EN

Aansprakelijkheid bij transportschade

Transportschade kan grote financiële gevolgen hebben. Wie de schade moet vergoeden, hangt af van de afspraken, het soort vervoer en het moment waarop de schade is ontstaan. Daarbij gelden soms bijzondere regels, zoals de AVC bij binnenlands vervoer en het CMR-verdrag bij internationaal wegvervoer. Ook verzekeringen spelen een belangrijke rol, omdat de aansprakelijkheid van de vervoerder vaak beperkt is tot een bedrag per kilogram. Op deze pagina lees je hoe aansprakelijkheid bij transportschade werkt en wat je moet doen om transportschade te claimen.

Op deze pagina over aansprakelijkheid bij transportschade:

    Verspreide kartonnen dozen op een snelweg naast een open vrachtwagen, onder een bewolkte hemel bij zonsondergang.

    Welke soorten transportschade zijn er?

    Transportschade kan op verschillende manieren ontstaan. Soms gaat het om zichtbare beschadiging aan goederen, bijvoorbeeld als producten zijn gebroken tijdens het vervoer. In andere gevallen raakt de lading kwijt, wordt deze gestolen of komt zij te laat aan. Ook schade bij laden, lossen of stuwen kan onder transportschade vallen, afhankelijk van wie deze werkzaamheden moest uitvoeren. Bij dit alles kan transportschade leiden tot gevolgschade, zoals productiestilstand, gemiste omzet of extra kosten voor vervangende goederen. Welke schade wordt vergoed, hangt af van de aansprakelijke partij, de vervoerovereenkomst, de toepasselijke voorwaarden en de afgesloten verzekeringen.

    Beschadiging van goederen

    Beschadiging van goederen is de meest herkenbare vorm van transportschade. Het gaat dan om goederen die tijdens het vervoer fysiek beschadigd raken. Denk aan gebroken glas, gedeukte machines en nat geworden dozen. Bij vervoer geldt als uitgangspunt dat de vervoerder de goederen in dezelfde staat moet afleveren als waarin hij ze heeft ontvangen. Dit wordt vaak samengevat als: goed erin, goed eruit. Bij schade is het daarom belangrijk om vast te stellen hoe de goederen aan de vervoerder zijn meegegeven en in welke staat ze zijn afgeleverd. De vrachtbrief speelt daarbij een grote rol. Als de vervoerder bij ontvangst geen voorbehoud heeft gemaakt over zichtbare schade of slechte verpakking, wordt vermoed dat de goederen in goede staat zijn ontvangen. Ontstaat bij aflevering discussie, dan moet schade meteen worden vastgelegd.

    Verlies of diefstal van de lading

    Transportschade kan ook bestaan uit verlies of diefstal van de lading. Van verlies is sprake wanneer goederen niet, slechts gedeeltelijk of op de verkeerde plaats worden afgeleverd. Soms is onduidelijk waar de goederen zijn gebleven, bijvoorbeeld door een administratieve fout, verkeerde adressering of verwisseling in een distributiecentrum. Bij diefstal gaat het om goederen die tijdens het vervoer bewust zijn weggenomen. Dat kan onderweg gebeuren, maar ook tijdens opslag, overslag of stilstand van het voertuig. Ook bij verlies of diefstal is de vervoerder in beginsel aansprakelijk voor de goederen vanaf het moment van inontvangstneming tot het moment van aflevering. Toch betekent dit niet dat altijd de volledige waarde van de lading wordt vergoed. De aansprakelijkheid van de vervoerder is vaak beperkt tot een bedrag per kilo. Bij kostbare maar lichte goederen, zoals laptops, telefoons of sieraden, kan de vergoeding daardoor veel lager zijn dan de werkelijke schade. Alleen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij opzet of bewuste roekeloosheid, kan de vervoerder volledig aansprakelijk zijn.

    Vertraagde aflevering

    Ook vertraging kan transportschade opleveren. Goederen komen dan wel aan, maar later dan afgesproken of later dan redelijkerwijs mocht worden verwacht. Dat kan grote gevolgen hebben. Denk aan bederfelijke waar die te laat wordt geleverd, onderdelen die nodig zijn voor een productieproces of promotiemateriaal dat pas na een evenement aankomt. De vervoerder kan aansprakelijk zijn voor schade door vertraagde aflevering, maar ook hier geldt dat de vergoeding vaak beperkt is. Bovendien moet worden aangetoond dat daadwerkelijk schade is geleden door de vertraging. Het enkele feit dat een zending later aankomt, is niet altijd voldoende voor een schadevergoeding. Ook speelt mee wat in de vervoerovereenkomst is afgesproken. Gevolgschade, zoals omzetverlies of stilstand van een bedrijf, wordt bovendien niet altijd vergoed.

    Schade bij laden, lossen en stuwen

    Laden is het in het voertuig brengen van de goederen, lossen is het uitladen ervan en stuwen is het goed plaatsen en vastzetten van de lading tijdens het vervoer. Juist bij deze handelingen gaat het regelmatig mis. Goederen kunnen vallen, kantelen, verschuiven, klem komen te zitten of beschadigd raken door een heftruck, laadklep of spanband. Ook kan schade ontstaan doordat de lading onvoldoende wordt vastgezet en onderweg gaat schuiven. Wie aansprakelijk is, hangt vooral af van de vraag wie verantwoordelijk was voor het laden, lossen of stuwen. Soms is dat de vervoerder, bijvoorbeeld wanneer hij deze werkzaamheden op zich heeft genomen. In andere gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij de afzender of de geadresseerde.

    Gevolgschade en bedrijfsschade

    Transportschade beperkt zich niet altijd tot de waarde van de beschadigde of verloren goederen. Soms leidt de schade tot extra kosten of bredere financiële gevolgen. Denk aan productiestilstand omdat essentiële onderdelen niet aankomen of omzetverlies doordat goederen niet tijdig kunnen worden verkocht. Dit wordt gevolgschade of bedrijfsschade genoemd. Juist bij gevolgschade ontstaan vaak discussies. De vervoerder is meestal alleen aansprakelijk voor directe schade aan de goederen en bepaalde bijkomende kosten. Voor verdere gevolgschade, zoals winstderving, stilstand of gemiste contracten, is de vervoerder vaak niet aansprakelijk. Dat kan anders zijn als sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid, maar die lat ligt hoog. Ook verzekeringen dekken gevolgschade niet automatisch.

    Wie kan aansprakelijk zijn bij transportschade?

    Bij transportschade kunnen verschillende partijen verantwoordelijkheid dragen. Wie uiteindelijk aansprakelijk is, hangt af van de soort overeenkomst, de oorzaak van de schade en het moment waarop de schade is ontstaan. Bij een consumentenkoop kijkt men eerst naar de verkoper of webshop, terwijl bij zakelijk vervoer vooral de vervoerder, afzender en geadresseerde een rol spelen. Ook een ondervervoerder of een derde partij kan aansprakelijk zijn, bijvoorbeeld bij uitbesteed vervoer of een verkeersongeval.

    De verkoper of webshop

    Koopt een consument een product bij een webshop, dan is de verkoper in beginsel verantwoordelijk voor een correcte levering. Dat geldt ook wanneer de webshop een pakketdienst of vervoerder inschakelt. Bij consumentenkoop gaat het risico pas over op de consument wanneer deze het product fysiek heeft ontvangen of wanneer een door de consument aangewezen derde het product in ontvangst heeft genomen. Raakt het pakket tijdens het vervoer kwijt of komt het beschadigd aan, dan kan de consument de verkoper verantwoordelijk houden. De verkoper kan zich tegenover de consument dus niet eenvoudig verschuilen achter de pakketdienst. De consument heeft bij beschadiging recht op herstel of vervanging. Als dat niet mogelijk is of niet binnen een redelijke termijn gebeurt, kan prijsvermindering of ontbinding van de koopovereenkomst aan de orde zijn. De webshop kan de schade daarna eventueel proberen te verhalen op de vervoerder.

    De vervoerder

    De vervoerder is bij transportschade vaak de eerste partij waarnaar wordt gekeken. Zijn hoofdverplichting is dat hij de goederen in dezelfde staat aflevert als waarin hij ze heeft ontvangen. De vervoerder is in beginsel aansprakelijk voor verlies, beschadiging en vertraging vanaf het moment dat hij de goederen in ontvangst neemt tot het moment van aflevering. Dat geldt ook wanneer de schade is veroorzaakt door een chauffeur, werknemer of ingeschakelde hulppersoon. Toch is de aansprakelijkheid van de vervoerder meestal beperkt. Bij binnenlands vervoer en internationaal wegvervoer gelden vaak limieten per kilogram. Daardoor wordt niet altijd de volledige waarde van de goederen vergoed. De vervoerder kan zich bovendien verweren, bijvoorbeeld door zich te beroepen op overmacht of als er sprake is van een slechte verpakking. Er moet met andere woorden rekening gehouden worden met de concrete omstandigheden.

    De afzender

    De afzender moet de vervoerder juiste en volledige informatie geven over de goederen, het gewicht, de bestemming, de verpakking en eventuele bijzondere eigenschappen van de lading. Dat is vooral belangrijk bij kwetsbare, bederfelijke of gevaarlijke goederen. Geeft de afzender onjuiste informatie of verzwijgt hij belangrijke risico’s, dan kan hij aansprakelijk zijn voor de schade die daardoor ontstaat. Ook slechte of onvoldoende verpakking komt vaak voor rekening van de afzender. Denk aan goederen die onvoldoende zijn beschermd tegen schokken, vocht of temperatuurverschillen. Daarnaast kan de afzender verantwoordelijk zijn voor laden of stuwen wanneer dit volgens de afspraken door hem of namens hem gebeurt. Raakt de lading daardoor beschadigd of veroorzaakt zij schade aan andere goederen, het voertuig of derden, dan kan de vervoerder de afzender aanspreken. In sommige overeenkomsten zal de afzender de vervoerder zelfs expliciet vrijwaren voor claims van anderen.

