relevant zijn wanneer de schadeoorzaak vóór 1 januari 2024 ligt en het overgangsrecht van toepassing is.

    Verschillende soorten schade door waterschappen

    De schade in waterschapszaken is vaak technisch en is tegelijkertijd enorm divers. Bij landbouwgrond kan schade ontstaan door vernatting, verdroging, tijdelijke onbruikbaarheid van percelen of lagere opbrengsten. Bij woningen of bedrijfsgebouwen kan discussie ontstaan over waardevermindering, scheurvorming, verzakking of beperkingen in het gebruik van het perceel. Ook ondernemers kunnen schade lijden door tijdelijke werkzaamheden, verminderde bereikbaarheid of beperkingen rond watergangen en waterkeringen. Daarnaast kan schade voortvloeien uit regels in de waterschapsverordening, vergunningvoorschriften of besluiten die nodig zijn voor waterveiligheid. Niet elke schadepost komt automatisch voor vergoeding in aanmerking. Er moet worden beoordeeld of de schade voldoende rechtstreeks samenhangt met het handelen van het waterschap, of de schade boven het normale risico uitstijgt en of de benadeelde niet al op een andere manier is gecompenseerd.

    Causaal verband blijft doorslaggevend

    Het aantonen van het causale verband tussen oorzaak en schade is vaak het moeilijkste onderdeel van een schadeverzoek. De benadeelde moet aannemelijk maken dat de schade daadwerkelijk is veroorzaakt door het besluit, de maatregel of de activiteit van het waterschap. In waterzaken is dat zelden eenvoudig. Waterstanden hangen samen met neerslag, bodemgesteldheid, grondwaterstromen, drainage, onderhoud, bebouwing, peilbeheer en natuurlijke omstandigheden. Bij bouwkundige schade kunnen ook ouderdom van het gebouw, funderingsproblemen, droogte of eerdere werkzaamheden een rol spelen. Daarom is vaak deskundig onderzoek nodig. Een hydroloog kan beoordelen of een peilwijziging of watermaatregel invloed had op de grondwaterstand. Een bouwkundig expert kan de oorzaak van scheuren of verzakkingen onderzoeken. Een agrarisch deskundige kan dan weer beoordelen of opbrengstschade werkelijk voortvloeit uit het waterbeheer. Zonder voldoende causaal verband heb je geen recht op een vergoeding.

    Normaal maatschappelijk risico en ondernemersrisico

    Nadeelcompensatie vergoedt bovendien niet automatisch alle schade. Een deel van de schade kan behoren tot het normale maatschappelijke risico of het normale ondernemersrisico. Dat betekent dat burgers en bedrijven bepaalde nadelen moeten accepteren die horen bij normale maatschappelijke ontwikkelingen. Waterveiligheidsmaatregelen, onderhoud aan watergangen en ingrepen in het watersysteem kunnen noodzakelijk zijn om Nederland bewoonbaar en veilig te houden. Pas wanneer de schade uitstijgt boven wat normaal gesproken voor rekening van de betrokkene hoort te blijven, is het mogelijk om een vergoeding te krijgen. Bij ondernemers wordt ook gekeken naar het normale ondernemersrisico. Tijdelijke hinder, beperkte bereikbaarheid of enige omzetdaling hoeft niet altijd te worden vergoed. Bij indirecte schade in de vorm van waardedaling van een onroerende zaak geldt onder artikel 15.7 Omgevingswet bovendien een forfait van vier procent van de waarde van de onroerende zaak. Andere schadevormen vragen een beoordeling op maat.

    Risicoaanvaarding en voorzienbaarheid

    De nadeelcompensatie kan ook worden beperkt of geweigerd als de schade voorzienbaar was. Dit wordt risicoaanvaarding genoemd. Wie grond, een woning of een bedrijf koopt terwijl al duidelijk is dat er plannen bestonden voor een dijkversterking, waterberging, peilwijziging of ander waterproject, kan later niet zomaar stellen dat de schade onverwacht was. Het criterium is of een redelijk denkend en handelend koper of ondernemer met de ontwikkeling rekening had moeten houden. Openbaar gemaakte plannen, beleidsstukken, ontwerpbesluiten of concrete projectvoornemens kunnen daarbij een rol spelen. Tegelijkertijd is voorzichtigheid nodig. Vage geruchten of algemene berichten zijn niet altijd voldoende. Bij risicoaanvaarding moet steeds worden gekeken naar de informatie die beschikbaar was op het moment van de investering of aankoop.

    Gedoogplicht bij nadeelcompensatie waterschappen

    In waterbeheer kunnen eigenaren soms verplicht worden om werkzaamheden of gevolgen op hun grond te dulden. Dat heet een gedoogplicht. Denk aan onderhoud aan waterstaatswerken, werkzaamheden aan watergangen, het plaatsen van voorzieningen of de aanleg en wijziging van werken die nodig zijn voor waterbeheer. Onder de Omgevingswet staan gedoogplichten in een afzonderlijk kader. Voor schade door gedoogplichten bevat de Omgevingswet ook een aparte schaderegeling. De vraag is dan niet alleen of sprake is van nadeel boven het normale risico, maar ook hoe intensief de eigenaar wordt geraakt. Bij beperkte of gebruikelijke onderhoudshandelingen zal een vergoeding minder snel aan de orde zijn. Bij zwaardere ingrepen, waarbij eigendom of gebruiksmogelijkheden wezenlijk worden aangetast, kan een ruimere of zelfs volledige vergoeding dichterbij komen.

    Aansprakelijkheid bij schade door waterschap

    Landbouwbedrijf is getroffen door een overstroming

    Naast nadeelcompensatie kan ook echte aansprakelijkheid van het waterschap aan de orde zijn. Dat is een andere situatie. Bij nadeelcompensatie gaat het om schade door rechtmatig handelen: het waterschap mocht een maatregel nemen, maar de gevolgen zijn voor een beperkte groep zo zwaar dat een vergoeding toch redelijk kan zijn. Bij aansprakelijkheid wegens schade staat juist de vraag centraal of het waterschap iets verkeerd heeft gedaan of heeft nagelaten. Wateroverlast betekent dus niet automatisch dat het waterschap moet betalen. Ook een goed beheerd watersysteem kan bij extreme hoosbuien tekortschieten. Pas wanneer kan worden aangetoond dat het waterschap zijn wettelijke taken onvoldoende heeft uitgevoerd, kan aansprakelijkheid ontstaan. Als het watersysteem aan de geldende normen voldoet, ligt aansprakelijkheid meestal niet voor de hand.

    Voorwaarden voor aansprakelijkheid waterschap

    Een waterschap is niet automatisch aansprakelijk zodra er schade ontstaat door wateroverlast, onderhoudswerkzaamheden of een probleem aan een watergang. Eerst moet worden onderzocht wat er precies is gebeurd, welke taak het waterschap had en of het waterschap redelijk heeft gehandeld. Daarbij kijkt men onder meer naar de feitelijke situatie ter plaatse, de toepasselijke regels, de legger, eerdere meldingen en relevante rechtspraak. Voor aansprakelijkheid is vooral belangrijk of de schade is ontstaan doordat het waterschap niet heeft gedaan wat in de gegeven omstandigheden van een zorgvuldig handelend waterschap mocht worden verwacht. In de praktijk spelen de volgende zaken een belangrijke rol:

    • Er moet een taak of zorgplicht van het waterschap zijn. Het waterschap is verantwoordelijk voor bepaalde onderdelen van het watersysteem. Dat kan bijvoorbeeld gaan om het beheer van watergangen, het onderhoud van sloten, beken of duikers, of het nemen van maatregelen om het waterpeil te beheren. Of het waterschap daadwerkelijk verantwoordelijk is, hangt af van de wettelijke taakverdeling en van de legger. In de legger staat onder meer wie onderhoudsplichtig is voor bepaalde waterstaatswerken.

    • Er moet sprake zijn van een gebrek of risicovolle situatie. Aansprakelijkheid komt vooral in beeld wanneer er een gevaarlijke of gebrekkige toestand bestond. Denk aan een slecht onderhouden watergang, een verstopte duiker, een gebrekkige waterkering of een situatie waarin het water niet meer goed kon worden afgevoerd. Niet elk probleem is meteen een juridisch gebrek. Er moet worden beoordeeld of de situatie, gelet op de omstandigheden, onaanvaardbare risico’s opleverde.

    • Het gebrek moet kenbaar zijn geweest. Het waterschap moet van het probleem hebben geweten of had het probleem redelijkerwijs moeten hebben kunnen ontdekken. Dat kan bijvoorbeeld blijken uit eerdere meldingen, inspecties, klachten van omwonenden of zichtbare gebreken. Een kenbaar gebrek is dus een probleem waarvan het waterschap wist of had moeten weten. Zodra een gebrek voldoende duidelijk is, mag worden verwacht dat het waterschap beoordeelt welke actie nodig is.

    • Het waterschap moet te laat of onvoldoende hebben gereageerd. Zelfs als een gebrek bekend is, is het waterschap niet altijd direct aansprakelijk. De vraag is of het binnen een redelijke termijn passende maatregelen heeft getroffen. Soms is direct ingrijpen nodig, bijvoorbeeld bij een acuut gevaarlijke situatie. In andere gevallen mag het waterschap eerst onderzoek doen, werkzaamheden plannen of prioriteiten stellen. Aansprakelijkheid kan ontstaan wanneer het waterschap niets doet, te lang wacht of een maatregel neemt die duidelijk onvoldoende is.

    • Er moet een duidelijk verband zijn tussen het handelen of nalaten en de schade. De benadeelde moet kunnen aantonen dat de schade is veroorzaakt door het tekortschieten van het waterschap. Dat bewijs is vaak lastig, omdat wateroverlast ook kan ontstaan door extreme regenval, particuliere afvoerproblemen, gemeentelijke riolering, bodemgesteldheid of andere oorzaken. Zonder voldoende causaal verband is er geen grond voor schadevergoeding.

    Een belangrijk aandachtspunt is dat het waterschap beleids- en beoordelingsruimte heeft. De rechter beoordeelt meestal niet of achteraf gezien de beste oplossing is gekozen, maar of het waterschap op basis van de kennis en omstandigheden van dat moment in redelijkheid zo mocht handelen. Daardoor is een waterschap in de praktijk niet snel aansprakelijk. Toch is aansprakelijkheid zeker niet uitgesloten. Dat blijkt ook uit de rechtspraak.

    Zorgplicht waterschap en aansprakelijkheid

    Een waterschap heeft een zorgplicht voor het regionale watersysteem. Dat betekent dat het waterschap binnen zijn beheergebied moet zorgen voor een redelijk functionerend stelsel van watergangen, duikers, stuwen, keringen en andere waterwerken. Die zorgplicht is geen garantie dat schade door wateroverlast nooit kan ontstaan. Schade door wateroverlast kan namelijk nooit volledig worden uitgesloten. Een kans op wateroverlast van gemiddeld eens per tien tot honderd jaar is dan ook aanvaardbaar, afhankelijk van het type gebied.

    Type gebiedAanvaardbare kans op wateroverlast
    GraslandGemiddeld eens per 10 jaar
    AkkerbouwGemiddeld eens per 25 jaar
    Kapitaalintensieve teeltGemiddeld eens per 50 jaar
    Gebouwd gebiedGemiddeld eens per 100 jaar

    Doordat schade door wateroverlast nooit volledig kan worden uitgesloten, heeft het waterschap geen resultaatsverbintenis. Wel moet het waterschap handelen als een zorgvuldig beheerder. Het moet onderhoud uitvoeren waar het volgens de legger onderhoudsplichtig is, risico’s beoordelen, meldingen serieus nemen en bij bekende gebreken tijdig passende maatregelen treffen. Denk aan een duiker die verstopt is, een watergang die onvoldoende doorstroomt of schotten in een duiker die bij zware regen de afvoer belemmeren. Als het waterschap van zo’n probleem weet of redelijkerwijs had moeten weten, kan niet zomaar worden afgewacht. De zorgplicht vraagt dan om onderzoek, afweging en zo nodig ingrijpen.

    Schending van die zorgplicht kan tot aansprakelijkheid leiden wanneer daardoor schade ontstaat. Als een duiker al maanden niet goed werkt en het waterschap weet dat hierdoor bij nieuwe regenval opnieuw wateroverlast kan ontstaan, kan uitstel van herstel onzorgvuldig zijn. Ook wanneer een waterschap afwijkt van een vaste werkwijze waarop grondeigenaren mochten vertrouwen, kan dat risico’s opleveren. Tegelijk heeft het waterschap beleidsruimte. Het hoeft niet altijd de perfecte maatregel te nemen en mag belangen tegen elkaar afwegen, bijvoorbeeld tussen beregening, waterafvoer, landbouw en waterveiligheid. De rechter kijkt daarom vooral of het waterschap, met de kennis van dat moment, redelijk heeft gehandeld.

    Aansprakelijkheid waterschap bij extreme regen

    Bij extreme regenval is aansprakelijkheid van het waterschap niet vanzelfsprekend. Een watersysteem kan veel verwerken, maar bij uitzonderlijke buien kan in korte tijd zoveel water vallen dat wateroverlast niet volledig te voorkomen is. Dat geldt zeker wanneer de regenval zeer plaatselijk en uitzonderlijk zwaar is. In zo’n geval moet worden onderzocht of het waterschap, met de kennis van dat moment, redelijk heeft gehandeld. Een waterschap kan bijvoorbeeld aansprakelijk zijn wanneer het een bekend risico negeert, te laat reageert op waarschuwingen of een verkeerde beheermaatregel neemt, zoals een onnodige maalstop of het niet tijdig aanpassen van een stuw of duiker. De benadeelde moet bovendien aantonen dat juist dat handelen of nalaten de schade heeft veroorzaakt. Ontbreekt dat causale verband, dan is het verkrijgen van een schadevergoeding niet mogelijk. Extreme regen is geen vrijbrief voor onzorgvuldig waterbeheer, maar extreme weeromstandigheden maken het wel minder eenvoudig om een schadevergoeding te bekomen.

    Aansprakelijkheid waterschap bij schade door grondwater

    Schade door grondwater is juridisch vaak ingewikkeld, omdat meerdere partijen een rol kunnen spelen. Sinds de Omgevingswet heeft de gemeente een eigen grondwatertaak in openbaar gebied, terwijl het waterschap verantwoordelijk is voor het regionale watersysteem en bepaalde wateractiviteiten. Bij grondwateroverlast moet daarom eerst worden vastgesteld wie bevoegd en verantwoordelijk was. Hoog grondwater kan bijvoorbeeld leiden tot ondergelopen kelders, rotte bloembollen of onbegaanbare percelen. Als de schade samenhangt met het regionale watersysteem of peilbeheer, kan het waterschap hiervoor aansprakelijk zijn. Laag grondwater kan schade veroorzaken aan houten funderingen die droog komen te staan. Hier kan schade het gevolg zijn van onzorgvuldig peilbeheer, wateronttrekkingen of slechte beheerskeuzes van het waterschap. Toch leidt dit alles niet automatisch tot aansprakelijkheid. Van eigenaren mag worden verwacht dat zij ook zelf redelijke bouwkundige of waterhuishoudkundige maatregelen nemen om hun eigendom te beschermen. Ook hier blijft het causale verband bovendien beslissend.

    Aansprakelijkheid bij verstopte duiker

    Een duiker is een buis of betonnen doorgang onder bijvoorbeeld een weg, dam of inrit. Het nut ervan is dat water van de ene kant naar de andere kant kan blijven stromen, terwijl het terrein erboven toegankelijk blijft. Als een duiker verstopt raakt of te weinig water doorlaat, kan het water zich ophopen en kan wateroverlast ontstaan. In een zaak bij de Rechtbank Oost-Brabant speelde zo’n probleem bij een boomkwekerij. Langs het perceel liep een A-watergang waarvoor het waterschap volgens de legger onderhoudsplichtig was. Een duiker functioneerde nauwelijks nog, onder meer doordat die in het verleden niet goed was aangepast bij een verbrede inrit. In maart 2016 ontstond al wateroverlast. Vanaf dat moment wist, of moest, het waterschap dat de duiker een risico vormde. Toen in juni 2016 opnieuw wateroverlast ontstond en herstel pas in juli volgde, oordeelde de rechtbank dat het waterschap te laat had gehandeld. Het toont aan dat een waterschap aansprakelijk kan zijn als het niet tijdig ingrijpt bij falende infrastructuur.

    Aansprakelijkheid waterschap bij diepontwatering

    Diepontwatering betekent dat het grondwaterpeil bewust of feitelijk dieper wordt gehouden dan voorheen. Dat kan gebeuren door bemaling, drainage, peilbeheer of andere waterhuishoudkundige maatregelen. Het doel kan zijn om gronden droger te maken, landbouw mogelijk te houden, bouwwerkzaamheden uit te voeren of water beter af te voeren. Diepontwatering kan echter ook schade veroorzaken. Vooral oudere gebouwen met houten funderingspalen zijn kwetsbaar: als het grondwater te laag komt te staan, kunnen de bovenste delen van de palen droogvallen en gaan rotten. Ook landbouwgrond kan schade lijden wanneer het waterpeil te sterk of te langdurig wordt verlaagd. Het waterschap heeft bij peilbeheer een belangrijke taak, maar heeft ook enige beleidsruimte. Het moet verschillende belangen afwegen, zoals landbouw, bebouwing, natuur, waterveiligheid en kosten. Een waterschap is daarom niet automatisch aansprakelijk wanneer diepontwatering tot schade leidt. Eerst moet worden vastgesteld welke maatregel de daling veroorzaakte en wie daarvoor verantwoordelijk was.

    Aansprakelijkheid kan wel ontstaan wanneer het waterschap bij diepontwatering onzorgvuldig handelt. Een waterschap kan zich niet altijd verschuilen achter een peilbesluit of achter het argument dat het vastgestelde peil formeel is gevolgd. Als concrete omstandigheden laten zien dat schade dreigt, bijvoorbeeld na klachten over hoge of lage grondwaterstanden, kan van het waterschap worden verwacht dat het actief onderzoekt of maatregelen nodig zijn. Denk aan een situatie waarin een eigenaar meldt dat funderingen droogvallen of een kweker waarschuwt voor ernstige schade aan gewassen. Dan moet het waterschap beoordelen of tijdelijk ander peilbeheer, extra bemaling of juist beperking van ontwatering nodig en mogelijk is. In procedures draait het vaak om het causale verband. Schade aan funderingen of gewassen kan ook samenhangen met bodemgesteldheid, ouderdom, achterstallig onderhoud, natuurlijke bodemdaling of keuzes van de eigenaar. Wordt echter aannemelijk dat het waterbeheer de schade veroorzaakte en dat het waterschap onvoldoende zorgvuldig handelde, dan kan het waterschap aansprakelijk zijn.

    Aansprakelijkheid waterschappen en bergingsgebieden

    Bergingsgebied voor water in een bos

    Een bergingsgebied is een gebied dat bewust wordt ingericht om tijdelijk water op te vangen. Het is dus geen gewone overstroming, maar een onderdeel van het regionale watersysteem waarmee wateroverlast elders kan worden beperkt. Bij hevige regen of hoge waterstanden kan het waterschap water tijdelijk in zo’n gebied laten stromen of kan het gebied automatisch onder water lopen zodra een bepaalde waterstand wordt bereikt. Het doel is om het watersysteem meer ruimte te geven, zodat dorpen, wegen, bedrijven of andere kwetsbare gebieden beter beschermd worden. Onder de Omgevingswet moet een bergingsgebied ruimtelijk zijn vastgelegd, onder meer via het omgevingsplan, en als onderdeel van het watersysteem in de legger zijn opgenomen. Voor grondeigenaren betekent dit dat zij in beginsel moeten dulden dat hun grond tijdelijk onder water komt te staan.

    Wanneer een bergingsgebied onder water komt te staan, kan schade ontstaan. Denk daarbij aan de aantasting van gewassen, tijdelijk verlies van gebruik van landbouwgrond, schade aan bodemstructuur of waardedaling doordat een perceel een waterbergende functie krijgt. Wanneer een bergingsgebied rechtmatig wordt aangewezen, ingericht of gebruikt, gaat het in beginsel niet om aansprakelijkheid wegens een fout. De schade ontstaat dan door een toegestane maatregel in het algemeen belang. zulke gevallen ligt nadeelcompensatie voor de hand. Bij schade door de wettelijke plicht om wateroverlast of overstroming in een bergingsgebied te dulden, geldt onder de Omgevingswet de bijzondere regeling voor schade door gedoogplichten. Daarbij wordt niet elke schade volledig vergoed: vaak wordt gekeken of de schade boven het normale maatschappelijke risico uitstijgt en de eigenaar onevenredig zwaar treft.

    Schadevergoeding wegens een fout is iets anders. Dit komt pas in beeld wanneer het waterschap niet zorgvuldig handelt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als water wordt geborgen buiten een aangewezen bergingsgebied zonder wettelijke basis of als het waterschap bij de inzet van het gebied duidelijke risico’s negeert. Ook kan aansprakelijkheid ontstaan wanneer het waterschap onjuiste informatie verstrekt of een bekend gebrek te laat aanpakt, waardoor de schade groter wordt dan nodig was. Dan gaat het niet meer alleen om rechtmatig nadeel door waterbeheer, maar om mogelijk onrechtmatig handelen of nalaten. De benadeelde moet dan aantonen dat het waterschap zijn zorgplicht heeft geschonden én dat de schade daardoor is ontstaan. Dit is in de praktijk vaak moeilijk aan te tonen.

    Waterschap aansprakelijk stellen

    Wie schade heeft door wateroverlast, werkzaamheden of gebrekkig waterbeheer, kan het waterschap schriftelijk aansprakelijk stellen. Dat is vooral zinvol wanneer de schade volgens de benadeelde is veroorzaakt door een fout, nalatigheid of te late reactie van het waterschap. Gaat het niet om een fout, maar om nadeel door rechtmatig handelen, dan kan een verzoek om nadeelcompensatie passender zijn. In beide gevallen is een goede onderbouwing belangrijk, omdat duidelijk moet worden wat er is gebeurd, welke schade is ontstaan en waarom het waterschap daarvoor verantwoordelijk zou zijn.

    1. Leg de schade meteen vast

      Maak zo snel mogelijk foto’s en video’s van de schade, de locatie en de omstandigheden ter plaatse. Noteer ook de datum, het tijdstip, de weersomstandigheden en wanneer de schade precies is ontdekt. Hoe sneller de situatie wordt vastgelegd, hoe kleiner de kans dat later discussie ontstaat over wat er is gebeurd.

    2. Beschrijf wat er is gebeurd

      Zet duidelijk op papier welke schade is ontstaan en hoe die verband houdt met het handelen of nalaten van het waterschap. Denk aan water op landbouwgrond, schade aan gewassen, een beschadigde oever, een verstopte duiker, een kapotte afrastering of schade door werkzaamheden. Probeer de gebeurtenissen chronologisch te beschrijven, zodat zichtbaar wordt wanneer het probleem begon en hoe de schade zich heeft ontwikkeld.

    3. Controleer wie verantwoordelijk was

      Onderzoek of het waterschap daadwerkelijk verantwoordelijk was voor het beheer, onderhoud of de werkzaamheden waardoor de schade is ontstaan. Soms ligt de verantwoordelijkheid bij de gemeente, een aannemer, een verhuurder of een andere beheerder. Als de schade is veroorzaakt door een aannemer die in opdracht van het waterschap werkte, kan het nodig zijn om ook die aannemer aan te spreken.

    4. Verzamel bewijs van een fout of nalatigheid

      Voor aansprakelijkheid is vooral belangrijk dat het waterschap iets verkeerd heeft gedaan of niet tijdig heeft ingegrepen. Verzamel daarom meldingen, e-mails, foto’s, eerdere klachten, onderhoudsgegevens, kaarten, tekeningen of andere stukken waaruit blijkt dat het probleem bekend was of bekend had moeten zijn. Bij wateroverlast kan het bewijs van een kenbaar gebrek belangrijk zijn, zoals een eerder gemelde verstopte duiker of een gevaarlijke situatie die niet werd aangepakt.

    5. Maak een eerste schadeberekening

      Geef zo concreet mogelijk aan welke schade is geleden en hoe hoog die schade ongeveer is. Voeg offertes, facturen, herstelkosten, schadeformulieren of een inschatting van opbrengstverlies toe als die gegevens beschikbaar zijn. Is het schadebedrag nog niet exact bekend? Vermeld dan dat het om een voorlopige schatting gaat en dat de schade later verder wordt onderbouwd.

    6. Stuur een schriftelijke aansprakelijkstelling

      Stuur een ondertekende brief aan het waterschap met jouw naam, adres, telefoonnummer, de verzenddatum en een duidelijke omschrijving van de schade. Vermeld waarom je vindt dat het waterschap aansprakelijk is en voeg zoveel mogelijk bewijs toe, zoals foto’s van de schade, foto’s van de situatie vóór de schade, kaarten, offertes en eerdere correspondentie. Vraag om een schriftelijke reactie en bewaar zelf een kopie van de aansprakelijkstelling en alle bijlagen.

    Wet tegemoetkoming schade bij rampen

    Bij zeer grote wateroverlast of een overstroming kan ook de Wet tegemoetkoming schade bij rampen, afgekort Wts, een rol spelen. Deze wet is bedoeld als vangnet voor uitzonderlijke situaties waarin een ramp tot grote materiële schade leidt. De Wts is dus iets anders dan aansprakelijkheid van een waterschap. Bij aansprakelijkheid moet worden aangetoond dat het waterschap een fout heeft gemaakt of zijn zorgplicht heeft geschonden. Bij de Wts staat niet de fout van een overheid centraal, maar de vraag of gedupeerden door een aangewezen ramp schade hebben geleden die zij redelijkerwijs niet zelf konden voorkomen, verzekeren of verhalen.

