Bij veel van de burenproblemen is het eerste advies om het gesprek aan te knopen. Juridisch is dit soms ook gewoon een vereiste, bijvoorbeeld wanneer er een scheidsmuur moet worden opgetrokken. Veelal wordt daarbij uitgegaan van de redelijkheid, maar in de praktijk is dat niet altijd het geval. Ongewoon is het spijtig genoeg niet, buren die vijandig zijn, schelden, spugen, hun afval over de scheidsmuur gooien …

Van eenvoudig conflict tot intimidatie en strafrechtelijke inbreuken

Een burenruzie begint meestal bij een conflictfase waarbij er een meningsverschil ontstaat. Het kan dat de gemoederen dan oplopen wanneer het meningsverschil opnieuw ter sprake komt. Van intimidatie spreken we echter wanneer de buren echt actief beginnen met iemand, of alle buren, lastig te vallen. Vaak is er een overgang van een gewone burenkwestie waarover een civiele rechter moet oordelen naar strafbare feiten waartegen ook strafrechtelijk zou moeten worden opgetreden.

In de praktijk voelen veel buren zich echter miskend en wordt intimidatie nog te vaak afgedaan als een eenvoudige burenruzie, ook door gemeenten en zelfs door de politie. Een tekenend voorbeeld daarvan is de zaak tegen de narcistische Rudolf R. uit Leersum, in de pers ook wel het “monster van Leersum” genoemd. Daarbij begon het ooit met een conflict over een recht van overpad, maar het mondde uit in het jarenlang terroriseren van de buren. De pesterijen en intimidaties gingen zelfs zo ver dat er zeven keer een auto werd vernield, buitenlampen tientallen keren werden kapotgeslagen, tuinstoelen keer op keer met uitwerpselen waren besmeurd en dat de buurman in buren hun woning binnendrong.

De feiten begonnen in 2000, maar de buren hebben een jarenlange strijd moeten voeren om hem te stoppen. Bij de lokale autoriteiten kregen ze vaak geen gehoor en werd de zaak als een eenvoudige burenruzie afgedaan. Uiteindelijk trokken ze naar de rechter. In 2007 en 2010 kreeg Rudolf R. een voorwaardelijke straf. De terreur hield echter niet op. In 2016 werd Rudolf R. een dwangsom van 300.000 euro opgelegd om de terreur definitief te doen stoppen. Nooit eerder werd zo'n hoge dwangsom opgelegd, maar Rudolf R. betaalde de dwangsom en deed gewoon verder.

In 2017 werd uiteindelijk een contactverbod opgelegd, moest Rudolf R. drie maanden de cel in en zou dit worden aangevuld met twee weken cel per nieuwe overtreding. In 2019, na het nodige procederen, floot het gerechtshof de rechtbank echter terug en werd de straf omgezet naar een voorwaardelijke gevangenisstraf. Rudolf R. is altijd blijven beweren dat het voor de buren louter een verdienmodel was door hem uit zijn tent te lokken en vervolgens schadevergoedingen te claimen.

Belang van een goed dossier

De zaak van het monster van Leersum toont in ieder geval aan hoe moeilijk het is om van het predicaat van burenruzie af te geraken. Daar hadden de buren heel wat harde bewijzen voor nodig. Zo hadden de buren bijvoorbeeld nachtcamera's geplaatst waarmee aangetoond werd hoe Rudolf R. ‘s nachts stiekem autobanden lek prikt. Er moet echt worden aangetoond dat de intimidatie zo ver strekt dat het een ernstige inbreuk vormt op de persoonlijke levenssfeer.

Een belangrijk element daarbij is alvast het bijhouden van een dagboek waarin wordt genoteerd wanneer de hinder plaatsvindt en waaruit het bestaat. In januari 2018 deed de Rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2018:318 ) nog een uitspraak in een zaak waarin zo'n dagboek werd bijgehouden. In een periode van drie jaar werden daarin net geen 300 incidenten beschreven die varieerden van geluidsoverlast tot het imiteren van kinderen, spugen, gooien met vloeistoffen, het besmeuren van auto's met etensresten enzovoort. Uiteindelijk werd de buurman een verbod opgelegd om hen nog te hinderen, afgedwongen met een schadevergoeding van 500 euro per inbreuk.

In de praktijk zal een dagboek alleen niet volstaan en zijn er ook objectieve gegevens nodig die zoveel mogelijk van de beschreven hinder staven. Foto's, filmpjes en geluidsfragmenten die aan de in het logboek beschreven hinder gelinkt kunnen worden, zijn een meerwaarde. Ook in de zaak tegen het monster van Leersum speelden deze elementen een belangrijke rol.

Hoe dan ook zal het niet altijd mogelijk zijn om alles op beeld vast te leggen, maar ook dan zijn er een aantal dingen die men kan doen om het dossier te staven. Getuigenverklaringen van bijvoorbeeld buurtgenoten of de postbode zijn een meerwaarde. Daarnaast is het belangrijk om consequent aangifte te blijven doen van elk strafbaar feit en daarbij blijvend aan te geven dat het niet louter om een burenruzie gaat. Des te er meer zo'n vaststellingen worden gedaan, des te eenvoudiger de instanties tot dit inzicht zullen komen. Bovendien is het ook belangrijk om de buurman blijvend schriftelijk te verzoeken om dit gedrag te stoppen. Ook deze correspondentie, zeker als het een en ander niet wordt betwist, kan later in het voordeel van de slachtoffers worden gebruikt.

