EN

Aansprakelijkheid bij letsel op de kermis

Een bezoek aan de kermis hoort leuk en onbezorgd te zijn. Met grote snelheden in het rond geslingerd worden, adrenaline door het lichaam en muziek door de oren: zalig, toch? Het is belangrijk dat adrenalinejunkies hier veilig van kunnen genieten. Spijtig genoeg zijn er in het verleden wel degelijk ongelukken geweest. Denk aan een val uit een attractie, beknelling bij het instappen of een ongeval op het kermisterrein zelf. Vooral bij kinderen kan letsel op de kermis grote impact hebben. Meerdere partijen kunnen hiervoor aansprakelijk zijn. Vaak wordt eerst gekeken naar de exploitant van de attractie. Maar ook de organisator van de kermis, de gemeente, de fabrikant, de leverancier, de verhuurder of een andere kermisbezoeker kan aansprakelijk zijn.

Op deze pagina over aansprakelijkheid bij letsel op de kermis:

    Een drukbezochte kermis bij zonsondergang met verlichte attracties, waaronder een reuzenrad en zweefmolen.

    Aansprakelijkheid bij ongeval kermis

    Niet ieder ongeluk op de kermis leidt automatisch tot aansprakelijkheid. Een blauwe plek na normaal gebruik van botsauto’s betekent bijvoorbeeld nog niet dat iemand meteen aansprakelijk is. Er is schade, maar door achter het stuur van een botsauto te kruipen, accepteerde de kermisbezoeker zelf een bepaald risico. In het geval van letsel bij sport en spel is een ander dan ook minder snel aansprakelijk.

    Aansprakelijkheid komt vooral in beeld wanneer het ongeval is veroorzaakt door een fout, gebrek of tekortschietende zorgplicht. Dat kan gaan om een technisch defect, slecht onderhoud, foutieve bediening, onvoldoende toezicht, ontbrekende waarschuwingen of een gevaarlijke inrichting van het terrein. Ook een attractie die niet correct is opgebouwd of niet volgens de gebruiksvoorschriften wordt gebruikt, kan tot aansprakelijkheid leiden. Belangrijk is met andere woorden de concrete oorzaak van het letsel. Daarbij wordt gekeken naar de veiligheid die bezoekers redelijkerwijs mochten verwachten. Bij een attractie voor jonge kinderen ligt die verwachting anders dan bij een extreme attractie voor volwassenen.

    Aansprakelijkheid van de kermisexploitant

    De exploitant is de partij die de attractie uitbaat en bezoekers toelaat. Hij verdient aan de attractie en heeft daarom een belangrijke verantwoordelijkheid voor de veiligheid. De attractie moet goed zijn opgebouwd, goed worden onderhouden, juist worden bediend en veilig kunnen worden gebruikt door het publiek waarvoor de attractie bedoeld is. De aansprakelijkheid van de kermisexploitant volgt uit artikel 6:173 Burgerlijk Wetboek.

    De exploitant kan aansprakelijk zijn wanneer het ongeval ontstaat door een technisch defect, slecht onderhoud of een ontbrekende beveiliging. Denk aan een veiligheidsbeugel die niet goed sluit, een kapot slot, loszittende onderdelen, een defecte noodstop of een afscherming waardoor bezoekers bij bewegende delen kunnen komen. Ook foutieve bediening kan tot aansprakelijkheid leiden, bijvoorbeeld wanneer een medewerker de rit start terwijl iemand nog niet goed zit.

    Daarnaast moet de exploitant zorgen voor voldoende toezicht en duidelijke instructies. Bezoekers moeten weten wat wel en niet mag, zeker wanneer een attractie risico’s kent bij verkeerd gebruik. Bij kinderen of drukke attracties kan extra oplettendheid nodig zijn. Ook moet de exploitant ingrijpen wanneer bezoekers zich zichtbaar gevaarlijk gedragen of wanneer eerdere incidenten aantonen dat extra maatregelen nodig zijn. Een keuring is belangrijk, maar zegt niet alles over de concrete situatie op het moment van het ongeval. Een goedgekeurde attractie kan verkeerd worden opgebouwd, slecht worden bediend of onvoldoende worden bewaakt. De vraag blijft dus wat er precies is gebeurd en of de exploitant voldoende veiligheidsmaatregelen heeft genomen.

    Aansprakelijkheid van de organisator of gemeente

    Wanneer het ongeval samenhangt met de algemene organisatie, de vergunningsverlening, de inrichting of de veiligheid op het terrein, kan de organisator of de gemeente aansprakelijk zijn voor letsel op de kermis. De organisator of de gemeente moet er bijvoorbeeld voor zorgen dat er veilige looproutes zijn, dat er afzettingen zijn aangebracht, dat er geen losliggende kabels zijn waar bezoekers over kunnen struikelen en dat de attracties op een veilige locatie worden geplaatst. Ook kan aansprakelijkheid spelen wanneer duidelijke signalen over gevaar zijn genegeerd. Bijvoorbeeld als eerder is gemeld dat een attractie of locatie onveilig is en daar niets mee is gedaan. De gemeente zal niet altijd aansprakelijk zijn en hoeft niet elke attractie voortdurend te controleren of elk individueel incident te voorkomen. Opdat de gemeente aansprakelijk zou zijn, moet er een concreet verwijt kunnen worden gemaakt. Bijvoorbeeld dat een onveilige situatie op het terrein bekend was of had moeten zijn, maar niet is aangepakt.

    Aansprakelijkheid van de fabrikant, leverancier of verhuurder

    Soms ligt de oorzaak van het ongeval niet in de exploitatie of de organisatie van de kermis, maar in de kermisattractie zelf. Dan kan de fabrikant, leverancier of verhuurder aansprakelijk zijn. Dat is vooral relevant wanneer een attractie of onderdeel een ontwerpgebrek, fabricagefout of technisch gebrek bevatte. Denk aan een ondeugdelijke veiligheidsbeugel, een slecht ontworpen instap, een onderdeel dat te snel slijt of een handleiding die onvoldoende waarschuwt voor belangrijke risico’s. We spreken in dat geval van productaansprakelijkheid (artikel 6:185 BW). Bij productaansprakelijkheid draait het om de vraag of het product de veiligheid bood die men daarvan mocht verwachten. Het slachtoffer hoeft dan niet altijd te bewijzen dat de producent persoonlijk nalatig was, maar wel dat er sprake was van een gebrek, schade en een verband tussen dat gebrek en de schade. Let wel: op grond van artikel 6:181 BW kan de kermisexploitant nog altijd zelf aansprakelijk zijn, omdat de aansprakelijkheid volgens dit artikel in beginsel berust op degene die het bedrijf uitoefent.

    Ook een verhuurder of leverancier kan aansprakelijk zijn wanneer hij een onveilig toestel heeft geleverd of verhuurd. Dat kan bijvoorbeeld spelen als bekend was dat de attractie gebreken vertoonde, als onderhoudsgegevens ontbraken of als onvoldoende instructies zijn gegeven aan de exploitant.

    Aansprakelijkheid van een andere kermisbezoeker

    Soms wordt letsel op de kermis niet veroorzaakt door de attractie zelf, maar door een andere bezoeker. Denk aan iemand die duwt in de wachtrij, een kind dat een ander laat struikelen, een bezoeker die een veiligheidsbeugel lostrekt of iemand die bewust roekeloos gedrag vertoont in een attractie. In dat geval moet worden aangetoond dat die andere bezoeker een fout heeft gemaakt. Alleen het feit dat er letsel is ontstaan, is dus niet voldoende.

    Bij sommige attracties hoort een bepaald risico. Botsauto’s zijn daarvan het duidelijkste voorbeeld. Wie in een botsauto stapt, weet dat er botsingen kunnen plaatsvinden en dat lichte stoten, schokken of blauwe plekken bij het normale gebruik kunnen horen. Er is dus sprake van risicoaanvaarding. Dat betekent niet dat alles is toegestaan. Een bezoeker die opzettelijk gevaarlijk gedrag vertoont of instructies negeert, kan wel aansprakelijk zijn. De drempel voor aansprakelijkheid ligt bij sport en spel hoger, omdat deelnemers bepaalde normale risico’s aanvaarden, maar risicoaanvaarding is geen vrijbrief. Gedrag dat duidelijk buiten de normale grenzen van het spel valt, kan alsnog een onrechtmatige daad opleveren.

