EN

Shockschade en affectieschade

Bij ernstig letsel of overlijden door een ongeval, een medische fout, een misdrijf of andere aansprakelijkheidssituaties lijdt niet alleen het slachtoffer zelf schade. Ook naasten kunnen zwaar worden geraakt. Ouders verliezen een kind, een partner verliest zijn levensgezel of kinderen moeten verder met een ouder die ernstig en blijvend letsel heeft opgelopen. In zulke situaties kunnen twee soorten schadevergoeding een rol spelen: affectieschade en shockschade.

Op deze pagina over shockschade en affectieschade:

    Een vrouw in zwarte kleding raakt een rieten kist aan die met bloemen is versierd, naast een kleine taart op een standaard, omringd door witte bloemstukken.

    Verschil tussen shockschade en affectieschade

    De begrippen shockschade en affectieschade worden vaak door elkaar gebruikt, maar juridisch betekenen ze iets anders. Affectieschade gaat over verdriet, gemis en verlies van levensvreugde door het overlijden of ernstig en blijvend letsel van een naaste. Shockschade gaat over eigen psychisch letsel dat ontstaat door een schokkende confrontatie met het ongeval of de directe ernstige gevolgen daarvan. Bij affectieschade gaat het dus om erkenning van leed. Bij shockschade gaat het om vergoeding van medisch vast te stellen psychische schade. Hieronder zijn de voornaamste verschillen en overeenkomsten tussen shockschade en affectieschade samengevat. Deze worden verder uitgebreid toegelicht.

    OnderwerpAffectieschadeShockschade
    SchadeVerdriet en leed door overlijden of ernstig en blijvend letsel van een naaste.Eigen psychisch letsel door een schokkende confrontatie met het ongeval of de gevolgen daarvan.
    Soort schadeImmateriële schade met vooral erkenningsfunctie.Materiële en immateriële schade door geestelijk letsel.
    Medische diagnose nodig?Nee. Verdriet wordt verondersteld bij de wettelijke kring van naasten.Ja. Er moet sprake zijn van ernstig en objectiveerbaar geestelijk letsel.
    BedragenVaste wettelijke bedragen.Geen vaste bedragen; de schade wordt concreet beoordeeld.
    Wie kan claimen?Alleen de wettelijke kring van naasten en soms iemand met een uitzonderlijk nauwe band.Degene die zelf psychisch letsel oploopt door de confrontatie.
    Sinds wanneer?Wettelijk mogelijk sinds 1 januari 2019.Ontwikkeld in de rechtspraak, vooral sinds het Taxibus-arrest.

    Vergoeding van affectieschade

    Affectieschade is een vergoeding voor het verdriet en leed van naasten wanneer iemand overlijdt of ernstig en blijvend letsel oploopt door een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is. Denk aan een verkeersongeval, medische fout, arbeidsongeval, geweldsmisdrijf of andere situatie waarin een aansprakelijke partij of verzekeraar moet betalen.

    De vergoeding is niet bedoeld om het verdriet echt “goed te maken”. Dat kan uiteraard niet. De vergoeding heeft vooral een erkenningsfunctie. De wetgever heeft willen erkennen dat ook naasten zwaar worden geraakt wanneer een dierbare overlijdt of blijvend ernstig gewond raakt. Daarom wordt affectieschade soms ook smartengeld voor naasten genoemd.

    Lange tijd bestond in Nederland geen recht op vergoeding van affectieschade. Ouders van een overleden kind konden bijvoorbeeld vaak geen vergoeding krijgen voor hun verdriet, tenzij zij zelf aantoonbaar psychisch letsel hadden opgelopen. Dat werd als hard en onrechtvaardig ervaren. Sinds 1 januari 2019 is vergoeding van affectieschade wettelijk mogelijk.

    Voorgeschiedenis

    Vroeger was het niet mogelijk om een vergoeding voor affectieschade te krijgen. Wel kon men toen al een vergoeding krijgen voor de derving van levensonderhoud en psychische schade. Toen men in 1992 het Burgerlijk Wetboek invoerde, werd ervoor gekozen om affectieschade niet voor vergoeding aan te merken. De vrees was dat dit tot onaangename discussies zou leiden, bijvoorbeeld over hoe groot de affectieschade was. Op die manier werden pijnlijke argumenten over de relatie met de naaste verwant vermeden. De wetgever vreesde ook dat dit zou leiden tot een vorm van commercialisering van verdriet. In de praktijk werd de keuze tegen de vergoeding voor affectieschade reeds lange tijd bekritiseerd. Het zorgde er bijvoorbeeld voor dat ouders van een door een ongeval overleden kind niet naar de rechter konden stappen: ze konden geen psychisch letsel of inkomstenderving aantonen. Hun verdriet en leed werd met andere woorden niet erkend.

    Al in 2003 kwam de Minister van Justitie met een wetsvoorstel om hier verandering in te brengen. Onderzoek bevestigde de behoefte aan een vergoeding voor affectieschade, maar toch werd het wetsvoorstel in de Eerste Kamer in 2010 verworpen. Een nieuw wetsvoorstel, hoewel in grote lijnen identiek aan dit eerste voorstel, zou later wel worden goedgekeurd. De belangrijkste kenmerken van de wettelijke regeling voor affectieschade, zoals deze sinds 2019 bestaat, zijn hieronder weergegeven.

    Wanneer is vergoeding van affectieschade mogelijk?

    Affectieschade is alleen mogelijk als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Er moet allereerst sprake zijn van overlijden of van ernstig en blijvend letsel. Niet elk letsel is dus voldoende. Bij ernstig en blijvend letsel gaat het om letsel dat het leven van het slachtoffer en de naasten ingrijpend en duurzaam verandert. Denk aan zeer ernstige hersenschade, een comateuze toestand, blijvende volledige afhankelijkheid van zorg, dwarslaesie of andere uitzonderlijk zware letselsituaties.

    Daarnaast moet een ander aansprakelijk zijn voor de gebeurtenis. Affectieschade wordt dus niet betaald enkel omdat iemand overlijdt of ernstig ziek wordt. Er moet een juridische grond zijn voor aansprakelijkheid, bijvoorbeeld een verkeersfout, medische fout, arbeidsongeval, geweldsmisdrijf of gebrekkig product.

    Tot slot moet de persoon die vergoeding vraagt tot de wettelijke kring van gerechtigden behoren. De wet werkt met een vaste lijst, om pijnlijke discussies over de intensiteit van verdriet zoveel mogelijk te voorkomen.

    Wie heeft recht op affectieschade?

    Niet iedereen die verdriet heeft, kan automatisch een affectieschadevergoeding claimen. De Wet Affectieschade noemt een vaste kring van personen die in aanmerking kunnen komen. Daarbij gaat het vooral om de meest nauwe gezins- en zorgrelaties. In aanmerking komen onder meer:

    • De niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot;

    • De geregistreerde partner;

    • De levensgezel die duurzaam met het slachtoffer samenwoonde;

    • Ouders;

    • Kinderen;

    • Degene die duurzaam in gezinsverband voor het slachtoffer zorgde;

    • Degene voor wie het slachtoffer duurzaam in gezinsverband zorgde;

    • In uitzonderlijke gevallen: iemand met een andere zeer nauwe persoonlijke relatie.

    Die laatste categorie wordt vaak de hardheidsclausule genoemd. Daarmee kan de rechter in uitzonderlijke gevallen toch affectieschade toekennen aan iemand die niet letterlijk in de vaste lijst staat. Denk aan een relatie die in de praktijk zo hecht was dat het onredelijk zou zijn om vergoeding te weigeren. Dit is geen gemakkelijke route. Gewone familiebanden, vriendschappen of broer-zusrelaties geven op dit moment niet automatisch recht op affectieschade.

    Er wordt wel gewerkt aan uitbreiding van de wettelijke regeling naar broers en zussen, nadat de Hoge Raad eerder de deur op een kier zette voor affectieschadevergoedingen bij (uitzonderlijke) broer-zusrelaties. Zolang de wettelijke uitbreiding evenwel niet in werking is getreden, moeten broers en zussen in beginsel terugvallen op de hardheidsclausule. Dat lukt op dit moment alleen in bijzondere situaties.

    Vergoeding voor affectieschade

    De bedragen voor affectieschade zijn wettelijk vastgelegd. De rechter mag dus niet vrij bepalen welk bedrag passend is. Dat is bewust zo geregeld. Op die manier hoeven nabestaanden en naasten niet te procederen over de vraag hoeveel hun verdriet “waard” is, wat gegarandeerd tot pijnlijke discussies zou leiden over hoe goed een huwelijk nog was, hoe goed de band tussen vader en kind al dan niet was enzovoort. De bedragen liggen tussen € 12.500 en € 20.000. De hoogte hangt af van drie factoren:

    1. De relatie tussen de naaste en het slachtoffer;

    2. De vraag of het gaat om ernstig en blijvend letsel of overlijden;

    3. De vraag of het letsel of overlijden is veroorzaakt door een misdrijf.

    Bij partners, ouders, minderjarige kinderen, thuiswonende meerderjarige kinderen en duurzame zorgrelaties liggen de bedragen meestal hoger dan bij uitwonende meerderjarige kinderen of overige nauwe persoonlijke relaties. Bij overlijden liggen de bedragen hoger dan bij ernstig en blijvend letsel. Als het letsel of overlijden door een misdrijf is veroorzaakt, geldt eveneens een hoger bedrag.

    Wie betaalt de vergoeding van affectieschade?

    De vergoeding wordt betaald door degene die aansprakelijk is voor het ongeval, de fout of het misdrijf. In de praktijk betaalt vaak de aansprakelijkheidsverzekeraar. Denk aan de WA-verzekeraar bij een verkeersongeval, de aansprakelijkheidsverzekeraar van een werkgever of de verzekeraar van een zorginstelling.

    Als de schade is veroorzaakt door een misdrijf, kan affectieschade ook in het strafproces worden gevorderd via de benadeelde partij. De strafrechter kan dan tegelijk met de strafzaak beslissen over de schadevergoeding. In sommige gevallen kan ook de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd, waardoor de Staat helpt bij de inning van het bedrag bij de dader.

    De vergoeding kan lager uitvallen wanneer sprake is van eigen schuld van het slachtoffer. Bijvoorbeeld wanneer het slachtoffer zelf in belangrijke mate heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval. Dan kan de affectieschadevergoeding in dezelfde verhouding worden verminderd.

    Vergoeding voor shockschade nabestaanden

    Shockschade, ook wel schokschade genoemd, is schade door eigen psychisch letsel. Het gaat niet om verdriet alleen, maar om geestelijk letsel dat ontstaat door een schokkende confrontatie met een ongeval, misdrijf of de directe ernstige gevolgen daarvan. Denk aan een ouder die ziet dat zijn kind wordt aangereden, een partner die direct na een ernstig ongeval wordt geconfronteerd met het lichaam van zijn geliefde, of een naaste die door de gruwelijke gevolgen van een misdrijf een trauma ontwikkelt.

    Shockschade is dus persoonlijke schade van degene die de schok ervaart. Die persoon wordt ook wel het secundaire slachtoffer genoemd. Het primaire slachtoffer is degene die overlijdt of lichamelijk letsel oploopt. Het secundaire slachtoffer lijdt zelf psychische schade door wat hij heeft gezien, gehoord of meegemaakt.

    Voorgeschiedenis en Taxibus-arrest

    Tot 2002 was het niet mogelijk om een vergoeding te krijgen voor psychische schade. Wel kon men reeds lange tijd een vergoeding krijgen voor andere vormen van schade, zoals gederfde inkomsten of begrafeniskosten. Hierop bestond kritiek: er was te weinig aandacht voor de naasten en het systeem ging er te veel van uit dat de aansprakelijke persoon alleen onrechtmatig handelt ten opzichte van de overledene. Een oplossing werd gevonden in de redenering dat de aansprakelijke partij niet alleen onrechtmatig handelt jegens het primaire slachtoffer, maar ook tegen een secundair slachtoffer: de naaste verwant.

    De zaak Taxibus, een beslissing van de Hoge Raad, is hierbij toonaangevend. In deze zaak werd een kind op een woonerf aangereden door een taxibus. De moeder van het kind zag het ongeluk gebeuren, werd geconfronteerd met het ernstig verminkte lichaam van haar kind en leed hierdoor ernstig psychisch letsel. De Hoge Raad besliste dat zij in aanmerking kwam voor een schadevergoeding, omdat de taxibus ook jegens de moeder onrechtmatig had gehandeld, daar zij het ongeval of de onmiddellijke afloop heeft zien gebeuren. Deze link tussen de moeder en het ongeval of de afloop ervan is cruciaal om in aanmerking te komen voor een schadevergoeding voor shockschade. De Hoge Raad stelde daarnaast nog drie andere vereisten voor shockschade. Deze zijn hieronder weergegeven. Door de strenge eisen die worden gesteld, wordt een vordering voor shockschade slechts zelden toegewezen.

    Criteria voor vergoeding shockschade

    In de praktijk zijn er vier voorwaarden waaraan voldaan moet zijn opdat iemand een vergoeding voor shockschade kan krijgen:

    (1)    De aansprakelijke persoon schendt een verkeers- of veiligheidsnorm. Dit is breed te interpreteren, het gaat bijvoorbeeld ook om de regels met betrekking tot medische behandelingen, veiligheidsnormen op het werk enzovoort

    (2)    De derde wordt geconfronteerd met de omstandigheden waaronder het ongeval heeft plaatsgevonden. Er dient met andere woorden sprake te zijn van een rechtstreekse confrontatie met het ongeval.

    (3)    De derde lijdt hierdoor geestelijk letsel. Het gaat om een in de psychiatrie erkend ziektebeeld.

    (4)    De derde heeft een affectieve relatie met het primaire slachtoffer.

    Wanneer aan deze vier eisen is voldaan, heeft de veroorzaker van het ongeval juridisch onrechtmatig gehandeld jegens de derde en komt de derde in aanmerking voor een vergoeding voor shockschade. Als aan deze eisen is voldaan, komen zowel de materiële als immateriële schade ten gevolge van de shockschade in aanmerking voor vergoeding, conform de algemene regels die betrekking hebben op schadevergoedingen.

    Shockschade wordt in ieder geval niet snel aangenomen. Verdriet, boosheid, angst en ontreddering na een ernstig ongeval zijn menselijk en begrijpelijk, maar juridisch niet altijd voldoende. Er moet sprake zijn van ernstig psychisch letsel dat voldoende objectiveerbaar is. In de praktijk is medische of psychologische onderbouwing daarom belangrijk. De Hoge Raad heeft de beoordeling van shockschade in latere rechtspraak verfijnd. Bij de beoordeling spelen volgens de rechtspraak vooral de volgende gezichtspunten een rol:

    • De aard, ernst en verwijtbaarheid van de fout of het misdrijf;

    • De wijze waarop de naaste met het ongeval of de gevolgen daarvan is geconfronteerd;

    • De nabijheid en intensiteit van die confrontatie;

    • De relatie tussen het primaire slachtoffer en degene die shockschade claimt;

    • De aard, duur en ernst van het psychisch letsel;

    • De medische onderbouwing van dat letsel.

    Hoe ernstiger de normschending, hoe directer de confrontatie en hoe nauwer de relatie met het slachtoffer, des te eerder shockschade voor vergoeding in aanmerking kan komen. Een opzettelijk geweldsmisdrijf ligt bijvoorbeeld anders dan een ongelukkige verkeersfout. Een ouder die kort na het ongeval zijn kind aantreft, staat anders dan iemand die het nieuws later via anderen hoort.

    Rechtstreekse confrontatie met het ongeval of de gevolgen

    Bij shockschade is de confrontatie belangrijk. Die confrontatie kan bestaan uit het zien gebeuren van het ongeval zelf. Maar ook een directe confrontatie met de onmiddellijke ernstige gevolgen kan voldoende zijn. Denk aan het aantreffen of identificeren van een ernstig verminkt lichaam of het kort na het ongeval zien van de zeer ernstige verwondingen.

    Niet elke latere kennisname is voldoende. Alleen horen dat een naaste is overleden, hoe ingrijpend ook, is meestal onvoldoende voor shockschade. Ook verdriet door langdurige zorg voor een ernstig gewond familielid valt niet zonder meer onder shockschade. Er moet een specifieke schokkende confrontatie zijn die het geestelijk letsel veroorzaakt. Dat betekent evenwel niet dat de betrokkene altijd letterlijk aanwezig moet zijn geweest bij het ongeval zelf. De confrontatie kan ook kort daarna plaatsvinden. Wel wordt gekeken naar de directheid, intensiteit en onverwachtheid van de confrontatie.

    Psychisch letsel moet worden aangetoond

    Voor shockschade is psychisch letsel nodig. Het gaat om meer dan normaal verdriet of normale rouw. Denk aan PTSS, ernstige angstklachten, depressieve klachten of andere geestelijke schade die door een deskundige kan worden vastgesteld. Het psychisch letsel moet ook voldoende ernstig zijn. Tevens moet aannemelijk zijn dat het letsel is veroorzaakt door de schokkende confrontatie. Een medisch dossier, rapport van een psycholoog of psychiater, behandelverslagen en informatie over klachten en beperkingen kunnen daarbij belangrijk zijn. Bij shockschade kunnen zowel materiële als immateriële schadeposten worden vergoed. Materiële schade kan bijvoorbeeld bestaan uit behandelkosten, verlies van inkomen, reiskosten of kosten voor hulp. Immateriële schade bestaat uit smartengeld voor de psychische aantasting zelf.

    Samenloop van shockschade en affectieschade

    Affectieschade en shockschade kunnen naast elkaar bestaan. Dat is logisch, omdat het om verschillende schadeposten gaat. Een moeder kan affectieschade lijden omdat haar kind overlijdt en daarnaast shockschade doordat zij wordt geconfronteerd met de gruwelijke gevolgen van het ongeval. In dat geval gaat het ene om verdriet en erkenning, en het andere om haar eigen psychisch letsel.

    De schadevergoedingen worden dan apart beoordeeld. De affectieschade wordt vastgesteld aan de hand van de wettelijke bedragen. De shockschade wordt concreet vastgesteld op basis van de medische klachten en de gevolgen daarvan. Daarbij kan zowel smartengeld als materiële schade worden gevorderd.

    Wel moet dubbele vergoeding worden voorkomen. Dezelfde schade mag niet twee keer worden vergoed onder een andere naam. Daarom moet duidelijk worden omschreven welk deel van de claim ziet op affectieschade en welk deel op shockschade.

    Bewijs bij affectieschade en shockschade

    Doordat het om twee verschillende schadeposten gaat, moet ook het bewijs voor deze twee schadeposten afzonderlijk worden geleverd. Bij affectieschade moet vooral worden bewezen dat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Het gaat dan om de aansprakelijkheid voor de gebeurtenis, het overlijden of ernstig en blijvend letsel, en de relatie tussen de naaste en het slachtoffer. Bij partners, ouders en kinderen is dat meestal relatief eenvoudig vast te stellen. Bij een beroep op de hardheidsclausule is meer bewijs nodig over de feitelijke band.

    Bij shockschade is het bewijs ingewikkelder. De benadeelde moet aantonen wat hij heeft gezien of meegemaakt, waarom die confrontatie schokkend was, welk psychisch letsel daardoor is ontstaan en welke schade daaruit voortvloeit. Medische stukken zijn daarbij essentieel. Ook getuigenverklaringen, foto’s, politiedossiers, strafdossiers en verklaringen van hulpverleners kunnen belangrijk zijn.

    Veelgestelde vragen over affectieschade en shockschade

    Affectieschade en shockschade worden vaak door elkaar gehaald. Toch gaat het juridisch om twee verschillende schadeposten. Affectieschade ziet op het verdriet en leed van naasten bij overlijden of ernstig en blijvend letsel. Shockschade ziet op eigen psychisch letsel dat ontstaat door een schokkende confrontatie met een ongeval, misdrijf of de directe gevolgen daarvan. Hieronder beantwoorden we de belangrijkste vragen over het verschil, de voorwaarden en de hoogte van de vergoeding.

    Wat is affectieschade?

    Affectieschade is immateriële schade die een naaste lijdt doordat een dierbare overlijdt of ernstig en blijvend letsel oploopt. Het gaat om verdriet, pijn, gemis en verlies van levensvreugde. De vergoeding is vooral bedoeld als erkenning van dat leed.

    Wat is shockschade?

    Shockschade is schade door eigen psychisch letsel na een schokkende confrontatie met een ongeval, misdrijf of de directe ernstige gevolgen daarvan. Denk aan een ouder die ziet dat zijn kind wordt aangereden of een partner die kort na een ongeval wordt geconfronteerd met zeer ernstige verwondingen. Het gaat dus niet om verdriet alleen, maar om psychisch letsel bij degene die de schok ervaart.

    Is shockschade smartengeld?

    Shockschade kan smartengeld omvatten, maar is breder dan dat. Bij shockschade kan zowel immateriële schade als materiële schade worden vergoed.

    Hoe wordt shockschade begroot?

    Voor shockschade bestaan geen vaste bedragen. De rechter kijkt naar de ernst en duur van het psychisch letsel, de gevolgen voor werk, gezin en dagelijks leven, en vergelijkbare uitspraken over smartengeld. Materiële schade wordt concreet berekend, bijvoorbeeld aan de hand van behandelkosten, inkomensverlies of kosten voor hulp. De immateriële schade wordt naar billijkheid vastgesteld.

    Wanneer heb ik recht op shockschade?

    Shockschade wordt alleen vergoed als sprake is van ernstig en voldoende objectiveerbaar psychisch letsel door een schokkende confrontatie met het ongeval of de directe gevolgen daarvan. De rechter kijkt onder meer naar de ernst van de fout, de manier waarop iemand met het ongeval is geconfronteerd, de relatie met het slachtoffer en de medische onderbouwing van de klachten. Alleen verdriet, schrik of rouw is niet voldoende.

    Hoeveel is de affectieschade vergoeding?

    De bedragen zijn wettelijk vastgelegd en liggen tussen € 12.500 en € 20.000. De hoogte hangt af van de relatie met het slachtoffer, de vraag of sprake is van overlijden of ernstig en blijvend letsel, en of de schade is veroorzaakt door een misdrijf.

    Sinds wanneer krijg je affectieschade?

    In Nederland is affectieschade mogelijk sinds 1 januari 2019. De vergoeding geldt alleen voor gebeurtenissen die op of na die datum hebben plaatsgevonden. Voor oudere ongevallen bestaat in beginsel geen recht op affectieschade op basis van deze wettelijke regeling.

    Is affectieschade smartengeld?

    Ja, affectieschade wordt vaak omschreven als smartengeld voor naasten. Het verschil met gewoon smartengeld is dat niet het gewonde slachtoffer zelf, maar een naaste de vergoeding krijgt. De vergoeding is bovendien wettelijk vastgelegd en wordt niet vrij door de rechter begroot.

    Wat valt onder affectieschade?

    Onder affectieschade valt het persoonlijke leed van naasten door het overlijden of ernstig en blijvend letsel van een dierbare. Denk aan verdriet, gemis, machteloosheid en de ingrijpende verandering van het gezins- of familieleven. Medische kosten, uitvaartkosten, inkomensschade of zorgkosten vallen hier niet onder; dit zijn andere schadeposten.

    Is affectieschade immateriële schade?

    Ja. Affectieschade is een vorm van immateriële schade. Het gaat niet om financiële schade, maar om verdriet en leed dat niet rechtstreeks in geld is uit te drukken. Daarom werkt de wet met vaste bedragen.

    Is affectieschade hetzelfde als shockschade?

    Nee. Affectieschade is een vergoeding voor verdriet en leed van naasten bij overlijden of ernstig en blijvend letsel. Shockschade is dan weer een vergoeding voor eigen psychisch letsel door een schokkende confrontatie met het ongeval of de gevolgen daarvan.

    Moet ik psychisch letsel aantonen voor affectieschade?

    Nee. Bij affectieschade hoeft geen psychische diagnose te worden aangetoond. De wet werkt met vaste bedragen voor een vaste kring van naasten. Psychisch letsel is wel belangrijk wanneer daarnaast shockschade wordt gevorderd.

    Kan ik affectieschade krijgen als mijn broer of zus overlijdt?

    Op dit moment hebben broers en zussen niet automatisch recht op affectieschade. Zij kunnen alleen in uitzonderlijke gevallen een beroep doen op de hardheidsclausule. Er wordt wel gewerkt aan een wettelijke uitbreiding waardoor broers en zussen in de toekomst mogelijk standaard onder de regeling vallen.

    Kan ik shockschade krijgen als ik het ongeval niet heb gezien?

    Dat kan soms, maar niet altijd. Het is niet absoluut vereist dat iemand het ongeval zelf ziet gebeuren. Een directe en schokkende confrontatie met de ernstige gevolgen kort daarna kan ook voldoende zijn. Alleen het later horen van slecht nieuws is in principe onvoldoende.

    Hoeveel bedraagt shockschade?

    Voor shockschade bestaan geen vaste bedragen. De vergoeding hangt af van het psychisch letsel en de gevolgen daarvan. Naast smartengeld kunnen ook materiële schadeposten worden vergoed, zoals behandelkosten of verlies van inkomen.

    Kan affectieschade worden verlaagd door eigen schuld?

    Ja. Als het primaire slachtoffer zelf heeft bijgedragen aan het ontstaan van de schade, kan de vergoeding worden verminderd. Dat geldt ook voor de vergoeding van affectieschade.