EN

Aansprakelijkheid bij kabelbanen

Een kabelbaan brengt bezoekers snel naar een hoger gelegen bestemming en is vaak al een attractie op zich. In Nederland kan dat bijvoorbeeld met de stoeltjeslift van Attractiepark Kabelbaan Valkenburg, die bezoekers vanuit het dal naar het bergstation vervoert. Tijdens zo’n rit kan echter een ongeval ontstaan door bijvoorbeeld een technisch defect, achterstallig onderhoud of slechte weersomstandigheden. Het enkele feit dat een bezoeker valt, een gondel plotseling stopt of een veiligheidsbeugel niet goed werkt, betekent nog niet automatisch dat de exploitant aansprakelijk is. Eerst moet worden onderzocht wat het ongeval veroorzaakte, welke veiligheidsmaatregelen waren getroffen en of het slachtoffer zelf aan de schade heeft bijgedragen.

Op deze pagina over veiligheid en aansprakelijkheid bij kabelbanen:

    Rode kabelbaan die een modern station verlaat, tegen een achtergrond van bomen en een gedeeltelijk bewolkte lucht.

    Wat is een kabelbaan?

    In het dagelijks taalgebruik spreekt men over een kabelbaan wanneer men het heeft over uiteenlopende installaties, zoals een gondel die bezoekers naar een bergtop vervoert, een stoeltjeslift in een skigebied, een sleeplift op de piste of een tokkelbaan in een klimpark. Juridisch gezien vallen deze installaties echter niet automatisch onder dezelfde regels. Vooral het doel, de constructie, de wijze van voortbeweging en het gebruik zijn daarbij bepalend.

    Wettelijke definitie van een kabelbaan

    De Europese Kabelbaanverordening omschrijft een kabelbaaninstallatie als een compleet en op een vaste locatie aangelegd systeem dat uit infrastructuur en subsystemen bestaat. Het systeem moet zijn ontworpen, gebouwd, geassembleerd en in gebruik genomen voor het vervoer van personen. De voortbeweging moet plaatsvinden met kabels die langs het af te leggen traject zijn aangebracht.

    Uit deze definitie volgen vier belangrijke kenmerken:

    • De installatie bevindt zich op een vaste locatie;

    • Zij vormt één geheel van infrastructuur en technische onderdelen;

    • Zij is bedoeld om personen te vervoeren;

    • Kabels zorgen langs een vast traject voor de voortbeweging.

    Alleen de aanwezigheid van een kabel is dus niet voldoende. Een hijskraan, kabelveerpont of goederenlift is juridisch niet zonder meer een kabelbaaninstallatie. Ook losse onderdelen, zoals een draagkabel, rem of cabine, zijn afzonderlijk geen volledige kabelbaaninstallatie. De verordening maakt juist onderscheid tussen de volledige installatie, de infrastructuur, de subsystemen en de afzonderlijke veiligheidscomponenten.

    De infrastructuur bestaat bijvoorbeeld uit de stations, funderingen, steunpilaren en andere vaste constructies langs het traject. Tot de subsystemen behoren onder meer de kabels, aandrijving, remmen, mechanische installaties, cabines of stoelen, bediening, communicatiemiddelen en reddingsuitrusting.

    Kabelbanen voor personenvervoer

    De Europese verordening onderscheidt drie hoofdvormen van kabelbaaninstallaties voor personenvervoer:

    • Hangende kabelbanen: installaties waarbij cabines, gondels of stoelen aan een of meer kabels hangen en door kabels worden voortbewogen;

    • Sleepliften: installaties waarbij gebruikers met ski’s of andere geschikte uitrusting over een aangelegd traject worden voortgetrokken;

    • Kabelspoorwegen: voertuigen die door een of meer kabels over een spoor of andere vaste baan worden getrokken.

    Gondelbanen en stoeltjesliften vallen juridisch binnen de ruimere categorie van hangende kabelbanen. Bij een kabelspoorweg rijdt het voertuig over de grond of over een vaste draagconstructie. Een sleeplift vervoert de gebruiker niet in een cabine of stoel, maar trekt hem met bijvoorbeeld een beugel of schotel over de piste.

    De Europese Kabelbaanverordening stelt essentiële veiligheidseisen aan het ontwerp, de bouw en de ingebruikname van deze installaties. Voor iedere geplande installatie moet een veiligheidsanalyse worden uitgevoerd. Daarbij moet rekening worden gehouden met alle voorziene gebruikssituaties, mogelijke storingen, de omgeving, het terrein en ongunstige omstandigheden. De uitkomsten worden vastgelegd in een veiligheidsrapport.

    Tokkelbanen, ziplines en recreatieve kabelbanen

    Niet iedere recreatieve installatie waarbij iemand langs een kabel beweegt, valt onder de Europese Kabelbaanverordening. De verordening sluit vaste en mobiele installaties uit die uitsluitend voor ontspanning of vermaak zijn ontworpen en niet dienen als middel om personen te vervoeren. Een tokkelbaan of zipline die de deelnemer alleen een spannende afdaling laat maken, valt daarom doorgaans niet onder deze Europese vervoersregels.

    De bestemming van de installatie is doorslaggevend. Het enkele feit dat een rit leuk of toeristisch is, maakt een echte kabelbaan voor personenvervoer nog niet tot een uitgezonderde attractie. Een stoeltjeslift die bezoekers tussen een dal- en bergstation vervoert, kan onder de Europese verordening vallen, ook wanneer veel bezoekers de rit vooral voor het uitzicht maken. Bij een zipline waarbij het begin- en eindpunt uitsluitend onderdeel zijn van een recreatief parcours, ligt dat anders.

    Voor recreatieve tokkelbanen in Nederland geldt wel dat zij mogelijk onder het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023 vallen. Dat besluit maakt onderscheid op basis van de gebruikte energiebron:

    • Een speeltoestel gebruikt uitsluitend de zwaartekracht of de lichamelijke kracht van de gebruiker;

    • Een attractietoestel vervoert personen voor vermaak of ontspanning en wordt aangedreven door een niet-menselijke energiebron.

    Een eenvoudige tokkelbaan waarbij een deelnemer door hoogteverschil en zwaartekracht naar beneden glijdt, kan daarom als speeltoestel worden aangemerkt. Wordt de deelnemer door een motor, een lier of een ander aangedreven systeem voortbewogen, dan kan sprake zijn van een attractietoestel. De precieze kwalificatie hangt af van de constructie, de aandrijving, het beoogde gebruik en de wijze waarop de installatie aan bezoekers wordt aangeboden.