    Aansprakelijkheid en letsel bij kinderen op de kermis

    Kinderen zijn extra kwetsbaar op de kermis. Zij kunnen risico’s minder goed inschatten, raken sneller afgeleid en begrijpen veiligheidsinstructies niet altijd volledig. Bij attracties voor kinderen mag daarom meer worden verwacht op het gebied van toezicht, afscherming, duidelijke instructies en leeftijds- of lengtebeperkingen. Een exploitant moet rekening houden met normaal en voorzienbaar kindergedrag. Een kind kan plots bewegen, ergens aan trekken, struikelen, zich omdraaien of instructies vergeten. Dat betekent niet dat elk ongeval met een kind automatisch tot aansprakelijkheid leidt, maar wel dat de veiligheidsnorm strenger kan worden beoordeeld.

    Ouders hebben natuurlijk ook een verantwoordelijkheid. Zij moeten toezicht houden en hun kind niet bewust in een ongeschikte attractie laten plaatsnemen. Toch ontslaat ouderlijk toezicht de exploitant niet van zijn eigen verplichtingen. Een attractie die toegankelijk is voor kinderen moet veilig zijn voor kinderen, niet alleen voor oplettende volwassenen.

    Eigen schuld van het slachtoffer

    Bij een kermisongeval kan eigen schuld een rol spelen. De schadevergoeding kan worden verminderd wanneer het slachtoffer zelf heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval. Denk aan opstaan tijdens de rit, het losmaken van een veiligheidsbeugel, klimmen op verboden plaatsen, duwen of het negeren van duidelijke waarschuwingen. Toch betekent eigen schuld niet automatisch dat het slachtoffer niets krijgt. Er wordt gekeken naar alle omstandigheden. Was de waarschuwing duidelijk? Was het gedrag echt gevaarlijk? Had de exploitant kunnen ingrijpen? Was het slachtoffer volwassen of ging het om een kind? Bij kinderen ligt de beoordeling anders dan bij volwassenen. Van jonge kinderen kan minder voorzichtigheid en zorgvuldigheid worden verwacht, juist omdat zij risico’s minder goed kunnen inschatten. Een exploitant van een kinderattractie moet daarom rekening houden met onoplettendheid, enthousiasme en onverwachte bewegingen. Eigen schuld kan dus meespelen, maar is niet altijd doorslaggevend.

    Keuring en controle op de kermis

    Kermisattracties mogen niet zomaar worden geplaatst en gebruikt. Omdat bezoekers vertrouwen op de veiligheid van een attractie, gelden er wettelijke regels op het gebied van ontwerp, keuring, opbouw, onderhoud, gebruik en toezicht. Die regels zijn er niet alleen voor grote attracties, zoals achtbanen en reuzenraden, maar ook voor kleinere toestellen die op kermissen of evenementen worden gebruikt. In Nederland staan de belangrijkste regels in het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023. Dat besluit maakt onderscheid tussen attractietoestellen en speeltoestellen. Een attractietoestel wordt aangedreven door een motor of andere niet-menselijke energiebron. Denk aan botsauto’s, draaimolens, achtbanen en andere gemotoriseerde kermisattracties. Een speeltoestel werkt door spierkracht of zwaartekracht, zoals een springkussen, glijbaan of schommel.

    Attractie of speeltoestel

    Niet elk toestel op de kermis wordt juridisch op dezelfde manier behandeld. Daarom maakt men een onderscheid tussen een attractie en een speeltoestel. Het verschil tussen een attractietoestel en een speeltoestel zit vooral in de aandrijving. Een attractietoestel wordt aangedreven door een motor of andere energiebron. Bij een speeltoestel komt de beweging vooral door menselijke kracht of zwaartekracht.

