Elk jaar wordt er ongeveer 65.000 keer ingebroken in Nederland. Dat zijn zo'n 178 inbraken per dag. Bij een inbraak worden er niet alleen spullen gestolen, maar bovendien treedt er ook schade op aan deuren, ramen enzovoort. Bewoners kunnen bovendien psychische schade oplopen. Wie moet daarvoor opdraaien en hoe wordt de inbreker daarvoor gestraft? De belangrijkste aspecten zijn hieronder weergegeven.

Straffen bij inbraak

De strafbaarheidstelling van diefstal is door artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht vastgelegd op een gevangenisstraf van maximaal vier jaar of een geldboete van de vierde categorie. Hierbij gaat het om de eenvoudige diefstallen, zoals een winkeldiefstal of zakkenrollerij. Inbraak wordt hier niet onder begrepen.

Bij inbraak spreken we van een gekwalificeerde diefstal en dat wordt geregeld in artikel 310 WvSr. Dat wil zeggen dat de wetgever zoiets ernstiger vindt en zwaarder bestraft. Hier bedraagt de straf maximaal een gevangenisstraf van 6 jaar of een geldboete van de vierde categorie. Naast inbraak vallen ook een aantal andere vormen van diefstal hieronder, zoals insluiping en inklimming. Deze straffen kunnen bovendien nog verder worden opgetrokken. Hieronder een overzicht.

Type inbraakWettelijke bepalingStrafmaat
InbraakArt. 311, lid 1, 5° WvSrGevangenisstraf van max. 6 jaar of een geldboete van de 4de categorie
Inbraak maar dan ‘s nachts en in een woningArt. 311, lid 2 WvSrGevangenisstraf van max. 9 jaar of geldboete van de 5de categorie
Inbraak met geweld of bedreiging met geweld tegen personen (incl. geweld bij het vluchten)Art. 312, lid 2, 3° WvSrGevangenisstraf van max. 12 jaar of geldboete van de 5de categorie
Inbraak met geweld of bedreiging met geweld tegen personen (incl. geweld bij het vluchten), met de dood tot gevolgArt. 312, lid 3 WvSrGevangenisstraf van max. 15 jaar of geldboete van de 5de categorie

Bestraffing van inbraak in de praktijk

De strafmaat is telkens met een bovengrens vastgelegd en verder krijgt de rechter vrij veel vrijheid. Om de strafmaat toch enigszins te objectiveren werken rechters daarom met LOVS-oriëntatiepunten (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht). Deze LOVS-oriëntatiepunten vertalen hoe de rechtspraak de straftoemeting regelt en helpen de rechter na te denken over de op te leggen straf. Voor de rechter zijn ze dus zeker niet bindend. Hieronder een overzicht.

OmschrijvingOriëntatiepuntRecidiveVeelvuldige recidive
Inbraak bedrijfspand, school of kantine120 uur taakstraf10 weken gevangenisstraf4 maanden gevangenisstraf
Inbraak woning3 maanden gevangenisstraf5 maanden gevangenisstraf7 maanden gevangenisstraf
Ramkraak9 maanden gevangenisstraf12 maanden gevangenisstraf 
Strafvermeerderende en -verminderende factoren: – Er waren wel/geen personen aanwezig
– Wel/geen confrontatie met aanwezigen
– Sprake van een kwetsbare situatie (bv. inbraak in een bejaardencentrum)
– Al dan niet sprake van een samenwerkingsverband

Aansprakelijkheid bij inbraak

Een inbreker is natuurlijk aansprakelijk voor de schade die hij aanricht. Hij moet dan niet alleen de werkelijke (dag)waarde van de gestolen goederen vergoeden, maar ook de schade die hij tijdens de inbraak heeft aangericht. Zelfs psychische schade, zoals angst van de bewoners, komt in aanmerking voor de vergoeding. Eigenlijk is het eenvoudig: de inbreker moet de schade voor 100% vergoeden. Ook wanneer er tijdens de inbraak bijvoorbeeld een hond ontsnapt en deze later sterft, is de inbreker hiervoor aansprakelijk. Wanneer het slachtoffer een inboedelverzekering heeft, zal de inboedelverzekeraar de bewoners een vergoeding toekennen. Wanneer de inbreker later wordt gepakt, kan de inboedelverzekeraar de inbreker aanspreken voor het uitgekeerde bedrag. Eventuele niet vergoede schade, bijvoorbeeld door een eigen risico of door maximale uitkeringsbedragen, kunnen de bewoners eveneens bij de inbreker claimen. Wel geeft dat nog geen vrijgeleide om zomaar de gevolgschade te laten oplopen.

