In Nederland worden er 27 miljoen huisdieren gehouden. Dat zijn meer huisdieren dan Nederlanders. Vooral honden en katten zijn populair. Zo'n 2,9 miljoen huiskatten lopen er in Nederland rond. Zo'n grote dierenpopulatie is vaak vragen om problemen. Blaffende honden, stinkende katten en kraaiende hanen zijn een belangrijke bron van burenfrustraties.

Geluidsoverlast door dieren

Dieren in de tuin van de buren kunnen voor best wel wat kabaal zorgen. Het gaat dan bijvoorbeeld om blaffende honden, maar ook kraaiende hanen, giegagende ezels en koerende duiven kunnen voor geluidsoverlast zorgen. In principe moeten buren het een en ander van elkaar kunnen verdragen en is het nu eenmaal de mensen hun recht om (huis)dieren te houden, maar ze mogen het daarbij natuurlijk ook niet te bont maken. Of dieren geluidsoverlast veroorzaken, hangt af van diverse factoren. Wie bijvoorbeeld naast een boerderij woont, moet al wat meer dierengeluiden kunnen verdragen dan wie in een residentiële wijk woont.

Meer informatie over de beoordeling van geluidsoverlast →

Geluidsoverlast door een kraaiende haan

Kraaiende hanen kunnen voor veel overlast zorgen, zeker wanneer ze op vroege ochtenduren aan hun gekraai beginnen. Daarom mag er van de eigenaar worden verwacht dat hij zijn haan tot ‘s ochtends in een nachthok laat vertoeven.

Voor een voorbeeld van zo'n zaak verwijzen we naar een uitspraak van 30 maart 2016 door rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2016:1810). Bij deze zaak was er gedoe om geluidsoverlast door een krielhaan. Volgens de eiser zou deze haan een meer krijsend geluid maken dan andere hanen en zou de haan ook vaker en harder kraaien.

Na een rapport bleek inderdaad dat de haan gemiddeld elke 1,9 minuten kraaide, terwijl dit bij een controlegroep om één keer per 21,4 minuten ging. Milieucontroleurs stelden niet vast dat de haan de toetswaarde van 70 dB(A), een bovengrens die door de gemeente is vastgesteld, overschreed. Daarnaast had de eigenaar al een aantal maatregelen getroffen om de overlast te beperken. De haan ging bijvoorbeeld vanaf zonsondergang tot 08.00 uur op hok, het nachthok werd aangepast zodat er geen daglicht naar binnen kon schijnen en het nachthok werd geluidsisolerend gemaakt. Volgens de rechter was dit voldoende redelijk en hij wees de vordering dan ook van de hand.

Geluidsoverlast door blaffende honden

In een andere zaak die voor de rechtbank ‘s-Gravenhage verscheen (ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9881) ging het om een verhuurder die de huurovereenkomst wilde laten ontbinden omdat de hond van de huurder voor geluidsoverlast zorgde. Bij deze zaak werden verschillende getuigen gehoord, waaronder ook een wijkagent.

De getuigen hadden het allemaal over geluidsoverlast door het blaffen van de hond. De wijkagent had ook geconstateerd dat de huurder de hond opjutte en om half zeven hard liet blaffen voor de deur van de buren. Ook een andere buur getuigde dat hij ‘s avonds om half twaalf zijn hond naar buiten liet en hem opjutte door “luid, luid, luid” te roepen, om daarna de hond weer naar binnen te sturen en luidkeels “hou je kop” te tieren. De kantonrechter besliste uiteindelijk om de huurovereenkomst te ontbinden. De man kon een nieuwe woonplaats zoeken.

Stankoverlast door dieren

Dieren kunnen niet alleen voor geluidsoverlast zorgen, maar ook vervelende geurtjes achterlaten. Een voortdurende geur van mest of een ammoniakgeur door vele katten is dan ook allesbehalve plezierig. Ook in deze gevallen geldt dat buren het een en ander van elkaar moeten kunnen verdragen. Als de buurman even een stal uitmest, kan dat nu eenmaal eens voor onaangename geurtjes zorgen. En ook hier spelen andere factoren mee. In een residentiële woonwijk verwachten we per slot van rekening niet dat er ineens tien varkens in de buren hun tuin staan te wroeten. Daarom zal de rechter geval per geval moeten oordelen of er sprake is van stankoverlast. De rechter kan vervolgens beslissen dat de dieren moeten verdwijnen of dat de eigenaar maatregelen moet treffen om de stankoverlast te beperken.

Meer informatie over de beoordeling van stankoverlast →

Stankoverlast door katten

Eigenaars laten katten vaak buiten vertoeven, waar ze ook hun behoefte doen. Dit doen ze bijvoorbeeld in de tuin van de buren en dit kan voor stankoverlast zorgen. Dit was ook het geval in een zaak die voor de rechtbank Leeuwarden verscheen (ECLI:NL:RBLEE:2010:BM5481).

In deze zaak ondervinden buren al jaren stankoverlast door de katten van een man. Deze man heeft achttien katten in huis die via een kattenluik vrijelijk in de tuin kunnen rondlopen. Deze katten zijn niet allemaal gesteriliseerd en gecastreerd en regelmatig komen er nestjes van. De tuin is wel afgezet met schrikdraad, maar de buren hebben het over een ongelofelijke stank die uit de tuin komt. Tijdens een gezamenlijke burenbijeenkomst omschreven ze deze geur als de geur van “kattenpis en stront”. Op dezelfde bijeenkomst gaf de man toe dat er een probleem is. “De katten hebben de macht overgenomen”, zou hij daar verklaard hebben. Hij gaf wel aan dat hij zelf de geur niet bemerkt en er geen last van heeft.

Tijdens het onderzoek bleek dat de geur in het huis, en al zeker in de tuin, van de buren doordringend was. Bij een bezoek aan de kattenbezitter werd de penetrante geur van kattenurine beschreven. Deze geur verspreidde zich ook naar de tuin en zorgde zo voor overlast voor de buren. Verder werd wel geconcludeerd dat de man goed voor zijn katten zorgt en ze er ook allemaal verzorgd en gezond uitzagen. Ook bleek dat de man de twee aanwezige kattenbakken nog maar net had schoongemaakt, maar ze door de grote hoeveelheid katten ook al meteen zichtbaar waren vervuild.

De rechtbank oordeelde uiteindelijk dat er sprake was van onrechtmatige hinder. Het gaf aan dat de tuin niet op zichzelf voor de stankoverlast zorgde, maar de geur die uit de woning van de man kwam. Daarom achtte de rechter het niet nodig om de tuin op te laten ruimen. De rechter oordeelde dat de geuroverlast automatisch zou ophouden als het aantal katten zou worden teruggedrongen. Daarom besliste het dat de man zijn kattenpopulatie binnen vier maanden van achttien katten naar drie katten diende terug te brengen. Ook in de toekomst mag de man nooit meer dan drie katten in de woning houden. Daarnaast werd hij verplicht om de resterende katten te laten steriliseren of castreren.

Stankoverlast door honden

In een andere zaak (ECLI:NL:RBDOR:2012:BW0477) werd een soortgelijke beslissing genomen. Toen was de stank afkomstig van drie honden die in een appartement werden gehouden. Er waren eerder al soortgelijke problemen geweest met de buurvrouw en toen werd samen met haar beslist dat het aantal honden van vier naar één zou terug worden gebracht. De stankoverlast was toen verdwenen, maar niet veel later nam ze de honden opnieuw in huis. Een klusjesman die werken in haar appartement had uitgevoerd, verklaarde dat het dakterras volledig bevuild was met hondenuitwerpselen en had het over een overweldigende hondenlucht. De buurvrouw bleef de problematiek ontkennen. De rechter oordeelde uiteindelijk dat de buurvrouw de twee grote honden moet verwijderen en ze ook in de toekomst niet in huis mocht halen. De kleinste hond mocht ze houden.

Andere burenconflicten waarbij dieren betrokken zijn

Ten slotte zijn er nog talloze andere zaken te bedenken waarbij dieren de basis vormen voor ruzies en discussies. Alle situaties bespreken is wellicht onbegonnen werk, maar enkele veelvoorkomende problemen en frustraties zijn hieronder wel van een woordje uitleg voorzien.

Katten komen in andermans tuin

Buren zijn ertoe gehouden bij te dragen aan het afscheiden van percelen, maar daar geven katten in principe weinig om. Ze komen ook in andermans tuin en kunnen daar schade aanrichten in de met liefde aangelegde bloementuin of uitwerpselen achterlaten op pakweg een stoel. Iets wat alvast belangrijk is om te weten: de kat maakt geen fout, maar volgt gewoon zijn aard. Laat daarom de kat niet het slachtoffer zijn en ga het beestje niet vergiftigen of mishandelen.

In de praktijk is het moeilijk om tegen dit soort overlast actie tegen te ondernemen, behalve in uitzonderlijke gevallen waar er achttien katten samenhuizen en de overlast bovenmatig is. Beter is het om de situatie met de buren te bespreken en hen te vragen om bijvoorbeeld schrikdraad te plaatsen of de katten binnen te houden. Ook zijn er een aantal mogelijkheden om zelf katten op een afstand te houden.

In de eerste plaats gaat het om het verwijderen van zaken die een hoge aantrekkingskracht hebben op katten. Kattenmunt, wild kattenkruid en valeriaan trekken bijvoorbeeld katten aan. Vervang ze door planten waar katten een hekel aan hebben. Voorbeelden daarvan zijn wijnruit, citroenplanten en boerenwormkruid. Ook een tuin vol afrikaantjes werkt weinig uitnodigend voor katten en bovendien houden ze ook een aantal vervelende insecten op afstand.

Een ingrijpende maar diervriendelijke maatregel is de reigerschrik, waarbij er automatisch een straaltje water wordt gespoten wanneer er een kat in de buurt komt. Ook elektronische kattenverschrikkers die een vervelend geluid produceren worden vaak aanbevolen, maar zijn niet de ideale oplossing. Het risico is dat de katten uit de buurt worden gejaagd en ook niet meer naar huis terug willen keren.

Daarnaast zou ook leeuwenmest heel efficiënt zijn in het afschrikken van katten. De geur van zo'n grote kat zou de verwende huiskatten van de buren op afstand houden. Houd er wel rekening mee dat leeuwenmest ongelofelijk hard stinkt. Hoe dan ook is het bewezen effectief. In Israël wordt het bijvoorbeeld gebruikt om dieren weg te houden van elektronische alarmsensoren op de grensgebieden.

Ten slotte kan men ook de bodembedekking aanpassen. Katten vinden het niet fijn om over beukensnippers, ruwe schors en cacaodoppen te lopen. Dan gaan ze liever in het lekker zachte gras van andere buren wandelen.

Dieren die schade aanrichten

Dieren kunnen op verschillende manieren schade aanrichten. De hond van de buren kan bijvoorbeeld knagen in de erfafscheiding of bijten in kinderhandjes. Of denk maar aan een kat die z'n nagels in het vliegenraam zet. In zo'n gevallen is de eigenaar vrijwel altijd aansprakelijk, zelfs als hij in de verste verte te bekennen is. Toch zijn er ook een aantal uitzonderingen op deze regel. Denk bijvoorbeeld aan jongeren die knalvuurwerk gooien waardoor een hond helemaal over de rooie gaat en schade aanricht. Dan is het baasje niet zomaar aansprakelijk, maar de huftertjes uiteraard wel.

Meer informatie over de aansprakelijkheid voor huisdieren →

Hond bijt kat dood

Zoals eerder gesteld komen katten mogelijk in andermans tuinen. Daar doen ze in principe niks mis mee, tenzij ze schade zouden aanrichten. Soms komt een kat echter al eens in een verkeerde tuin terecht. Een tuin waar een viervoeter met een flink stel tanden hen opwacht. Het zou zeker niet de eerste kat zijn die wordt verscheurd. In zo'n geval is het eenvoudig: als een kat een hond zou aanvallen en schade veroorzaken, is het baasje van de kat aansprakelijk. Als de hond daarentegen de kat aanvalt, is het omgekeerde waar.

Ook in een zaak uit 2016 (ECLI:NL:GHAMS:2016:3194) had een hond, een American Staffordshire Terriër, een kat doodgebeten. De kat van de buren kwam op tuinbezoek bij de hond en werd er doodgebeten. Bij het Medisch Centrum voor Dieren in Amsterdam werd vastgesteld dat de hond een abces had, vermoedelijk door krab- en bijtwonden door de kat. De eigenaar van de hond stelde de eigenaar van de kat dan ook aansprakelijk, maar de aansprakelijkheidsverzekeraar wees de claim af. De verzekeraar stelde dat de hond van zo'n type is dat het de kat ineens kan doodbijten en dat het niet aannemelijk is dat de hond door de kat zou zijn gebeten tijdens dit voorval.

De kantonrechter oordeelde dat de eigenaar van de hond onvoldoende had aangetoond dat het abces ook het gevolg was van het gevecht met deze kat. Volgens de rechter was de kans reëel dat de hond, gelet op de reputatie die hij had, in een ander gevecht is gekrabd of gebeten. Het enige wat volgens de rechter wel vaststond is dat de hond de kat heeft doodgebeten. De rechter legde de dagwaarde van de kat vast op 150 euro en veroordeelde de hondeneigenaar tot de betaling van deze schadevergoeding.

De buren verwaarlozen hun dieren

Bij het verwaarlozen of mishandelen van dieren is het aangewezen om hier altijd melding van te maken. Knijp geen oogje dicht om de relatie met de buren niet te verzieken. Dierenleed kan worden gemeld bij het landelijke meldpunt 144. Ook bij twijfel is het aangeraden om hier contact mee op te nemen. Als ook de eigenaar problemen heeft en duidelijk niet in staat is om voor zichzelf en de dieren te zorgen, is het belangrijk dat ook de wijkagent op de hoogte wordt gebracht.

In ieder geval gaat het hier om een misdaad dat strafrechtelijk wordt opgevolgd. Dit gaat dus verder dan het gewone burenrecht. Toch hoeft het gezegd te worden dat dit vaak niet al te bijster streng wordt bestraft, maar op zijn minst worden de dieren toch weggehaald uit deze vernietigende omgeving.

Een zaak uit 2019 (ECLI:NL:RBLIM:2019:4269 ) bewijst het een en ander. In deze zaak hadden een zwakbegaafde moeder en dochter hun vele dieren verwaarloosd. Het ging daarbij om heel nare feiten en verschillende dieren zijn aan de verwaarlozing overleden. De rechter legde een voorwaardelijke taakstraf van 50 uur op, gaf aan dat zij elk nog maximaal twee dieren mochten houden en oordeelde dat alle andere dieren binnen een maand na het vonnis weg dienden te zijn.

In bovenstaande zaak hield de rechter er nog rekening mee dat men zwakbegaafd was en geen slechte bedoelingen had. In een andere zaak (ECLI:NL:RBGRO:2006:AV6869) was dit niet het geval. In deze zaak had een eigenaar van een heleboel paarden, pony's en honden zijn dieren verwaarloosd. Zij waren veel te mager en ondervoed en er werd hen geen enkele hulp verstrekt om hen opnieuw te versterken. De verslagen hadden het over onjuist voederen en het niet ontwormen van de dieren. Uiteindelijk werden er zes honden en zeventien paarden en pony's in beslag genomen.

De dierenarts die de dieren verder onderzocht, stelde vast dat ze opvallend mager waren en dat de bespiering sterk was afgenomen. Bij een aantal dieren was er sprake van een ernstige maag- of darmwormbesmetting en bij een van hen werd er een onbehandeld oedeem vastgesteld. Ter terechtzitting gaf de eigenaar geen blijk van schuldbesef, maar had hij het over een groot complot dat tegen hem werd gesmeed. Alle in beslag genomen dieren die ongezond bleken te zijn, werden daarop verbeurdverklaard. Een enkele hengst die niet ongezond bleek te zijn, moest terug worden gegeven. Daarnaast kreeg de eigenaar een geldboete van 500 euro opgelegd.

Veelgestelde vragen over dierenoverlast

  • Wanneer mag een hond blaffen?

In principe altijd, zolang hij daarmee maar geen onrechtmatige overlast veroorzaakt. Of dit al dan niet het geval is, behoort tot de beoordelingsbevoegdheid van de rechter. De rechter zal onder meer rekening houden met het aantal decibels dat de hond produceert, met de duur van het geblaf en met de momenten waarop de hond blaft.

  • Kan de politie een boete uitdelen voor blaffende honden?

Een hond die blaft is in principe niet strafbaar. Dit moet via het burenrecht worden afgehandeld. Wel zijn er een aantal gemeenten die zogenaamde blafboetes hebben ingesteld. Informeer bij de gemeente of dit al dan niet het geval is

  • Mag de politie een blaffende hond weghalen?

Als een blaffende hond moet worden weggehaald, legt de rechter deze verplichting veelal op aan het baasje. Het baasje krijgt dan enige tijd om een oplossing te vinden. Hierbij wordt enigszins rekening gehouden met de emotionele gevoeligheid: het baasje krijgt een kans om een geschikte nieuwe woonplaats te vinden, waar hij eventueel zijn hond nog eens kan zien. Toch zijn er ook gemeenten waar de politie de honden in beslag kan nemen bij geluidsoverlast, net zoals dat ook het geval is voor bijvoorbeeld muziekinstallaties. Deze mogelijkheid is dan opgenomen in de APV. In de praktijk haalt de politie echter niet zomaar meteen een hond weg, maar hebben ze ook interne protocollen. Ze zullen het bijvoorbeeld enkel doen na een aantal waarschuwingen.

  • Wat kan ik doen om de blaffende hond van de buren het zwijgen op te leggen?

Het beste is nog steeds dat het probleem bij de basis wordt aangepakt. Bespreek het daarom met de buren en vraag hen om actie te ondernemen. Ze kunnen bijvoorbeeld naar de hondenschool gaan en navragen hoe ze het blaffen kunnen afleren of ze kunnen hun hond niet meer zo vroeg op de ochtend uitlaten. Wanneer dit geen oplossing brengt, is buurtbemiddeling een mogelijkheid. De buren moeten daar dan wel aan willen meewerken. Daarnaast kan ook de politie worden ingeschakeld en, als er sprake is van verwaarlozing, de dierenpolitie. Ook de verhuurder of de vereniging van eigenaars aanspreken is een goed idee, want soms is het aan hen om actie te ondernemen. Als dit allemaal niet werkt, kan er ten slotte een beroep worden gedaan op een rechter.

Daarnaast zijn er ook zogenaamde anti-blafhuisjes op de markt. Deze anti-blafhuisjes zenden ultrasoon geluid uit wanneer honden blaffen. Honden vinden dit vervelend en zullen het blafgedrag stoppen. In de praktijk blijken deze middelen echter niet altijd even goed te werken. Honden die al voortdurend worden blootgesteld aan geluiden, bijvoorbeeld van elektriciteitscabines, zijn hier ongevoelig voor geworden.

  • Wat gebeurt er na een melding bij het landelijk meldpunt 144?

Op basis van het telefoongesprek en de doorgespeelde informatie worden de vervolgstappen vastgelegd. Mogelijk wordt de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming ingeschakeld, maar het is ook mogelijk dat de melding aan de politie of de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) wordt doorgespeeld.

  • Ik wil anoniem melding doen van dierenmishandeling. Kan dit?

Het is niet mogelijk om anoniem melding te doen bij het landelijk meldpunt 144. Het is wel mogelijk om anoniem dierenmishandeling te melden via de website Meld Misdaad Anoniem.