    Dat onderscheid is belangrijk omdat de keuringsverplichtingen kunnen verschillen. Attractietoestellen moeten periodiek opnieuw worden gekeurd. Dat kan jaarlijks zijn, maar ook eens per twee of drie jaar, afhankelijk van het type toestel en de toepasselijke regels. Voor speeltoestellen ligt dat anders: een certificaat van goedkeuring voor een speeltoestel is in beginsel onbeperkt geldig, al moet het toestel uiteraard wel veilig worden beheerd en onderhouden. Op een gewone kermis gaat het meestal om attractietoestellen. Denk aan de botsauto’s, de rups, de breakdance, het spookhuis met bewegende onderdelen, de draaimolen of het reuzenrad. Springkussens worden dan weer als speeltoestel beschouwd en zijn soms ook op de kermis te vinden.

    Keuring door een aangewezen keuringsinstelling

    Nieuwe attractie- en speeltoestellen moeten worden beoordeeld voordat zij op de markt worden gebracht of in gebruik worden genomen. Die keuring gebeurt door een aangewezen keuringsinstelling. Zo’n instelling controleert onder meer of het toestel voldoet aan de wettelijke veiligheids- en gezondheidseisen.

    Bij attractietoestellen is niet alleen de eerste keuring belangrijk. Zij moeten ook periodiek worden herkeurd. Op het Certificaat van Goedkeuring en het merk van goedkeuring staat wanneer een volgende keuring nodig is. De exploitant of beheerder moet dus controleren of de goedkeuring nog geldig is, ook wanneer hij het toestel huurt.

    Bij een ongeval kan de keuringsstatus belangrijk bewijs zijn. Was er een geldig certificaat? Hoorde dat certificaat bij dit toestel? Klopte het identificatienummer? Was de herkeuring nog geldig? En zijn er na de keuring wijzigingen, reparaties of aanpassingen uitgevoerd die opnieuw hadden moeten worden beoordeeld? Als daar iets niet klopt, kan dat een aanwijzing zijn dat iemand tekortgeschoten is en dus aansprakelijk is.

    Certificaat, merk van goedkeuring en RAS-nummer

    Een goedgekeurde attractie hoort herkenbaar te zijn. Op attractietoestellen staat een uniek registratienummer en meestal ook een merk van goedkeuring. Dat merk moet goed zichtbaar zijn. Het laat zien dat de attractie is gekeurd en wanneer herkeuring nodig is. Daarnaast hoort er een Certificaat van Goedkeuring te zijn. Dat certificaat moet bij het juiste toestel horen. Daarom moeten de gegevens op het certificaat overeenstemmen met de gegevens op het toestel zelf, zoals het type, bouwjaar, serienummer of identificatienummer. Als er onduidelijkheid bestaat over de identiteit van het toestel, kan dat na een ongeval tot bewijsproblemen leiden. Deze gegevens kunnen worden geraadpleegd in het Register attractie- en speeltoestellen (RAS). Van de gemeente kan worden verwacht dat zij opzoeken of attracties zijn goedgekeurd voor gebruik in ons land.

    Buitenlandse attracties op Nederlandse kermissen

    Ook buitenlandse attracties die tijdelijk in Nederland worden gebruikt, moeten aan de Nederlandse regels voldoen. Het is dus niet voldoende dat de attractie in een ander land is toegestaan. Voor gebruik in Nederland moet worden gekeken naar de eisen van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023. Voor buitenlandse attractietoestellen geldt bovendien een meldplicht. Wanneer zo’n attractie tijdelijk in Nederland wordt geplaatst of opgebouwd, moet dit tijdig worden gemeld. De gedachte daarachter is dat de NVWA en andere betrokken instanties kunnen controleren of het toestel is goedgekeurd en of het veilig kan worden gebruikt.