Voor een voorbeeld hiervan verwijzen we naar een uitspraak van Rechtbank Dordrecht (ECLI:NL:RBDOR:2011:BU7320). Toen had een inbreker in een confectiewinkel 9.451,50 euro buitgemaakt. Daarnaast was er sprake van schade aan de paspoppen, vernieling van de camera, werden er kosten gemaakt om de camerabeelden langdurig veilig te stellen en werden er twaalf sloten vervangen. De rechter ging ermee akkoord dat deze kosten voor rekening van de inbreker waren. Daarop werd ook een rente toegepast. De rechter ging echter niet akkoord met een vordering van 3.893,90 euro kosten die werden gemaakt voor de opsporing door een privé-recherchebureau. Dit had nochtans in belangrijke mate bijgedragen aan het vinden van de dader, maar volgens de rechter stond het niet vast dat het politieonderzoek de dader zonder deze onderzoeksresultaten niet zou hebben gevonden. Daarom vond de rechter deze kosten niet redelijk en werd de claim afgewezen.

Aansprakelijkheid van derden

Inbrekers worden echter niet altijd opgespoord. Dat wil nog niet zeggen dat de bewoners niemand aansprakelijk kunnen stellen. Wanneer ook iemand anders een fout heeft gemaakt, kan deze mogelijk worden aangesproken. Ze moeten dan wel een fout hebben gemaakt en die moet hen kunnen worden aangerekend. Er moet bovendien een causaal verband zijn tussen die fout en de inbraakschade. Dat is niet zo eenvoudig aan te tonen.

Zo was er in 2013 bijvoorbeeld een zaak voor Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ0499) waarbij een inbreker zich via een raam toegang had verschaft tot een woning. Dit raam werd geplaatst door een aannemer en hoorde weerstandsklasse 2 voor inbraakwerendheid te hebben. Dat bleek niet het geval te zijn. De eigenaar stelde de aannemer aansprakelijk voor de inbraakschade. De rechter concludeerde echter dat er geen sprake was van een causaal verband tussen deze fout en de inbraakschade. De eigenaar was op dat moment op reis en er waren nog andere toegangspunten tot de woning. Had het raam wel de benodigde weerstandsklasse 2 gehad, dan had de inbreker hoogstwaarschijnlijk op een andere manier ingebroken. De inbraakschade is dan ook niet voor rekening van de aannemer.

Verzekering bij inbraakkwesties

Bij een inbraak is het soms mogelijk om een vergoeding te ontvangen bij de verzekeraar. Hierbij kunnen verschillende polissen een rol spelen. Het is alvast opvallend dat er soms grote verschillen bestaan tussen de verzekeraars.

Inbraak in de woning

Bij inbraak in een woning zal de inboedelverzekeraar de schade vergoeden volgens de polisvoorwaarden. Bij andere vormen van (gekwalificeerde diefstal) is dat niet altijd het geval. Het gaat dan bijvoorbeeld om een dief die zich voordoet als een overheidsfunctionaris en met een vals kostuum en voorwendsel toegang tracht te krijgen tot de woning. Raadpleeg de polisvoorwaarden en de lijst met definities om na te gaan of de inboedelverzekering “diefstal” of “inbraak” dekt.