    De Wts geeft geen recht op volledige schadevergoeding. Het gaat om een tegemoetkoming van de overheid, waarbij per ramp een aparte regeling kan worden vastgesteld. Daarin kan worden bepaald welke schadeposten meetellen, welke groepen gedupeerden in aanmerking komen, welke percentages worden vergoed en of er drempels, eigen risico’s of maxima gelden. De overheid moet de Wts bovendien eerst van toepassing verklaren. Zonder zo’n aanwijzing kan niet zomaar een beroep op de wet worden gedaan. Voor waterschade betekent dit dat de Wts vooral relevant kan zijn bij grootschalige rampen, zoals ernstige overstromingen. Bij gewone wateroverlast of schade door hevige regenval ligt dat minder vanzelfsprekend.

    Verzekering tegen waterschade

    Waterschade kan in veel gevallen worden verzekerd. Voor particulieren gebeurt dat meestal via de opstalverzekering, die schade aan de woning of het gebouw zelf dekt. Denk bijvoorbeeld aan schade aan muren, vloeren, dakconstructies of andere vaste onderdelen van het huis. Schade aan losse spullen valt eerder onder de inboedelverzekering. Of wateroverlast door hevige regen, terugstromend water of een lokale overstroming wordt vergoed, hangt af van de polisvoorwaarden. Het is daarom belangrijk om vooraf na te gaan welke vormen van waterschade onder de dekking vallen. Agrariërs kunnen zich voor schade aan gewassen door natuur- en klimaatverschijnselen verzekeren via een brede weersverzekering.

    Als de verzekeraar de schade vergoedt en vervolgens meent dat het waterschap aansprakelijk is, kan de verzekeraar proberen het uitgekeerde bedrag op het waterschap te verhalen. Dat heet regres of subrogatie. De verzekeraar treedt dan, voor het betaalde bedrag, in de rechten van de verzekerde. Voor de verzekerde heeft dit duidelijke voordelen: de schade kan sneller worden afgehandeld, de verzekeraar neemt het juridische traject grotendeels over en de verzekerde hoeft niet zelf de kosten en risico’s van het verhaal te dragen.

    Veelgestelde vragen over het waterschap en de aansprakelijkheid van waterschappen

    Waterschappen nemen een bijzondere plaats in binnen het Nederlandse bestuurlandschap. Ze zijn geen gemeente of provincie, maar hebben wel eigen wettelijke taken, eigen belastingen en een eigen gekozen bestuur. Bij schade door wateroverlast is bovendien niet altijd meteen duidelijk wie verantwoordelijk is: het waterschap, de gemeente, een aannemer, een grondeigenaar of de verzekeraar. Deze FAQ geeft daarom korte antwoorden op veelgestelde vragen over waterschappen, hun taken en mogelijke aansprakelijkheid.

    Wat is een waterschap?

    Een waterschap is een regionale overheid die zich bezighoudt met waterbeheer. Het waterschap zorgt onder meer voor dijken, waterstanden, watergangen, waterkwaliteit en de zuivering van afvalwater. De grenzen van een waterschap volgen niet altijd gemeente- of provinciegrenzen, maar hangen vooral samen met het watersysteem.

    Is een waterschap overheid?

    Ja, een waterschap is een overheid. Het is een openbaar lichaam met eigen wettelijke taken, bevoegdheden, bestuur en belastingheffing. Daardoor kan een waterschap besluiten nemen, regels stellen, vergunningen verlenen en handhavend optreden binnen zijn taakgebied.

    Is een waterschap overheid of semioverheid?

    Een waterschap is geen semioverheid, maar een echte overheid. Het is een decentrale overheid, naast onder meer gemeenten, provincies en het Rijk.

    Hoeveel waterschappen zijn er in Nederland?

    Nederland telt 21 waterschappen. Elk waterschap heeft een eigen beheergebied en eigen verantwoordelijkheden binnen dat gebied. Sommige waterschappen heten historisch gezien hoogheemraadschap, maar vervullen dezelfde soort publieke watertaken.

    Welk waterschap heb ik?

    Welk waterschap bevoegd is, hangt af van de locatie van de woning, het perceel of het bedrijf. Dit kan worden opgezocht via een postcodecheck op de gezamenlijke website van de waterschappen. Vooral bij schade of vergunningvragen is het belangrijk om het juiste waterschap te benaderen.