    Meldplicht bij ernstige ongevallen

    Bij een ernstig ongeval met een attractie- of speeltoestel moet de NVWA worden geïnformeerd. Een ernstig ongeval is bijvoorbeeld een ongeval met overlijden, letsel waarvoor professionele medische behandeling nodig is, blijvend letsel of een ziekenhuisopname. De melding is bedoeld om de toezichthouder in staat te stellen onderzoek te doen en zo nodig maatregelen te nemen. Deze meldplicht rust op de huurder, beheerder of exploitant, afhankelijk van de concrete situatie. De NVWA houdt toezicht op veiligheid en kan onderzoek doen of maatregelen treffen, maar doet geen uitspraken over schadeclaims. Voor een schadevergoeding moet het slachtoffer de aansprakelijke partij of diens verzekeraar aanspreken. Wel is het zo dat een NVWA-onderzoek belangrijk bewijs oplevert dat nuttig kan zijn tijdens een civiele procedure.

    Rechtspraak over aansprakelijkheid bij letsel op de kermis

    De uitspraken hieronder laten verschillende situaties zien. Soms wordt de exploitant aansprakelijk gehouden, bijvoorbeeld bij een attractie die onvoldoende veilig was voor jonge kinderen of wanneer een gebrek niet goed is gerepareerd. In andere zaken wordt aansprakelijkheid juist afgewezen, bijvoorbeeld omdat een attractie voldoende was gekeurd, het causale verband niet bewezen werd of sprake was van een ongelukkige val. Ook komen zaken aan bod waarin het letsel niet door de attractie zelf ontstond, maar door geweld of gedrag van andere kermisbezoekers.

    Kind raakt gewond in een cakewalk

    In deze zaak ging het om een zevenjarig kind dat letsel opliep in een kermisattractie, een zogenaamde cakewalk. In zo’n attractie moeten bezoekers een parcours afleggen met bewegende vloeren, lopende banden, trappen en andere hindernissen. De rechtbank legde de exploitant een zware zorgplicht op. Daarbij woog mee dat de attractie grote aantrekkingskracht had op jonge kinderen, terwijl juist die kinderen gevaar minder goed kunnen inschatten. De exploitant moest rekening houden met voorzienbaar onjuist of onhandig gebruik van de attractie. Volgens de rechter had hij passende veiligheidsmaatregelen moeten nemen en moeten voorkomen dat jonge kinderen onbegeleid toegang kregen. Een goedkeuringscertificaat van het Lifteninstituut was onvoldoende om aansprakelijkheid te vermijden.

    Ernstig knieletsel door kermisattractie

    In deze zaak liep een bezoeker ernstig knieletsel op in de kermisattractie “Scream Machine”. De bezoeker stelde dat de exploitant aansprakelijk was, omdat de operators een fout zouden hebben gemaakt bij het bevestigen van het harnas. Daarnaast voerde de bezoeker aan dat de attractie niet aan de wettelijke veiligheidseisen voldeed. De rechtbank ging daar niet zonder meer in mee. Het enkele feit dat iemand gewond raakt in een attractie betekent volgens de rechter nog niet automatisch dat de attractie gebrekkig of onveilig is. De exploitant had gemotiveerd betwist dat de Scream Machine niet aan de veiligheidseisen voldeed. Daarbij verwees hij naar een goedkeuringscertificaat en een deskundigenrapport waaruit bleek dat de attractie wél aan de veiligheidseisen voldeed. Ook de gestelde bevestigingsfout werd betwist met een verklaring van de operator en het onderzoeksrapport.

    Amputatie na afgebroken gondelarm

    In deze strafzaak ging het om een ernstig ongeval met de kermisattractie Deca Dance op de kermis in Wijchen. Tijdens de rit brak een gondelarm af terwijl de attractie op volle snelheid draaide. In de gondel zaten een vader en zijn achtjarige zoon. De zoon liep een breuk aan zijn linkerpols op. De vader raakte zeer ernstig gewond: zijn rechterbeen moest grotendeels worden geamputeerd en zijn linkerknie was verbrijzeld. De rechtbank oordeelde dat het bedrijf dat eigenaar en exploitant was van de attractie strafrechtelijk verantwoordelijk was. Eerder was een scheur in de gondelarm ontdekt, maar die was onvoldoende gerepareerd. De reparatie werd bovendien niet gemeld aan de keuringsinstelling en ook niet opgenomen in het actuele dossier of logboek. Daardoor kreeg de keurmeester bij de periodieke keuring geen aanleiding om extra naar de reparatie te kijken. Volgens de rechtbank had de exploitant aanmerkelijk onvoorzichtig en nalatig gehandeld.

    Kaakbreuk na vechtpartij op de kermis

    In deze zaak ging het niet om een ongeval met een attractie, maar om geweld tijdens de kermis in Wervershoof. Een groep personen pleegde op de openbare weg openlijk geweld tegen meerdere slachtoffers. Er werd met kracht geslagen en geschopt, ook tegen personen die reeds op de grond lagen. Eén slachtoffer liep daarbij ernstig letsel op: zijn kaak was op twee plaatsen gebroken. Zijn kaken moesten wekenlang aan elkaar worden gezet, waardoor hij niet kon praten, alleen vloeibaar voedsel kon eten en veel pijn en hinder ondervond. Het gerechtshof achtte bewezen dat de verdachte een significante bijdrage had geleverd aan de openlijke geweldpleging. De verdachte werd strafrechtelijk veroordeeld tot een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Voor één slachtoffer werd de schadevordering afgewezen, omdat onvoldoende was aangetoond dat hij rechtstreeks schade had geleden. Het slachtoffer met de gebroken kaak kreeg wel € 1.250 aan immateriële schadevergoeding toegewezen. Deze zaak vormt zo een voorbeeld van hoe een andere kermisbezoeker aansprakelijk kan zijn voor diens onrechtmatige gedrag.

    Hand bekneld in funhouse

    In deze zaak ging het om een driejarig kind dat gewond raakte in het funhouse “New York New York” op de kermis in Nijkerk. Het kind viel op een lopende band en kwam met zijn hand klem te zitten tussen het einde van de band en de verdiepingsvloer. De loopband bleef doordraaien. Daardoor liep het kind een gekneusde hand, tweedegraads brandwonden en ontvellingen aan hand en vingers op. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis, onderging een operatie en kreeg een huidtransplantatie.

    De rechtbank oordeelde dat de exploitant aansprakelijk was. De attractie was gebrekkig, omdat een driejarig kind de attractie mocht betreden terwijl vallen en struikelen in een funhouse voorzienbaar zijn. De sensor die de loopband bij calamiteiten moest stoppen, werkte kennelijk niet goed. Ook was er onvoldoende toezicht en kreeg de moeder geen duidelijke instructies.

    Geen vergoeding voor schouderletsel na kermisruzie

    In deze civiele zaak ging het om een vechtpartij tijdens de kermis in Wervershoof. De eiser stelde dat hij door twee anderen was geschopt, geslagen en geduwd, waardoor hij ten val kwam en zijn linkerschouder uit de kom raakte. Later zou zijn schouder opnieuw uit de kom zijn gegaan, waardoor hij veel materiële en immateriële schade claimde. De rechtbank wees de vordering af. Hoewel de gedaagden strafrechtelijk waren veroordeeld voor openlijke geweldpleging, bleek uit de civiele procedure onvoldoende dat juist hun handelen had geleid tot de schouderluxatie. Vast stond wel dat er over en weer was geduwd en dat de eiser zelf ook een aandeel had in de val. Ook stond niet vast dat hij door de gedaagden was getrapt of een kopstoot had gekregen. Daarbij woog mee dat de eiser die avond alcohol en cocaïne had gebruikt.

    Geen aansprakelijkheid voor val over natte kabelmat

    In deze zaak ging het om een val bij een kermis in opbouw. Onderaan een trap lagen elektriciteitskabels voor de kermis. Op de heenweg had de bezoekster de kabels gezien en was zij eroverheen gestapt. Na de kerkdienst had het hard geregend en lag er een rubberen mat over de kabels. De mat was nat en er stonden plassen op. Toen de vrouw op de mat stapte, viel zij en brak zij haar kuit- en scheenbeen. De rechtbank oordeelde dat de kermispartij niet aansprakelijk was. De mat was juist neergelegd om struikelen over de kabels te voorkomen en was goed zichtbaar. Dat een nat oppervlak gladder kan zijn, is algemeen bekend. De vrouw had bovendien zelf gezien dat de mat nat en glimmend was. Omdat niet was aangetoond dat de mat ondeugdelijk was, ging het volgens de rechtbank om een ongelukkige val.

    Schadevergoeding bij letsel op kermis

    Wanneer een partij aansprakelijk is voor letsel op de kermis is het mogelijk om een schadevergoeding te claimen. Daarbij heeft het slachtoffer recht op een integrale vergoeding van de geleden schade. Het gaat dus niet alleen om de directe medische kosten, maar ook om alle redelijke gevolgen van het ongeval. Hoe ernstiger het letsel, des te belangrijker het is om de schade goed te onderbouwen. Mogelijke schadeposten zijn:

    • Medische kosten;

    • Reiskosten naar artsen, ziekenhuis of fysiotherapeut;

    • Verlies van inkomen;

    • Gemiste opdrachten of omzetverlies voor zelfstandigen;

    • Studievertraging;

    • Kosten voor hulp in huis;

    • Kosten voor verzorging of begeleiding;

    • Schade aan kleding, bril, telefoon of andere eigendommen;

    • Kosten voor aanpassingen thuis;

    • Blijvende beperkingen en littekens;

    • Psychische klachten;

    • Smartengeld.

    Bewijs verzamelen na een kermisongeval

    Na een kermisongeval kan bewijs snel verdwijnen. Een attractie wordt afgebroken, verplaatst, opnieuw opgebouwd of schoongemaakt. Medewerkers vertrekken, camerabeelden worden overschreven en getuigen zijn later moeilijk terug te vinden. Daarom is het belangrijk om zo snel mogelijk informatie vast te leggen.

    1. Zorg eerst voor medische hulp

      Laat letsel zo snel mogelijk beoordelen door een arts, huisartsenpost of ziekenhuis. Dat is belangrijk voor de behandeling, maar ook voor het bewijs. In het medisch dossier wordt vastgelegd welke klachten kort na het ongeval aanwezig waren.

    2. Maak foto’s en video’s van de situatie

      Fotografeer de attractie, de instap, de uitgang, de veiligheidsbeugel, waarschuwingsborden en de plek waar het ongeval gebeurde. Maak ook beelden van losse onderdelen, gladde vloeren, kabels, hekken of andere gevaarlijke situaties. Doe dit zo snel mogelijk, omdat de kermis vaak snel verandert of wordt afgebroken.

    3. Noteer de naam van de attractie en exploitant

      Schrijf op hoe de attractie heet en wie de exploitant is. Vraag eventueel naar de bedrijfsnaam, contactgegevens en gegevens van de aansprakelijkheidsverzekeraar.

    4. Verzamel getuigengegevens

      Vraag om de naam en contactgegevens van mensen die het ongeval hebben gezien. Getuigen kunnen later verklaren wat er gebeurde, hoe de attractie werd bediend en of er waarschuwingen of gebreken zichtbaar waren. Ook familieleden of vrienden die direct na het ongeval aanwezig waren, kunnen belangrijke informatie hebben.

    5. Meld het ongeval direct

      Meld het ongeval bij de exploitant en, als dat mogelijk is, bij de organisator van de kermis. Vraag of zij een incidentrapport willen opmaken en vraag om een kopie of bevestiging van de melding.

    6. Bewaar tickets, bonnetjes en betaalbewijzen

      Bewaar toegangsbewijzen, ritkaartjes, pinbetalingen, foto’s van de kassa of andere gegevens waaruit blijkt dat je de attractie hebt gebruikt. Ook bonnetjes van medische kosten, reiskosten en vervangende spullen zijn belangrijk.

    7. Vraag naar camerabeelden

      Vraag zo snel mogelijk of er camerabeelden zijn van de attractie of het kermisterrein. Beelden worden vaak maar kort bewaard. Vraag daarom schriftelijk om deze beelden veilig te stellen.

    8. Leg het verloop van het ongeval vast

      Schrijf kort na het ongeval op wat er precies gebeurde. Noteer het tijdstip, de weersomstandigheden, drukte, instructies, gedrag van medewerkers en wat je zelf hebt gezien of gehoord. Hoe eerder dit wordt genoteerd, hoe betrouwbaarder het later is.

    Veelgestelde vragen over letsel op de kermis

    Bij letsel op de kermis spelen vaak meerdere vragen tegelijk. Is het ongeval veroorzaakt door een attractie, door een andere bezoeker, door gebrekkig toezicht of door een onveilige situatie op het terrein? En maakt het uit of de attractie was goedgekeurd of gecontroleerd? Hieronder beantwoorden we veelgestelde vragen over kermisongevallen, aansprakelijkheid, veiligheid en toezicht.

    Wie is aansprakelijk bij een ongeluk op de kermis?

    Dat hangt af van de oorzaak van het ongeval. Vaak wordt eerst gekeken naar de exploitant van de attractie. Afhankelijk van de situatie kunnen ook de organisator, gemeente, fabrikant, verhuurder of leverancier aansprakelijk zijn.

    Kan de gemeente aansprakelijk zijn voor letsel op de kermis?

    Dat kan, maar niet automatisch. De gemeente kan aansprakelijk zijn bij fouten rond vergunningverlening, toezicht of de inrichting van het terrein. Voor een ongeval in een specifieke attractie ligt de aansprakelijkheid eerder bij de exploitant.

    Wat moet ik doen na een kermisongeval?

    Zoek medische hulp, maak foto’s, noteer getuigen en vraag naar de naam van de exploitant. Meld het ongeval schriftelijk en bewaar tickets, bonnetjes en medische stukken. Vraag ook zo snel mogelijk of camerabeelden beschikbaar zijn.

    Hoeveel kermisongelukken zijn er per jaar?

    Er bestaat geen compleet openbaar cijfer van alle kermisongelukken in Nederland per jaar. Wel zijn er cijfers over op de Spoedeisende Hulp behandeld letsel door een attractie- of speeltoestel. Deze cijfers hebben niet alleen betrekking op kermisattracties en -speeltoestellen. Bovendien gaat het enkel om letsels die op de SEH worden behandeld. Het gaat om minder dan 100 tot 400 SEH-bezoeken door draaimolens en minder dan 100 tot 300 door botsauto’s. Bij draaimolens gaat het meestal om letsels aan de schouder, de arm of de hand.

    Wat zijn kermisattracties?

    Kermisattracties zijn toestellen die bedoeld zijn voor vermaak en ontspanning en die meestal tijdelijk op een kermis worden geplaatst. Juridisch wordt gesproken over attractietoestellen. Dat zijn toestellen die worden aangedreven door een motor of andere niet-menselijke energiebron, zoals een draaimolen, botsauto’s, achtbaan, reuzenrad of cakewalk.

    Hoe veilig is een kermis?

    Een kermis is in Nederland sterk gereguleerd en is hierdoor relatief veilig. Attracties moeten worden gekeurd, beheerd, onderhouden en veilig gebruikt. Uit recente NVWA-controles blijkt dat de naleving in ons land relatief goed is.

    Wie organiseert een kermis?

    Een kermis wordt meestal georganiseerd als samenwerkingsverband. Het gaat om een samenwerking tussen de gemeente, een organisator en individuele kermisexploitanten. De gemeente verleent de vergunning, stelt het terrein beschikbaar en let op openbare orde, veiligheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten. De exploitanten beheren de afzonderlijke attracties.

    Wie controleert kermisattracties?

    De veiligheid van kermisattracties wordt door meerdere partijen gecontroleerd. Aangewezen keuringsinstellingen keuren attracties en geven bij goedkeuring een Certificaat van Goedkeuring en een merk van goedkeuring af. De NVWA houdt toezicht op naleving van de wettelijke regels en kan inspecties uitvoeren op kermissen, evenementen en in attractieparken. Gemeenten kunnen in het Register attractie- en speeltoestellen controleren of een attractie is goedgekeurd voordat zij een vergunning verlenen of een toestel toelaten.