Wanneer de inboedelverzekeraar de schade zal vergoeden, wil dat wel nog niet zeggen dat de verzekerde zomaar de nieuwwaarde van de goederen krijgt. De verzekeringspolis biedt meer duidelijkheid. Ga vooral even volgende zaken na:

  • Gedurende welke periode ontvangt de verzekerde de nieuwwaarde van de gestolen goederen?
  • Met welk tempo worden de gestolen goederen nadien afgeschreven?
  • Wat is de maximale dekking bij inbraak?
  • Welke afwijkingen zijn er in de polis voorzien?
    • Audiovisuele apparatuur en computerapparatuur: meestal gedekt voor max. 2.500 – 35.000 euro (grote verschillen tussen verzekeraar)
    • Sieraden en kostbaarheden: meestal gedekt voor max. 2.000 – 15.000 euro (optioneel verhogen is vrijwel altijd mogelijk)
    • Geld en waardepapieren: meestal gedekt voor max. 250 – 1.500 euro
  • Geldt er in sommige gevallen een verhoogd eigen risico?
  • Zijn er bepalingen opgenomen voor een “groot stedengebied”?
    • Soms liggen de maximumbedragen lager in een groot stedengebied
    • Soms is er een hoger eigen risico van toepassing (vaak is dat dan 225 euro)

Ook bij het vergelijken van inboedelverzekeringen moet er met bovenstaande factoren rekening worden gehouden. Het volstaat niet om enkel te kijken naar de periode waarin de nieuwwaarde wordt vergoed als alles nadien versneld wordt afgeschreven en er ook nog eens een hoog eigen risico is. Deze factoren moeten dan ook allemaal samen bekeken worden.

Inbraak buiten de woning

Diefstal uit afgesloten schuren en bijgebouwen zijn meestal gewoon verzekerd, maar ook hier zijn er al eens beperkingen. Sommige verzekeraars vergoeden hier maar tot 250 euro schade.

Bij andere vormen van inbraak is het een en ander afhankelijk van de dekking door de verzekeraar. Denk bijvoorbeeld aan inbraak in een auto of een opslagplaats waar ook inboedel aanwezig is. Bij veel verzekeraars is het mogelijk om de inboedel ook buiten de woning (vaak enkel in Nederland) mee te verzekeren. Daarbij gelden meestal maximale vergoedingen die niet heel hoog zijn. Bij de meeste inboedelverzekeraars gaat het om 250 euro. Bij inbraak in de auto speelt ten slotte ook de cascoverzekering een rol. De cascoverzekeraar zal dan de schade aan het voertuig vergoeden. Dit heeft geen gevolgen voor de schadevrije jaren. Wanneer er geen inboedel maar af-fabriekaccessoires worden gestolen, zoals een ingebouwde radio of gps, zal de cascoverzekering de schade hieraan vergoeden. Bij later ingebouwde accessoires is dat in principe niet het geval, maar bij sommige verzekeraars is het mogelijk om zich hiertegen te verzekeren.

Vaak is er in de polis ook een clausule voorzien waarbij goederen gedurende enige tijd, bijvoorbeeld bij een verhuizing, elders mogen worden opgeslagen.

Inbraak in studentenhuizen

Bij een inboedelverzekering voor studenten is er meestal een binnenbraakclausule opgenomen. Dat wil zeggen dat er niet alleen in het studentenhuis moet zijn ingebroken, maar dat een inbreker ook in de kamer moet zijn binnengedrongen. De inboedelverzekeraar zal dan geen schadevergoeding uitkeren als de deur van de kamer niet op slot was (maar de toegangsdeur tot het gebouw wel).

Premiekorting bij inbraakpreventie

Bij de meeste verzekeraars is het mogelijk om premiekorting te krijgen wanneer er in inbraakpreventie wordt geïnvesteerd. Het gaat dan wel niet om onvoorwaardelijke doe-het-zelfbeveiliging. De premiekorting, die soms kan oplopen tot 20%, wordt in principe enkel toegekend wanneer het huis over het Politiekeurmerk Veilig Wonen beschikt of aan de Borg-norm voor elektronische beveiliging voldoet. Informeer steeds bij de inboedelverzekeraar naar de mogelijke korting.

Schadevergoeding claimen na een inbraak

Als slachtoffer van een inbraak is het mogelijk om een schadevergoeding te ontvangen van de inbreker, indien die inbreker kan worden opgespoord natuurlijk. Er zijn verschillende manieren om de schade vergoed te krijgen. Onderstaand stappenplan zal helpen.