    Wanneer het WAS 2023 van toepassing is, moet het toestel zo zijn ontworpen en vervaardigd dat het bij redelijkerwijs te verwachten gebruik geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid oplevert. Afhankelijk van het type toestel is vóór ingebruikname een keuring door een aangewezen keuringsinstelling vereist. Ook gelden verplichtingen rond technische documentatie, onderhoud, inspecties en het melden van ernstige ongevallen.

    Valt een zelfgebouwde of bijzondere kabelconstructie niet onder de Europese Kabelbaanverordening of het WAS 2023, dan betekent dit niet dat er geen veiligheidsregels gelden. De eigenaar, beheerder of organisator kan nog steeds aansprakelijk zijn wegens een gebrekkige zaak, onvoldoende toezicht of een tekortkoming in de overeenkomst met de deelnemer. Om te weten welke regels gelden, moet dan ook per installatie worden nagegaan om welk type installatie het gaat.

    Veiligheidsvereisten voor kabelbanen

    Welke veiligheidsregels gelden, hangt af van het soort kabelbaan. Voor gondelbanen, stoeltjesliften, sleepliften en kabelspoorwegen gelden de Europese Kabelbaanverordening en de Nederlandse Wet kabelbaaninstallaties. Een recreatieve tokkelbaan of zipline valt daar meestal niet onder, maar kan wel worden aangemerkt als speel- of attractietoestel waarop het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023 van toepassing is. De beheerder moet daarom eerst vaststellen tot welke juridische categorie de installatie behoort. Een verkeerde kwalificatie kan ertoe leiden dat een vereiste vergunning, keuring of veiligheidsdocument ontbreekt.

    Veiligheid van kabelbanen voor personenvervoer

    Verordening (EU) 2016/424 bevat de Europese veiligheidseisen voor nieuwe kabelbaaninstallaties die personen langs een vast traject vervoeren. De regels gelden ook voor belangrijke wijzigingen van bestaande installaties waarvoor een nieuwe vergunning nodig is. Niet alleen de volledige kabelbaan, maar ook subsystemen en veiligheidscomponenten moeten aan de toepasselijke eisen voldoen. Denk aan kabels, aandrijvingen, remmen, cabines, stoelen, sleepvoorzieningen, besturingssystemen en reddingsmiddelen.

    De veiligheid van passagiers, personeel en derden is volgens de verordening een fundamenteel uitgangspunt. Risico’s moeten in de eerste plaats door het ontwerp en de constructie worden voorkomen of verkleind. Voor risico’s die niet technisch kunnen worden uitgesloten, moeten beschermingsmaatregelen worden getroffen. Daarna moeten gebruikers en personeel duidelijke informatie en instructies krijgen over de risico’s die nog overblijven.

    De eisen hebben onder meer betrekking op:

    • De sterkte en stabiliteit van de installatie;

    • Kabels, kabelverbindingen en steunconstructies;

    • Aandrijvingen en afzonderlijke remsystemen;

    • Beveiliging tegen ontsporing en ongewenste bewegingen;

    • Deuren, veiligheidsbeugels en andere voorzieningen in cabines of stoelen;

    • Besturings-, communicatie- en waarschuwingssystemen;

    • Bliksembeveiliging en andere externe invloeden;

    • Veilige in- en uitstapplaatsen;

    • Onderhoudbaarheid en controle;

    • Redding en evacuatie bij langdurige stilstand.

    De installatie moet veilig blijven bij normaal gebruik, maar ook bij redelijkerwijs voorzienbare storingen en ongunstige omstandigheden. Daarbij moet bijvoorbeeld rekening worden gehouden met harde wind, ijsvorming, bliksem, instabiele ondergrond, vallende bomen of voorwerpen en technische uitval.

    Veiligheidsanalyse en veiligheidsrapport

    Voor iedere geplande kabelbaaninstallatie moet de daarvoor verantwoordelijke persoon een veiligheidsanalyse uitvoeren of laten uitvoeren. Deze analyse mag zich niet beperken tot de ideale werking van de installatie. Alle voorziene gebruikswijzen, externe gevaren, mogelijke defecten en bekende risico’s uit eerdere ervaringen moeten worden onderzocht. Ook de plaatselijke omgeving en de meest ongunstige situaties moeten in de beoordeling worden meegenomen.

    De veiligheidsanalyse moet:

    • Een erkende of gevestigde onderzoeksmethode volgen;

    • Aansluiten bij de actuele stand van de techniek;

    • Rekening houden met de complexiteit van de installatie;

    • Alle veiligheidsaspecten van ontwerp, bouw en ingebruikname behandelen;

    • Voorzienbare gevaren tijdens de exploitatie identificeren;

    • Onderzoeken wat er gebeurt wanneer een beveiliging of onderdeel uitvalt.

    Veiligheidsvoorzieningen moeten zo zijn ontworpen dat zij bij een eerste storing een veilige toestand, een beperkte bedrijfsmodus of een zogenoemde fail-safetoestand mogelijk maken. De analyse moet daarnaast duidelijk maken welke veiligheidscomponenten noodzakelijk zijn en welke maatregelen de geïdentificeerde risico’s moeten beheersen. De resultaten worden opgenomen in een veiligheidsrapport.

    Dat rapport is niet alleen nodig vóór de bouw. Een kabelbaan mag uitsluitend in bedrijf blijven wanneer zij nog voldoet aan de voorwaarden uit het veiligheidsrapport. Ontstaat tijdens het gebruik een nieuw gevaar, dan kan de overheid de exploitatie beperken of verbieden, ook wanneer eerder een vergunning is afgegeven.

    Documenten voor bediening, controle en onderhoud

    Bij de vergunningaanvraag moeten naast het veiligheidsrapport ook documenten over de conformiteit van de subsystemen en veiligheidscomponenten worden ingediend. De documentatie moet bovendien de kenmerken van de volledige kabelbaan beschrijven. Daarin horen ook de noodzakelijke gebruiksvoorwaarden en eventuele beperkingen te staan.

    Verder moeten volledige instructies beschikbaar zijn voor:

    • De bediening van de kabelbaan;

    • Het toezicht tijdens het gebruik;

    • Periodieke en dagelijkse controles;

    • Het afstellen van onderdelen;

    • Onderhoud en reparaties;

    • Het handelen bij storingen;

    • Noodprocedures en evacuaties.

    Een kopie van deze documenten moet bij de kabelbaaninstallatie worden bewaard. Dat is belangrijk omdat het aanwezige personeel bij een storing of afwijkende weersomstandigheid direct moet kunnen beoordelen welke maatregelen nodig zijn. Ook in een aansprakelijkheidszaak kunnen deze stukken duidelijk maken of de exploitant de voorgeschreven controles, onderhoudsintervallen en gebruiksbeperkingen heeft nageleefd.

    Vergunning voor een kabelbaan in Nederland

    Voor het bouwen en gebruiken van een vaste kabelbaaninstallatie voor personenvervoer is in Nederland een vergunning van de Inspectie Leefomgeving en Transport nodig. Bij de aanvraag moeten de documenten worden aangeleverd waarmee kan worden beoordeeld of de installatie veilig kan worden gebouwd en gebruikt. De ILT houdt vervolgens toezicht op de naleving van de vergunning en de veiligheidsregels. De vergunning is niet nodig voor installaties die buiten de Wet kabelbaaninstallaties vallen. Dat geldt onder meer voor toestellen die uitsluitend voor recreatie en vermaak zijn ontworpen en niet als vervoermiddel dienen. Voor zo’n tokkelbaan kan echter het afzonderlijke keuringsregime van het WAS 2023 gelden.

    Belangrijke wijzigingen aan een bestaande kabelbaan kunnen opnieuw een vergunning noodzakelijk maken. Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn bij vervanging of aanpassing van essentiële onderdelen, een andere aandrijving of een verandering die gevolgen heeft voor de veiligheidsanalyse. De gewijzigde installatie moet dan opnieuw aan de toepasselijke essentiële veiligheidseisen voldoen.

    Ongevallen en incidenten melden bij de ILT

    Een ongeval of veiligheidsincident met een kabelbaan voor personenvervoer moet zo snel mogelijk bij de ILT worden gemeld. De meldplicht kan onder meer aan de orde zijn bij lichamelijk letsel, een botsing, ontsporing, brand of het stilleggen van de installatie. Ook een incident zonder ernstig letsel kan meldingswaardig zijn wanneer de veiligheid van passagiers of personeel in gevaar is gebracht.

    Een melding stelt de ILT in staat om onderzoek te doen, aanvullende maatregelen te verlangen of de gebruiksvoorwaarden te beperken. Voor een slachtoffer is het daarom belangrijk om na een ernstig ongeval na te gaan of een melding is gedaan en of daarover een onderzoeksrapport beschikbaar is. Een onderzoek van de ILT vervangt een civiele aansprakelijkheidsprocedure niet, maar de bevindingen kunnen daarin wel belangrijk bewijs vormen.

    Veiligheidseisen voor recreatieve tokkelbanen

    Een tokkelbaan of zipline die uitsluitend voor recreatie is ontworpen, valt doorgaans niet onder de Europese Kabelbaanverordening. Wanneer de installatie onder het WAS 2023 als speel- of attractietoestel wordt aangemerkt, gelden wel afzonderlijke eisen voor ontwerp, vervaardiging, keuring en gebruik.

    Een eenvoudige tokkelbaan die uitsluitend door zwaartekracht of lichamelijke kracht wordt voortbewogen, kan een speeltoestel zijn. Wanneer een motor, lier of andere niet-menselijke energiebron voor de voortbeweging wordt gebruikt, kan sprake zijn van een attractietoestel. De precieze kwalificatie is bepalend voor onder meer de registratie en de frequentie van herkeuringen.

    Eerste keuring en Certificaat van Goedkeuring

    Een attractie- of speeltoestel moet vóór het op de Nederlandse markt brengen of de ingebruikname volgens de toepasselijke procedure worden gekeurd door een aangewezen keuringsinstelling. De keuringsinstelling onderzoekt onder meer het technisch constructiedossier en beoordeelt of het ontwerp en de vervaardiging aan de wettelijke veiligheidsvoorschriften voldoen. Zij kan daarvoor onderzoeken en technische proeven uitvoeren.

    Bij goedkeuring wordt een Certificaat van Goedkeuring afgegeven. De beheerder of verhuurder moet beschikken over een geldig certificaat dat daadwerkelijk bij het betreffende toestel hoort. Ook moet het toestel, afhankelijk van het type, zijn voorzien van een identificatienummer of merk van goedkeuring.

    Voor attractietoestellen vermeldt het certificaat wanneer een nieuwe keuring nodig is. Afhankelijk van het toestel vindt herkeuring jaarlijks, tweejaarlijks of driejaarlijks plaats. Een certificaat voor een speeltoestel heeft in beginsel geen vaste einddatum. Dat betekent echter niet dat een speeltoestel na de eerste keuring onbeperkt zonder controle mag worden gebruikt. De beheerder blijft verantwoordelijk voor inspectie, onderhoud en een veilige actuele toestand.

    Ingrijpende wijzigingen en reparaties moeten bij de keuringsinstelling worden gemeld. Oordeelt deze dat de wijziging de veiligheid negatief kan beïnvloeden, dan vervalt het bestaande certificaat en is een nieuwe keuring nodig. Een exploitant mag dus niet zonder verdere beoordeling essentiële onderdelen, bevestigingspunten, remmen of draagconstructies aanpassen.

    Installatie, instructies en dagelijks gebruik

    De aanwezigheid van een certificaat is slechts het begin van de veiligheidsverplichtingen. De beheerder moet ervoor zorgen dat de tokkelbaan veilig wordt geïnstalleerd, gemonteerd, getest, geïnspecteerd en onderhouden. Bij gebruik mag geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid van deelnemers en omstanders bestaan.

    Het toestel moet worden geleverd met een Nederlandstalige gebruiksaanwijzing. Daarin moeten aanwijzingen, waarschuwingen en veiligheidsinstructies staan voor installatie, gebruik, inspectie, demontage en onderhoud. Bij een tokkelbaan kan het bijvoorbeeld gaan om:

    • Het maximale gewicht en de toegestane lichaamslengte;

    • De juiste bevestiging van harnassen, katrollen en veiligheidslijnen;

    • Controle van kabels, sluitingen en ankerpunten;

    • De vereiste afstand tussen deelnemers;

    • De juiste start- en landingsprocedure;

    • Weersomstandigheden waarbij het gebruik moet worden stilgelegd;

    • Toezicht door gekwalificeerd personeel;

    • De procedure bij een vastgelopen deelnemer of defect.

