Schade door bliksem: aansprakelijkheid en verzekering
Een blikseminslag kan brand, bouwkundige schade en defecte elektrische apparatuur veroorzaken. Wanneer iemand door de bliksem wordt getroffen, kan dit dodelijk zijn. De bliksem hoeft niet rechtstreeks in een woning of apparaat in te slaan om schade te veroorzaken. Ook een ontlading in de omgeving kan via (elektriciteits)leidingen een schadelijke spanningspiek veroorzaken. Dit wordt inductieschade genoemd. Wie de schade moet betalen, hangt af van de oorzaak, de aard van de schade en de afgesloten verzekeringen. Bliksem is in beginsel een natuurverschijnsel waarvoor niemand aansprakelijk is, maar dat kan anders zijn wanneer een geschonden veiligheidsverplichting of een gebrekkige installatie aan de schade heeft bijgedragen. Hierdoor is het toch mogelijk dat een derde aansprakelijk is bij bliksemschade.
Op deze pagina over schade en verzekering bij bliksem:

Bliksemschade en andere begrippen
Bliksemschade is meer dan alleen zichtbare brand- of inslagschade. Een elektrische ontlading kan een gebouw rechtstreeks treffen, maar ook op afstand inslaan en alsnog elektrische installaties en aangesloten apparaten beschadigen. De schade kan onmiddellijk zichtbaar zijn, maar dat is niet altijd het geval. Zo kan schade aan printplaten, omvormers of andere elektronica soms pas later worden ontdekt. De meeste particuliere woonverzekeringen bieden volgens het Verbond van Verzekeraars dekking voor zowel rechtstreekse blikseminslag als inductie, maar de precieze definitie en voorwaarden verschillen per verzekeraar.
Directe blikseminslag
Bij een directe blikseminslag raakt de ontlading de woning, een bijgebouw, een boom, een antenne, een installatie of een ander voorwerp rechtstreeks. De enorme hoeveelheid energie kan dan brand veroorzaken, dakbedekking of metselwerk beschadigen en elektrische installaties vernielen. Ook rook-, roet-, blus- en waterschade kunnen een rechtstreeks gevolg zijn van de inslag of de daardoor ontstane brand. Het KNMI waarschuwt daarom bij onweersbuien uitdrukkelijk voor brand en andere schade door blikseminslag.
Indirecte blikseminslag en inductieschade
Bij inductieschade wordt de woning niet rechtstreeks door de bliksem getroffen. Een nabijgelegen ontlading kan een elektromagnetisch veld en een sterke spanningspiek veroorzaken. Die spanning kan via elektriciteitskabels, telefoonlijnen, antennekabels, datakabels of andere geleidende verbindingen een gebouw binnenkomen. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld televisies, computers, routers, laadpalen, alarmsystemen, omvormers en huishoudelijke apparaten beschadigd raken. Het Verbond van Verzekeraars omschrijft inductie als schade waarbij na een blikseminslag in de omgeving stroom via buitenleidingen het gebouw binnenkomt.
Verschil tussen blikseminslag, overspanning en kortsluiting
Overspanning betekent dat de elektrische spanning tijdelijk hoger is dan de installatie of het apparaat aankan. Bliksem kan zo’n overspanning veroorzaken, maar overspanning kan ook ontstaan door een storing in het elektriciteitsnet, verkeerd schakelen of een defecte installatie. Kortsluiting ontstaat wanneer elektrische geleiders met een verschillend spanningsniveau ongewenst met elkaar in contact komen. Een kapot apparaat tijdens of kort na onweer bewijst daarom niet automatisch dat sprake is van verzekerde bliksem- of inductieschade. Bij twijfel kan technisch onderzoek nodig zijn om de oorzaak vast te stellen.
Welke schade kan bliksem veroorzaken?

Bliksem kan schade veroorzaken aan het dak, metselwerk, leidingen, de meterkast en andere vaste onderdelen van een gebouw. Bij een brand kan ook de volledige inboedel verloren gaan. Inductie beschadigt vooral apparatuur met gevoelige elektronica, zoals computers, televisies, modems, cv-ketels, warmtepompen, domotica, laadpalen en omvormers van zonnepanelen. Daarnaast kan bliksem letsel veroorzaken en bedrijfsactiviteiten stilleggen wanneer machines, servers of beveiligingssystemen uitvallen. Volgens het KNMI overlijden in Nederland jaarlijks één of twee mensen door bliksem.
Niet alleen het rechtstreeks getroffen onderdeel kan beschadigd raken. Ook de gevolgschade kan aanzienlijk zijn. Denk aan bluswater in de woning, bedorven inhoud van een uitgevallen vriezer, tijdelijke huisvesting na brand, verlies van bedrijfsgegevens of omzetverlies doordat een onderneming tijdelijk niet kan werken. Of deze schade wordt vergoed, hangt af van de polisvoorwaarden.
Letselschade door bliksem
Bliksem kan ernstig lichamelijk letsel veroorzaken. Bij een directe inslag loopt de elektrische stroom geheel of gedeeltelijk door het lichaam. Dit kan leiden tot brandwonden, hartritmestoornissen, zenuwschade, gehoorproblemen, oogletsel, spierletsel of bewusteloosheid. Ook een indirecte inslag is gevaarlijk. De stroom kan zich via de grond, een boom, een hekwerk, leidingen of andere geleidende voorwerpen verplaatsen en zo een persoon treffen. Daarnaast kan iemand gewond raken door rondvliegende brokstukken, een omvallende boom, brand of een val als gevolg van de schrikreactie.
Wie is aansprakelijk voor schade door bliksem?
Bij een zuiver natuurverschijnsel is doorgaans geen persoon of bedrijf aansprakelijk voor de bliksemschade. Voor aansprakelijkheid is normaal gesproken een fout, een gebrek of een andere geschonden verplichting nodig. Bovendien moet er voldoende causaal verband bestaan tussen die tekortkoming en de uiteindelijke schade.
Blikseminslag als overmacht
Een blikseminslag kan zo plotseling en onvermijdelijk zijn dat niemand daarvan een juridisch verwijt kan worden gemaakt. In dat geval moet de benadeelde zich in eerste instantie tot zijn eigen opstal-, inboedel-, auto- of bedrijfsverzekeraar wenden. Het begrip overmacht betekent echter niet dat iedere schade die tijdens onweer ontstaat automatisch buiten de aansprakelijkheid van anderen valt. Een partij kan nog steeds aansprakelijk zijn wanneer haar eerdere fout de schade mogelijk maakte of verergerde.
Een voorbeeld is een elektrische installatie die al vóór het onweer onveilig was. Wanneer een correcte installatie de schadelijke gevolgen van de bliksem redelijkerwijs had voorkomen of beperkt, kan de installateur, verhuurder of bezitter mogelijk toch aansprakelijk zijn. Het slachtoffer moet dan wel aantonen dat niet alleen de bliksem, maar ook de concrete tekortkoming een relevante oorzaak van de schade was.
Aansprakelijkheid van de eigenaar of bezitter van een gebouw
De bezitter van een gebouw kan op grond van artikel 6:174 BW aansprakelijk zijn wanneer de opstal niet voldoet aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert. Een vaste elektrische installatie kan onderdeel zijn van de opstal. Denk bijvoorbeeld aan ernstig verouderde bedrading, een ondeugdelijke aarding of een gebrekkige verdeelinrichting die het risico op brand of elektrocutie vergroot.
Het enkele ontbreken van een bliksemafleider of overspanningsbeveiliging maakt een woning echter niet automatisch gebrekkig. Er moet worden gekeken naar onder meer het type gebouw, de bestemming, de geldende technische normen, de voorzienbaarheid van het gevaar en de maatregelen die redelijkerwijs mochten worden verwacht. Ook moet juist het gevaar dat door het gebrek ontstond zich hebben verwezenlijkt.
Aansprakelijkheid van de verhuurder of vereniging van eigenaars (VvE)
Bij een huurwoning is de verhuurder verantwoordelijk voor het verhelpen van gebreken die volgens de huurovereenkomst en de wet voor zijn rekening komen. Ontstaat bliksemschade mede door een toerekenbaar gebrek aan de woning, dan kan de verhuurder aansprakelijk zijn voor de daardoor veroorzaakte schade. Dat kan bijvoorbeeld spelen wanneer de verhuurder op de hoogte was van ernstige gebreken aan de vaste elektrische installatie, maar niet tijdig liet ingrijpen.
Bij een appartement kan de vereniging van eigenaars (VvE) verantwoordelijk zijn voor gemeenschappelijke gedeelten en installaties, zoals het dak, de hoofdleidingen of een centrale bliksembeveiligingsinstallatie. De bewoner meldt schade aan de eigen spullen bij zijn inboedelverzekeraar en schade aan het gebouw doorgaans bij het bestuur of de opstalverzekeraar van de VvE. Aansprakelijkheid van de VvE ontstaat evenwel niet automatisch: ook hier moeten een tekortkoming en causaal verband worden aangetoond.
Aansprakelijkheid van een installateur of aannemer
Een installateur moet werkzaamheden uitvoeren zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot. Installeert hij een overspanningsbeveiliging, zonnepanelen, een thuisaccu, een laadpaal of een bliksembeveiligingsinstallatie verkeerd, dan kan sprake zijn van een toerekenbare tekortkoming op grond van artikel 6:74 BW. Tegenover iemand die geen partij bij de overeenkomst was, kan eventueel aansprakelijkheid op grond van een onrechtmatige daad bestaan.
Dat een beveiliging na een zware blikseminslag niet meer werkt, bewijst op zichzelf nog geen montagefout. Geen enkel beveiligingssysteem kan volledige bescherming tegen de kracht van bliksem garanderen. Er moet technisch worden onderzocht of de installatie voldeed aan de afspraken en toepasselijke normen en of een correcte uitvoering de schade waarschijnlijk had voorkomen. Bij zonnepanelen is bovendien van belang dat de installatie op de juiste wijze wordt afgestemd op een eventueel aanwezige bliksembeveiligingsinstallatie. NEN wijst onder meer op eisen rond de scheidingsafstand en potentiaalvereffening.
Aansprakelijkheid van een werkgever of organisator
Werkgevers moeten op grond van artikel 7:658 BW passende maatregelen treffen en aanwijzingen geven om te voorkomen dat werknemers tijdens het werk schade lijden. Bij werkzaamheden in de buitenlucht kan dat betekenen dat de werkgever weerswaarschuwingen volgt en risicovolle werkzaamheden tijdig stillegt. De zorgplicht is ruim, maar vormt geen absolute garantie dat een werknemer nooit door een natuurverschijnsel kan worden getroffen.
Ook organisatoren van sportwedstrijden, festivals, kampen en andere buitenactiviteiten moeten rekening houden met voorzienbaar noodweer. Het KNMI waarschuwt er namelijk voor dat blikseminslag vooral bij activiteiten op open terrein, op het water en in of nabij tenten levensgevaarlijk kan zijn. Een organisator kan aansprakelijk zijn wanneer hij ondanks een concrete waarschuwing nalaat een evenement te onderbreken, bezoekers naar een veilige plaats te begeleiden of een terrein te ontruimen. Of de zorgplicht is geschonden, hangt af van de beschikbare weersinformatie, de snelheid waarmee het onweer ontstond en de maatregelen die praktisch mogelijk waren.
Is de buurman aansprakelijk als de bliksem een boom treft?
De eigenaar van een boom is niet automatisch aansprakelijk wanneer bliksem de boom treft en een tak of de volledige boom vervolgens op een woning, schutting of auto valt. Voor bomen geldt geen algemene risicoaansprakelijkheid die alleen op het eigendom is gebaseerd. De aansprakelijkheid wordt beoordeeld aan de hand van de zorg die van een redelijke boomeigenaar mocht worden verwacht.
De buurman kan bijvoorbeeld aansprakelijk zijn wanneer de boom zichtbaar ziek, dood of instabiel was en hij noodzakelijke controles of onderhoud achterwege liet. Er moet dan wel worden aangetoond dat de slechte staat van de boom eraan heeft bijgedragen dat deze na de blikseminslag omviel en schade veroorzaakte. Een onverwachte blikseminslag in een gezonde en normaal onderhouden boom zal daarentegen doorgaans voor rekening van de eigen verzekeraar van de benadeelde komen. Het slachtoffer moet dus aantonen dat de eigenaar onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld en dat deze nalatigheid aan de schade heeft bijgedragen.
Eigen schuld en de verplichting om schade te beperken
Ook wanneer een andere partij aansprakelijk is voor bliksemschade, kan een deel van de schade voor rekening van de benadeelde blijven. Dat kan het geval zijn wanneer de benadeelde zelf onvoorzichtig heeft gehandeld en dit gedrag aan het ontstaan of de omvang van de schade heeft bijgedragen. Denk aan iemand die ondanks concrete waarschuwingen tijdens zwaar onweer op een open terrein blijft, onder een vrijstaande boom gaat schuilen of een duidelijk beschadigde elektrische installatie blijft gebruiken. Op grond van artikel 6:101 BW kan de schadevergoeding dan naar verhouding worden verminderd. Daarbij kijkt de rechter onder meer naar het causale aandeel van beide partijen, de ernst van hun gedragingen en de overige omstandigheden. Eigen schuld wordt niet snel aangenomen alleen omdat iemand door het onweer is overvallen. Bliksem is onvoorspelbaar en van een benadeelde mag niet worden verlangd dat die zichzelf in gevaar brengt om schade te voorkomen.
Daarnaast moet een benadeelde redelijke maatregelen nemen om verdere schade te beperken. Dit geldt zowel bij een aansprakelijkheidsclaim als tegenover de eigen verzekeraar. Denk aan het bellen van de brandweer, het veilig uitschakelen van de elektriciteit, het afdekken van een beschadigd dak of het laten uitvoeren van een noodreparatie. Redelijke kosten om onmiddellijk dreigende schade te voorkomen of te verminderen, kunnen als bereddingskosten worden vergoed. Wanneer een verzekerde zonder goede reden nalaat zulke maatregelen te nemen, kan de verzekeraar de uitkering verminderen met de extra schade die daardoor is ontstaan.
Het niet vooraf verwijderen van stekkers betekent niet automatisch dat sprake is van eigen schuld of dat de verzekeraar niets hoeft uit te keren. Van iemand kan bijvoorbeeld niet worden verlangd dat die tijdens hevig onweer nog door de woning loopt om apparaten los te koppelen. Een vermindering ligt eerder voor de hand wanneer iemand een bekend en eenvoudig te vermijden gevaar bewust laat voortbestaan en juist daardoor aanvullende schade ontstaat.
Welke verzekering dekt schade door bliksem?
Bij bliksemschade kan een verzekeraar de schade geheel of gedeeltelijk vergoeden. Welke verzekering dit doet, is afhankelijk van wat beschadigd is. Bliksemschade aan een gebouw kan bijvoorbeeld worden vergoed door de opstalverzekeraar. Bliksemschade aan losse spullen valt meestal onder de inboedelverzekering. Bij bliksemschade aan een auto, bijvoorbeeld doordat een getroffen boom op de auto valt, is een cascodekking nodig. Een klassieke WA-verzekering vergoedt dus niet de bliksemschade aan de eigen auto. Bij zakelijke schade kan een gebouwen-, inventaris-, goederen- of bedrijfsschadeverzekering relevant zijn. Welke verzekering dekking biedt, hangt af van wat beschadigd is en of ook omzetverlies of andere gevolgschade is meeverzekerd. De polisvoorwaarden blijven altijd beslissend en bepalen of de bliksemschade al dan niet voor vergoeding in aanmerking komt.
Opstalverzekering bij schade aan de woning
De opstalverzekering dekt het gebouw en de onderdelen die duurzaam met de woning zijn verbonden. Denk aan het dak, metselwerk, vaste vloeren, leidingen, de meterkast, een ingebouwde keuken en aangebouwde bijgebouwen. De meeste opstalverzekeringen vergoeden schade door directe blikseminslag en veelal ook inductieschade. Univé heeft het bij opstalschade bijvoorbeeld over schade aan muren, daken, vloeren en bijgebouwen. Bij Nationale-Nederlanden valt bliksem specifiek onder de basisdekking van de opstalverzekering. Bij een appartement is de gezamenlijke opstalverzekering meestal via de VvE geregeld. Huurders moeten controleren of zelf betaalde verbeteringen al dan niet onder het huurdersbelang zijn meeverzekerd.
Inboedelverzekering bij schade aan apparaten en spullen
De inboedelverzekering is bedoeld voor verplaatsbare spullen in de woning. Daaronder vallen onder meer meubels, kleding, televisies, computers en niet-ingebouwde huishoudelijke apparaten. Zowel Univé als Interpolis noemen blikseminslag als verzekerde oorzaak binnen de inboedeldekking. Ook bij verschillende andere verzekeraars is dit het geval. Weet wel dat de voorwaarden over onder meer inductieschade, waarde-afschrijving en het eigen risico sterk kunnen verschillen. Daarom is het belangrijk om altijd de concrete polisvoorwaarden te raadplegen.
Een beschadigd apparaat wordt niet altijd zonder meer door een nieuw exemplaar vervangen. De verzekeraar kan kiezen voor reparatie of kan een bedrag uitkeren op basis van de nieuwwaarde of dagwaarde, afhankelijk van de polisvoorwaarden. De leeftijd, slijtage en de verhouding tussen de dagwaarde en nieuwwaarde kunnen daarbij een rol spelen. Univé vergoedt spullen die niet ouder zijn dan vijf jaar doorgaans tegen de nieuwwaarde. Bij oudere spullen kan de dagwaarde worden vergoed wanneer deze door slijtage of veroudering tot minder dan 40 procent van de actuele nieuwwaarde is gedaald. Voor bepaalde categorieën gelden afwijkende regels.
Autoverzekering bij bliksemschade
Een gewone WA-verzekering vergoedt alleen schade waarvoor de bestuurder of kentekenhouder tegenover een ander aansprakelijk is. Schade door bliksem aan de eigen auto valt daar niet onder. Daarvoor is een cascodekking nodig. Volgens het Verbond van Verzekeraars is bliksemschade aan een auto doorgaans verzekerd wanneer een casco- of allriskverzekering is afgesloten en heeft een dergelijke natuurschade normaal gesproken geen invloed op de bonus-maluspositie. Controleer wel welke cascovariant is afgesloten. Verzekeraars gebruiken verschillende benamingen, zoals WA beperkt casco, WA plus en volledig casco. Ook de dekking van losse accessoires, laadkabels en persoonlijke bezittingen in de auto kan afwijken.
Zorgverzekering bij letselschade
Medische behandeling na een blikseminslag valt in beginsel onder de basisverzekering. Voor verzekerden vanaf achttien jaar geldt bij behandeling op de Spoedeisende Hulp en andere ziekenhuiszorg het verplichte eigen risico. In 2026 bedraagt dit € 385. Het is wel mogelijk om dit bedrag in ruil voor premiekorting te verhogen tot maximaal € 885. Voor huisartsenzorg en de huisartsenpost geldt geen verplicht eigen risico.
Ongevallenverzekering
Een ongevallenverzekering staat los van de vraag of iemand aansprakelijk is. Deze verzekering kan een vooraf afgesproken bedrag uitkeren wanneer een blikseminslag tot blijvende invaliditeit of overlijden leidt. De hoogte van de uitkering wordt bepaald door het verzekerde bedrag en de voorwaarden van de polis. Een ongevallenverzekering vergoedt niet alle werkelijk geleden schade, zoals volledig inkomensverlies of alle kosten voor huishoudelijke hulp.
Wordt indirecte bliksemschade altijd vergoed?
Hoewel de meeste particuliere woonverzekeringen volgens het Verbond van Verzekeraars inductieschade dekken, bestaat geen algemene regel dat iedere elektronische storing tijdens onweer wordt vergoed. De polis kan eisen stellen aan de oorzaak en kan bepaalde apparaten, installaties of maximumbedragen afzonderlijk regelen. Zakelijke polissen behandelen inductie bovendien vaker als aanvullende dekking.
De verzekerde moet in beginsel aannemelijk maken dat de schade door een gedekte gebeurtenis is veroorzaakt. Alleen aantonen dat een apparaat defect is en dat het die dag onweerde, kan onvoldoende zijn. De verzekerde moet in beginsel aannemelijk maken dat de schade door een gedekte gebeurtenis is veroorzaakt. Wanneer de verzekeraar de gestelde oorzaak gemotiveerd betwist, kan aanvullend technisch bewijs nodig zijn. Foto’s van een defect apparaat tonen wel aan dat er schade is, maar bewijzen niet zonder meer waardoor die schade is ontstaan. In een Kifid-uitspraak uit 2021 werd deze algemene bewijsregel bevestigd.
Schadevergoeding bij bliksemschade
De hoogte van de schadevergoeding bij bliksemschade hangt af van het beschadigde voorwerp, de afgesloten verzekering en de waarderegeling in de polis. De verzekeraar onderzoekt eerst of sprake is van een gedekte blikseminslag of inductieschade en stelt daarna vast of herstel nog mogelijk en economisch verantwoord is. Afhankelijk van de situatie worden de reparatiekosten, nieuwwaarde, dagwaarde of kosten van herstel of herbouw vergoed. Ook bijkomende kosten, zoals noodreparaties, tijdelijke huisvesting en het voorkomen van verdere schade, kunnen onder de dekking vallen.
Reparatiekosten, nieuwwaarde en dagwaarde
Wanneer herstel technisch en economisch verantwoord is, kan de verzekeraar de reparatiekosten vergoeden of het apparaat laten herstellen. Is herstel niet mogelijk of duurder dan vervanging, dan volgt een uitkering volgens de waarderegeling in de polis. Bij relatief nieuwe spullen is dat vaak de nieuwwaarde. Bij oudere of sterk afgeschreven spullen kan de vergoeding tot de dagwaarde worden beperkt. Bij schade aan een gebouw is herstel of herbouw doorgaans het uitgangspunt. De verzekeraar kan eisen dat de uitgekeerde vergoeding daadwerkelijk voor herstel wordt gebruikt.
Gevolgschade en extra kosten
Naast de directe herstelkosten kunnen ook kosten voor noodvoorzieningen, het opruimen van beschadigde zaken, tijdelijke huisvesting, opslag en het voorkomen van verdere schade worden vergoed. De verschillen tussen woonverzekeringen zijn juist bij dergelijke bijzondere kosten groot. Controleer daarom welke kosten boven op het verzekerde bedrag worden vergoed en welke maximumbedragen gelden. Bewaar alle rekeningen en overleg bij grote uitgaven vooraf met de verzekeraar. In een noodsituatie mag natuurlijk eerst worden gehandeld om personen te beschermen en ernstige verdere schade te voorkomen.
Eigen risico, afschrijving en uitsluitingen
Of een eigen risico geldt, hangt af van de polis. Sommige verzekeraars hanteren bij bliksemschade geen eigen risico, terwijl andere polissen een algemeen gekozen of verplicht eigen risico toepassen. Ook kunnen slijtage, slecht onderhoud, een eigen gebrek of verkeerd uitgevoerde werkzaamheden in de polis zijn uitgesloten. Een uitgesloten oorzaak betekent niet altijd dat ook alle gevolgschade is uitgesloten. Dat hangt af van de precieze formulering van de polis. Laat een eventuele afwijzing altijd onderbouwen met het toepasselijke artikel uit de verzekeringsvoorwaarden.
Contra-expertise bij onenigheid
Ben je het niet eens met de vastgestelde omvang van de schade? Dan kun je een eigen deskundige inschakelen. Dit heet contra-expertise. De redelijke kosten van schadevaststelling komen onder voorwaarden voor rekening van de verzekeraar, maar er kan discussie ontstaan over de redelijkheid van het tarief en het aantal gewerkte uren. Kifid adviseert daarom om vooraf duidelijke afspraken te maken over de kosten en te controleren wat de polis hierover bepaalt. Een contra-expert stelt in de eerste plaats de omvang van de schade vast. Bij een geschil over de oorzaak kan daarnaast een elektrotechnisch, bouwkundig of brandtechnisch deskundige nodig zijn.
Wat moet je doen na schade door bliksem?
Na een blikseminslag is het belangrijk om eerst de veiligheid van personen te waarborgen en verdere schade te voorkomen. Daarna moet je de schade zorgvuldig vastleggen en zo snel mogelijk melden bij de juiste verzekeraar. Bewaar beschadigde apparaten, verzamel aankoopbewijzen en laat de oorzaak onderzoeken wanneer onduidelijk is of sprake was van een directe inslag, inductieschade of een technisch gebrek.
Breng iedereen in veiligheid
Bel 112 bij brand, rookontwikkeling, instortingsgevaar of gewonden. Raak beschadigde kabels, apparaten en elektrische installaties niet aan.
Beperk verdere schade wanneer dat veilig kan
Schakel de elektriciteit alleen uit als dit zonder risico mogelijk is. Laat gevaarlijke installaties beoordelen door de brandweer, netbeheerder of een elektricien.
Leg de situatie vast
Maak foto’s en video’s van inslagsporen, brand- en roetschade, beschadigde apparaten en de omgeving. Noteer de datum, het tijdstip en wat je vlak voor en na het incident hebt waargenomen.
Meld de schade zo snel mogelijk
Neem contact op met de opstal-, inboedel-, auto- of bedrijfsverzekeraar. Bij een huurwoning of appartement moet ook de verhuurder of VvE worden geïnformeerd.