1.       Schade vaststellen

In de eerste plaats is het belangrijk om zo veel mogelijk bewijs te verzamelen van de geleden schade. Dit is vaak niet zo eenvoudig omdat moet worden aangetoond wat er uit de woning is gestolen. Bonnetjes en facturen kunnen daarbij helpen, net zoals verklaringen van getuigen.


2.       Verzekeraar aanspreken

Vaak zal een verzekeraar de schade op zijn minst gedeeltelijk vergoeden. Hierbij kunnen er beperkingen zijn waardoor de schade niet volledig wordt vergoed. Voor het door de verzekeraar uitbetaalde bedrag, treedt de verzekeraar in de rechten van de verzekerde. Hiervoor kan later niet opnieuw een schadeclaim worden ingediend.


3.       Voegen in de strafprocedure

Als de inbreker later wordt opgepakt, kan het slachtoffer zich in de strafprocedure voegen. De resterende schade kan dan alsnog op de inbreker worden verhaald. Het gaat bijvoorbeeld om opgelopen letselschade of om het deel van de schade dat niet door de verzekeraar werd uitbetaald.


4.       Een ander aansprakelijk stellen

Wanneer het via voorgaande manieren niet mogelijk is om een schadevergoeding te bekomen, bijvoorbeeld omdat het slachtoffer geen verzekering had, de dader onbekend is of de dader onvermogend is, valt het te overwegen om een ander aansprakelijk te stellen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de beveiligingsfirma die gefaald heeft. Dit zal niet altijd slagen. Voorafgaand juridisch advies is dan ook aanbevolen.

Do's-and-don'ts bij inbraken

Inbrekers zijn vaak gelegenheidsrovers die zo min mogelijk risico willen lopen. Dat is alleszins het geval voor ongeveer 80 tot 90% van alle inbraken. Dat wil zeggen dat ze geen technische hulpmiddelen hebben en op zoek gaan naar zwakke punten. Het gaat dan om woningen waar niemand aanwezig is en waar ze bijvoorbeeld eenvoudig een raam kunnen openen. Het sluiten van ramen en deuren wanneer er niemand thuis is, speciale dievenklauwen, buitenverlichting, alarmsystemen en camerabeveiliging zijn ideaal om gelegenheidsrovers op een afstand te houden. Daarnaast mag het de inbreker natuurlijk niet makkelijk worden gemaakt door de reservesleutel onder het tapijt te schuiven of door gereedschap in de tuin rond te laten slingeren. Wie dit alles goed doet, zou de kans op inbraakschade met ongeveer 95% doen afnemen.

In een beperkt aantal gevallen gaat het om professionele inbrekers. Zij maken van inbreken hun job en gaan vaak heel nauwgezet aan het werk. Ze hebben meestal veel technische hulpmiddelen, zijn in staat om alarm- en camerasystemen te saboteren en zo nodig gebruiken ze grof geweld. Kenmerkend aan dergelijke professionele inbrekers is dat ze veelal confrontaties willen vermijden (anders waren ze wel overvaller geworden) en dat ze doelgericht op zoek gaan naar slachtoffers. Vaak focussen ze dan ook eerder op winkels en bedrijven, maar ook vermogende particulieren lopen een risico. Ook hier trachten ze toe te slaan wanneer er niemand in de woning aanwezig is en zo nodig volgen ze hun slachtoffers. Professionele voetballers, waarvan geweten is wanneer ze niet thuis zijn, zijn daarom een geliefkoosd doelwit.

Inbraak- en buurtpreventienetwerken zijn vaak heel effectief tegen dergelijke professionele inbrekers. Een inbreker die even “vriendelijk wordt aangesproken” maakt zich vaak uit de voeten. Hij weet dan dat hij gezien is. Onthoud wel dat de meeste inbrekers anderen maar één kans geven om hen te pakken. Bedenk dan ook goed of het niet beter is om dat door de politie te laten doen. Daarnaast is het vooral de opdracht om waardevolle eigendommen te beschermen, bijvoorbeeld door ze in een inbraakwerende kluis op te bergen.

Wanneer de inbreker zich toch een toegang tot het huis verschaft terwijl er iemand thuis is, is het vooral belangrijk om de inbreker niet te confronteren. Inbrekers hebben zelden de bedoeling om geweld te gebruiken tegen bewoners, maar willen wel zo snel mogelijk vluchten. Een bewoner kan dan een sta-in-de-weg zijn en dan kan het flink misgaan. Het is een beter idee om gewoon veel kabaal te maken en de inbreker te laten horen dat er iemand aanwezig is. Ze maken zich meteen uit de voeten. Vergeet wel niet om meteen ook de politie te bellen zodat ze ‘m nog in de kraag kunnen grijpen.

Veelgestelde vragen bij inbraakschade

  • Is inbraakschade in een huurauto voor rekening van de huurder?

In principe wel. De huurder is verplicht om de gehuurde auto in dezelfde staat terug in te leveren. Eventuele schade is dan ook voor zijn rekening. Hiervan kan wel bij contract worden afgeweken. Zo zijn er verhuurders die de mogelijkheid bieden om dergelijke risico's af te kopen of die hiervoor een verzekering aanbieden. De huurovereenkomst en de algemene voorwaarden spelen dan ook een rol.

  • De inbreker breekt een raam en ik heb geen glasverzekering. Is de schade gedekt?

Raadpleeg de polisvoorwaarden. Bij veel verzekeraars valt dit ook gewoon onder de braakschade en zal de inboedelverzekering het een en ander vergoeden. De glasverzekering of de dekking glasschade is er eigenlijk vooral voor situaties waarbij het glas door het eigen toedoen is gebroken, bijvoorbeeld omdat de kinderen tijdens het voetballen in de tuin een inschattingsfout maken.

  • Is een hotelhouder aansprakelijk voor inbraakschade in de hotelkamers?

Dat zal zelden het geval zijn. Hier is meestal contractueel overeengekomen dat het hotel geen bewakingsplicht heeft en niet aansprakelijk is voor diefstal van de gast zijn bezittingen. Ook het gebruik van de kluis is meestal voor eigen risico. Enkel wanneer er sprake is van een tekortkoming, opzet of grove schuld door de hotelhouder kan er sprake zijn van aansprakelijkheid. Er moet dan ook altijd een fout worden bewezen. Ten slotte is het hotel aansprakelijk wanneer het op expliciet verzoek van de gast iets in bewaring neemt en het kwijtspeelt. Denk bijvoorbeeld aan een hotel met een wasserijdienst die kleding van de gast ontvangt.

Reizigers die een reisverzekering hebben, kunnen vaak een beroep doen op deze verzekering. Hier wordt wel vaak de voorwaarde gesteld dat spullen op de veiligste plek moeten zijn opgeborgen. Waardevolle spullen moeten dus nog steeds in de kluis zitten.

  • Wat is het verschil tussen een diefstal- en een inbraakdekking?

Wanneer een verzekering een inbraakdekking heeft, vergoedt de verzekeraar enkel wanneer er sprake is van inbraak. Er moeten dan ook altijd braaksporen zijn. Dat is niet het geval wanneer een crimineel zich met een list toegang tot de woning verschaft, er een raam of deur open stond of de inbreker gewoon iets uit de voortuin neemt. Bij een diefstalverzekering zijn alle vormen van diefstal gedekt, ongeacht of er sprake is van een inbraak. Onder andere bij een fietsverzekering is er vaak sprake van een diefstaldekking. Hierdoor vergoedt de verzekeraar ook diefstal als de fiets op straat of in de voortuin staat. Daar worden dan wel voorwaarden aan verbonden, zoals de verplichting om de fiets op slot te doen.

  • Welke rechter behandelt inbraakzaken?

Een inbraak, op voorwaarde dat er geen geweld is gebruikt, is een eenvoudig, licht misdrijf. Bij deze misdrijven wordt er zelden een gevangenisstraf van meer dan één jaar geëist. Dergelijke eenvoudige, lichte misdrijven worden behandeld door de politierechter. Bij zwaardere zaken, wanneer de strafeis hoger ligt dan twaalf maanden, zal de meervoudige strafkamer over de zaak moeten beslissen. Hierbij is er vrijwel altijd sprake van geweld.

Reader Interactions

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *