EN

Aansprakelijkheid bij letsel door een trampoline

Trampolinespringen is populair, maar een verkeerde landing, botsing of defect onderdeel kan ernstig letsel veroorzaken. Vooral kinderen belanden na een trampolineongeval regelmatig op de Spoedeisende Hulp met een botbreuk, verstuiking of kneuzing. Wie de schade moet vergoeden, hangt af van de oorzaak en de omstandigheden van het ongeval. Mogelijk ligt de aansprakelijkheid bij de bezitter van de trampoline, een andere springer, een trampolinepark, school, fabrikant of installateur. Het enkele feit dat iemand gewond raakt, is echter niet voldoende voor een schadevergoeding.

Op deze pagina over letsel en aansprakelijkheid bij trampolines:

    Twee kinderen springen op een trampoline in een achtertuin, met bomen en een hek op de achtergrond.

    Trampolineletsels in Nederland

    Trampolineongevallen leiden in Nederland vooral bij kinderen tot letsel waarvoor behandeling op de Spoedeisende Hulp nodig is. VeiligheidNL schatte dat in 2024 ongeveer 5.600 SEH-bezoeken verband hielden met een ongeval waarbij een trampoline betrokken was. Botbreuken zijn veruit het meest voorkomende letsel. De hieronder weergegeven cijfers zijn landelijke schattingen op basis van het Letsel Informatie Systeem en omvatten niet de lichtere letsels die uitsluitend thuis, door de huisarts of bij de huisartsenpost worden behandeld.

    Aantal trampolineletsels in Nederland

    In 2024 bezochten naar schatting 5.600 mensen een Nederlandse SEH-afdeling na een trampolineongeval. Dat komt neer op 31 SEH-bezoeken per 100.000 inwoners. De groep van 4 tot en met 11 jaar was duidelijk het grootst: zeker jonge kinderen lopen een groot risico op trampolineletsels. De trampoline stond in 2024 op de zevende plaats van producten die het vaakst bij een ongeval met een SEH-bezoek betrokken waren, direct na de rollator.

    Uit gegevens over 2018 tot en met 2022 blijkt dat 76 procent van de trampolineletsels ontstond door een val van hoogte, waaronder een verkeerde landing op de trampoline. Lichamelijk contact met een andere springer speelde bij 7 procent van de ongevallen een rol. Uit een afzonderlijk vervolgonderzoek onder SEH-slachtoffers in 2018 en 2019 bleek dat ongeveer twee derde van de ongevallen buiten plaatsvond. Van deze buitenongevallen gebeurde 85 procent in een tuin en 6 procent op een camping of vakantiepark. Van de ongevallen binnen vond 37 procent plaats in een trampolinepark, 18 procent in een gymzaal, 12 procent in een speeltuin of pretpark en 7 procent in een sporthal.

    Meest voorkomende trampolineletsels in Nederland

    Uit de analyse van VeiligheidNL over 2018 tot en met 2022 blijkt dat 63 procent van de op de SEH behandelde trampolineletsels een botbreuk was. De drie meest voorkomende specifieke diagnoses waren een elleboogfractuur, een enkelfractuur en een onderbeenfractuur. Letsel aan armen en handen kwam even vaak voor als letsel aan benen en voeten. Vooral de elleboog, onderarm, pols, enkel en het onderbeen blijken kwetsbaar. Hoofd-, hals- en nekletsel komen, net als letsel aan de romp of wervelkolom, minder vaak voor.

    Aansprakelijkheid bij trampolineletsels

    Wie aansprakelijk is voor letsel door een trampoline, hangt af van de oorzaak van het ongeval en de omstandigheden waarin het plaatsvond. Soms ligt de verantwoordelijkheid bij de bezitter van een onveilige trampoline, maar ook een andere springer, een ouder, een school, een fabrikant of een installateur kan aansprakelijk zijn. Het slachtoffer moet doorgaans aantonen dat sprake was van een fout, tekortkoming of gebrek waarvoor de betreffende partij aansprakelijk is en dat deze omstandigheid het letsel heeft veroorzaakt.

    Aansprakelijkheid van de eigenaar of bezitter van een particuliere trampoline

    Een particuliere trampoline is een roerende zaak. Voldoet de trampoline niet aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld en levert dit een bijzonder gevaar voor personen of zaken op, dan kan de bezitter op grond van artikel 6:173 BW aansprakelijk zijn wanneer juist dat gevaar zich verwezenlijkt. De bezitter is degene die de trampoline voor zichzelf houdt en feitelijk beheert. Dat is vaak, maar niet noodzakelijk, de juridische eigenaar. Daarnaast kan aansprakelijkheid ook op grond van artikel 6:162 BW ontstaan wanneer de eigenaar zelf onzorgvuldig handelt, bijvoorbeeld door kinderen te laten springen terwijl hij weet dat het frame beschadigd is.

    Het enkele feit dat iemand letsel oploopt, is echter niet voldoende. Het slachtoffer moet aannemelijk maken dat sprake was van een gebrek of concrete veiligheidsfout en dat deze omstandigheid het ongeval heeft veroorzaakt. Bij die beoordeling kunnen het onderhoud, de plaatsing, het toezicht, het aantal gelijktijdige springers en gegeven waarschuwingen meewegen. Is de trampoline deugdelijk en ontstaat het ongeval uitsluitend door een ongelukkige landing, dan ontbreekt doorgaans een grond voor aansprakelijkheid. Eigen onvoorzichtigheid van het slachtoffer kan de schadevergoeding bovendien verminderen.

    Aansprakelijkheid van een andere springer

    Wie samen met anderen op een trampoline springt, bevindt zich vaak in een sport- en spelsituatie. Daarbij geldt een hogere drempel voor aansprakelijkheid dan in het gewone maatschappelijke verkeer. Springers moeten tot op zekere hoogte rekening houden met verkeerd getimede sprongen, verlies van evenwicht en andere onhandige bewegingen die bij het spel horen. Een botsing of ongelukkige landing betekent daarom niet automatisch dat de andere springer onrechtmatig heeft gehandeld. Eventuele aansprakelijkheid komt eerder in beeld wanneer een springer gedrag vertoont dat de andere deelnemers redelijkerwijs niet hoefden te verwachten. Denk aan het opzettelijk duwen van een ander, een gevaarlijke salto uitvoeren terwijl iemand vlakbij staat of bewust doorgaan nadat is afgesproken dat slechts één persoon tegelijk springt. De leeftijd en ervaring van de deelnemers, de spelregels, waarschuwingen en de voorzienbaarheid van het gevaar zijn daarbij belangrijke factoren om rekening mee te houden. Het slachtoffer moet bovendien bewijzen welke gedraging het ongeval veroorzaakte. Heeft het slachtoffer zelf onvoorzichtig gehandeld, dan kan de vergoeding wegens eigen schuld worden verlaagd.

    Aansprakelijkheid van ouders of voogden van minderjarigen die letsel veroorzaken

    Veroorzaakt een minderjarige tijdens het trampolinespringen letsel, dan hangt de aansprakelijkheid van de ouders of de voogd sterk af van de leeftijd van het kind. Een kind jonger dan veertien jaar kan zelf niet op grond van een onrechtmatige daad aansprakelijk worden gehouden. Degene die het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefent, is op grond van artikel 6:169 lid 1 BW in beginsel risicoaansprakelijk voor een actieve gedraging die bij een volwassene onrechtmatig zou zijn geweest.

    Bij veertien- en vijftienjarigen kan zowel het kind als de ouder aansprakelijk zijn. De ouder kan aan aansprakelijkheid ontkomen als hem niet kan worden verweten dat hij de gedraging niet heeft voorkomen. Vanaf zestien jaar geldt deze bijzondere ouderaansprakelijkheid niet meer en is de minderjarige in beginsel zelf verantwoordelijk. Ouders kunnen nog wel aansprakelijk zijn voor hun eigen onzorgvuldigheid, bijvoorbeeld bij duidelijk onvoldoende toezicht. Ook blijft de verhoogde drempel voor sport- en spelsituaties gelden.

    Aansprakelijkheid van de school of kinderopvang

    Een school of kinderopvang moet redelijke maatregelen treffen om trampolinegebruik veilig te laten verlopen. Het gaat dan om onder meer een deugdelijk opgestelde trampoline, duidelijke instructies, oefeningen die passen bij de leeftijd en ervaring van de kinderen en voldoende toezicht. Bij jonge kinderen, ingewikkelde sprongen of gebruik tijdens de gymles kan intensiever toezicht nodig zijn. De school kan daarnaast op grond van artikel 6:170 BW (“aansprakelijkheid voor ondergeschikten”) aansprakelijk zijn voor een fout van een docent of pedagogisch medewerker tijdens diens werkzaamheden.

    De school of opvang is echter niet automatisch aansprakelijk voor ieder ongeval. De zorgplicht is een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting: beslissend is of vooraf passende voorzorgsmaatregelen zijn genomen. Een onverwachte verkeerde landing kan zonder aansprakelijkheid blijven wanneer de trampoline veilig was en de instructies en het toezicht voldoende waren. Het slachtoffer moet bovendien aannemelijk maken dat een tekortkoming het ongeval heeft veroorzaakt. Ontbreekt dat causale verband, bijvoorbeeld omdat extra toezicht een plotselinge val niet had kunnen voorkomen, dan kan de schadeclaim worden afgewezen.

    Aansprakelijkheid van de fabrikant of importeur van een gebrekkige trampoline

    Breekt een frame, scheurt het springdoek of laat een bevestiging onverwacht los, dan kan de fabrikant aansprakelijk zijn wegens een gebrekkig product. Volgens de artikelen 6:185 en 6:186 BW is een product gebrekkig wanneer het niet de veiligheid biedt die daarvan mag worden verwacht. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de presentatie en waarschuwingen, het redelijkerwijs te verwachten gebruik en het moment waarop de trampoline op de markt kwam. Het slachtoffer hoeft geen persoonlijke fout van een medewerker te bewijzen, maar wel het gebrek, de schade en het causale verband.

    Onder producent kan naast de feitelijke fabrikant ook een onderneming vallen die haar eigen naam of merk op de trampoline zet. Ook de importeur die het product van buiten de Europese Economische Ruimte invoert, kan als producent worden aangesproken. Normale slijtage, gebrekkig onderhoud door de gebruiker of gebruik in strijd met duidelijke instructies bewijst niet zonder meer dat het product gebrekkig was.

    Opgelet: de bovenstaande regels worden gewijzigd. De nieuwe Europese regels over productaansprakelijkheid moeten uiterlijk op 9 december 2026 in Nederlands recht zijn omgezet. Het nieuwe regime geldt voor producten die vanaf die datum in de handel worden gebracht of in gebruik worden gesteld. Voor trampolines die eerder op de markt kwamen, blijven de bestaande regels van toepassing.

    Aansprakelijkheid van de verhuurder of installateur bij een montagefout

    Wie een trampoline verhuurt, moet een exemplaar ter beschikking stellen dat geschikt is voor het afgesproken gebruik. Een verkeerd gemonteerd frame, een ontbrekende verankering of onjuist aangebrachte veren kunnen een gebrek aan het gehuurde opleveren. De verhuurder kan op grond van artikel 7:208 BW aansprakelijk zijn voor gevolgschade wanneer het gebrek aan hem kan worden toegerekend. Dat geldt ook wanneer het gebrek bij aanvang van de huur al bestond en de verhuurder het kende of had behoren te kennen. Is veilige montage onderdeel van de verhuurservice, dan komt een montagefout in beginsel voor zijn rekening. Een afzonderlijke installateur kan wegens een toerekenbare tekortkoming in de montageovereenkomst aansprakelijk zijn op grond van artikel 6:74 BW. Hij moet de trampoline volgens de handleiding en de afspraken installeren en rekening houden met de ondergrond, bevestiging en beschikbare vrije ruimte. Het slachtoffer moet aantonen dat de montage ondeugdelijk was en dat het letsel daardoor ontstond.

    Aansprakelijkheid van het trampolinepark

    Een trampolinepark moet voldoende maatregelen nemen om te voorkomen dat bezoekers bij normaal en voorzienbaar gebruik letsel oplopen. Het park moet de toestellen veilig installeren en onderhouden, duidelijke gebruiksregels geven en voldoende toezicht houden. Schiet het park hierin tekort, dan kan het aansprakelijk zijn op grond van een tekortkoming in de overeenkomst met de bezoeker of een onrechtmatige daad. Een overtreding van de veiligheidsregels leidt echter niet automatisch tot aansprakelijkheid. In een zaak over twee meisjes die gelijktijdig op dezelfde trampoline sprongen, stelde de rechtbank vast dat toezichthouders vaker niet ingrepen bij overtredingen. Het ongeval was echter niet door zo’n overtreding veroorzaakt. Omdat het noodzakelijke causale verband ontbrak, was het park niet aansprakelijk (ECLI:NL:RBDHA:2020:13168). Dat lag anders bij een bezoeker die gewond raakte in een foampit. Tussen het trampolinedoek en de houten bakwand zat een gevaarlijke opening, waardoor het toestel ook bij normaal gebruik onvoldoende veilig was. De rechtbank oordeelde daarom dat het trampolinepark zijn zorgplicht had geschonden en de letselschade moest vergoeden (ECLI:NL:RBGEL:2020:224).

    Aansprakelijkheid van de gemeente

    De gemeente kan aansprakelijk zijn wanneer zij een trampoline in een openbare speeltuin plaatst of als beheerder voor het toestel verantwoordelijk is. Een trampoline is een speeltoestel waarvoor de gemeente verantwoordelijk kan zijn. De gemeente moet zorgen voor een correcte installatie, geschikte ondergrond, periodieke inspecties en tijdig onderhoud. Laat zij een bekend gebrek bestaan en ontstaat daardoor letsel, dan kan zij haar zorgplicht schenden. Het slachtoffer moet wel aantonen dat de onveilige situatie het ongeval heeft veroorzaakt.

    Zet een buurtbewoner zonder toestemming een particuliere trampoline op gemeentegrond, dan is de gemeente niet automatisch aansprakelijk alleen omdat zij eigenaar van het grasveld of de stoep is. De eerste verantwoordelijkheid ligt bij degene die de trampoline plaatst, bezit of beschikbaar stelt. De gemeente kan wel aansprakelijk worden als zij van een gevaarlijke situatie weet, deze langdurig laat voortbestaan en redelijkerwijs had moeten ingrijpen. Daarom verbieden gemeenten particuliere trampolines in de openbare ruimte vaak of eisen zij dat deze worden weggehaald.

    Risicoaanvaarding bij trampolinegebruik

    Wie vrijwillig trampolinespringt, aanvaardt tot op zekere hoogte de normale risico’s die bij deze activiteit horen. Een deelnemer moet bijvoorbeeld rekening houden met een verkeerde landing, een ongelukkige sprong of een slecht getimede beweging van een andere springer. Daarom geldt binnen sport- en spelsituaties een verhoogde drempel voor aansprakelijkheid. Dat verandert wanneer iemand abnormaal gevaarlijk handelt of veiligheidsregels ernstig negeert.

    Trampolineparken laten bezoekers soms een risicoverklaring of huisreglement ondertekenen. Daarin staat bijvoorbeeld dat springen lichamelijk letsel kan veroorzaken en dat bezoekers instructies, waarschuwingsborden en aanwijzingen van medewerkers moeten opvolgen. Zo’n verklaring kan meewegen bij de beoordeling van wat de deelnemer wist en of het slachtoffer door eigen gedrag aan de schade heeft bijgedragen. Een handtekening ontslaat het trampolinepark echter niet automatisch van aansprakelijkheid. Het park blijft verantwoordelijk voor veilige toestellen, behoorlijk onderhoud, duidelijke instructies en passend toezicht. Een bepaling die de wettelijke aansprakelijkheid tegenover een consument uitsluit, wordt op grond van artikel 6:237 onder f BW vermoed onredelijk bezwarend te zijn. Ook na contractuele risicoaanvaarding kan het park dus aansprakelijk blijven voor een bewezen veiligheidsfout.

    Tips voor veilig trampolinegebruik

    Een trampolineongeval kan ontstaan door een verkeerde landing, een botsing met een andere springer, een val naast de trampoline of een defect onderdeel. In veel gevallen, maar niet altijd, was een trampolineletsel te voorkomen. Een veilige trampoline alleen is in ieder geval niet voldoende: ook de plaatsing, het onderhoud, het toezicht en het gedrag van de springers bepalen het concrete letselrisico.

    • Volg de montagehandleiding van de fabrikant. Monteer het frame, de veren, de beschermrand en het veiligheidsnet precies volgens de instructies. Graaf alleen een trampoline in die daarvoor is ontworpen en houd de voorgeschreven kuilmaten aan.

    • Kies een vlakke en stabiele ondergrond. De trampoline mag niet kantelen, verzakken of verschuiven tijdens het springen. Plaats het toestel bij voorkeur op een valdempende ondergrond en niet rechtstreeks op beton, asfalt of bestrating.

    • Houd voldoende afstand tot obstakels. Plaats de trampoline niet naast een muur, hek, boom, schuur, zwembad of ander speeltoestel. Houd de vrije ruimte aan die de fabrikant voorschrijft. Over het algemeen adviseert men minstens twee meter afstand tot obstakels.

    • Controleer de ruimte boven en onder de trampoline. Boven het springdoek mogen geen takken, kabels, overkappingen of andere obstakels aanwezig zijn. Houd daarnaast de ruimte onder de trampoline vrij van speelgoed, tuinmateriaal, kinderen en huisdieren.

    • Laat slechts één persoon tegelijk springen. Wanneer meerdere personen tegelijk springen, kunnen zij tegen elkaar botsen of door elkaars sprong onverwacht worden gelanceerd. Vooral een kleiner of lichter kind kan daardoor hard of ongecontroleerd landen.

    • Zorg voor toezicht door een volwassene. Vooral jonge kinderen hebben iemand nodig die controleert of de gebruiksregels worden gevolgd. Alleen aanwezig zijn is niet voldoende: grijp in bij gevaarlijk gedrag of pogingen om moeilijke en gevaarlijke sprongen uit te voeren.

    • Verbied salto’s en andere gevaarlijke stunts. Een verkeerde landing op het hoofd of de nek kan ernstig letsel veroorzaken. Dergelijke sprongen horen alleen thuis in een professionele trainingsomgeving met deskundige begeleiding en geschikte veiligheidsmiddelen.

    • Gebruik een deugdelijke beschermrand en een gesloten veiligheidsnet. De beschermrand moet het frame, de haken en de veren volledig afdekken. Sluit de opening van het veiligheidsnet tijdens het springen.

    • Respecteer de leeftijds- en gewichtslimieten. Controleer in de handleiding voor welke gebruikers de trampoline geschikt is en wat het maximale toegestane gewicht is. Laat zeer jonge kinderen niet zonder toezicht bij de trampoline komen en verwijder zo nodig het trapje wanneer het toestel niet wordt gebruikt.

    • Controleer de trampoline regelmatig. Kijk voor het springen of het frame stabiel is en of het springdoek, de veren, de beschermrand, het veiligheidsnet en de bevestigingen onbeschadigd zijn. Laat niemand springen bij scheuren, roest, losse veren, ontbrekende onderdelen of een versleten rand.

    • Zet de trampoline vast bij harde wind. Gebruik alleen een verankeringssysteem dat geschikt is voor het betreffende model en de ondergrond. Bij zware storm kan het noodzakelijk zijn het veiligheidsnet te verwijderen of de trampoline geheel te demonteren en beschut op te bergen.

    • Spring niet bij regen, vorst of harde wind. Een nat, glad of bevroren springdoek vergroot de kans op uitglijden en een verkeerde landing. Controleer de trampoline na extreem weer opnieuw op verschuivingen en beschadigingen voordat deze weer wordt gebruikt.

    • Draag geschikte kleding. Laat springers schoenen, sieraden, sleutels en kleding met scherpe of loshangende onderdelen verwijderen. Eten, drinken, speelgoed en harde voorwerpen horen niet op het springdoek thuis.

    Trampoline en verzekering

    Bij schade aan of door een trampoline is het soms mogelijk om een vergoeding te krijgen van de verzekeraar. Welke verzekering deze schade dekt, hangt af van de soort schade en de concrete situatie. Is er bijvoorbeeld sprake van letselschade ten gevolge van de trampoline, dan zal de aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren mogelijk de schade vergoeden. Dit is bijvoorbeeld het geval indien de bezitter, een gezinslid, een ouder of een kind aansprakelijk is. De AVP keert alleen uit als de verzekerde volgens de wet aansprakelijk is. De polisvoorwaarden kunnen bovendien beperkingen bevatten voor schade tussen deelnemers aan sport en spel.

    Wie zelf van een trampoline valt, kan zijn medische kosten niet op de AVP verhalen. Huisartsenzorg en ziekenhuisbehandeling vallen in beginsel onder de basisverzekering. Voor verzekerden vanaf achttien jaar geldt in de zorgverzekering veelal een eigen risico. Kinderen jonger dan achttien jaar hebben geen eigen risico. Raakt de trampoline zelf beschadigd door storm, brand of diefstal, dan kan de inboedelverzekering relevant zijn. Let wel op, want de dekking en het eigen risico verschillen sterk per verzekeraar. Een ongevallenverzekering kan eveneens een vergoeding toekennen. Het gaat dan om een vooraf afgesproken bedrag uitkeren bij blijvende invaliditeit of overlijden.

    Veelgestelde vragen over aansprakelijkheid bij letsel door trampoline

    Een trampoline moet goed worden geplaatst, onderhouden en gebruikt om de kans op letsel te verkleinen. Het ingraven van een trampoline kan wat dit betreft nuttig zijn, maar onder meer hierover bestaan er vaak praktische vragen. Deze en andere vragen worden hieronder beantwoord aan de hand van informatie van verzekeraars, fabrikanten, medische onderzoekers en orthopedische deskundigen.

    Welke verzekering dekt stormschade aan een trampoline?

    Een losse trampoline wordt doorgaans tot de inboedel gerekend, maar stormschade aan spullen in de tuin is niet bij iedere inboedelverzekering standaard verzekerd. Univé verlangt hiervoor bijvoorbeeld een aanvullende buitenshuisdekking en hanteert daarbij een maximale vergoeding van € 2.500 per kalenderjaar. Verzekeraars gaan vaak vanaf windkracht 7 uit van stormschade.

    Hoe moet ik een trampoline ingraven?

    Graaf alleen een trampoline in die door de fabrikant uitdrukkelijk als InGround- of FlatGround-model is ontworpen. Markeer de plaats en de afmetingen volgens de handleiding, houd voldoende afstand tot obstakels en graaf de kuil in de voorgeschreven komvorm en diepte, waarbij het frame volledig vlak en stabiel moet rusten. Controleer vooraf ook de grondwaterstand, kabels en leidingen en zorg voor de voorgeschreven afwatering.

    Wanneer moet ik mijn trampoline vervangen?

    Het vervangen van een trampoline is nodig wanneer het frame is gescheurd, verbogen of ernstig verroest, meerdere bevestigingspunten beschadigd zijn of veilige reparatie met passende onderdelen niet meer mogelijk is. Een versleten springmat, beschermrand of veiligheidsnet kan vaak afzonderlijk worden vervangen. Controleer de trampoline voor ieder gebruik en laat niemand springen zolang een defect, versleten of ontbrekend onderdeel niet is hersteld.

    Wanneer moet ik de veren van een trampoline vervangen?

    Hiervoor geldt geen vaste vervangingstermijn. De feitelijke staat van de veren is met andere woorden bepalend. Vervang een veer onmiddellijk wanneer deze gebroken, verbogen, sterk verroest, blijvend uitgerekt of losgeraakt is, of wanneer de veerspanning duidelijk afwijkt van de andere veren.

    Wat kan ik onder mijn trampoline leggen?

    Plaats een trampoline op poten op een vlakke en stevige ondergrond en gebruik rondom de trampoline bij voorkeur een valdempende speelondergrond, zoals daarvoor bestemde rubberen veiligheidstegels. Beton, asfalt en andere harde oppervlakken vergroten de gevolgen van een val en zijn daarom ongeschikt als vrije valruimte rond de trampoline.

    Hoe kan ik een trampoline vastzetten voor de storm?

    Gebruik een verankeringsset die geschikt is voor het merk en model van de trampoline en bevestig de banden volgens de handleiding aan het frame of de poten. EXIT gebruikt voor zijn trampolines op poten bijvoorbeeld vier grondankers en vier banden en adviseert daarnaast het veiligheidsnet en eventueel de netpalen te verwijderen, zodat de trampoline minder wind vangt. Andere fabrikanten kunnen andere verankeringsmethoden hanteren. Bij een zware storm is het demonteren en binnen of beschut opbergen van de trampoline overigens de veiligste keuze. Controleer na de storm in ieder geval het frame, de veren, de beschermrand en het veiligheidsnet voordat er opnieuw wordt gesprongen.

    Waarom moet ik mijn trampoline ingraven?

    Een trampoline hoeft niet verplicht te worden ingegraven, maar een speciaal ingraafmodel is wel veiliger: het heeft een lagere opstap en verkleint de hoogte waarvandaan iemand naast de trampoline kan vallen. Een GroundLevel- of FlatGround-model vangt bovendien minder wind doordat er weinig ruimte onder het frame zit.

    Is trampoline springen slecht voor je rug?

    Trampolinespringen is niet per definitie slecht voor een gezonde rug: gecontroleerde oefeningen op een minitrampoline zijn mogelijk zelfs nuttig voor het verbeteren van balans, spierkracht en lichamelijke functies. Hoge sprongen, salto’s en verkeerde landingen zijn een ander verhaal en kunnen ernstig letsel aan de nek of wervelkolom veroorzaken.

    Is trampoline springen slecht voor de knie?

    Gecontroleerd springen op een minitrampoline is niet automatisch slecht voor gezonde knieën en wordt in sommige trainings- en revalidatieonderzoeken gebruikt om kracht, balans en stabiliteit te verbeteren. Recreatief trampolinespringen brengt wel risico’s mee: herhaalde verkeerde landingen, botsingen en ongecontroleerde draaibewegingen kunnen de knie overbelasten of acuut beschadigen.