    Hoe wordt een waterschap bestuurd?

    Een waterschap heeft een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur stelt het beleid vast en wordt deels gekozen bij de waterschapsverkiezingen. De dijkgraaf is de voorzitter en kan worden vergeleken met de burgemeester binnen een gemeente.

    Waar gaat het waterschap over?

    Het waterschap gaat over regionaal waterbeheer. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om waterveiligheid, voldoende water, schoon oppervlaktewater, beheer van watergangen en de zuivering van afvalwater. Sommige waterschappen hebben daarnaast aanvullende taken, zoals het beheer van wegen in het buitengebied.

    Wanneer is een waterschap bevoegd?

    Een waterschap is bevoegd wanneer een vraag of activiteit binnen zijn wettelijke watertaken en beheergebied valt. Denk aan werkzaamheden in of nabij watergangen, dijken, keringen, duikers, sloten of andere waterstaatswerken. De precieze bevoegdheid blijkt in principe uit de Omgevingswet, de waterschapsverordening, de legger en de taakverdeling met gemeente, provincie en Rijk.

    Wat is een legger?

    Een legger is een document waarin staat waar waterstaatswerken liggen en waaraan zij technisch moeten voldoen. Het gaat bijvoorbeeld om de ligging, afmetingen, vorm en constructie van watergangen, keringen of andere werken. In de praktijk is de legger belangrijk om te bepalen wie verantwoordelijk is voor het beheer of het onderhoud.

    Waarom moet ik waterschapsbelasting betalen?

    Waterschappen heffen belasting om hun wettelijke taken te kunnen uitvoeren. Met deze inkomsten betalen zij onder meer dijkbeheer, waterbeheer, onderhoud van watergangen en afvalwaterzuivering. Het idee is dat inwoners, eigenaren en bedrijven bijdragen aan de bescherming en het waterbeheer waarvan zij profiteren.

    Hoe houdt een waterschap rekening met klimaatverandering?

    Waterschappen moeten steeds meer rekening houden met hevige regenval, droogte, stijgende waterstanden en langere perioden van hitte. Dat doen zij bijvoorbeeld door watergangen aan te passen, extra waterberging te creëren, dijken te versterken en peilbeheer af te stemmen op veranderende omstandigheden. Toch kan klimaatverandering ook betekenen dat niet alle wateroverlast volledig te voorkomen is.

    Is een waterschap altijd aansprakelijk bij wateroverlast?

    Nee, een waterschap is niet automatisch aansprakelijk bij wateroverlast. Ook een goed beheerd watersysteem kan bij extreme regen of uitzonderlijke omstandigheden tekortschieten. Aansprakelijkheid komt vooral voor wanneer het waterschap zijn zorgplicht heeft geschonden en daardoor schade is ontstaan.

    Wat is de zorgplicht van een waterschap?

    De zorgplicht houdt in dat het waterschap als zorgvuldig beheerder moet omgaan met het watersysteem. Het moet bijvoorbeeld onderhoud uitvoeren, bekende risico’s beoordelen en bij gebreken tijdig passende maatregelen treffen. Die zorgplicht is geen garantie tegen alle schade.

    Wie is aansprakelijk: het waterschap of de gemeente?

    Dat hangt af van de oorzaak van de schade. De gemeente is veelal verantwoordelijk voor de riolering, hemelwater en bepaalde grondwatertaken in openbaar gebied, terwijl het waterschap vooral gaat over het regionale watersysteem. Soms spelen meerdere partijen een rol, zodat goed moet worden onderzocht wie welke taak had.

    Hoe stel ik het waterschap aansprakelijk voor schade?

    Stel het waterschap schriftelijk aansprakelijk en beschrijf duidelijk wat er is gebeurd. Vermeld je contactgegevens, de datum en plaats van de schade, de schadeposten, het geschatte schadebedrag en waarom je vindt dat het waterschap verantwoordelijk is. Voeg zoveel mogelijk bewijs toe, zoals foto’s, eerdere meldingen, offertes, schadeformulieren en correspondentie.

    Binnen welke termijn moet ik het waterschap aansprakelijk stellen?

    Wacht niet te lang met het aansprakelijk stellen van het waterschap, omdat voor schadevorderingen verjaringstermijnen gelden. Welke termijn precies geldt, hangt af van de soort schade, het moment waarop de schade bekend werd en de juridische route die wordt gekozen.