Het aantal voetgangers dat sterft in het verkeer neemt jaar na jaar af. Toch lopen ze nog steeds een groot risico. Zo sterven er bijvoorbeeld meer voetgangers in het verkeer dan motorfietsbestuurders. Bij een aanrijding, zelfs door een fiets, kan de schade heel ernstig zijn. Wettelijk gezien is er wel enige bescherming voorzien in de vorm van gunstige aansprakelijkheidsregelingen. Hoe dat juist zit, verschilt echter van situatie tot situatie. Hieronder zijn de verschillende situaties besproken.

Aangereden door een fietser

Wanneer een voetganger wordt aangereden door een (elektrische) fiets of een ander niet-gemotoriseerd voertuig, denk bijvoorbeeld aan een step of een skateboard, is de aansprakelijkheid afhankelijk van de foutvraag. Dat wil zeggen dat er een causaliteitsverdeling wordt gemaakt:

  • In welke mate (%) heeft een fout van de voetganger bijgedragen aan het ongeval en de schade
  • In welke mate (%) heeft de fout van het niet-gemotoriseerd voertuig bijgedragen aan het ongeval en de schade

Op basis van deze causaliteitsverdeling wordt vervolgens de aansprakelijkheid vastgesteld. Als de voetganger voor 30% eigen schuld treft, moet de fietser 70% van de schade vergoeden. Onderstaand voorbeeld, een uitspraak van Rechtbank Utrecht op 12 november 2012 (ECLI:NL:RBUTR:2012:BY2872), illustreert hoe dit werkt.

Toen had een fietser een voetganger frontaal aangereden op een weg met een lommerrijk karakter. De fietser kwam daarbij vanuit een onoverzichtelijke bocht en had de voetganger naar eigen zeggen niet gezien. De voetganger was wellicht moeilijk zichtbaar, droeg donkere kleding en was onder invloed van alcohol (alcoholpromillage van 2,7). De voetganger werd naar het ziekenhuis gebracht en liep een hersenkneuzing en een schedelbasisfractuur op. Het slachtoffer liep daarnaast een chronische slaapstoornis op en ervaart blijvende cognitieve beperkingen. De verzekeraar van de fietser stelt voor om 25% van de schade te vergoeden.

De rechter oordeelde in de eerste plaats dat de fietser een fout had begaan door de haakse bocht, waar het een en ander moeilijk zichtbaar was, zo snel te nemen. De fietser had vaart moeten minderen en reed vaker op die weg, waardoor hij op de hoogte was van de gevaarlijke situatie. Daarnaast had de fietser met die kennis de bocht ook ruimer moeten nemen. Daarnaast oordeelt de rechter dat de voetganger eigen schuld treft. Zo had de voetganger rechts moeten lopen zodat hij aankomende fietsers zou zien en had hij geen donkere kleding op een donkere winterochtend moeten dragen. Het vastgestelde alcoholpromillage speelt volgens de rechter geen rol en heeft niet bijgedragen aan het ongeval. De rechter oordeelt dat de fietser voor 75% aansprakelijk is en dat de voetganger 25% eigen schuld treft.

Aangereden door een gemotoriseerd voertuig

Wanneer een voetganger door een gemotoriseerd voertuig wordt aangereden, zoals een auto of een scootmobiel, geniet de voetganger extra bescherming. De wetgever vindt dat een voetganger extra moet worden beschermd en heeft daarom een speciale regel in het leven geroepen. Die regel houdt in dat de houder van een gemotoriseerd voertuig altijd voor minstens 50% aansprakelijk is als hij een voetganger aanrijdt op de openbare weg. Dat is ook het geval wanneer de voetganger voor meer dan 50% eigen schuld treft. Een uitspraak van rechtbank Zeeland-West-Brabant verduidelijkt het een en ander (ECLI:NL:RBZWB:2017:3436).

Bij deze zaak had een Belg die een lekke band had zijn zwarte auto op een wisselrijstrook tot stilstand gebracht. Volgens hemzelf dacht hij dat hij zich op een vluchtstrook bevond. Hij is op dat moment uit zijn auto uitgestapt. De auto had in ieder geval nog verder kunnen rijden tot een vluchtstrook die verderop gelegen was. Het was op dat moment druk op de weg, er was ter plekke geen straatverlichting en er gold een maximumsnelheid van 120 km/uur. Twee auto's weken nog nipt uit, maar een derde bestuurder verkeerde in de onmogelijkheid om te reageren en reed de voetganger aan. De voetganger liep onder andere een ernstige bekkenfractuur op. De rechter wijst op de grote persoonlijke schuld van het slachtoffer, maar wijst overmacht af omdat de bestuurder onvoldoende afstand had gehouden van zijn voorligger. Op basis van de 50%-regel krijgt het slachtoffer ondanks de grote persoonlijke schuld toch een schadevergoeding van 50% van zijn schade.

Merk hierbij op dat een bestuurder van een gemotoriseerd voertuig zich inderdaad niet snel op overmacht kan beroepen. Ten aanzien van bestuurders van motorrijtuigen stelt de rechtspraak hoge eisen. In feite gaat de rechtspraak uit van de perfecte bestuurder met de perfecte stuurmanskunsten en de perfecte reactiesnelheden. In de praktijk zijn er maar weinig bestuurders die aan deze eisen voldoen en waarbij overmacht kans op slagen heeft.

Billijkheidscorrectie

Daarnaast kan de rechter nog een billijkheidscorrectie toepassen. Daarbij kan de rechter rekening houden met verschillende factoren, zoals:

  • De wederzijds gemaakte fouten
  • De mate van verwijtbaarheid van deze fouten
  • De kwetsbaarheid van het slachtoffer (bv. een blinde is kwetsbaarder dan een volwassen man zonder beperkingen)
  • De jeugdigheid van het slachtoffer
  • De hoge leeftijd van het slachtoffer
  • De gevolgen van het ongeval
  • Enzovoort

Opnieuw een voorbeeld, deze keer van Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2013:5320).

Hierbij had het slachtoffer een relatie gehad met een vrouw, die de vrouw eerder had beëindigd. De man bleef de vrouw echter lastigvallen. Toen haar nieuwe partner haar uitzwaaide, merkte de nieuwe partner op dat de ex-partner achter haar auto aanreed. De nieuwe partner heeft daarop een buigijzer uit de kofferbak van zijn auto gehaald, op de passagiersstoel gelegd en is vervolgens achter de twee auto’s aangegaan.

Op een parkeerterrein zag hij hoe de ex-partner heftig aan het roepen was op de vrouw die duidelijk huilde. De nieuwe partner is uit de auto gestapt, met het buigijzer in de hand. De ex-partner vroeg daarop om hen vijf minuten met elkaar te laten spreken om het conflict bij te leggen. De nieuwe partner is vervolgens in de auto gaan zitten. De ex-partner nam enkele minuten later een schop uit de auto en stapte daarop, met een dreigende draaghouding, richting de auto van de nieuwe partner. Vervolgens heeft de nieuwe partner, naar eigen zeggen uit zelfverdediging, de ex-partner aangereden. Hij heeft enige tijd over het parkeerterrein gereden met de ex-partner op de motorkap van het voertuig en is tot stilstand gekomen toen de ex-partner met zijn bovenlichaam onder het linker voorwiel van de auto terecht is gekomen. De nieuwe partner heeft het slachtoffer daar zo laten liggen, volgens de betrokkene uit schrik dat het slachtoffer anders achter hem aan zou komen.

Het hof oordeelde dat het ontstaan van het ongeval voor 40% aan het slachtoffer (ex-partner) kan worden toegewezen en voor 60% aan de bestuurder (nieuwe partner). Omdat het hof het bewust inrijden op iemand zo'n heftige normschending vindt, besloot het op basis van de billijkheidscorrectie de aansprakelijkheid van de bestuurder op 75% vast te leggen.

Aanrijding van een voetganger jonger dan 14 jaar

Wanneer de voetganger die aangereden is jonger is dan 14 jaar, gelden in principe net dezelfde regels. Enkel wordt de 50%-regel opgetrokken naar een 100%-regel. Dat wil zeggen dat de houder van een gemotoriseerd rijtuig in principe altijd voor 100% van de schade aansprakelijk is, zelfs wanneer er sprake is van eigen schuld. Hierop kan enkel worden afgeweken wanneer de voetganger bij opzet handelde (bv. het kind werpt zich in een poging tot zelfdoding voor een aanrijdende vrachtwagen) of aan opzet grenzende roekeloosheid. Hieronder even de vergelijking met de andere situaties.

 Berekening schadevergoedingWanneer geen schadevergoeding?
Aangereden door een niet-gemotoriseerd voertuigAansprakelijkheid op basis van de causaliteitsverdelingEr kan de bestuurder geen verwijt worden gemaakt
Aangereden door een gemotoriseerd voertuig op de openbare weg – slachtoffer is 14 jaar of ouderMinstens 50% aansprakelijk, eventueel billijkheidswijzigingOvermacht = geen enkel verwijt aan de bestuurder
Aangereden door een gemotoriseerd voertuig op de openbare weg – slachtoffer is jonger dan 14 jaar100% aansprakelijkOvermacht = opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid

Rol van de verzekering

Wanneer het gaat om een ongeval met een gemotoriseerd voertuig, zal de WA-verzekering de schade vergoeden. Als de dader geen WA-verzekering heeft, kan het Waarborgfonds Motorverkeer een oplossing bieden. Bij een niet-gemotoriseerd voertuig is een aansprakelijkheidsverzekering niet verplicht. Toch hebben veel Nederlanders een aansprakelijkheidsverzekering. Zonder aansprakelijkheidsverzekering moet de dader persoonlijk de schade vergoeden.

Veelgestelde vragen over een aanrijding als voetganger

  • Welke schade komt in aanmerking voor een schadevergoeding?

Alle werkelijk geleden schade. In Nederland moet 100% van de schade worden vergoed, niet meer en niet minder. Enkel bij eigen schuld wordt de vergoedingsplicht procentueel aangepast. Slachtoffers hebben onder andere recht op een vergoeding voor de medische kosten die niet door de zorgverzekering worden gedekt, maar bijvoorbeeld ook op de gevolgen van inkomensverlies, het verlies van een studiejaar enzovoort. Daarnaast komt materiële schade in aanmerking (bv. kapotte kleding of smartphone) en ook de psychische schade, de reiskosten, de juridische kosten enzovoort.

  • Heeft een voetganger ook 50% of 100% bescherming bij een aanrijding door een tram?

Een tram wordt theoretisch gezien niet gelijkgesteld met een motorrijtuig en dus zijn de beschermingsregels niet van toepassing. Ten aanzien van de trein- en trambestuurder geldt wel opnieuw de strikte zorgvuldigheidsnorm die ook geldt ten aanzien van bestuurders van motorrijtuigen: de rechter oordeelt op basis van de perfecte bestuurder. Zelfs bij het meest geringe verwijt kan er dan ook geen beroep worden gedaan op overmacht. Ook een trambestuurder moet bijvoorbeeld anticiperen op potentiële fouten van voetgangers.

In de rechtspraak is er wel een tendens om, op basis van de billijkheidscorrectie, toch de 50%- of 100%-regel toe te passen wanneer een voetganger wordt aangereden door een tram. De redenering daarbij is dat het niet billijk zou zijn om een aanrijding tussen een tram en een voetganger anders te behandelen dan een aanrijding tussen een motorrijtuig en een voetganger. Onrechtstreeks geldt dus wel gewoon dezelfde bescherming, maar via een andere juridische redenering.

  • Worden de 50%- en 100%-regels ook toegepast bij ongevallen buiten de openbare weg?

Neen. Hier gelden de klassieke aansprakelijkheidsregels. De aansprakelijkheid is met andere woorden afhankelijk van de causaliteitsverdeling.

  • Ben ik een voetganger als ik even uit mijn auto stap?

Volgens de Hoge Raad wel. Eenmaal iemand zich niet meer in de beschermde omgeving van de auto bevindt, bijvoorbeeld om even iets uit de kofferbak te halen of om te tanken, wordt die persoon een voetganger. Dat wil zeggen dat dan de 50%- en 100%-regel van toepassing kan zijn.

  • Wat moet ik na een aanrijding doen?

Het belangrijkste is natuurlijk om altijd eerst de veiligheid te waarborgen. Nadien is het belangrijk om meteen gegevens en bewijzen te verzamelen. Hier is vaak maar één kans voor en de volledige schadeclaim staat of valt met de verzamelde informatie. Noteer de gegevens van getuigen, vul verzekeringspapieren in, neem foto's van het ongeval enzovoort. Na het schadegeval is het belangrijk om bij een arts langs te gaan die de nodige medische vaststellingen kan doen. Houd alvast alle bonnetjes en bewijzen bij van de kosten die door het ongeval worden gemaakt, net zoals van schade (bv. kledingschade). Fotografeer eveneens de schade en noteer alle gebeurtenissen van tijdens en na het ongeval in een schriftje.

Reader Interactions

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *