EN

Aansprakelijkheid bij schending beroepsgeheim

Wie persoonlijke informatie deelt met een arts, verpleegkundige, advocaat, notaris, psycholoog of andere vertrouwenspersoon, moet erop kunnen rekenen dat deze informatie vertrouwelijk blijft. Dat vertrouwen is de kern van het beroepsgeheim. Zonder beroepsgeheim zouden mensen minder snel medische hulp zoeken, juridisch advies vragen of open spreken over gevoelige problemen. Juist daarom is het beroepsgeheim wettelijk beschermd. Toch gaat het in de praktijk soms mis. Bijvoorbeeld: een arts bespreekt medische gegevens met een familielid zonder toestemming of een zorgverlener mailt een dossier naar het verkeerde adres. In zulke situaties kan sprake zijn van schending van het beroepsgeheim. Een schending van het beroepsgeheim kan verschillende gevolgen hebben. De professional kan tuchtrechtelijk, strafrechtelijk of civielrechtelijk worden aangesproken. Voor een schadevergoeding is wel meer nodig dan alleen de constatering dat het beroepsgeheim is geschonden. Er moet ook sprake zijn van schade, toerekenbaarheid en een verband tussen de schending en de schade.

Op deze pagina over aansprakelijkheid bij schending van het beroepsgeheim:

    Drie mensen zitten in een serieus overleg aan een tafel met documenten en een krant, in een professionele kantooromgeving in een advocatenkantoor.

    Kenmerken van het wettelijk beroepsgeheim

    Het beroepsgeheim houdt in dat een professional moet zwijgen over vertrouwelijke informatie die hij door zijn beroep te weten komt. In de zorg wordt vaak gesproken over het medisch beroepsgeheim of de medische zwijgplicht. Bij advocaten en notarissen spreekt men ook wel over geheimhoudingsplicht, het ambtsgeheim of gewoon de vertrouwelijkheid.

    Het beroepsgeheim beschermt in de eerste plaats de persoon die informatie deelt. Een patiënt moet bijvoorbeeld medische klachten, verslaving, psychische problemen of familieproblemen kunnen bespreken zonder te hoeven vrezen dat deze informatie bij derden terechtkomt. Maar het beroepsgeheim beschermt ook een algemeen maatschappelijk belang. Mensen moeten zonder terughoudendheid toegang hebben tot zorg, rechtshulp en andere vertrouwensberoepen.

    Het beroepsgeheim is niet bij elk beroep op dezelfde manier geregeld. Soms staat het direct in de wet. Soms volgt het uit een combinatie van wetgeving, beroepsregels en tuchtrecht.

    Beroep of beroepsgroepKenmerken van het beroepsgeheimWettelijke basis
    Artsen, huisartsen en medisch specialistenZwijgplicht over alles wat zij in hun hoedanigheid als arts over de patiënt te weten komen. Geldt ook voor gegevens in het medisch dossier en voor niet-medische informatie die in de behandelrelatie bekend wordt.Artikel 7:457 BW, artikel 88 Wet BIG en artikel 272 Sr.
    Tandartsen, apothekers, verloskundigen, fysiotherapeuten, verpleegkundigen, gezondheidszorgpsychologen, psychotherapeuten en andere BIG-geregistreerde zorgverlenersGeheimhouding over vertrouwelijke informatie die zij bij de uitoefening van hun beroep in de individuele gezondheidszorg ontvangen of begrijpen als vertrouwelijk.Artikel 88 Wet BIG, artikel 7:457 BW wanneer sprake is van een geneeskundige behandelingsovereenkomst, en artikel 272 Sr.
    Zorginstellingen en hulpverleners onder de WGBODe hulpverlener mag zonder toestemming geen informatie over de patiënt of inzage in het dossier aan anderen geven, behalve in wettelijke uitzonderingen. Ook medewerkers binnen een instelling moeten zorgvuldig omgaan met patiëntgegevens.Artikel 7:457 BW, Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz), AVG en artikel 272 Sr.
    JeugdhulpverlenersGeheimhouding over gegevens uit de jeugdhulpverlening. Informatie mag alleen worden gedeeld als de wet dat toestaat, bijvoorbeeld met toestemming, voor directe hulpverlening of in specifieke wettelijke situaties.Jeugdwet, onder meer artikel 7.3.11, en artikel 272 Sr.
    AdvocatenVertrouwelijkheid is een kernwaarde van de advocatuur. Een cliënt moet open kunnen spreken met zijn advocaat. De advocaat heeft daarnaast een verschoningsrecht, waardoor hij in bepaalde situaties mag weigeren informatie te verstrekken.Artikelen 10a en 11a Advocatenwet, gedragsregels advocatuur en artikel 272 Sr.
    NotarissenDe notaris moet geheimhouden wat hem in zijn functie als notaris is toevertrouwd. Ook medewerkers die onder verantwoordelijkheid van de notaris werken, vallen onder deze geheimhoudingsplicht.Artikel 22 Wet op het notarisambt en artikel 272 Sr.
    Geestelijk verzorgers en geestelijkenVertrouwelijke informatie die in de uitoefening van het ambt wordt gedeeld, kan onder een ambts- of beroepsgeheim vallen. De precieze reikwijdte hangt af van de functie, context en toepasselijke regels.Onder meer artikel 272 Sr. en procesrechtelijke regels over verschoningsrecht.

    Tegenover wie geldt het beroepsgeheim?

    Het beroepsgeheim geldt in beginsel tegenover iedereen behalve de persoon om wie de informatie gaat. Een arts mag medische gegevens dus niet zomaar delen met de partner, kinderen, ouders, buren, werkgever, verzekeraar, gemeente, politie of media. Ook binnen een zorginstelling mag informatie niet vrij rondgaan. Alleen wie de informatie nodig heeft voor zijn taak, mag die informatie krijgen.

    Ook tegenover familieleden geldt het beroepsgeheim. Dat voelt soms hard, zeker als familieleden oprecht bezorgd zijn. Toch mag een zorgverlener niet zomaar vertellen of iemand patiënt is, welke diagnose is gesteld of hoe het met de behandeling gaat. De patiënt beslist in principe zelf wie welke informatie krijgt.

    Er zijn evenwel uitzonderingen. Informatie mag bijvoorbeeld worden gedeeld met zorgverleners die rechtstreeks betrokken zijn bij de behandeling, voor zover zij die informatie nodig hebben. Ook een wettelijk vertegenwoordiger kan recht hebben op informatie. Verder kan de patiënt toestemming geven. Daarnaast bestaan er wettelijke verplichtingen en uitzonderlijke situaties waarin het beroepsgeheim mag of zelfs moet worden doorbroken.

    Het beroepsgeheim stopt niet automatisch bij overlijden. Ook na het overlijden van de patiënt of cliënt blijft vertrouwelijke informatie beschermd. Nabestaanden hebben dus niet vanzelf recht op alle informatie. Soms kan inzage of informatieverstrekking wel mogelijk zijn, bijvoorbeeld als aannemelijk is dat de overledene dat zou hebben gewild of als de wet daarvoor een grondslag biedt.

    Welke informatie valt onder de zwijgplicht?

    De zwijgplicht geldt niet alleen voor diagnoses, behandelingen, medicatie of onderzoeksuitslagen. Ook andere informatie kan onder het beroepsgeheim vallen. Denk aan informatie over relaties, werk, gezin, verslaving, schulden, psychische klachten, verblijf in een instelling of de enkele omstandigheid dat iemand patiënt of cliënt is.

    Ook informatie die toevallig wordt gezien of gehoord tijdens de beroepsuitoefening kan onder het beroepsgeheim vallen. Een wijkverpleegkundige die bij iemand thuis komt, kan bijvoorbeeld informatie opvangen over huiselijke problemen, financiële zorgen of gezinsleden. Ook zulke informatie mag niet zomaar worden gedeeld.

    Hetzelfde geldt voor informatie over derden die tijdens de zorgverlening bekend wordt. Als een patiënt iets vertelt over zijn partner, kind of huisgenoot, valt ook die informatie in beginsel onder het beroepsgeheim. De vertrouwelijke context waarin de informatie is gedeeld, is dus belangrijker dan de vraag of de informatie strikt medisch is.

    Beroepsgeheim en wettelijke vertegenwoordiging

    Soms kan de patiënt of cliënt niet zelf beslissen over behandeling, begeleiding of informatieverstrekking. Dan kan een wettelijk vertegenwoordiger optreden. Dat heeft gevolgen voor het beroepsgeheim, omdat de vertegenwoordiger bepaalde informatie nodig heeft om namens de patiënt of cliënt beslissingen te kunnen nemen.

    Bij minderjarigen hangen de regels af van de leeftijd. Bij kinderen jonger dan twaalf jaar beslissen de ouders of voogd in beginsel namens het kind. Zij krijgen de informatie die nodig is om die rol goed te vervullen. Bij jongeren van twaalf tot zestien jaar beslissen de jongere en de ouders in veel medische situaties samen. Voor het delen van informatie met derden speelt de eigen positie van de jongere een belangrijke rol. Vanaf zestien jaar beslist de jongere in beginsel zelf over de behandeling en over het delen van medische informatie.

    Na een echtscheiding is van belang wie het ouderlijk gezag heeft. Als beide ouders gezag hebben, blijven zij allebei wettelijk vertegenwoordiger. Als slechts één ouder gezag heeft, neemt die ouder de beslissingen. Een ouder zonder gezag kan soms wel recht hebben op algemene informatie over belangrijke feiten rond het kind, maar beslist niet mee over de behandeling. De zorgverlener moet altijd opletten of het geven van informatie in het belang van het kind is.

    Bij meerderjarige wilsonbekwame patiënten geldt een volgorde van vertegenwoordiging. Eerst wordt gekeken of er een curator of mentor is. Daarna kan een schriftelijk gemachtigde in beeld komen. Als die er niet is, kan de echtgenoot, geregistreerde partner of levensgezel vertegenwoordiger zijn. Ontbreekt ook die persoon, dan kunnen ouders, kinderen, broers of zussen in aanmerking komen. De vertegenwoordiger krijgt alleen informatie die nodig is voor zijn rol. Als informatieverstrekking strijdig is met goed hulpverlenerschap, kan de zorgverlener weigeren om bepaalde informatie te delen.

    Beroepsgeheim in concrete situaties

    In de praktijk gaat het beroepsgeheim niet alleen over grote beslissingen. Juist alledaagse situaties leveren risico’s op. Een gesprek aan de balie, een telefoontje, een e-mail of een overleg met andere partijen kan al tot schending van het beroepsgeheim leiden.

    Bij telefonisch overleg moet de zorgverlener controleren met wie hij spreekt. Medische informatie mag niet worden gegeven aan iemand van wie de identiteit of bevoegdheid onduidelijk is. Bij fax of e-mail moet extra worden opgelet dat gegevens niet bij de verkeerde persoon terechtkomen. Een verkeerd e-mailadres, een onbeveiligde bijlage of een algemeen mailboxadres kan al tot problemen leiden. Hoe gevoeliger de informatie, des te belangrijker een veilige verzendwijze is.

    Ook binnen een praktijk, ziekenhuis of zorginstelling moet de privacy van de patiënt worden beschermd. Gesprekken over patiënten horen niet plaats te vinden op een plek waar anderen kunnen meeluisteren. Denk aan de gang, de wachtkamer, de balie of een gedeelde patiëntenkamer. Dossiers mogen niet open en zichtbaar liggen en schermen moeten worden afgeschermd als anderen kunnen meekijken.

    Ook sociale media vormen een risico. Een zorgverlener mag geen informatie, foto’s, verhalen of herkenbare details delen waaruit een patiënt of cliënt kan worden herkend. Dat geldt ook als de naam wordt weggelaten. Een combinatie van details kan voldoende zijn om iemand herkenbaar te maken. Een bericht dat grappig, leerzaam of onschuldig bedoeld is, kan toch een schending van het beroepsgeheim opleveren.

    Aansprakelijkheid bij schending wettelijk beroepsgeheim

    Het schenden van een wettelijk beroepsgeheim kan onrechtmatig zijn. Artikel 6:162 lid 2 BW noemt onder meer het handelen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht als vorm van onrechtmatige daad. Een beroepsgeheim dat in de wet is vastgelegd, zoals het medisch beroepsgeheim of de geheimhoudingsplicht van een advocaat of notaris, kan dus een belangrijke rol spelen bij het beoordelen van de aansprakelijkheid.

    Toch betekent een schending van een wettelijke norm niet automatisch dat er altijd een schadevergoeding moet worden betaald. Voor civiele aansprakelijkheid moeten meerdere vereisten samenkomen. Er moet sprake zijn van een onrechtmatige gedraging, toerekenbaarheid, schade, causaal verband en relativiteit. Ook kan er een rechtvaardigingsgrond bestaan, bijvoorbeeld wanneer het beroepsgeheim rechtmatig is doorbroken.

    De wettelijke norm moet bovendien strekken tot bescherming tegen de schade zoals die door het slachtoffer wordt gevorderd. Dit wordt het relativiteitsvereiste genoemd. Bij het beroepsgeheim zal dat vaak het geval zijn, omdat de norm juist bedoeld is om de vertrouwelijkheid, persoonlijke levenssfeer en vrije toegang tot zorg of rechtsbijstand te beschermen. Maar ook dan moet nog worden bewezen dat de schending tot concrete schade heeft geleid.

    In de literatuur is lang gediscussieerd over de vraag welke rol wettelijke normen spelen bij de beoordeling van onrechtmatigheid. Volgens de leer van Smits moet niet te mechanisch worden geredeneerd dat elke normschending automatisch onrechtmatig is tegenover ieder slachtoffer. De rechter moet ook kijken naar de concrete omstandigheden, de strekking van de norm, de belangen die de norm beschermt en de maatschappelijke zorgvuldigheid. Voor een schending van het beroepsgeheim betekent dit dat de wettelijke norm zwaar weegt, maar dat de civiele aansprakelijkheid nog steeds zorgvuldig moet worden beoordeeld.

    Rechtmatig doorbreken van het wettelijk beroepsgeheim

    Het beroepsgeheim is belangrijk, maar niet absoluut. Er zijn situaties waarin een professional vertrouwelijke informatie mag of zelfs moet delen. Dan is er geen onrechtmatige schending van het beroepsgeheim, mits zorgvuldig en niet verder dan noodzakelijk wordt gehandeld.

    Belangrijke uitzonderingen zijn:

    • Toestemming van de patiënt, cliënt of rechthebbende;

    • Informatieverstrekking aan rechtstreeks betrokken zorgverleners, voor zover noodzakelijk voor de behandeling of begeleiding;

    • Informatieverstrekking aan een wettelijk vertegenwoordiger, voor zover nodig voor diens rol;

    • Een wettelijke plicht om informatie te verstrekken;

    • Een conflict van plichten;

    • Een zwaarwegend belang in bijzondere gevallen;

    • Informatieverstrekking die noodzakelijk is in een formele juridische procedure, binnen de grenzen van het recht.

    Toestemming is de bekendste uitzondering. Als de patiënt of cliënt duidelijk toestemming geeft, mag informatie worden gedeeld binnen de grenzen van die toestemming. Die toestemming moet wel voldoende specifiek zijn. Het maakt uit welke informatie wordt gedeeld, met wie en voor welk doel.

    Een wettelijke plicht kan ook tot doorbreking leiden. Denk aan meldingen van bepaalde infectieziekten, calamiteiten in de zorg of situaties waarin een wet voorschrijft dat informatie aan een toezichthouder of instantie moet worden gegeven. In zo’n geval weegt de wettelijke meldplicht zwaarder dan de zwijgplicht, maar ook dan mag niet méér informatie worden gedeeld dan nodig is.

    Een conflict van plichten is ingewikkelder. Dan staat de professional voor de keuze tussen zwijgen en het voorkomen van ernstige schade. Denk aan een patiënt die een concreet en ernstig dreigement uit, of aan situaties waarin kindermishandeling of huiselijk geweld wordt vermoed. De professional moet dan zorgvuldig afwegen of doorbreking noodzakelijk is. Daarbij wordt onder meer gekeken of ernstige schade dreigt, of er geen minder ingrijpende oplossing is en of het delen van informatie de schade kan voorkomen of beperken. Binnen beroepsgroepen bestaan vaak richtlijnen of handreikingen voor zulke dilemma’s. Voor artsen heeft de KNMG bijvoorbeeld veel informatie over het beroepsgeheim en dilemma’s rond onder meer kindermishandeling, dreigende patiënten, fraude en mogelijke terroristische dreiging. Zulke richtlijnen vervangen de wet niet, maar helpen wel bij het maken en vastleggen van een zorgvuldige afweging.

    Medische aansprakelijkheid bij schending beroepsgeheim

    Bij medische aansprakelijkheid wordt vaak gedacht aan een verkeerde diagnose, gemiste behandeling of operatiefout. Maar een arts, verpleegkundige, psycholoog, ziekenhuis of andere zorgaanbieder kan ook aansprakelijk worden gesteld wegens schending van het beroepsgeheim. Dan gaat het niet om de medische behandeling zelf, maar om onzorgvuldig omgaan met vertrouwelijke informatie.

    Voorbeelden zijn:

    • Medische gegevens delen met familie zonder toestemming;

    • Informatie verstrekken aan een werkgever, gemeente of verzekeraar zonder grondslag;

    • Een dossier naar de verkeerde persoon mailen;

    • Een gesprek over een patiënt voeren waar anderen kunnen meeluisteren;

    • Medische informatie delen binnen een samenwerkingsverband zonder noodzaak;

    • Informatie delen met een jurist of verzekeraar zonder toestemming;

    • Herkenbare informatie over een patiënt op sociale media plaatsen;

    • Een ex-partner informeren terwijl daarvoor geen toestemming bestaat.

    Voor een schadevergoeding moet de patiënt aantonen dat het beroepsgeheim is geschonden en dat hij daardoor schade heeft geleden. Alleen de vaststelling dat de fout is gemaakt, is niet altijd genoeg. De schade moet voldoende concreet worden onderbouwd. Denk aan psychische klachten, aantasting van eer of goede naam, inkomensschade, kosten voor juridische hulp of andere nadelige gevolgen.

    Immateriële schade kan in sommige gevallen voor vergoeding in aanmerking komen. Bijvoorbeeld wanneer de schending ernstig is, de privacy diep is geraakt of de betrokkene psychische klachten heeft ontwikkeld. Maar een enkele stelling dat iemand zich gekwetst, boos of emotioneel beschadigd voelt, zal niet altijd volstaan.

    Ook causaal verband is belangrijk. De schade moet het gevolg zijn van de schending van het beroepsgeheim. Als bijvoorbeeld medische informatie onterecht met een derde is gedeeld, moet duidelijk worden welke schade juist daardoor is ontstaan. Dat kan lastig zijn wanneer er al spanningen, klachten of andere oorzaken bestonden.

    Bij zorginstellingen kan ook de zorgorganisatie zelf aansprakelijk zijn. Een ziekenhuis, kliniek, ggz-instelling of huisartsenpraktijk moet zorgen voor goede werkprocessen, veilige communicatie, heldere autorisaties en voldoende instructies aan medewerkers. Als een medewerker in de uitoefening van zijn werk het beroepsgeheim schendt, kan de instelling onder omstandigheden mede aansprakelijk zijn.

    Klacht over schending van het beroepsgeheim

    Wie denkt dat het beroepsgeheim is geschonden, kan verschillende stappen zetten. Welke route het meest geschikt is, hangt af van het doel. Soms wil iemand vooral uitleg of excuses. Soms gaat het om het stoppen van verdere verspreiding. In andere gevallen wil iemand een tuchtrechtelijke beoordeling, een privacyklacht of schadevergoeding.

    1. Vraag om uitleg

      Een eerste stap is vaak om de professional of organisatie schriftelijk om uitleg te vragen. Vraag welke informatie is gedeeld, met wie, wanneer, waarom en op basis van welke toestemming of wettelijke grondslag. Vraag ook of de organisatie maatregelen neemt om verdere verspreiding te voorkomen en of het incident in het dossier wordt opgenomen.

    2. Raadpleeg de klachtenregeling

      Gaat het om een zorgaanbieder, dan kan een klacht worden ingediend volgens de klachtenregeling van de zorgaanbieder. Op grond van de Wkkgz moet een zorgaanbieder een klachtenregeling hebben en moet een klachtenfunctionaris beschikbaar zijn. Als de klacht niet wordt opgelost, kan de patiënt vaak naar een erkende geschilleninstantie. Een geschilleninstantie kan in sommige gevallen ook een schadevergoeding toekennen.

    3. Dien een tuchtklacht in

      Bij BIG-geregistreerde zorgverleners kan daarnaast een tuchtklacht worden ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Bij een advocaat loopt de klacht meestal via de deken en de tuchtrechtelijke route binnen de advocatuur. Bij een notaris kan een klacht worden ingediend bij de Kamer voor het notariaat.

    4. Bekijk andere klaagmogelijkheden

      Daarnaast kan een privacyklacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens aan de orde zijn wanneer persoonsgegevens onrechtmatig zijn verwerkt of gelekt. Bij ernstige of opzettelijke schendingen kan ook strafrecht een rol spelen, omdat opzettelijke schending van een beroepsgeheim strafbaar kan zijn. Wie schadevergoeding wil, zal de aansprakelijke partij of diens verzekeraar civielrechtelijk moeten aanspreken.

    Veelgestelde vragen over aansprakelijkheid bij schending beroepsgeheim

    Schending van het beroepsgeheim roept vaak veel vragen op. Mag een arts iets aan familie vertellen? Mag een zorgverlener informatie delen met een andere hulpverlener? Wanneer is toestemming nodig? En kun je schadevergoeding krijgen als vertrouwelijke informatie ten onrechte is gedeeld? Hieronder beantwoorden we de belangrijkste vragen over de aansprakelijkheid bij het schenden van het beroepsgeheim.

    Wat is het beroepsgeheim?

    Het beroepsgeheim is de plicht van een professional om te zwijgen over vertrouwelijke informatie die hij door zijn beroep te weten komt. In de zorg gaat het bijvoorbeeld om medische gegevens, diagnoses, behandelingen en persoonlijke omstandigheden van de patiënt. Ook bij advocaten, notarissen en andere vertrouwensberoepen speelt geheimhouding een belangrijke rol.

    Hoe ver gaat het beroepsgeheim?

    Het beroepsgeheim gaat ver. Het geldt niet alleen voor diagnoses, behandelingen en dossiers, maar ook voor andere vertrouwelijke informatie die een professional door zijn beroep te weten komt. Denk aan familieproblemen, verslaving, psychische klachten, schulden, werkproblemen of zelfs het feit dat iemand patiënt of cliënt is.

    Waarom is het beroepsgeheim belangrijk?

    Het beroepsgeheim beschermt het vertrouwen tussen cliënt of patiënt en professional. Mensen moeten vrijuit kunnen spreken met een arts, psycholoog, advocaat of andere vertrouwenspersoon zonder angst dat hun informatie zomaar wordt gedeeld. Zonder beroepsgeheim zouden mensen sneller zorg of advies mijden, wat maatschappelijk onwenselijk is.

    Wat is zwijgplicht?

    Zwijgplicht is de plicht om vertrouwelijke informatie geheim te houden. In de zorg wordt hiermee meestal hetzelfde bedoeld als het beroepsgeheim. Een zorgverlener mag informatie over een patiënt of cliënt dus niet zonder geldige reden aan anderen geven.

    Wanneer mag een psycholoog het beroepsgeheim doorbreken?

    Een psycholoog mag het beroepsgeheim alleen in uitzonderlijke situaties doorbreken. Dat kan bijvoorbeeld met toestemming van de cliënt, wanneer een wettelijke verplichting bestaat of wanneer sprake is van een conflict van plichten. Bij zo’n conflict kan doorbreking aan de orde zijn als zwijgen ernstig gevaar voor de cliënt of een ander oplevert en er geen minder ingrijpende oplossing is.

    Wie heeft beroepsgeheim?

    Beroepsgeheim geldt voor verschillende vertrouwensberoepen. In de zorg gaat het onder meer om artsen, verpleegkundigen, psychologen, psychotherapeuten, tandartsen, apothekers, fysiotherapeuten en andere zorgverleners. Ook advocaten, notarissen, geestelijk verzorgers en sommige andere hulpverleners hebben een geheimhoudingsplicht.

    Is beroepsgeheim hetzelfde als zwijgplicht?

    In het dagelijks taalgebruik worden beroepsgeheim en zwijgplicht vaak door elkaar gebruikt. Zwijgplicht benadrukt vooral dat de professional moet zwijgen over vertrouwelijke informatie. Beroepsgeheim is de bredere term.

    Wanneer vervalt het beroepsgeheim?

    Het beroepsgeheim vervalt in principe niet zomaar. Het blijft gelden na het einde van de behandeling, na het einde van de opdracht en zelfs na het overlijden van de patiënt of cliënt. Wel kan het beroepsgeheim in bepaalde situaties rechtmatig worden doorbroken, bijvoorbeeld met toestemming, op grond van een wettelijke plicht of bij een conflict van plichten.

    Hoe ver gaat het beroepsgeheim van een psycholoog?

    Het beroepsgeheim van een psycholoog geldt voor alles wat de psycholoog in zijn professionele rol over de cliënt te weten komt. Dat gaat niet alleen om diagnoses, testresultaten en behandelverslagen, maar ook om persoonlijke verhalen, gezinsproblemen, werkproblemen, traumatische ervaringen en andere vertrouwelijke informatie. De psycholoog mag die informatie niet zomaar delen met ouders, partner, werkgever, school of andere derden.

    Wat is afgeleid beroepsgeheim?

    Afgeleid beroepsgeheim betekent dat iemand die vertrouwelijke informatie ontvangt via een beroepsgeheimhouder, die informatie ook geheim moet houden. Denk aan een assistent, administratief medewerker, tolk, jurist, medisch adviseur of andere ondersteuner die toegang krijgt tot vertrouwelijke gegevens. Deze persoon heeft de informatie niet rechtstreeks van de patiënt of cliënt gekregen, maar moet er wel even zorgvuldig mee omgaan.

    Mag een arts informatie delen met familie?

    Niet zomaar. Een arts mag medische informatie alleen met familie delen als de patiënt daarvoor toestemming geeft of als een wettelijke uitzondering geldt. Bij minderjarigen of wilsonbekwame patiënten kan een wettelijk vertegenwoordiger recht hebben op informatie. Ook dan geldt dat niet meer informatie mag worden gedeeld dan nodig is.

    Mag een zorgverlener informatie delen met andere zorgverleners?

    Ja, maar alleen als die andere zorgverleners rechtstreeks betrokken zijn bij de behandeling of begeleiding en de informatie nodig hebben voor hun taak. Binnen een behandelteam mag noodzakelijke informatie dus worden gedeeld. Informatie die niet relevant is voor de zorg mag niet zomaar worden verspreid.

    Mag medische informatie per e-mail worden verstuurd?

    Dat kan alleen als dit zorgvuldig en voldoende veilig gebeurt. De zorgverlener moet controleren of het juiste adres wordt gebruikt, of de ontvanger bevoegd is en of de verzending passend beveiligd is.

    Geldt het beroepsgeheim ook na overlijden?

    Ja. Het beroepsgeheim blijft in beginsel bestaan na overlijden van de patiënt of cliënt. Nabestaanden hebben dus niet automatisch recht op alle medische informatie. In bepaalde gevallen kan informatieverstrekking wel mogelijk zijn, bijvoorbeeld als aannemelijk is dat de overledene dat zou hebben gewild of wanneer de wet daarvoor een grondslag biedt.

    Is schending van het beroepsgeheim strafbaar?

    Opzettelijke schending van een beroepsgeheim kan strafbaar zijn. Daarnaast kan een schending leiden tot tuchtrechtelijke maatregelen, een klacht bij een geschilleninstantie of civiele aansprakelijkheid.

    Mag een arts mijn dossier delen met de verzekeraar?

    Niet zonder meer. Ook bij een aansprakelijkstelling blijft het medisch beroepsgeheim gelden. In de praktijk is vaak een medische machtiging nodig voordat relevante medische gegevens met de verzekeraar, jurist of medisch adviseur mogen worden gedeeld.