    De beheerder moet deze instructies ook daadwerkelijk toepassen. Het is niet voldoende dat een handleiding ergens in een kantoor ligt terwijl medewerkers afwijkende werkwijzen gebruiken of deelnemers zonder toezicht laten starten.

    Het actuele dossier van een tokkelbaan

    Voor ieder attractie- of speeltoestel moet een actueel dossier worden bijgehouden. Hiermee toont de beheerder aan dat het toestel zorgvuldig is geplaatst, onderzocht en onderhouden. Het dossier moet bij het toestel beschikbaar zijn en onder meer informatie bevatten over:

    • De fabrikant of importeur;

    • Degene die het toestel heeft geïnstalleerd;

    • De eigenaar en beheerder;

    • Het type en de kenmerken van het toestel;

    • De uitgevoerde keuringen en onderzoeken;

    • De resultaten van eigen inspecties;

    • Onderhoud en reparaties;

    • Aanpassingen of ingrijpende wijzigingen;

    • Eerdere ongevallen en de onderzoeken daarnaar.

    Voor een slachtoffer kan dit dossier belangrijke informatie en bewijsstukken bevatten. Het kan bijvoorbeeld aantonen dat een kabel al eerder slijtage vertoonde, een remsysteem niet tijdig was onderhouden of eenzelfde ongeval eerder heeft plaatsgevonden. Ontbreekt het dossier of is het niet bijgewerkt, dan wordt het voor de beheerder moeilijker om aan te tonen dat de installatie ten tijde van het ongeval veilig was.

    Ongevallen met een recreatieve kabelbaan melden

    Een ernstig ongeval met een attractie- of speeltoestel moet onverwijld bij de NVWA worden gemeld. Volgens het WAS 2023 gaat het in ieder geval om een ongeval met een dodelijke afloop, letsel aan een persoon of een onmiddellijke ziekenhuisopname. De NVWA heeft het over ieder letsel waarvoor professionele medische behandeling of ziekenhuisopname nodig is. De beheerder moet het ongeval ook in het actuele dossier opnemen en vastleggen hoe het is onderzocht. Na een ernstig incident moet worden beoordeeld of het toestel veilig kan blijven functioneren. Is de oorzaak nog niet duidelijk of bestaat gevaar voor herhaling, dan moet de kabelbaan buiten gebruik worden gesteld totdat onderzoek en eventueel herstel hebben plaatsgevonden.

    Aansprakelijkheid bij kabelbaanongevallen

    Na een kabelbaanongeval kunnen meerdere partijen aansprakelijk zijn. Welke partij moet betalen, hangt af van de oorzaak van het ongeval, de contractuele verhoudingen en het soort installatie. Soms zijn verschillende partijen naast elkaar verantwoordelijk, bijvoorbeeld de exploitant wegens gebrekkig onderhoud en de fabrikant wegens een defect onderdeel. Het slachtoffer moet daarom eerst de toedracht en de technische oorzaak laten onderzoeken.

    De exploitant van de kabelbaan

    De exploitant is verantwoordelijk voor het dagelijkse veilige gebruik van de kabelbaan. Hij kan aansprakelijk zijn wanneer onderhoud of controles achterwege blijven, onvoldoende opgeleid personeel wordt ingezet, passagiers niet veilig kunnen in- of uitstappen of de baan ondanks harde wind, ijsvorming of een storing openblijft. Ook ontbrekende waarschuwingen, gebrekkige instructies en een ondeugdelijke evacuatie kunnen tot aansprakelijkheid leiden. De exploitant kan onrechtmatig handelen, maar ook tekortschieten in de overeenkomst die ontstaat wanneer een bezoeker een ticket koopt of betaalt voor deelname. Een vergunning of keuringscertificaat ontslaat hem niet van de verplichting om actuele risico’s te beoordelen en de installatie zo nodig onmiddellijk stil te leggen.

    De eigenaar of bedrijfsmatige gebruiker

    Een kabelbaan bestaat uit vaste bouwwerken, zoals stations en steunpilaren, en uit afzonderlijke onderdelen, zoals stoelen, katrollen of veiligheidstuigen. Afhankelijk van het defect kan er dan ook sprake zijn van aansprakelijkheid voor een gebrekkige opstal of roerende zaak. Bepalend is of de installatie, gelet op haar bestemming en het voorzienbare gebruik, de veiligheid bood die bezoekers mochten verwachten. Wordt de kabelbaan in de uitoefening van een bedrijf gebruikt, dan rust deze risicoaansprakelijkheid onder omstandigheden op degene die dat bedrijf exploiteert in plaats van op de juridische eigenaar.

    De fabrikant of importeur

    De fabrikant kan aansprakelijk zijn voor een ontwerp-, productie- of instructiefout in bijvoorbeeld een kabel, klem, rem, cabine, deur, veiligheidsbeugel, katrol of harnas. Het slachtoffer moet aantonen dat het onderdeel niet de veiligheid bood die daarvan redelijkerwijs mocht worden verwacht en dat dit gebrek het letsel veroorzaakte. Ook een importeur die een onderdeel van buiten de Europese Economische Ruimte invoert, kan juridisch als producent worden behandeld. Een CE-markering toont aan dat een conformiteitsprocedure is doorlopen, maar vormt geen garantie dat een onderdeel of de volledige installatie in iedere situatie veilig is. Ook onderdelen met CE-markering moeten passend worden gecombineerd, geïnstalleerd en onderhouden.

    Het onderhouds- of keuringsbedrijf

    Een extern onderhoudsbedrijf kan aansprakelijk zijn wanneer het een reparatie verkeerd uitvoert, versleten onderdelen niet vervangt of een gevaarlijk defect niet aan de exploitant meldt. Ook een keuringsbedrijf kan verantwoordelijk zijn wanneer een inspectie aantoonbaar onzorgvuldig is uitgevoerd of een duidelijke afwijking ten onrechte is goedgekeurd. Aansprakelijkheid volgt echter niet automatisch uit het enkele feit dat kort na een keuring een ongeval plaatsvindt. Een keuring is een beoordeling op een bepaald moment en kan niet ieder later ontstaan defect uitsluiten. Er moet worden aangetoond welke controle had moeten plaatsvinden, welke fout daarbij is gemaakt en of een correcte keuring of reparatie het ongeval waarschijnlijk had voorkomen.

    Een organisator, vereniging of school

    Een organisator van een scoutingactiviteit, schoolkamp, bedrijfsuitje, klimpark of andere recreatieve activiteit moet de kabelbaan zo organiseren dat deelnemers geen onnodige risico’s lopen. Dat begint bij het gebruik van geschikte en voldoende sterke materialen, een correcte montage en een controle vóór iedere activiteit. De organisator, vereniging of school moet bovendien duidelijke instructies geven over het instappen, vasthaken, dragen van een veiligheidstuig en het opvolgen van aanwijzingen van begeleiders. De vereiste veiligheidsmaatregelen hangen af van de omstandigheden. Bij jonge kinderen, onervaren deelnemers, grote hoogte of hoge snelheid is intensiever toezicht nodig dan bij een eenvoudige kabelbaan dicht bij de grond. Ook moet rekening worden gehouden met gewichtslimieten, weersomstandigheden, de ondergrond en de mogelijkheid dat een deelnemer onverwacht loslaat of een instructie verkeerd begrijpt.

    De werkgever

    Raakt een werknemer gewond tijdens het bedienen, onderhouden, inspecteren of evacueren van een kabelbaan, dan kan de werkgever aansprakelijk zijn op grond van artikel 7:658 BW. Hij moet veilige arbeidsmiddelen, geschikte valbeveiliging, duidelijke werkprocedures, opleiding en voldoende toezicht bieden. De werknemer moet aannemelijk maken dat hij schade heeft geleden tijdens zijn werkzaamheden. Vervolgens moet de werkgever aantonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan of dat sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid. Ook stagiairs, uitzendkrachten, zzp’ers en vrijwilligers kunnen onder omstandigheden op basis van deze regels worden beschermd. Dat geldt alleen wanneer hun werkzaamheden binnen de beroeps- of bedrijfsuitoefening van de opdrachtgever vallen en hun positie voldoende vergelijkbaar is met die van een werknemer.

    Een andere gebruiker

    Een andere passagier of deelnemer kan aansprakelijk zijn wanneer die door gevaarlijk gedrag een ongeval veroorzaakt. Denk aan het openen van een veiligheidsbeugel, het heftig laten schommelen van een stoeltje, het duwen bij het instappen of het bewust negeren van instructies. Niet iedere onhandige beweging leidt echter tot aansprakelijkheid. Wanneer gebruikers samen deelnemen aan een recreatieve activiteit, kan sprake zijn van een sport- en spelsituatie. Deelnemers moeten dan tot op zekere hoogte rekening houden met onvoorzichtige of slecht gecoördineerde handelingen van anderen. Aansprakelijkheid ontstaat pas wanneer het gedrag buiten de normale risico’s van de activiteit valt.

    Veelvoorkomende oorzaken van kabelbaanongevallen

    Een kabelbaanongeval kan het gevolg zijn van een technisch gebrek, menselijk handelen of omstandigheden van buitenaf. De oorzaak bepaalt welke partij mogelijk aansprakelijk is en welk bewijs nodig is. Soms komen meerdere factoren samen, zoals slijtage die niet werd ontdekt en een bediener die te laat op een alarmsignaal reageert. Bij een samenloop van omstandigheden is het niet ongewoon dat verschillende partijen tegelijkertijd aansprakelijk zijn.

    Technisch defect of achterstallig onderhoud

    Technische ongevallen kunnen ontstaan door een kabelbreuk, ontsporing, defecte klem, falende rem, niet-sluitende deur, kapotte veiligheidsbeugel of versleten katrol. De Europese regels stellen daarom strenge veiligheidseisen aan onder meer kabels, aandrijvingen, remmen, voertuigen, besturing en communicatiesystemen. De installatie moet bovendien zo zijn ontworpen dat onderhoud en reparaties veilig kunnen worden uitgevoerd. Na een ongeval moet worden onderzocht wanneer het onderdeel voor het laatst is geïnspecteerd, welke onderhoudstermijn gold en of eerdere storingen of slijtage waren gemeld. Ontbrekende onderhoudsrapporten of genegeerde waarschuwingen kunnen wijzen op onvoldoende beheer. Een plotseling defect leidt echter niet automatisch tot aansprakelijkheid wanneer het ondanks correcte inspectie en voldoende onderhoud redelijkerwijs niet voorzienbaar was.

    Ongeval bij het in- of uitstappen

    Veel ongelukken gebeuren bij het betreden of verlaten van een gondel, stoeltjeslift of sleeplift. Mogelijke oorzaken zijn een te hoge snelheid, een gladde of ongelijke ondergrond, onvoldoende afzetting, gebrek aan hulp of een voertuig dat onverwacht beweegt. Ook kan personeel nalaten de installatie tijdig te vertragen of stil te zetten wanneer een passagier struikelt of niet goed zit. In- en uitstapplaatsen moeten zo zijn ingericht dat passagiers veilig kunnen bewegen en voldoende afstand houden tot voertuigen, kabels en obstakels. Daarbij moet rekening worden gehouden met voorzienbare bewegingen en ongunstige gebruiksomstandigheden. Bij de aansprakelijkheidsbeoordeling zijn onder meer de snelheid, aanwezige instructies, bezetting van het station en hulp aan kinderen, ouderen en onervaren gebruikers van belang.

    Bedieningsfout

    Een goed ontworpen kabelbaan kan toch onveilig worden bediend. Denk aan te laat remmen, een onjuiste herstart, het negeren van een alarmsignaal of het onvoldoende controleren of deuren en veiligheidsbeugels gesloten zijn. Ook gebrekkig toezicht op kinderen of onervaren passagiers kan een rol spelen. De installatie moet op ieder moment handmatig kunnen worden stilgezet. Wanneer een veiligheidsvoorziening de kabelbaan heeft gestopt, mag zij niet opnieuw worden gestart voordat passende maatregelen zijn genomen. Bij een incident moet daarom worden onderzocht welke waarschuwingen zichtbaar waren, wie de installatie bediende en welke opleiding en instructies deze medewerker had gekregen. Een individuele fout kan zowel tot aansprakelijkheid van de bediener als van diens werkgever of de exploitant leiden.

    Weer, wind, ijs en vallende voorwerpen

    Harde wind kan gondels laten slingeren, terwijl ijsvorming kabels, remmen en bewegende onderdelen kan beïnvloeden. Ook bliksem, zware sneeuwval, vallende takken en instabiele bomen kunnen de installatie of passagiers in gevaar brengen. Niet iedere plotselinge weersverandering kan echter aan de exploitant worden verweten. Hij moet wel reageren op omstandigheden die redelijkerwijs voorzienbaar waren. De Europese veiligheidsregels verlangen dat bij ontwerp en gebruik rekening wordt gehouden met het terrein, de omgeving, meteorologische omstandigheden en nabijgelegen obstakels. Dit geldt ook voor voorzienbare externe gebeurtenissen die de veiligheid kunnen bedreigen. Afhankelijk van de situatie moet de exploitant de snelheid verlagen, extra controles uitvoeren of de kabelbaan sluiten. Waarschuwingen negeren en de exploitatie voortzetten kan tot aansprakelijkheid leiden.

    Stilstand en evacuatie

    Een kabelbaan kan stilvallen door een stroomstoring, technisch defect, weersomstandigheid of geactiveerd veiligheidssysteem. Een korte stilstand zonder letsel of andere aantoonbare gevolgen geeft niet automatisch recht op een schadevergoeding. Dat kan anders zijn wanneer passagiers onnodig lang vastzitten, onderkoeld raken, paniekklachten ontwikkelen of tijdens de evacuatie letsel oplopen. Kabelbaaninstallaties moeten beschikken over technische en organisatorische voorzieningen om passagiers bij een storing veilig te helpen. Tot de subsystemen behoren daarom ook vaste en mobiele reddingsmiddelen. De veiligheidsdocumentatie moet bovendien instructies bevatten voor dergelijke noodsituaties.

    Bewijs en schadevergoeding bij een kabelbaanongeval

    Je hebt recht op een schadevergoeding wanneer een fout, technisch gebrek of andere aansprakelijkheidsgrond het kabelbaanongeval heeft veroorzaakt. Daarnaast moet sprake zijn van aantoonbare schade en moet die schade juridisch aan de verantwoordelijke partij kunnen worden toegerekend. Het enkele feit dat je tijdens het in- of uitstappen valt of dat de kabelbaan plotseling stopt, bewijst nog niet dat iemand aansprakelijk is. Een kabelbaan brengt namelijk ook normale risico’s mee die ondanks zorgvuldig beheer niet altijd kunnen worden voorkomen. Volg het onderstaande stappenplan om een schadevergoeding te verkrijgen.

    1. Laat het letsel onmiddellijk onderzoeken

      Laat lichamelijke of psychische klachten zo snel mogelijk door een arts onderzoeken, ook wanneer ze aanvankelijk beperkt lijken. Vertel precies hoe het ongeval gebeurde en laat alle klachten, diagnoses en behandelingen in het medische dossier opnemen. Dit dossier helpt later om het verband tussen het kabelbaanongeval en het letsel aan te tonen.

    2. Meld het ongeval bij de exploitant

      Meld het ongeval direct bij de exploitant, beheerder of organisator van de kabelbaan. Vraag om een schriftelijke bevestiging, de contactgegevens van de verzekeraar en een kopie van het ongevalsrapport of het bijbehorende incidentnummer.

    3. Leg de ongevalslocatie vast

      Maak foto’s en video’s van de kabelbaan, het station, de stoel of gondel en de plaats waar je viel of gewond raakte. Leg bijvoorbeeld ook een defecte veiligheidsbeugel, gladde ondergrond, ontbrekende waarschuwing, beschadigd harnas of andere opvallende omstandigheid vast. Noteer daarnaast het tijdstip, het weer, de drukte en wat de installatie vlak vóór het ongeval deed.

    4. Verzamel gegevens van getuigen

      Vraag de namen, telefoonnummers en e-mailadressen van andere passagiers, omstanders en betrokken medewerkers. Laat getuigen zo snel mogelijk opschrijven wat zij zagen, omdat herinneringen na verloop van tijd minder nauwkeurig worden. Noteer ook wie de kabelbaan bediende, welke instructies werden gegeven en hoe het personeel na het ongeval reageerde.

    5. Bewaar tickets en beschadigde spullen

      Bewaar het ticket, de reserveringsbevestiging, deelnamevoorwaarden, kassabon en eventuele instructies of aansprakelijkheidsverklaringen. Gooi beschadigde kleding, ski-uitrusting, helmen, harnassen of andere voorwerpen niet weg voordat de oorzaak is onderzocht. Deze zaken kunnen aantonen welke overeenkomst gold, welk materiaal werd gebruikt en welke schade rechtstreeks door het ongeval ontstond.

    6. Vraag om behoud van technisch bewijs

      Verzoek de exploitant schriftelijk om camerabeelden, bedieningsgegevens, storingslogboeken en communicatie tussen medewerkers veilig te stellen. Vraag ook om onderhoudsrapporten, keuringsdocumenten, eerdere storingen, weersmetingen en gegevens over de snelheid of noodstop van de installatie. Doe dit zo snel mogelijk, omdat digitale gegevens kunnen worden overschreven en de kabelbaan na het ongeval kan worden gerepareerd.

    7. Onderzoek wie aansprakelijk kan zijn

      Laat beoordelen of de exploitant, eigenaar, fabrikant, onderhoudspartij, organisator, werkgever of een andere gebruiker verantwoordelijk is. Soms hebben meerdere partijen bijgedragen aan het ongeval, bijvoorbeeld doordat een onderdeel gebrekkig was en de exploitant eerdere storingsmeldingen negeerde. Een geldige vergunning, keuring of CE-markering sluit aansprakelijkheid niet automatisch uit wanneer de kabelbaan op het moment van het ongeval onvoldoende veilig was.

    8. Houd alle schade en kosten bij

      Bewaar bewijs van medische kosten, het eigen risico, redding en evacuatie, vervoer, repatriëring, inkomensverlies, huishoudelijke hulp, beschadigde uitrusting en noodzakelijke hulpmiddelen. Ook studievertraging, toekomstige schade, smartengeld en redelijke juridische of medische advieskosten kunnen worden meegenomen. Bij overlijden kunnen onder meer uitvaartkosten, gederfd levensonderhoud en onder voorwaarden affectieschade spelen.

    9. Meld de schade bij de verzekeraar(s)

      Meld het ongeval tijdig bij de reis-, zorg-, ongevallen- en eventueel rechtsbijstandsverzekeraar. Vraag per schadepost welke kosten worden vergoed en bewaar de afrekeningen, afwijzingen en polisvoorwaarden. Bedragen die al door een verzekeraar zijn betaald, kun je niet nogmaals als eigen schade claimen, maar het niet-verzekerde deel kan mogelijk wel op de aansprakelijke partij worden verhaald.

    10. Stel de juiste partij tijdig aansprakelijk

      Stel de mogelijke aansprakelijke partijen schriftelijk aansprakelijk en omschrijf het ongeval, de vermoedelijke fout, het letsel en de bekende schade. Wacht niet tot het medische herstel volledig is afgerond, omdat verjaringstermijnen kunnen lopen. Deze kunnen bij een ongeval in het buitenland (zie verder) van de Nederlandse regels afwijken.

    Kabelbaanongeval in het buitenland

    Veel kabelbaanongevallen gebeuren in wintersportgebieden in Oostenrijk, Frankrijk, Zwitserland, Italië of Duitsland. Bij een niet-contractuele schadeclaim geldt binnen de Europese Unie doorgaans het recht van het land waar het letsel rechtstreeks is ontstaan. Dat buitenlandse recht bepaalt onder meer wie aansprakelijk is, welke schade wordt vergoed, hoe eigen schuld wordt beoordeeld en welke verjaringstermijn geldt. Er kunnen daarnaast contractuele rechten bestaan op basis van het kabelbaanticket, de skipas of de pakketreisovereenkomst. De Nederlandse woonplaats van het slachtoffer betekent daarom niet automatisch dat Nederlands recht geldt of dat de Nederlandse rechter bevoegd is.

    Rechtstreeks geboekt bij de exploitant

    Koop je zelf een ticket of skipas bij de buitenlandse kabelbaanexploitant, dan ontstaat een vervoers- of dienstverleningsovereenkomst. Bij een schadeclaim moet worden onderzocht welk recht volgens de ticketvoorwaarden en de Europese verwijzingsregels op die overeenkomst van toepassing is. Voor overeenkomsten over personenvervoer gelden bijzondere regels, waardoor de gebruikelijke bescherming voor consumentenovereenkomsten niet altijd onverkort van toepassing is.

    Ook de bevoegde rechter moet afzonderlijk worden bepaald. Mogelijk moet de exploitant worden aangesproken in het land waar hij is gevestigd of waar het ongeval gebeurde. Dat het ticket vanuit Nederland online is gekocht, is op zichzelf niet altijd voldoende om bij een Nederlandse rechter te kunnen procederen. De rechtsbijstandsverzekeraar kan je hierover informeren.

    Kabelbaan als onderdeel van een pakketreis

    Is de skipas, excursie of kabelbaanrit daadwerkelijk opgenomen in een pakketreis, dan kan naast de lokale exploitant ook de reisorganisator worden aangesproken. De organisator is verantwoordelijk voor de goede uitvoering van de reisdiensten uit de pakketreisovereenkomst, ook wanneer een buitenlandse onderneming die diensten feitelijk uitvoert. Een afzonderlijk ter plaatse gekocht kabelbaanticket valt daarentegen meestal niet onder de pakketreis.

    Meld het ongeval en de gebrekkige uitvoering zo snel mogelijk bij de reisorganisator. Geef de organisator de gelegenheid om hulp te bieden en leg vast welke reactie volgt. Aansprakelijkheid staat niet automatisch vast zodra tijdens een pakketreis een ongeval gebeurt: er moet nog steeds een gebrek in de overeengekomen reisdienst en causaal verband met het letsel worden aangetoond.

    Reisverzekering bij kabelbaanongeval in het buitenland

    De reisverzekeraar kan op basis van de polis al hulp bieden en kosten vergoeden terwijl het onderzoek naar de exploitant of reisorganisator nog loopt. Denk aan reddingskosten, helikoptervervoer, extra medische kosten, repatriëring, een langer verblijf of een vervroegde terugreis. De Nederlandse basisverzekering vergoedt medische zorg in het buitenland doorgaans maximaal tot het Nederlandse tarief. Repatriëring valt niet onder de basisverzekering en reddingsacties zijn daarin vaak evenmin verzekerd. Neem bij ziekenhuisopname, een reddingsactie of noodzakelijk vervoer daarom onmiddellijk contact op met de alarmcentrale van de reisverzekeraar.

    Bij een kabelbaanongeval tijdens een wintersportvakantie is vaak een aanvullende wintersportdekking nodig. Daarmee kunnen afhankelijk van de polis onder meer bergredding, helikoptervervoer, beschadigde ski-uitrusting en niet-gebruikte lessen of skipassen zijn verzekerd. Medische kosten vormen soms een afzonderlijke module. Controleer ook uitsluitingen voor off-piste skiën, roekeloos gedrag of activiteiten die als bijzondere sport worden aangemerkt.

    Rechtspraak over aansprakelijkheid bij kabelbanen

    Over aansprakelijkheid bij ongevallen met kabelbanen, stoeltjesliften en tokkelbanen is nog maar weinig gepubliceerde rechtspraak beschikbaar. Toch zijn in de bestaande uitspraken enkele duidelijke lijnen zichtbaar. Rechters kijken in de eerste plaats naar de concrete veiligheid van de installatie en de omgeving waarin deze wordt gebruikt. Daarbij spelen onder meer de hoogte, de gebruikte materialen, de inrichting van de landingsplaats, het toezicht en de gegeven instructies een belangrijke rol. Een organisator of exploitant moet voorzienbare risico’s zo veel mogelijk beperken, zeker wanneer eenvoudige veiligheidsmaatregelen ernstig letsel kunnen voorkomen. Ook de eigen verantwoordelijkheid van de gebruiker kan een rol spelen, bijvoorbeeld wanneer een veiligheidstuig niet wordt gebruikt of bewust extra risico wordt genomen.

    Scoutingvereniging aansprakelijk voor kabelbaanongeval (ECLI:NL:RBUTR:2012:BZ1412)

    Een 21-jarige vrijwillige scoutingleider viel op het terrein van de Henk Brunt Groep vanaf ongeveer 6,5 meter hoogte uit een zelfgebouwde kabelbaan en kwam op stenen terecht. Hij liep onder meer een gebroken rug, een schedelbasisfractuur en blijvende urologische klachten op. De rechtbank vond artikel 7:658 lid 4 BW niet toepasselijk: de scoutingvereniging verrichtte geen beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten en de positie van de vrijwilliger was hier niet vergelijkbaar met die van een werknemer. De vereniging was via de Kelderluikcriteria wel aansprakelijk uit onrechtmatige daad. De constructie was zeer gevaarlijk door de grote hoogte, een open haak die met nylontouw was afgesloten, het ontbreken van veiligheidsinstructies en het gebrek aan toezicht. De leider had zelf geen veiligheidstuig gebruikt en verhoogde de snelheid door te springen en zich te laten voorttrekken. Daarom was sprake van eigen schuld. Na een billijkheidscorrectie wegens het ernstige letsel en de verzekeringsdekking moest de vereniging 90 procent van de schade vergoeden.

    Kabelbaanongeval open dag brandweer (ECLI:NL:OGEAA:2021:433)

    Tijdens een open dag van de brandweer op Aruba maakte een vrouw samen met haar neefje gebruik van een tokkelbaan. Aan het einde van de baan werd zij neergelaten op een landingsplateau van opgestapelde houten pallets. Nadat zij was losgekoppeld, kwam haar voet in een opening tussen de planken terecht. Zij viel ongeveer anderhalve meter naar beneden en liep ernstig en blijvend letsel aan haar been en knie op. Het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba oordeelde dat het Land Aruba een gevaarlijke situatie had laten ontstaan. De landingsplaats had eenvoudig veiliger kunnen worden gemaakt door de openingen af te dekken. Ook het argument dat de activiteit na het loskoppelen al was afgelopen, werd verworpen: de tokkelactiviteit eindigde pas nadat de deelnemer het verhoogde landingsplatform veilig had verlaten. Het land moest daarom een voorschot van 25.000 Arubaanse florin betalen.

    Voetletsel bij het gebruik van een commerciële tokkelbaan (ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7388)

    Een deelnemer liep voetletsel op doordat hij aan het einde van een commerciële tokkelbaan met zijn voeten en benen de grond raakte voordat hij volledig tot stilstand was gekomen. De rechtbank kwalificeerde de tokkelbaan als een opstal en hield de bedrijfsmatige exploitant aansprakelijk op grond van artikel 6:181 in combinatie met artikel 6:174 BW. Van belang was dat gebruikers niet hoefden te verwachten dat zij vóór het einde van de rit de grond zouden raken. Een algemene waarschuwing dat deelname op eigen risico plaatsvond, nam de gebrekkigheid en aansprakelijkheid niet weg.

    Veelgestelde vragen over veiligheid en aansprakelijkheid bij kabelbanen

    Kabelbanen worden gebruikt voor personenvervoer, wintersport en recreatieve activiteiten. Door de grote hoogte en bewegende onderdelen kunnen ongevallen ernstige gevolgen hebben, maar professionele installaties moeten aan uitgebreide veiligheidsvoorschriften voldoen. Dankzij deze voorschriften kunnen kabelbanen in beginsel veilig worden gebruikt. Heb je hier toch nog vragen over? Lees dan verder, want hieronder beantwoorden we enkele praktische vragen over de werking, veiligheid en risico’s van kabelbanen.

    Hoe werkt een kabelbaan?

    Een kabelbaan vervoert personen langs een vast traject met behulp van een of meer kabels. Een motor brengt de trekkabel in beweging, waarna gondels, stoelen of sleepbeugels langs het traject worden voortbewogen. Steunpilaren en wielen geleiden de kabel, terwijl remmen en beveiligingssystemen de installatie bij een storing kunnen stilzetten.

    Is een kabelbaan veilig?

    Een goed ontworpen, onderhouden en bediende kabelbaan is in beginsel veilig, maar geen enkel vervoermiddel is volledig zonder risico. Europese regels stellen eisen aan onder meer kabels, remsystemen, voertuigen, besturing, onderhoud en evacuatie. De exploitant moet bovendien rekening houden met actuele omstandigheden, zoals harde wind, ijsvorming en technische storingen.

    Hoe bouw je een kabelbaan?

    Een kabelbaan voor personenvervoer kun je niet veilig als doe-het-zelfproject bouwen. Vooraf zijn onder meer technisch ontwerp, berekeningen, een veiligheidsanalyse, een veiligheidsrapport en goedgekeurde subsystemen en veiligheidscomponenten nodig. In Nederland is voor het bouwen en gebruiken van een vaste kabelbaaninstallatie bovendien een vergunning van de ILT vereist.

    Is een kabelbaan een voertuig?

    De volledige kabelbaan geldt juridisch als een installatie die bestaat uit infrastructuur en verschillende subsystemen. Een gondel, cabine of stoel kan binnen de technische regelgeving wel als voertuig van die installatie worden aangeduid. Een kabelbaan is daarmee niet automatisch een voertuig in de betekenis van bijvoorbeeld de Wegenverkeerswet.

    Wat is een tokkelbaan?

    Een tokkelbaan of zipline bestaat meestal uit een schuin gespannen kabel waarlangs een deelnemer met een katrol en veiligheidsharnas naar een lager punt glijdt. De voortbeweging ontstaat doorgaans door de zwaartekracht. Een installatie die uitsluitend voor recreatie of vermaak is ontworpen, valt in principe niet onder de Europese regels voor kabelbanen voor personenvervoer, maar kan wel onder de regels voor speel- en attractietoestellen vallen.

    Gebeuren er vaak kabelbaan ongelukken?

    Bij professioneel beheerde kabelbanen in Nederland zijn ernstige ongevallen zeldzaam. Nederland telt ongeveer 70 kabelbaaninstallaties en jaarlijks 10 tot 15 miljoen liftbewegingen, maar er zijn sinds het ILT-toezicht nog geen ernstige ongevallen geregistreerd.

    Kan een kabelbaan stuk gaan?

    Ja. Kabels, klemmen, katrollen, remmen, deuren, veiligheidsbeugels en elektronische besturingssystemen kunnen slijten of defect raken. Daarom zijn regelmatige controles, preventief onderhoud en veiligheidssystemen nodig die de installatie bij een afwijking automatisch of handmatig stilzetten.

    Gebeurde er al eens een ongeluk met de kabelbaan in Valkenburg?

    Er vond tot op heden nog geen ernstig ongeval plaats met de stoeltjeslift in Valkenburg. Op 16 maart 2025 stortte wel de Wilhelminatoren in, waar de kabelbaan bezoekers naartoe bracht. De toren en het omliggende terrein waren op dat moment gesloten en er vielen geen slachtoffers. De kabelbaan werd vervolgens eveneens gesloten. Dit was met andere woorden wel een ongeval bij het attractiepark, maar geen kabelbaanongeval.