    De geadresseerde

    De geadresseerde is de partij voor wie de goederen bestemd zijn. Meestal is hij niet verantwoordelijk voor schade die onderweg is ontstaan, maar hij kan wel een rol spelen bij de schadeafwikkeling. Bij aflevering moet de geadresseerde de goederen controleren. Is er zichtbare schade, ontbreekt een deel van de lading of is de verpakking duidelijk beschadigd, dan moet hij daarvan meteen melding maken en bij voorkeur een voorbehoud plaatsen op de vrachtbrief of afleverbon. Doet hij dat niet, dan kan later discussie ontstaan over de vraag of de schade wel tijdens het vervoer is ontstaan. De geadresseerde kan wel aansprakelijk worden wanneer hij zelf verantwoordelijk is voor het lossen en daarbij schade veroorzaakt. Denk aan goederen die bij het uitladen vallen, verkeerd worden behandeld of beschadigd raken door een heftruck. Ook wanneer de geadresseerde verkeerde losinstructies geeft of onvoldoende voorzieningen heeft om veilig te lossen, kan dit gevolgen hebben voor de aansprakelijkheid.

    Een ondervervoerder

    In de transportsector wordt (internationaal) vervoer regelmatig uitbesteed. De partij die de opdracht aanneemt, voert het vervoer dan niet altijd zelf uit, maar schakelt een ondervervoerder in. Voor de opdrachtgever is vooral belangrijk dat de hoofdvervoerder meestal verantwoordelijk blijft voor een correcte uitvoering van de vervoerovereenkomst. Raakt de lading beschadigd terwijl een ondervervoerder het feitelijke transport uitvoert, dan kan de opdrachtgever vaak de hoofdvervoerder aanspreken. Die kan vervolgens proberen de schade te verhalen op de ondervervoerder. Hierbij spelen de gemaakte afspraken een belangrijke rol. De ondervervoerder zelf kan in bepaalde gevallen rechtstreeks worden aangesproken, maar hij kan zich vaak beroepen op dezelfde beperkingen en verweermiddelen als de hoofdvervoerder. Dit voorkomt dat de belanghebbende de contractuele aansprakelijkheidslimieten omzeilt door een andere partij in de vervoersketen rechtstreeks aan te spreken.

    Een derde partij

    Soms ligt de oorzaak van transportschade buiten de directe vervoersketen. Dan kan een derde partij aansprakelijk zijn. Denk aan een andere weggebruiker die een verkeersongeval veroorzaakt waardoor de lading beschadigd raakt of een onbevoegde die lading steelt. Ook een producent van ondeugdelijke verpakkingsmaterialen of een eigenaar van een gebrekkige laadinstallatie kan in beeld komen. In zulke gevallen moet worden beoordeeld of deze derde onrechtmatig heeft gehandeld of op een andere wettelijke grond aansprakelijk is. Voor de afzender of eigenaar van de goederen is het echter niet altijd eenvoudig om rechtstreeks tegen een derde op te treden. Vaak wordt eerst gekeken naar de vervoerder of naar de eigen goederenverzekering. De verzekeraar kan daarna eventueel regres nemen op de derde partij.

    Consumentenkoop en verantwoordelijkheid van de verkoper

    Bij transportschade moet eerst worden gekeken of het gaat om een consumentenkoop. Dat is het geval wanneer een consument iets koopt bij een professionele verkoper, bijvoorbeeld bij een webshop. In die situatie gelden beschermende regels voor de consument. De verkoper blijft in beginsel verantwoordelijk voor een goede levering, ook als hij voor de bezorging een pakketdienst, koerier of transportbedrijf inschakelt. Raakt het pakket onderweg kwijt, komt het beschadigd aan of wordt het op een onjuiste plaats achtergelaten, dan moet de consument zich meestal tot de verkoper wenden.

    Een bezorger in een rood shirt en met een rode pet houdt een pakket vast terwijl hij aanbelt bij een witte deur met ruitvormige glaspanelen.

    Risico-overdracht bij consumentenkoop

    Bij een consumentenkoop gaat het risico van verlies of beschadiging niet al over zodra de verkoper het pakket aan de vervoerder meegeeft. Het uitgangspunt is dat het risico pas overgaat op de consument wanneer de consument het product daadwerkelijk ontvangt. Ook ontvangst door een door de consument aangewezen derde kan voldoende zijn, zolang die derde niet de vervoerder is. Denk aan een familielid, huisgenoot of andere persoon die de consument zelf heeft aangewezen om het pakket in ontvangst te nemen.

    Dit betekent dat de verkoper het verzendrisico draagt zolang het pakket nog onderweg is. Een webshop kan zich dus niet verschuilen achter het feit dat de vervoerder het pakket als “bezorgd” heeft geregistreerd. Beslissend is of de consument, of een door hem aangewezen derde, het product daadwerkelijk heeft ontvangen. Er is wel een belangrijke uitzondering. Kiest de consument zelf een vervoerder en wordt die keuze niet door de verkoper aangeboden, dan gaat het risico al over wanneer de vervoerder de goederen ontvangt. In de praktijk komt dit echter niet vaak voor.

    Pakket beschadigd of kwijt tijdens verzending

    Raakt een pakket tijdens verzending kwijt of komt het beschadigd aan, dan is de verkoper in de verhouding tot de consument het eerste aanspreekpunt. De consument heeft immers een koopovereenkomst met de verkoper, niet met de pakketdienst. Bij beschadiging is sprake van een product dat niet deugdelijk is geleverd. De consument mag dan een kosteloze oplossing verwachten, bijvoorbeeld herstel of vervanging. Is dat onmogelijk, duurt het te lang of werkt de verkoper niet mee, dan kan prijsvermindering of ontbinding van de koopovereenkomst aan de orde zijn.

    Bij verlies van het pakket moet de verkoper in beginsel alsnog leveren of het aankoopbedrag terugbetalen. De consument hoeft niet zelf achter de pakketdienst aan te gaan. Dat de track-and-trace aangeeft dat het pakket is bezorgd, is niet altijd voldoende. Zeker wanneer de consument gemotiveerd betwist dat hij het pakket heeft ontvangen, zal de verkoper aannemelijk moeten maken dat daadwerkelijk is geleverd. Voor de consument is het wel verstandig om schade zo snel mogelijk te melden, foto’s te maken en alle correspondentie met de verkoper goed te bewaren.

    Aflevering bij buren, oprit of afhaalpunt

    Veel discussies ontstaan wanneer een pakket niet rechtstreeks aan de consument is overhandigd. Wordt een pakket zonder toestemming bij de buren afgegeven, in de tuin gelegd, op de oprit achtergelaten of in een portiek geplaatst, dan is daarmee niet zonder meer correct geleverd. De verkoper blijft vaak verantwoordelijk totdat de consument het pakket daadwerkelijk heeft ontvangen. Dat geldt zeker wanneer de consument geen toestemming heeft gegeven voor deze bezorgwijze.

    Dat kan anders liggen wanneer de consument vooraf uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor een bepaalde bezorgoptie. Denk aan neerzettoestemming, toestemming voor bezorging bij een specifieke buur of aflevering op een door de consument gekozen veilige plaats. In ieder geval moet duidelijk zijn waarvoor precies toestemming is gegeven.

    Bij afhaalpunten is het verhaal dan weer anders. We mogen niet aannemen dat een pakket dat bij een afhaalpunt is aangekomen, geldt als aan de consument geleverd. Een afhaalpunt kan namelijk worden gezien als onderdeel of verlengstuk van de vervoerder. In dat geval moet de verkoper kunnen aantonen dat het pakket daadwerkelijk aan de consument is meegegeven, bijvoorbeeld door legitimatiecontrole, handtekening of een deugdelijke afhaalregistratie.

    Verhaal van de verkoper op de vervoerder

    Dat de verkoper tegenover de consument verantwoordelijk is, betekent niet dat de vervoerder uiteindelijk altijd buiten schot blijft. De verkoper kan de vervoerder aanspreken wanneer de schade tijdens het vervoer is ontstaan en de vervoerder daarvoor aansprakelijk is. Dat gebeurt op basis van de vervoerovereenkomst tussen verkoper en vervoerder. Voor de consument maakt dit weinig uit: hij mag de verkoper aanspreken en hoeft niet te wachten tot de verkoper zijn claim met de vervoerder heeft afgehandeld.

    In de praktijk krijgt de verkoper echter niet altijd de volledige schade terug van de vervoerder. De aansprakelijkheid van vervoerders is vaak wettelijk of contractueel beperkt. Bij binnenlands vervoer wordt veel gewerkt met de AVC-limiet en bij internationaal wegvervoer met de CMR-limiet. Die limieten zijn gebaseerd op het gewicht van de beschadigde of verloren goederen. Vooral bij kostbare maar lichte producten, zoals smartphones, laptops, sieraden of medische apparatuur, kan de vergoeding van de vervoerder dus veel lager liggen dan de verkoopwaarde.

    Aansprakelijkheid van de vervoerder

    De vervoerder is bij transportschade meestal de centrale partij. Hij neemt de goederen in ontvangst met de verplichting om ze op de plaats van bestemming af te leveren in de staat waarin hij ze heeft ontvangen. Voor binnenlands wegvervoer volgt dit onder meer uit artikel 8:1095 BW, alsook uit de Algemene Vervoercondities 2002 (AVC 2002). Bij internationaal wegvervoer geldt meestal het CMR-verdrag, met artikel 17 CMR als kernbepaling. De aansprakelijkheid van de vervoerder is echter niet onbeperkt. Bij binnenlands vervoer geldt in beginsel een limiet van € 3,40 per kilogram en bij internationaal CMR-vervoer een limiet van 8,33 SDR (+/- 10 euro) per kilogram brutogewicht. Daarnaast kan de vervoerder zich in bepaalde gevallen verweren, bijvoorbeeld bij overmacht.

    Bestelwagen met open schuifdeur, waarin gestapelde kartonnen dozen en pakketten zichtbaar zijn.

    Hoofdregel: goed erin, goed eruit

    De hoofdregel bij vervoerdersaansprakelijkheid wordt vaak samengevat als: goed erin, goed eruit. De vervoerder moet de goederen dus afleveren in dezelfde staat als waarin hij ze heeft ontvangen. Ontvangt hij de lading in goede staat en wordt deze beschadigd, gedeeltelijk verloren of helemaal niet afgeleverd, dan is de vervoerder in beginsel aansprakelijk. De ladingbelanghebbende hoeft daarbij niet precies te bewijzen welke fout de vervoerder heeft gemaakt. Het is voldoende om aannemelijk te maken dat de goederen in goede staat zijn meegegeven en tijdens de vervoersperiode beschadigd zijn geraakt of verloren zijn gegaan. Daarom is de vrachtbrief belangrijk. Heeft de vervoerder bij ontvangst geen voorbehoud gemaakt over zichtbare schade, slechte verpakking of ontbrekende colli, dan werkt dat bewijsrechtelijk in zijn nadeel. Hij wordt dan geacht de goederen in goede staat te hebben ontvangen. De vervoerder kan nog wel proberen onder aansprakelijkheid uit te komen, bijvoorbeeld met een beroep op overmacht of een bijzonder risico. Die lat ligt in de praktijk hoog.

    Aansprakelijkheid vanaf inontvangstneming tot aflevering

    De aansprakelijkheid van de vervoerder loopt in beginsel vanaf het moment waarop hij de goederen in ontvangst neemt tot het moment waarop hij ze aflevert aan de geadresseerde. Dit volgt bij internationaal wegvervoer uit artikel 17 lid 1 CMR. Voor binnenlands vervoer sluit artikel 8:1095 BW daarbij aan: de vervoerder moet de ten vervoer ontvangen zaken ter bestemming afleveren in de staat waarin hij ze heeft ontvangen.

    Belangrijk is dus wanneer de vervoerder de goederen feitelijk onder zich krijgt en wanneer de aflevering juridisch is voltooid. De vervoersperiode kan ook momenten omvatten waarop de goederen tijdelijk stilstaan, waarbij dit nog binnen de uitvoering van de vervoerovereenkomst valt. De vervoerder kan zich niet eenvoudig onttrekken aan aansprakelijkheid door te stellen dat de schade niet tijdens het rijden zelf is ontstaan. Ook diefstal tijdens stilstand, schade tijdens een tussenstop of beschadiging tijdens tijdelijk verblijf op een overslaglocatie kan onder de vervoerdersperiode vallen.

    Aansprakelijkheid voor schade bij laden en lossen

    Schade bij laden, lossen of stuwen vraagt om een aparte beoordeling. De vervoerder is aansprakelijk als hij volgens de vervoerovereenkomst verantwoordelijk was voor deze werkzaamheden en daarbij schade ontstaat. Wordt bijvoorbeeld afgesproken dat de vervoerder de goederen met een laadklep, kraan of heftruck laadt of lost, dan kan hij aansprakelijk zijn wanneer de goederen vallen, verkeerd worden behandeld of beschadigd raken door onzorgvuldig gebruik van het materieel.

    Vaak ligt de verantwoordelijkheid echter niet bij de vervoerder. Onder de AVC is het uitgangspunt dat de afzender de goederen laadt en stuwt en dat de ontvanger lost, tenzij partijen iets anders afspreken of de aard van het vervoer anders meebrengt. Ook artikel 8:1099 BW en artikel 17 lid 4 onder c CMR kennen een bijzondere regeling voor schade die verband houdt met behandeling, lading, stuwing of lossing door de afzender, geadresseerde of personen die voor hen handelen. In zulke gevallen kan de vervoerder zich op een bijzonder risico beroepen. Wel moet hij dan aannemelijk maken dat de schade daardoor kan zijn ontstaan. Bovendien kan van de chauffeur soms worden verwacht dat hij zichtbare gebreken opmerkt en op de vrachtbrief vermeldt.

    Aansprakelijkheid voor vertraging tijdens vervoer

    De vervoerder kan aansprakelijk zijn voor vertraagde aflevering. Bij binnenlands vervoer bepaalt artikel 8:1096 BW dat de vervoerder de ten vervoer ontvangen zaken zonder vertraging moet vervoeren. Onder de AVC moet de vervoerder binnen een redelijke termijn afleveren, tenzij schriftelijk een concrete aflevertermijn is overeengekomen. Bij internationaal vervoer bepaalt artikel 19 CMR wanneer sprake is van vertraging: wanneer niet binnen de afgesproken termijn is afgeleverd of, als geen termijn is afgesproken, wanneer het vervoer langer duurt dan een zorgvuldig vervoerder redelijkerwijs nodig zou hebben gehad.

    Niet elke vertraging leidt automatisch tot een schadevergoeding. Er moet schade zijn geleden door de vertraging en de vervoerder moet daarvoor aansprakelijk zijn. Bovendien is de vergoeding vaak beperkt. Onder CMR-vervoer bedraagt de maximale vergoeding voor vertragingsschade in beginsel niet meer dan de vrachtprijs. Onder de AVC is de vergoeding bij vertraging beperkt tot eenmaal de vrachtprijs, of tweemaal de vrachtprijs wanneer schriftelijk een aflevertermijn is afgesproken. Bij tijdkritische lading, zoals bederfelijke goederen, onderdelen voor productie of beursmateriaal, is het dan ook verstandig om duidelijke afspraken te maken en zo nodig een aanvullende verzekering of een bijzonder belang bij aflevering overeen te komen.

    Beperkte aansprakelijkheid van de vervoerder

    Het wegvervoerrecht kent aansprakelijkheidslimieten. Die limieten zijn vooral belangrijk bij kostbare goederen met een laag gewicht, zoals elektronica, sieraden, medische apparatuur of merkkleding. De schade kan dan veel hoger zijn dan het bedrag dat op basis van het gewicht wordt vergoed. Voor de afzender of eigenaar van de goederen kan daardoor een aanzienlijk deel van de schade voor eigen rekening blijven.        

    Aansprakelijkheidslimiet bij binnenlands vervoer

    Bij binnenlands wegvervoer wordt vaak gewerkt met de Algemene Vervoercondities 2002. Onder artikel 13 AVC is de aansprakelijkheid van de vervoerder bij verlies of beschadiging beperkt tot € 3,40 per kilogram van de beschadigde of verloren goederen. Bij een beschadigde lading wordt dus gekeken naar het gewicht van het deel van de goederen dat daadwerkelijk beschadigd of verloren is gegaan. Dat kan in de praktijk tot een lage vergoeding leiden. Gaat bijvoorbeeld een doos met lichte maar dure elektronica verloren, dan kan de wettelijke of contractuele vergoeding veel lager uitvallen dan de factuurwaarde. De vervoerder hoeft bovendien niet zonder meer andere schade te vergoeden. Gevolgschade, bedrijfsschade, winstderving of immateriële schade vallen in beginsel buiten de gewone vervoerdersaansprakelijkheid, tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Bij vertraging onder de AVC is de vergoeding doorgaans beperkt tot eenmaal de vrachtprijs. Is schriftelijk een aflevertermijn afgesproken, dan kan de vergoeding oplopen tot maximaal tweemaal de vrachtprijs.

    Aansprakelijkheidslimiet bij internationaal vervoer onder CMR

    Bij internationaal wegvervoer is meestal het CMR-verdrag van toepassing. Artikel 23 CMR bepaalt dat de schadevergoeding bij verlies van goederen niet hoger kan zijn dan 8,33 SDR per ontbrekende kilogram brutogewicht. SDR staat voor Special Drawing Rights, een rekeneenheid van het Internationaal Monetair Fonds. Het exacte bedrag in euro’s wisselt dus mee met de koers, maar ligt in dit geval grofweg rond tien euro per kilogram. Naast de kilogramlimiet kan de vervoerder onder artikel 23 lid 4 CMR ook vrachtprijs, douanerechten en andere vervoerskosten moeten vergoeden, geheel of gedeeltelijk afhankelijk van de omvang van het verlies. Verdere gevolgschade wordt onder het CMR-verdrag in beginsel niet vergoed.

    Wanneer wordt de aansprakelijkheidslimiet doorbroken?

    De aansprakelijkheidslimiet geldt niet altijd. Zowel onder de AVC als onder het CMR-verdrag kan de vervoerder zijn recht op beperking verliezen wanneer de schade is veroorzaakt door opzet of bewuste roekeloosheid. Bij CMR-vervoer volgt dit uit artikel 29 CMR. Die bepaling zegt dat de vervoerder zijn aansprakelijkheid niet mag beperken wanneer de schade voortvloeit uit zijn opzet of uit schuld die volgens het recht van de behandelende rechter met opzet wordt gelijkgesteld. In principe gaat het dan vooral om bewuste roekeloosheid. De drempel ligt evenwel zeer hoog. Het is niet genoeg dat de vervoerder onvoorzichtig, nalatig of slordig heeft gehandeld. Er moet sprake zijn van gedrag waarbij de vervoerder wist dat de kans op schade aanzienlijk groter was dan de kans dat schade zou uitblijven, en toch zo heeft gehandeld. Denk aan zeer ernstige veiligheidsinstructies negeren bij waardevolle lading, bewust een groot risico nemen of actief meewerken aan diefstal. Wordt opzet of bewuste roekeloosheid bewezen, valt de kilogramlimiet weg en kan ook een bredere schadevergoeding voor alle gevolgschade worden gevorderd.

    Diefstal door ondergeschikte, chauffeur of hulppersoon

    Diefstal van lading levert in de praktijk vaak discussie op. Wordt de lading gestolen door onbekende derden, dan is de vervoerder niet automatisch volledig aansprakelijk. Hij kan nog steeds proberen zich te beroepen op overmacht of op de beperkte aansprakelijkheid. In Nederland wordt overmacht echter niet snel aangenomen. Van een professionele vervoerder wordt nu eenmaal verwacht dat hij passende veiligheidsmaatregelen neemt, zeker bij waardevolle of diefstalgevoelige goederen.

    Bij diefstal door een chauffeur, ondergeschikte of hulppersoon is het onderscheid tussen binnenlands vervoer en CMR-vervoer belangrijk. Bij internationaal CMR-vervoer kan de limiet worden doorbroken wanneer de diefstal is gepleegd door de vervoerder zelf of door personen van wie hij zich bij de uitvoering van het vervoer bedient. Denk aan een chauffeur, ondervervoerder of andere hulppersoon die betrokken is bij de diefstal. Artikel 29 CMR kan er dan toe leiden dat de vervoerder geen beroep meer kan doen op de limiet van 8,33 SDR per kilogram.

    Bij binnenlands vervoer onder de AVC ligt dit moeilijker. Daar wordt voor doorbreking van de limiet vooral gekeken naar opzet of bewuste roekeloosheid van de vervoerder zelf. Bij een rechtspersoon gaat het dan doorgaans om de directie of het hogere management. Steelt een chauffeur zonder betrokkenheid van de vervoerder zelf, dan betekent dit niet automatisch dat de AVC-limiet wordt doorbroken.

    Aansprakelijkheid van de afzender of geadresseerde bij transportschade

    Niet alleen de vervoerder kan aansprakelijk zijn bij transportschade. Ook de afzender of geadresseerde kan een belangrijke rol spelen. Dat is vooral het geval wanneer de schade ontstaat door verkeerde informatie, gebrekkige verpakking, foutieve adressering, onjuiste etikettering of verkeerd laden, stuwen of lossen. In zulke situaties kan de vervoerder zich beroepen op een bijzonder risico. Bij binnenlands vervoer volgt dit onder meer uit artikel 8:1099 BW en artikel 11 AVC. Bij internationaal wegvervoer is artikel 17 lid 4 CMR van belang.

    postbode die onderweg is

    Verkeerde adressering of etikettering

    Een verkeerde adressering of etikettering kan grote gevolgen hebben. Denk aan een pakket dat naar het verkeerde afleveradres wordt gebracht, colli die in een distributiecentrum verkeerd worden gesorteerd of gevaarlijke stoffen die niet correct zijn aangeduid. De afzender moet ervoor zorgen dat de vervoerder over de juiste gegevens beschikt. Dat geldt niet alleen voor het afleveradres, maar ook voor onder meer de aard van de goederen, het aantal colli, de eventuele codering en bijzondere instructies. Bij gevaarlijke of kwetsbare goederen is die informatie nog belangrijker. Onder de AVC en het BW kan onvolledigheid van adressering of codering een bijzonder risico opleveren. Ook onder artikel 17 lid 4 CMR kan de vervoerder zich verweren wanneer schade verband houdt met onvoldoende of gebrekkige merken of nummers. De vervoerder moet dan wel aannemelijk maken dat de schade daardoor kan zijn ontstaan. Geeft de afzender verkeerde gegevens, dan kan hij aansprakelijk zijn voor de schade die daaruit voortvloeit. Dat gaat ook over onder meer extra kosten voor opslag, retourzending, vertraging, herstel van documenten of schade aan andere goederen.

    Slechte of onvoldoende verpakking

    De afzender moet de goederen geschikt aanleveren voor het afgesproken vervoer. Dat betekent dat de verpakking moet passen bij de aard van de goederen, de vervoerswijze en de normale risico’s van transport. Breekbare producten moeten anders worden verpakt dan staal, machines of textiel. Goederen die gevoelig zijn voor vocht, temperatuur, schokken of druk moeten daartegen voldoende worden beschermd. Worden goederen onverpakt of slecht verpakt meegegeven, dan kan schade voor rekening van de afzender komen.

    Bij internationaal vervoer is artikel 10 CMR van belang. Daarin staat dat de afzender jegens de vervoerder aansprakelijk kan zijn voor schade aan personen, materiaal of andere goederen en voor kosten die voortvloeien uit gebrekkige verpakking. Daarnaast noemt artikel 17 lid 4 onder b CMR ontbrekende of gebrekkige verpakking als bijzonder risico. Ook in het Nederlandse wegvervoer wordt gebrekkige verpakking als bijzonder risico erkend, onder meer in artikel 8:1099 BW en artikel 11 AVC. Wel blijft de rol van de vervoerder relevant. Ziet de chauffeur duidelijk dat de verpakking ondeugdelijk is, dan mag hij dat niet zomaar negeren. Hij moet dan voorbehoud maken op de vrachtbrief of de afzender waarschuwen.

    Onjuiste of onvolledige vrachtbrief

    De vrachtbrief is niet zomaar een administratief document. Hij heeft een belangrijke bewijsfunctie. Daarin staat onder meer welke goederen zijn meegegeven, hoeveel colli het betreft, wie afzender en geadresseerde zijn, waar geladen en gelost moet worden en welke bijzonderheden voor het vervoer relevant zijn. Bij binnenlands vervoer volgt uit artikel 5 AVC dat de afzender de vrachtbrief volledig moet invullen, ondertekenen en tegelijk met de goederen aan de vervoerder moet overhandigen. Ook artikel 8:1115 BW legt verplichtingen bij de afzender rond de documenten en gegevens die nodig zijn voor het vervoer. Is de vrachtbrief onjuist of onvolledig, dan is de afzender hiervoor verantwoordelijk. De vervoerder kan daardoor verkeerde maatregelen nemen en verkeerd materieel inzetten. Bij CMR-vervoer is artikel 7 CMR relevant: de afzender kan aansprakelijk zijn voor schade en kosten die voortvloeien uit onjuiste of onvolledige gegevens in de vrachtbrief.

    Laden, stuwen of lossen door de afzender of ontvanger

    Veel transportschade ontstaat niet tijdens het rijden, maar bij het laden, stuwen of lossen. Laden is het in het voertuig brengen van de goederen, stuwen is het plaatsen en vastzetten van de lading en lossen is het uit het voertuig halen van de goederen. Als deze handelingen door de afzender, geadresseerde of door personen namens hen worden uitgevoerd, kan schade die daardoor ontstaat voor hun rekening komen. Denk aan pallets die verkeerd worden gestapeld, goederen die niet worden vastgezet, te zware belading, een verkeerde gewichtsverdeling of schade door een heftruck bij het lossen. Bij internationaal vervoer noemt artikel 17 lid 4 onder c CMR behandeling, lading, stuwing of lossing door de afzender, geadresseerde of personen die voor hen handelen, als bijzonder risico. Ook artikel 11 AVC en artikel 8:1099 BW volgen deze gedachte. Onder de AVC geldt bovendien als uitgangspunt dat de afzender de goederen moet laden, stuwen en doen lossen, tenzij partijen iets anders afspreken of de aard van het vervoer anders meebrengt. De vervoerder is dus niet automatisch aansprakelijk voor schade tijdens deze handelingen. Wel kan hij aansprakelijk zijn als hij zelf laadt of lost, of als hij duidelijke fouten in belading of stuwing ziet en toch zonder waarschuwing vertrekt.

    Eigen schuld en vrijwaring van de vervoerder

    Wanneer transportschade mede is veroorzaakt door de afzender of geadresseerde, kan sprake zijn van eigen schuld of van een bijzonder risico dat niet voor rekening van de vervoerder komt. De vervoerder kan zich dan verweren tegen een schadeclaim. Hij moet daarbij aannemelijk maken dat de schade mogelijk is veroorzaakt door bijvoorbeeld slechte verpakking, verkeerde informatie of onjuiste adressering. De ladingbelanghebbende kan vervolgens proberen te bewijzen dat de schade toch op een andere manier is ontstaan. Daarnaast kan de afzender verplicht zijn de vervoerder te vrijwaren. Vrijwaring betekent dat de afzender de schade moet dragen waarvoor de vervoerder door een derde wordt aangesproken, wanneer die schade uiteindelijk voortkomt uit een fout van de afzender. Artikel 8:1117 BW is daarbij belangrijk: de afzender moet de vervoerder de buitengewone schade vergoeden die de goederen of de behandeling daarvan de vervoerder berokkenen, behalve voor zover de oorzaak voor rekening van de vervoerder komt. Ook de AVC bevat vrijwaringsregels.

    Aansprakelijkheid van een derde bij transportschade

    Transportschade ontstaat niet altijd door een fout van de vervoerder, afzender of geadresseerde. Soms is een derde partij de directe oorzaak van de schade. Toch betekent dit niet automatisch dat de ladingbelanghebbende die derde rechtstreeks zal aanspreken. Vaak wordt eerst gekeken naar de vervoerder, omdat deze contractueel verplicht is de goederen goed af te leveren. De vervoerder of diens verzekeraar kan daarna eventueel proberen de schade te verhalen op de partij die de schade daadwerkelijk heeft veroorzaakt.

    Verspreide kartonnen dozen op een snelweg naast een open vrachtwagen, onder een bewolkte hemel bij zonsondergang.

    Transportschade en een verkeersongeval

    Wanneer lading beschadigd raakt door een verkeersongeval, blijft de vervoerder in beginsel het eerste aanspreekpunt binnen de vervoerovereenkomst. Onder artikel 17 CMR is de vervoerder aansprakelijk voor verlies, beschadiging en vertraging tussen inontvangstneming en aflevering. Voor binnenlands vervoer volgt een vergelijkbaar uitgangspunt uit artikel 8:1095 BW. Dat de schade is ontstaan door een aanrijding met een derde, betekent dus niet automatisch dat de vervoerder tegenover de ladingbelanghebbende vrijuit gaat.

    De vervoerder kan zich wel proberen te beroepen op overmacht. Daarvoor moet hij aantonen dat de schade is ontstaan door omstandigheden die hij niet kon vermijden en waarvan hij de gevolgen niet kon verhinderen. Die lat ligt hoog. Bij een normaal verkeersongeval zal bijvoorbeeld worden gekeken of de chauffeur defensief reed, voldoende afstand hield, de route verantwoord koos en alle redelijke maatregelen nam om schade te voorkomen. Wordt overmacht aanvaard, dan kan de ladingbelanghebbende aangewezen zijn op de veroorzaker van het ongeval of op een eigen goederentransportverzekering. Wordt overmacht niet aanvaard, dan kan de vervoerder aansprakelijk blijven en daarna zelf regres nemen op de aansprakelijke weggebruiker of diens WA-verzekeraar.

    Schade door een andere vervoerder of ondervervoerder

    In de praktijk wordt transport vaak uitbesteed. De contractuele vervoerder neemt de opdracht aan, maar laat het vervoer geheel of gedeeltelijk uitvoeren door een andere vervoerder. Voor de opdrachtgever betekent dit niet dat hij automatisch naar die ondervervoerder moet stappen. De hoofdvervoerder blijft in beginsel verantwoordelijk voor de correcte uitvoering van de vervoerovereenkomst. Onder artikel 3 CMR is de vervoerder aansprakelijk voor gedragingen van ondergeschikten en andere personen van wie hij zich voor het vervoer bedient, alsof het zijn eigen gedragingen zijn. Bij internationaal vervoer kan daarnaast sprake zijn van opvolgend vervoer in de zin van artikel 34 CMR. Als de feitelijke vervoerder de goederen en de CMR-vrachtbrief in ontvangst neemt, kan hij onder omstandigheden zelf als opvolgend vervoerder worden aangemerkt. Artikel 36 CMR biedt de ladingbelanghebbende dan de mogelijkheid om niet alleen de oorspronkelijke vervoerder, maar ook de opvolgend vervoerder aan te spreken. Betaalt de hoofdvervoerder de schade, dan kan hij vervolgens regres nemen op de ondervervoerder of opvolgend vervoerder die de schade heeft veroorzaakt. In de praktijk zal het bij schadeclaims dan ook belangrijk zijn om de volledige vervoersketen in kaart te brengen.