Intimidatie en pesterijen doen stoppen

De strafrechtelijke weg kan een efficiënte manier zijn om de pesterijen te doen stoppen. Boetes en (voorwaardelijke) celstraffen kunnen de buren ervan overtuigen dat ze hun gedrag maar beter aanpassen.

Wanneer strafrechtelijke inbreuken niet (voldoende) kunnen worden aangetoond, kan een rechter ingrijpen met boetes, celstraffen en dwangsommen. Het hoofddoel daarbij is natuurlijk de inbreuken te stoppen en de begane inbreuken te bestraffen. Daarnaast zijn er ook altijd civielrechtelijke opties, zelfs wanneer het zou gaan om “onschuldige” pesterijen.

De rechter kan dan niet alleen een verbod uitspreken om deze hinder te stoppen, maar kan ook een schadevergoeding opleggen. Deze schadevergoeding bestaat dan uit onder meer smartengeld of een vergoeding voor het gederfde woongenot, maar ook bij verminderde arbeidsvoldoening bij thuiswerk, een aangetaste mentale gezondheid, kosten die noodzakelijk waren om de strafrechtelijke inbreuken vast te stellen en dergelijke meer is een vergoeding mogelijk. Denk bij de noodzakelijke kosten bijvoorbeeld aan de aanschaf van camera's of de kosten voor de vele brieven waarbij werd opgeroepen om de inbreuken te stoppen.

Wanneer de tegenpartij een huurder is, kan het soms ook interessant zijn om zijn verhuurder aan te spreken. Mogelijk kan de verhuurder vrij eenvoudig de huurovereenkomst beëindigen. Daarnaast kan de verhuurder ook via een civielrechtelijke procedure worden gedwongen om de huurovereenkomst met de intimiderende buurman te laten ontbinden.

Meer informatie over het huurrecht in Nederland →

Geval per geval zal moeten worden nagegaan wat de interessantste piste is. De advocaat is daarbij de beste vriend. Wanneer men een rechtsbijstandverzekering heeft, kan de rechtsbijstandverzekeraar mee helpen bepalen welke juridische weg kan worden bewandeld. Daarnaast wordt er ook in juridische bijstand voorzien.

Veelgestelde vragen bij pesterijen en intimidatie door buren

  • Mijn buren pesten mij. Kan de woningcorporatie iets voor mij doen?

Een woningcorporatie heeft een maatschappelijke taak en in de Handreiking Gedragsaanwijzing van het CCV staan dan ook een aantal richtlijnen die de woningcorporatie moeten helpen om steun te bieden. De focus gaat in de eerste plaats naar het aanknopen van het gesprek en het nagaan of mediation een oplossing is, maar bovendien kan een woningcorporatie ook actief bijdragen aan de dossiervorming en kan het ook verdere stappen zetten. In de praktijk is het voor een woningcorporatie echter moeilijk om het onderscheid te maken tussen eenvoudige burenruzies en pesterijen, aangezien ze niet zelf de problematiek ervaren en het vaak met de tegenstrijdige verklaringen van de betrokken partijen moeten doen. Vaak zijn medewerkers ook niet geschoold in de pestproblematiek en worden meldingen geïsoleerd bekeken. In ieder geval blijft het belangrijk om blijvend melding te doen en ook zelf bij te dragen aan eventuele bemiddelingspogingen.

  • Wanneer is het tijd om de politie in te schakelen?

Bij een eenvoudige burenruzie is het niet altijd nodig om meteen de politie in te schakelen. Het is dan altijd beter om eerst met elkaar te proberen praten en buurtbemiddeling te overwegen. Wanneer er echter strafbare feiten worden gepleegd, zoals de vernieling van eigendom, is het wel wenselijk om de politie in te schakelen.

  • Wat doet de ASO-wet tegen intimidatie door buren?

De ASO-wet heeft burgemeesters meer mogelijkheden gegeven om gedragsveranderingen af te dwingen. Zo kan de gemeente een officiële waarschuwing uitdelen, boetes opleggen of zelfs de uithuisplaatsing bevelen. In eerste instantie moet echter altijd op bemiddeling worden ingezet. Dit kan een interessant middel zijn, maar gemeenten lopen hierbij tegen dezelfde problematiek aan als woningcorporaties. Ook voor hen is het vaak moeilijk om het onderscheid te maken tussen geïsoleerde gevallen en aanhoudende pesterijen. Bovendien vinden gemeenten, net zoals rechters, sancties zoals uithuisplaatsing ook heel verregaand omdat het de voorbode kan zijn voor een nog zwaardere problematiek.

  • Ik wil dat de buren stoppen met de intimidatie. Welke vordering kan ik instellen bij de civiele rechter?

Er zijn verschillende procedures die kunnen worden gevolgd. Wanneer de intimidaties heel ver gaan en snel moeten worden beëindigd, is een spoedprocedure bij de civiele rechter wenselijk. Voor een definitief oordeel is de uitgebreide procedure te volgen. In beide gevallen kan er ook een schadevergoeding worden gevorderd.