    Een andere partij aanspreken dan de vervoerder

    Soms wil de ladingbelanghebbende niet de contractuele vervoerder aanspreken, maar een andere partij. Dat kan bijvoorbeeld de feitelijke vervoerder, chauffeur, ondervervoerder, magazijnhouder, overslagpartij of veroorzaker van een verkeersongeval zijn. Zo’n route wordt in het transportrecht ook wel een “paardensprong” genoemd: de benadeelde springt als het ware over zijn contractuele wederpartij heen en spreekt een andere partij aan, meestal op grond van onrechtmatige daad.

    Dat maakt de vordering van een schadeclaim extra complex, maar het kan toch nuttig zijn. Dit laatste is bijvoorbeeld het geval wanneer de contractuele vervoerder failliet is, niet verzekerd is of slechts beperkt aansprakelijk is. Weet wel: de aangesproken partij kan zich vaak beroepen op dezelfde beperkingen als de vervoerder. Bij CMR-vervoer bepaalt artikel 28 CMR namelijk dat een vervoerder die buiten overeenkomst wordt aangesproken, toch een beroep kan doen op de aansprakelijkheidsbeperkingen en verweermiddelen uit het CMR-verdrag. Ook hulppersonen kunnen onder voorwaarden die bescherming inroepen.

    Aansprakelijkheid en de vervoersovereenkomst

    Bij transportschade is de vervoerovereenkomst het startpunt van de aansprakelijkheidsvraag. In die overeenkomst verbindt de vervoerder zich ertoe om goederen over de weg te vervoeren, terwijl de afzender daarvoor een vrachtprijs betaalt of laat betalen. De vervoerovereenkomst bepaalt onder meer wie welke taak heeft, wie laadt of lost, welke goederen worden vervoerd, welke termijnen gelden en welke voorwaarden op de opdracht van toepassing zijn. Bij schade moet daarom niet alleen naar de beschadigde goederen worden gekeken, maar ook naar de afspraken die vóór het transport zijn gemaakt.

    Een vrouw bestudeert een contract of een brief op een bureau met daarop een tablet en koffie

    Inhoud van de vervoersovereenkomst

    De vervoerovereenkomst bevat de kern van de transportopdracht. Daarin staat of blijkt wie afzender en vervoerder zijn, welke goederen worden vervoerd, waar en wanneer de goederen moeten worden geladen, waar ze moeten worden afgeleverd en welke bijzonderheden voor het vervoer gelden. Denk aan gewicht, aantal, temperatuurvereisten, kwetsbaarheid van de goederen, gevaarlijke stoffen, laad- en losinstructies, tijdvensters, opslag onderweg en eventuele ondervervoering.

    Een vervoerovereenkomst hoeft niet altijd in één formeel contract te staan. In de praktijk bestaat zij vaak uit een combinatie van opdrachtbevestiging, offerte, e-mail, vrachtbrief, algemene voorwaarden en feitelijke uitvoering. Bij internationaal CMR-vervoer bepaalt artikel 4 CMR dat de vervoerovereenkomst wordt vastgelegd in een vrachtbrief, maar het ontbreken, verlies of de onregelmatigheid van de vrachtbrief tast het bestaan of de geldigheid van de vervoerovereenkomst niet aan. Dat betekent dat ook zonder correcte vrachtbrief nog steeds sprake kan zijn van een vervoerovereenkomst. Bewijsrechtelijk is de vrachtbrief wel belangrijk.

    Aansprakelijkheidsafspraken in de vervoersovereenkomst

    Partijen kunnen in de vervoerovereenkomst afspraken maken die belangrijk zijn voor de aansprakelijkheid. Zo kunnen zij vastleggen wie verantwoordelijk is voor laden, stuwen en lossen, of de vervoerder bijzondere instructies moet volgen, of een harde aflevertermijn geldt en of bepaalde goederen alleen onder specifieke voorwaarden mogen worden vervoerd. Ook kan worden afgesproken dat de afzender een hogere waarde of een bijzonder belang bij aflevering opgeeft. Bij CMR-vervoer bieden artikel 24 en artikel 26 CMR daarvoor mogelijkheden, mits dit correct in de vrachtbrief wordt vermeld en daarvoor een toeslag wordt betaald.

    Die contractuele vrijheid is echter niet onbeperkt. De vervoerder kan zijn aansprakelijkheid niet zomaar volledig uitsluiten als dwingend vervoersrecht van toepassing is. Bij CMR-vervoer bepaalt artikel 41 CMR bijvoorbeeld dat bedingen die direct of indirect van het verdrag afwijken in beginsel nietig zijn. Bij binnenlands vervoer bepaalt artikel 8:1108 BW dan weer dat de vervoerder zich niet kan beroepen op aansprakelijkheidsbeperkingen wanneer schade is veroorzaakt door zijn eigen opzet of bewuste roekeloosheid. Aansprakelijkheidsafspraken moeten dus altijd worden gelezen naast de toepasselijke wetgeving en de mogelijkheden om hier al dan niet van af te wijken.

    Algemene voorwaarden en AVC

    In het Nederlandse wegvervoer spelen algemene voorwaarden een grote rol. Voor binnenlands goederenvervoer wordt vaak gebruikgemaakt van de Algemene Vervoercondities 2002. Dit zijn standaard algemene voorwaarden die door afzender en vervoerder van toepassing kunnen worden verklaard. In de AVC staan onder meer verplichtingen van de afzender, de aansprakelijkheid van de vervoerder, bijzondere risico’s, vertragingsschade, vrachtbetaling en verjaring. De eerder besproken AVC-limiet bij verlies of beschadiging bedraagt € 3,40 per kilogram. De AVC kunnen bij internationaal vervoer soms aanvullend worden gebruikt, maar alleen voor zover zij niet in strijd zijn met dwingende CMR-regels.

    Overmacht en bijzondere risico’s

    Een vervoerder is niet altijd aansprakelijk voor transportschade. Zowel het BW, de AVC als het CMR-verdrag kennen verweermiddelen. Een daarvan is overmacht. Bij overmacht gaat het om omstandigheden die een zorgvuldig vervoerder niet kon vermijden en waarvan hij de gevolgen niet kon verhinderen. De lat voor overmacht ligt hoog. Een gewone file, pech, diefstal of aanrijding levert niet automatisch overmacht op. De vervoerder moet aantonen dat hij alle redelijke maatregelen heeft genomen om schade te voorkomen.

    Daarnaast bestaan bijzondere risico’s. Daarbij gaat het om schade die samenhangt met omstandigheden die eerder voor rekening van de afzender, geadresseerde of de aard van de goederen komen. Denk aan vervoer in een open voertuig wanneer dat is afgesproken, ontbrekende of gebrekkige verpakking, laden, stuwen of lossen door de afzender of geadresseerde, de natuurlijke aard van de goederen, gevoeligheid voor temperatuur of vocht, levende dieren of gebrekkige adressering en etikettering. Slaagt een beroep op overmacht of bijzondere risico’s, dan hoeft de vervoerder de schade niet of niet volledig te vergoeden.

    Rol van de CMR-vrachtbrief

    De CMR-vrachtbrief speelt een centrale rol bij internationaal wegvervoer. Het document legt de vervoerovereenkomst vast, bevat de belangrijkste gegevens over de zending en heeft een belangrijke bewijsfunctie bij transportschade. De vrachtbrief is dus meer dan een praktisch transportdocument. Bij discussie over beschadiging, verlies, vertraging of aflevering wordt vaak eerst naar de CMR-vrachtbrief gekeken. Staat daarop een duidelijk voorbehoud, dan kan dat de positie van de vervoerder, afzender of geadresseerde sterk beïnvloeden. Ontbreekt zo’n voorbehoud, dan kunnen daar bewijsvermoedens uit voortvloeien. Een correcte en volledige vrachtbrief is daarom essentieel voor iedereen die later schade wil verhalen of juist de aansprakelijkheid wil betwisten.

    Een document met een pen ligt op een pakket, met een verzendlabel en een sticker “FRAGILE HANDLE WITH CARE”.

    Inhoud van de CMR-vrachtbrief

    Artikel 6 CMR bepaalt welke gegevens op de CMR-vrachtbrief moeten worden vermeld. In de praktijk gaat het onder meer om de basisgegevens van de vervoersopdracht, de betrokken partijen, de goederen en eventuele instructies. De vrachtbrief moet voldoende duidelijk maken wat wordt vervoerd, door wie, van waar naar waar en onder welke voorwaarden. Onjuiste of onvolledige gegevens kunnen later tot bewijsproblemen of aansprakelijkheid leiden. Een CMR-vrachtbrief bevat onder meer:

    • Plaats en datum van het opmaken van de vrachtbrief;

    • Naam en adres van de afzender;

    • Naam en adres van de vervoerder;

    • Naam en adres van de geadresseerde;

    • Plaats en datum van inontvangstneming van de goederen;

    • Plaats van aflevering;

    • Gebruikelijke aanduiding van de aard van de goederen;

    • Wijze van verpakking;

    • Bij gevaarlijke goederen: de algemeen erkende benaming;

    • Aantal colli, bijzondere merken en nummers;

    • Brutogewicht of hoeveelheid van de goederen;

    • Kosten die met het vervoer samenhangen, zoals vrachtprijs, bijkomende kosten en douanekosten;

    • Instructies voor douaneformaliteiten of andere formaliteiten;

    • Vermelding dat het vervoer aan het CMR-verdrag is onderworpen, ongeacht enig tegenstrijdig beding in de vervoerovereenkomst.

    Daarnaast kunnen aanvullende gegevens worden opgenomen indien zij daartoe relevant zijn. In artikel 6 lid 2 CMR-verdrag staat zelfs dat, als het geval zich voordoet, de volgende aanduidingen eveneens in de vrachtbrief verplicht moeten zijn opgenomen:

    • Een verbod van overlading;

    • De kosten die de afzender voor zijn rekening neemt;

    • Het bedrag van het bij de aflevering van de goederen te innen remboursement;

    • De gedeclareerde waarde van de goederen en het bedrag van het bijzonder belang bij de aflevering;

    • De instructies van de afzender aan de vervoerder met betrekking tot de verzekering van de goederen;

    • De overeengekomen termijn waarbinnen het vervoer moet zijn voltooid;

    • De lijst van bescheiden die aan de vervoerder zijn overhandigd.

    Tot slot kunnen de partijen in de vrachtbrief andere zaken opnemen die zij nuttig achten, maar dit is niet verplicht.

    Bewijsfunctie van de vrachtbrief

    De CMR-vrachtbrief heeft een sterke bewijsfunctie. Artikel 9 CMR bepaalt dat de vrachtbrief, behoudens tegenbewijs, volledig bewijs oplevert van de voorwaarden van de vervoerovereenkomst en van de ontvangst van de goederen door de vervoerder. Dat betekent dat de vrachtbrief vaak het eerste aanknopingspunt is bij discussies. De bewijsfunctie van de vrachtbrief staat echter niet op zichzelf. Zij kan worden aangevuld met andere bewijzen, zoals foto’s van de lading, paklijsten, facturen, e-mails, laadrapporten, temperatuurregistraties, GPS-gegevens, getuigenverklaringen en expertiserapporten.

    Voorbehoud maken bij ontvangst

    Wanneer de vervoerder de goederen in ontvangst neemt, moet hij controleren of het aantal colli, de merken, nummers en de uiterlijke staat van de goederen en verpakking overeenstemmen met de vrachtbrief. Dit volgt uit artikel 8 CMR. Ziet de chauffeur schade, slechte verpakking, afwijkende aantallen of andere opvallende problemen, dan moet hij een gemotiveerd voorbehoud op de vrachtbrief plaatsen. Ook wanneer controle niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat de lading verzegeld is of de chauffeur niet bij het laden aanwezig mag zijn, moet dat duidelijk worden vermeld.

    Een algemeen voorbehoud, zoals “onder voorbehoud” of “niet gecontroleerd”, is veelal onvoldoende. Het voorbehoud moet concreet zijn. Denk aan: “twee colli ontbreken”, “folie gescheurd”, “pallet scheef gestapeld”, “dozen nat”, “lading verzegeld overgenomen, inhoud niet kunnen controleren” of “chauffeur niet aanwezig bij laden”. Hoe concreter de opmerking, des te bruikbaarder zij later is als bewijs.

    Voorbehoud maken bij aflevering

    Ook bij aflevering is de vrachtbrief van groot belang. Artikel 30 CMR bepaalt dat de geadresseerde bij zichtbaar verlies of zichtbare beschadiging uiterlijk op het moment van aflevering een voorbehoud moet maken. Daarbij moet de algemene aard van de schade worden aangegeven. Het volstaat dus niet om achteraf alleen te zeggen dat de zending beschadigd was. De schade moet bij aflevering worden genoteerd, bijvoorbeeld op de vrachtbrief of afleverbon, en bij voorkeur worden ondersteund met foto’s.

    Bij niet-zichtbare schade geldt een andere regel. Wordt de schade pas na het uitpakken ontdekt, dan moet de geadresseerde binnen zeven dagen na aflevering schriftelijk protesteren, waarbij zondagen en feestdagen niet meetellen. Ook dan moet duidelijk worden omschreven om welke schade het gaat. Gebeurt dat niet, dan wordt de geadresseerde behoudens tegenbewijs geacht de goederen te hebben ontvangen in de staat zoals omschreven in de vrachtbrief. Dat betekent niet altijd dat een claim onmogelijk is, maar de bewijspositie wordt wel veel zwakker.

    Zichtbare en verborgen schade

    Bij transportschade is het onderscheid tussen zichtbare en verborgen schade belangrijk. Zichtbare schade is schade die bij normale controle bij aflevering meteen kan worden vastgesteld. Denk aan gescheurde folie, kapotte dozen, ontbrekende colli, natte verpakkingen, deuken, breuk of een pallet die duidelijk is omgevallen. Deze schade moet onmiddellijk bij aflevering worden vermeld. Laat de geadresseerde de goederen zonder opmerking aannemen, dan ontstaat het vermoeden dat de goederen in de juiste staat zijn afgeleverd.

    Verborgen schade is schade die pas later blijkt, bijvoorbeeld na het openen van dozen, testen van machines of uitpakken van kwetsbare producten. Ook dan moet snel worden gehandeld. Onder artikel 30 CMR moet bij verborgen schade binnen zeven dagen schriftelijk een voorbehoud worden gemaakt. Bewijs blijft daarbij belangrijk. Bewaar daarom de verpakking, maak foto’s van de buiten- en binnenzijde, leg vast wanneer de schade is ontdekt en noteer wie de goederen heeft uitgepakt. Hoe beter de schade wordt gedocumenteerd, des te groter de kans dat kan worden aangetoond dat de beschadiging tijdens het vervoer is ontstaan.

    Aansprakelijkheid bij het vervoer van gevaarlijke stoffen

    Bij het vervoer van gevaarlijke stoffen is de aansprakelijkheidsvraag vaak complexer dan bij gewone transportschade. Het gaat dan niet alleen om schade aan de lading zelf, maar ook om mogelijke letselschade en milieuschade. Dit betekent dat de schadeafwikkeling complexer is dan bij gewone transportschade. Voor dit type vervoer gelden naast het gewone vervoerrecht ook de ADR-regels: de Europese regels voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg. Deze regels leggen verplichtingen op aan alle betrokken partijen, waaronder de afzender, vervoerder, verpakker, belader, losser en geadresseerde. Bij schade moet daarom steeds worden onderzocht wie welke ADR-verplichting had en of die verplichting is nageleefd.

    Goederentrein met cilindervormige tankwagons rijdt door een stedelijk gebied onder een heldere blauwe lucht.

    Verplichtingen van de afzender

    De afzender speelt bij gevaarlijke stoffen een cruciale rol. Hij moet de vervoerder volledig en juist informeren over de aard van de gevaarlijke goederen. Dat betekent onder meer dat de stof correct moet worden geclassificeerd, dat het juiste UN-nummer moet worden opgegeven, dat de juiste verpakkingsgroep en gevarenklasse worden vermeld en dat de vereiste documenten aanwezig zijn. Ook moet de afzender zorgen voor geschikte verpakking, etikettering en markering. De vervoerder moet op basis van die informatie kunnen beoordelen of hij de lading mag vervoeren en welke veiligheidsmaatregelen nodig zijn.

    Deze informatieplicht volgt niet alleen uit het ADR, maar sluit ook aan bij artikel 8:1114 BW. Daarin staat dat de afzender de vervoerder zo volledig mogelijk de gegevens moet meedelen die voor het voorgenomen vervoer van belang zijn. Bij internationaal vervoer is ook artikel 22 CMR relevant. Biedt de afzender gevaarlijke goederen aan, dan moet hij de vervoerder inlichten over de juiste aard van het gevaar en zo nodig over de te nemen voorzorgsmaatregelen. Gebeurt dat niet, dan kan de afzender aansprakelijk zijn voor kosten en schade die uit het vervoer voortvloeien. In ernstige gevallen kan de aansprakelijkheid zelfs verschuiven van de vervoerder naar de afzender, bijvoorbeeld wanneer de vervoerder niet wist en ook niet hoefde te weten dat het om gevaarlijke stoffen ging.

    Verplichtingen van de vervoerder

    Ook de vervoerder heeft eigen verplichtingen. Hij mag niet blind varen op de opdracht, maar moet controleren of de gevaarlijke goederen overeenkomstig het ADR tot het vervoer zijn toegelaten en of de voorgeschreven informatie en documenten aanwezig zijn. Daarnaast moet het voertuig geschikt zijn, moet de chauffeur bevoegd en voldoende geïnstrueerd zijn en moeten de vereiste uitrusting, markering en veiligheidsmaatregelen aanwezig zijn. Bij ADR-transport gaat het dus niet alleen om rijden van A naar B, maar om de naleving van een volledig veiligheidsregime.

    Civielrechtelijk blijft daarnaast de gewone vervoerdersaansprakelijkheid gelden. De vervoerder is in beginsel aansprakelijk voor verlies, beschadiging en vertraging van de lading tussen inontvangstneming en aflevering. Bij gevaarlijke stoffen kan daar een veel groter risico bovenop komen. De exploitant van het voertuig kan namelijk op grond van artikel 8:1213 BW aansprakelijk zijn voor schade die derden lijden door gevaarlijke stoffen aan boord van het voertuig. Dat is een vorm van risicoaansprakelijkheid: aansprakelijkheid kan dus ontstaan zonder dat eerst een concrete fout van de vervoerder hoeft te worden bewezen. Wel bestaan er uitzonderingen, onder meer wanneer de afzender de gevaarlijke aard van de stof niet heeft meegedeeld en de vervoerder daarvan ook niet op de hoogte hoefde te zijn.

    Schade aan derden en milieuschade

    Bij gewone transportschade gaat het vaak om beschadiging of verlies van de lading zelf. Bij gevaarlijke stoffen kan de schade veel verder gaan. Een lekkend vat kan de weg, bodem of het grondwater verontreinigen. Een brandbare stof kan brand veroorzaken aan andere voertuigen, gebouwen of infrastructuur. Bij giftige of bijtende stoffen kunnen omstanders, hulpverleners of werknemers letsel oplopen. Zulke schade valt niet altijd netjes binnen de normale CMR- of AVC-limieten voor ladingschade.

    Boek 8 BW kent daarom een aparte regeling voor schade door gevaarlijke stoffen aan boord van een voertuig. De exploitant van het voertuig is in beginsel aansprakelijk voor schade van derden die door de gevaarlijke stof wordt veroorzaakt. In bepaalde situaties kan die aansprakelijkheid echter bij de afzender of ontvanger terechtkomen. Dat kan bijvoorbeeld wanneer de afzender de gevaarlijke aard van de lading niet heeft meegedeeld en de vervoerder dat ook niet had hoeven weten. Ook wanneer het ongeval ontstaat tijdens laden of lossen onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de afzender of ontvanger, kan de aansprakelijkheid naar die partij verschuiven.

    ADR-transport en aanvullende verzekering

    Bij ADR-transport is een standaardverzekering vaak onvoldoende. Een vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering dekt in de regel de aansprakelijkheid van de vervoerder voor schade aan goederen van anderen tijdens het transport, bijvoorbeeld verlies, beschadiging, vertraging of schade bij laden en lossen voor zover dit onder de polis valt. Dat betekent echter niet dat alle risico’s bij gevaarlijke stoffen automatisch zijn verzekerd. Polisvoorwaarden kunnen beperkingen bevatten voor bepaalde stoffen of het niet naleven van bepaalde wettelijke voorschriften. Voor milieuschade is vaak een aparte milieuschadeverzekering of milieu-aansprakelijkheidsverzekering nodig. Die kan dekking bieden voor saneringskosten, onderzoekskosten, opruimingskosten en kosten van juridische bijstand, afhankelijk van de polis.

    Aansprakelijkheid en postbezorging in Nederland

    Bij schade of verlies tijdens postbezorging hangt de aansprakelijkheid sterk af van het soort zending. Voor gewone brieven gelden andere regels dan voor pakketten of aangetekende zendingen. Bij een consumentenkoop blijft de verkoper meestal verantwoordelijk totdat de consument het product daadwerkelijk heeft ontvangen. Raakt een pakket onderweg kwijt of komt het beschadigd aan, dan moet de consument zich daarom in eerste instantie tot de webshop of verkoper wenden. Bij zakelijke verzendingen wordt vaker gekeken naar de overeenkomst met de vervoerder of postbezorger en naar de gekozen verzendmethode. Een gewone brief biedt doorgaans weinig bewijs en beperkte verhaalsmogelijkheden. Bij aangetekende zendingen is er meer bewijs van verzending en ontvangst, maar ook dan gelden voorwaarden, limieten en uitzonderingen. Wie belangrijke of waardevolle goederen verstuurt, doet er goed aan om dit aangetekend en eventueel ook verzekerd te doen.

    Alle regels over postbezorging in Nederland →
    Gele DHL-bestelwagen geparkeerd in een woonstraat met open deuren. In de buurt staat een boom met rode bladeren.

    Wat moet ik doen bij transportschade?

    Bij transportschade is snel en zorgvuldig handelen belangrijk. Hoe beter de schade direct wordt vastgelegd, des te sterker de positie bij een claim tegen de vervoerder, verkoper, afzender of verzekeraar. Wacht daarom niet tot later, maar controleer de goederen meteen bij ontvangst.

    1. Controleer de goederen direct bij ontvangst

      Controleer bij aflevering meteen of de goederen compleet en onbeschadigd zijn. Kijk niet alleen naar de producten zelf, maar ook naar de verpakking, pallets, folie, zegels en labels. Let op zichtbare schade, natte dozen, scheuren, deuken, ontbrekende colli of sporen van openen. Vraag bij twijfel om de schade samen met de chauffeur of bezorger vast te leggen.

    2. Maak voorbehoud op de vrachtbrief of afleverbon

      Is er zichtbare schade? Noteer dit dan direct op de vrachtbrief, CMR-vrachtbrief of afleverbon. Een algemene opmerking zoals “onder voorbehoud” is vaak onvoldoende. Beschrijf concreet wat er mis is, bijvoorbeeld “doos gescheurd”, “pallet beschadigd”, “twee colli ontbreken” of “goederen nat afgeleverd”. Laat de chauffeur of vervoerder de opmerking bij voorkeur meeondertekenen.

    3. Maak foto’s en bewaar de verpakking

      Maak duidelijke foto’s van de schade voordat de goederen worden verplaatst, uitgepakt of hersteld. Fotografeer zowel de buitenverpakking als de inhoud, labels, pallets, zegels en de plaats waar de schade is vastgesteld. Gooi de verpakking niet meteen weg, omdat die later van belang kan zijn om te beoordelen of de schade tijdens het vervoer is ontstaan. Bij grotere schade kan een expert de goederen en verpakking nog willen inspecteren.

    4. Bewaar facturen, paklijsten en transportdocumenten

      Voor een schadeclaim is niet alleen bewijs van de schade nodig, maar ook bewijs van de waarde en omvang van de zending. Bewaar daarom de vrachtbrief, paklijst, factuur, orderbevestiging, foto’s, e-mails en eventuele track-and-tracegegevens. Noteer ook het aantal beschadigde of ontbrekende colli en het brutogewicht van de beschadigde of verloren goederen. Die gegevens zijn belangrijk, omdat de aansprakelijkheid van de vervoerder vaak per kilogram wordt berekend.

    5. Meld de schade snel bij de vervoerder

      Meld transportschade zo snel mogelijk schriftelijk bij de vervoerder. Bij zichtbare schade moet het voorbehoud in principe meteen bij aflevering worden gemaakt. Bij verborgen schade moet de melding snel volgen zodra de schade wordt ontdekt, zeker bij CMR-vervoer waar korte termijnen gelden. Omschrijf de schade duidelijk en voeg foto’s, documenten en een eerste schadeberekening toe.

    6. Meld de schade ook bij de verzekeraar

      Breng ook de eigen verzekeraar snel op de hoogte (indien van toepassing). De verzekeraar kan beoordelen of de schade gedekt is, of een expert moet worden ingeschakeld en tegen wie eventueel verhaal mogelijk is. Erken nooit verantwoordelijkheid voordat de verzekeraar de zaak heeft beoordeeld.

    7. Beperk verdere schade

      Probeer verdere schade zoveel mogelijk te voorkomen. Denk aan het veiligstellen van goederen, drogen van natte producten, scheiden van beschadigde en onbeschadigde lading of het tijdelijk opslaan op een veilige plaats. Maak daarbij wel eerst foto’s en overleg bij grote schade met de vervoerder of verzekeraar.

    8. Bouw een volledig schadedossier op

      Verzamel alle informatie in één dossier. Noteer de datum en plaats van aflevering, de naam van de vervoerder, de chauffeur, het kenteken, de betrokken partijen en het moment waarop de schade is ontdekt. Bewaar ook correspondentie over de vervoersopdracht, eventuele klachten, reacties van de vervoerder en berichten van de verzekeraar. Een volledig dossier maakt het eenvoudiger om aansprakelijkheid aan te tonen en een schadevergoeding te ontvangen.

    Verzekering bij transportschade

    Bij transportschade is de aansprakelijkheid slechts één kant van het verhaal. Minstens zo belangrijk is de vraag welke verzekering de schade daadwerkelijk opvangt. De vervoerder is namelijk vaak maar beperkt aansprakelijk. Daardoor kan de werkelijke schade veel hoger zijn dan het bedrag dat op de vervoerder kan worden verhaald. Voor de eigenaar of afzender van de goederen is een goederentransportverzekering veelal nuttig. Voor de vervoerder zelf is juist een vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering belangrijk.

    Goederentransportverzekering

    Een goederentransportverzekering verzekert de goederen zelf tijdens het vervoer. Deze verzekering is vooral bedoeld voor partijen die eigenaar zijn van de goederen of financieel risico lopen als de lading beschadigd raakt, verloren gaat of wordt gestolen. Het grote voordeel is dat de goederentransportverzekering niet afhankelijk is van de beperkte aansprakelijkheid van de vervoerder. De eigenaar van de goederen kan dan, afhankelijk van de polis, de werkelijke waarde van de goederen verzekeren. Dat is belangrijk bij kostbare goederen met een laag gewicht. Een goederentransportverzekering biedt meestal dekking voor schade door bijvoorbeeld diefstal, brand, aanrijding, vallen, nat worden of andere van buiten komende oorzaken. De precieze dekking verschilt echter per polis. Gevolgschade en bedrijfsschade zijn niet altijd standaard gedekt.

    Vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering

    Een vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering is bedoeld voor bedrijven die goederen van anderen vervoeren of het transport regelen. Deze verzekering dekt niet de goederen als zodanig, maar de aansprakelijkheid van de vervoerder wanneer hij volgens de toepasselijke vervoersregels moet betalen voor verlies, beschadiging of vertraging. In de praktijk wordt deze verzekering ook wel een CMR-verzekering, AVC-verzekering of transportaansprakelijkheidsverzekering genoemd. De dekking sluit aan bij de wettelijke en contractuele aansprakelijkheid van de vervoerder. De verzekering kan dekking bieden voor schade aan de lading, verlies of diefstal, vertragingsschade, rechtshulp en kosten voor opruiming of vernietiging van beschadigde goederen. Sommige verzekeraars bieden aanvullende dekkingen (tegen een meerprijs) voor uitbesteed vervoer en koel- en vriesvervoer.

    Verschil tussen goederentransportverzekering en vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering

    De goederentransportverzekering en de vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering worden vaak met elkaar verward, maar dekken niet hetzelfde risico. De eerste verzekering kijkt vooral naar de waarde van de goederen zelf, terwijl de tweede verzekering de aansprakelijkheid van de vervoerder dekt. In de tabel hieronder staan de belangrijkste verschillen op een rij.

    GoederentransportverzekeringVervoerdersaansprakelijkheidsverzekering
    Voor wie?Eigenaar, afzender, verkoper, koper of importeur/exporteur van goederenVervoerder of logistiek dienstverlener
    Wat is verzekerd?Schade aan of verlies van de goederen zelfAansprakelijkheid van de vervoerder voor schade aan goederen van anderen
    UitgangspuntVerzekering van de waarde van de ladingVerzekering van aansprakelijkheid volgens CMR, AVC, BW of contract
    Afhankelijk van aansprakelijkheid?Meestal niet of niet volledigJa, er moet in beginsel aansprakelijkheid van de vervoerder zijn
    VergoedingVaak op basis van de verzekerde waarde of factuurwaarde, afhankelijk van de polisVaak begrensd door aansprakelijkheidslimieten, polislimieten en voorwaarden

    Termijnen bij transportschade

    Bij transportschade spelen termijnen een grote rol. Wie te laat klaagt of te lang wacht met het instellen van een vordering, kan in bewijsproblemen komen of zijn claim zelfs verliezen. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen klachttermijnen en verjaringstermijnen. Een klachttermijn gaat over het tijdig melden van schade of verlies, terwijl verjaring gaat over de uiterste termijn om een vordering juridisch af te dwingen. Omdat de termijnen bij vervoer kort zijn, is het verstandig om schade altijd direct schriftelijk te melden.

    SituatieTermijnWat moet je doen?Gevolg als je te laat bent
    Zichtbare schade bij CMR-vervoerMeteen bij afleveringMaak direct een concreet voorbehoud op de CMR-vrachtbrief of afleverbon.De goederen worden vermoed correct te zijn afgeleverd, tenzij je tegenbewijs levert.
    Verborgen schade bij CMR-vervoerBinnen 7 dagen na afleveringMeld de schade schriftelijk aan de vervoerder en omschrijf de algemene aard van de schade.Je bewijspositie wordt zwakker. Je moet aantonen dat de schade tijdens het vervoer is ontstaan.
    Vertraging bij CMR-vervoerBinnen 21 dagen na terbeschikkingstelling van de goederenMaak schriftelijk voorbehoud voor schade door vertraging.Zonder tijdig voorbehoud is schadevergoeding wegens vertraging in principe niet mogelijk.
    Zichtbare schade bij binnenlands vervoer onder AVCBij of direct na aanvaardingMeld de schade schriftelijk en maak een concreet voorbehoud.De vervoerder wordt vermoed correct te hebben afgeleverd.
    Verborgen schade bij binnenlands vervoer onder AVCBinnen 1 week na aanvaardingMeld de schade schriftelijk aan de vervoerder.Het wordt moeilijker om te bewijzen dat de schade tijdens het vervoer is ontstaan.
    Vertraging bij binnenlands vervoer onder AVCBinnen 1 week na aanvaardingMeld schriftelijk dat niet binnen de redelijke of overeengekomen termijn is afgeleverd.De vervoerder kan zich erop beroepen dat niet tijdig is geklaagd.
    Verjaring bij gewone transportschade1 jaarStel de vordering tijdig in of stuit de verjaring op correcte wijze.De vordering kan niet meer succesvol worden afgedwongen.
    Verjaring bij CMR-vervoer met opzet of daarmee gelijk te stellen schuld3 jaarStel de vordering tijdig in of stuit de verjaring op correcte wijze.Na verjaring kan de claim niet meer worden afgedwongen.

    Klachttermijnen bij transportschade

    Bij zichtbare schade moet de geadresseerde meteen bij aflevering reageren. Is de verpakking gescheurd, zijn goederen nat, ontbreken colli of is duidelijk te zien dat de lading beschadigd is, dan moet dit direct op de vrachtbrief of afleverbon worden vermeld. Vermeld daarbij concreet wat er mis is.

    Bij verborgen schade geldt een korte schriftelijke meldingstermijn. Onder CMR-vervoer moet onzichtbaar verlies of onzichtbare beschadiging binnen zeven dagen na aflevering schriftelijk worden gemeld, waarbij de algemene aard van de schade moet worden aangegeven. Onder de AVC geldt eveneens dat niet uiterlijk waarneembare schade binnen één week na aanneming schriftelijk aan de vervoerder moet worden gemeld. Wordt niet op tijd geklaagd, dan betekent dit niet altijd dat een claim onmogelijk is, maar wel dat wordt vermoed dat de goederen correct zijn afgeleverd. De benadeelde moet dan alsnog bewijzen dat de schade tijdens het vervoer is ontstaan.

    Ook bij vertraging gelden meldingsregels. Onder CMR-vervoer is schadevergoeding wegens vertraging alleen mogelijk als binnen 21 dagen nadat de goederen ter beschikking van de geadresseerde zijn gesteld, schriftelijk voorbehoud is gemaakt. Onder de AVC moet de geadresseerde binnen één week na aanneming schriftelijk melden dat niet binnen de redelijke of overeengekomen termijn is afgeleverd. Wie deze termijnen mist, verzwakt zijn bewijspositie aanzienlijk.

    Verjaring van de vordering

    Naast klachttermijnen geldt bij transportschade een korte verjaringstermijn. Bij nationaal vervoer onder de AVC en Boek 8 BW geldt als hoofdregel dat vorderingen uit de vervoerovereenkomst na één jaar verjaren. Die termijn begint bij ladingschade te lopen op de dag na de dag waarop de goederen zijn afgeleverd of hadden moeten worden afgeleverd. Na verjaring kan de vordering niet meer succesvol worden afgedwongen, ook al was de schade op zichzelf terecht.

    Bij internationaal wegvervoer onder CMR geldt eveneens een verjaringstermijn van één jaar. Bij opzet of met opzet gelijk te stellen schuld, zoals bewuste roekeloosheid volgens het toepasselijke recht, geldt onder artikel 32 CMR een termijn van drie jaar. Het startmoment verschilt per situatie. Bij gedeeltelijk verlies, beschadiging of vertraging loopt de termijn in beginsel vanaf de dag van aflevering. Bij volledig verlies gelden andere aanvangsmomenten, afhankelijk van de vraag of er een aflevertermijn was afgesproken.

    Een verjaringstermijn kan soms worden gestuit of verlengd, maar dat moet correct en tijdig gebeuren. Een simpele klachtmelding is niet altijd genoeg om verjaring te voorkomen. Bij grotere schade is het daarom verstandig om ruim vóór het einde van de termijn juridisch advies in te winnen. Zo voorkom je dat de claim inhoudelijk sterk is, maar te laat wordt ingesteld.

    Veelgestelde vragen over aansprakelijkheid bij transportschade

    Bij transportschade komen aansprakelijkheid, bewijs en verzekering op complexe wijze samen. De vervoerder is vaak aansprakelijk, maar zijn aansprakelijkheid is meestal beperkt. Daardoor is het niet altijd voldoende om alleen de vervoerder aan te spreken. Bij vragen hierover is het een goed idee om de onderstaande FAQ over transportschade en vervoerdersaansprakelijkheid door te nemen.

    Wat is een goederentransportverzekering?

    Een goederentransportverzekering verzekert de goederen zelf tijdens het vervoer. Deze verzekering is vooral bedoeld voor de eigenaar, afzender, verkoper, koper, importeur of exporteur van de goederen. Het voordeel is dat de schade niet volledig afhankelijk is van de aansprakelijkheid van de vervoerder. Dat is belangrijk, omdat de vervoerder vaak slechts beperkt aansprakelijk is per kilogram.

    Wat kost een goederentransportverzekering?

    De prijs van een goederentransportverzekering verschilt per situatie. Verzekeraars kijken onder meer naar de waarde van de goederen, het soort goederen, de bestemming, de vervoerswijze, het aantal transporten, het schadeverleden, de gekozen dekking en het eigen risico. Bedrijven die regelmatig goederen vervoeren, sluiten vaker een doorlopende polis af.

    Wat dekt een goederentransportverzekering?

    Een goederentransportverzekering kan schade aan of verlies van goederen tijdens transport dekken. Denk aan schade door diefstal, brand, aanrijding, vallen, nat worden, verkeerd behandelen of andere gebeurtenissen tijdens het vervoer. Afhankelijk van de polis kunnen ook laden en lossen, tijdelijk verblijf, opslag, opruimingskosten of aanvullende kosten meeverzekerd zijn.

    Wat kost een vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering?

    Er bestaat geen vaste prijs voor een vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering. De premie hangt onder meer af van de jaaromzet, bedrijfsactiviteiten, het soort goederen, het aantal voertuigen, het dekkingsgebied, het eigen risico, aanvullende dekkingen en het schadeverleden. Een vervoerder die alleen standaardgoederen binnen Nederland vervoert, heeft een ander risico dan een internationale vervoerder van elektronica, koelgoederen of gevaarlijke stoffen. Dat wil zeggen dat ook de premie sterk zal verschillen.

    Wat dekt een vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering?

    Een vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering dekt de aansprakelijkheid van de vervoerder voor schade aan goederen van anderen tijdens transport. Het gaat bijvoorbeeld om verlies, beschadiging, diefstal, vertraging of schade bij laden en lossen, voor zover de vervoerder daarvoor volgens BW, AVC, CMR of de vervoerovereenkomst aansprakelijk is. De verzekering dekt dus niet automatisch de volledige waarde van de lading.

    Wat is transportschade?

    Transportschade is schade die ontstaat tijdens het vervoer van goederen. Dat kan gaan om beschadiging van producten, verlies van lading, diefstal, vertraagde aflevering of schade bij laden, lossen of stuwen.

    Hoe kan ik transportschade claimen?

    Leg de schade direct vast en meld deze schriftelijk bij de juiste partij. Maak foto’s, noteer zichtbare schade op de vrachtbrief of afleverbon en bewaar facturen, paklijsten, transportdocumenten en correspondentie. Meld de schade ook bij de eigen goederentransportverzekeraar. Wacht niet te lang, omdat bij transportschade korte klacht- en verjaringstermijnen gelden.

    Hoe kan ik transportschade voorkomen?

    Transportschade kan nooit volledig worden uitgesloten, maar de kans kan wel worden beperkt. Zorg voor goede verpakking, duidelijke etikettering, correcte adressering, volledige vrachtbrieven en heldere laad- en losinstructies. Kies een betrouwbare vervoerder die ervaring heeft met het type goederen. Overweeg bij kostbare goederen aanvullende beveiliging, verzekerde verzending of een goederentransportverzekering.

    Wat is de vervoerdersaansprakelijkheid?

    Vervoerdersaansprakelijkheid is de aansprakelijkheid van de vervoerder voor schade aan, verlies van of vertraging bij goederen die hij vervoert. De hoofdregel is dat de vervoerder de goederen moet afleveren in de staat waarin hij ze heeft ontvangen. Deze aansprakelijkheid is in principe beperkt, bijvoorbeeld tot € 3,40 per kilogram bij vervoer onder de AVC.

    Wie is verantwoordelijk bij transportschade aan een nieuwe auto?

    Bij transportschade aan een nieuwe auto hangt de verantwoordelijkheid af van de afspraken en het moment waarop het risico is overgegaan. Koopt een consument een nieuwe auto bij een professionele verkoper, dan blijft de verkoper in beginsel verantwoordelijk totdat de consument de auto daadwerkelijk ontvangt. Bij zakelijk vervoer wordt gekeken naar de vervoerovereenkomst, de vrachtbrief, de staat van de auto bij inontvangstneming en aflevering en eventuele voorbehouden.

    Waar moet ik transportschade melden?

    Meld transportschade bij de partij met wie je de overeenkomst hebt. Een consument die iets bij een webshop koopt, meldt schade of verlies in eerste instantie bij de verkoper. Een afzender of geadresseerde bij zakelijk vervoer meldt schade bij de vervoerder en eventueel bij de eigen goederentransportverzekeraar. Een vervoerder die aansprakelijk wordt gesteld, moet de schade zo snel mogelijk melden bij zijn vervoerdersaansprakelijkheidsverzekeraar en mag niet zomaar aansprakelijkheid erkennen.