Bewaar beschadigde apparaten en onderdelen
Gooi niets weg voordat de verzekeraar of deskundige daarvoor toestemming heeft gegeven. Beschadigde onderdelen kunnen nodig zijn om de schadeoorzaak vast te stellen.
Verzamel bewijs van de waarde
Zoek aankoopbewijzen, handleidingen, garantiebewijzen, bankafschriften en eerdere foto’s van de beschadigde spullen. Vraag zo nodig offertes op.
Laat de oorzaak onderzoeken
Laat een onafhankelijk of gespecialiseerd deskundige een rapport opstellen wanneer onduidelijk is waardoor de schade is ontstaan.
Stel zo nodig een andere partij aansprakelijk
Doe dit schriftelijk wanneer er concrete aanwijzingen zijn voor een gebrekkige installatie, achterstallig onderhoud of een geschonden zorgplicht. Beschrijf de fout, de schade en het vermoedelijke causale verband.
Hoe kun je schade door bliksem beperken?
Bliksem is een krachtig natuurverschijnsel dat slechts beperkt voorspelbaar is. Weersdiensten kunnen aangeven wanneer en in welke regio onweersbuien waarschijnlijk zijn, maar niet exact voorspellen waar en op welk moment een bliksemontlading zal plaatsvinden. Binnen een onweersbui ontwikkelen elektrische ladingen zich voortdurend en kunnen nieuwe ontladingen in zeer korte tijd ontstaan. Daarbij zoekt de stroom niet noodzakelijk altijd de hoogste plek, maar een route waarlangs de elektrische ontlading zich op dat moment het eenvoudigst kan voortplanten.
Een bliksemontlading gaat gepaard met een enorme hoeveelheid energie en kan in een fractie van een seconde brand veroorzaken, bouwdelen beschadigen en elektrische installaties of apparaten onbruikbaar maken. Ook een inslag op enige afstand kan via kabels en leidingen een schadelijke spanningspiek veroorzaken. Het is daarom onmogelijk om bliksemschade volledig uit te sluiten. Wel kun je het risico op brand, defecte apparatuur en andere schade verkleinen en de gevolgen van een inslag beperken. Dat kan onder meer met passende bouwkundige maatregelen, een goed onderhouden elektrische installatie, correcte aarding en geschikte bliksem- en overspanningsbeveiliging. De volgende tips zijn hierbij nuttig.
Volg waarschuwingen van het KNMI en stop tijdig met werkzaamheden, sport en evenementen op open terrein of water;
Haal bij aangekondigd onweer stekkers en waar mogelijk antenne-, data- en laadkabels uit kwetsbare apparatuur, maar doe dit niet meer wanneer het onweer al gevaarlijk dichtbij is;
Laat vooraf een vakbekwaam installateur beoordelen of overspanningsbeveiliging in de meterkast en aanvullende beveiliging bij gevoelige apparatuur nodig zijn;
Laat de elektrische installatie, aarding, zonnepanelen, laadpaal en eventuele bliksembeveiliging correct installeren en onderhouden;
Controleer of zonnepanelen, thuisbatterijen, laadpalen, bijgebouwen en kostbare elektronica onder de verzekering vallen;
Zorg voor werkende rookmelders, vrije vluchtroutes en een veilige hoofdschakelaar die in een noodsituatie bereikbaar is.
Veelgestelde vragen over schade door bliksem
Bliksem kan brand, letsel en ernstige schade aan gebouwen, voertuigen en elektrische apparatuur veroorzaken. Een inslag hoeft niet rechtstreeks plaats te vinden: ook bliksem in de omgeving kan via kabels en leidingen een schadelijke spanningspiek veroorzaken. Dergelijke natuurfenomenen komen niet alleen met veel kracht, maar vaak ook met veel vragen. Hieronder staan daarom een aantal korte antwoorden op veelgestelde vragen over bliksem en schade door bliksem.
Wat trekt bliksem aan?
Bliksem wordt niet door één bepaald materiaal aangetrokken. Hoge, vrijstaande en goed geleidende objecten, zoals bomen, masten en gebouwen, hebben wel een grotere kans om te worden getroffen. Bliksem kan echter ook op een lager punt of in open terrein inslaan.
Is bliksem gevaarlijk?
Ja. Een bliksemontlading kan brand, elektrocutie, gehoorschade, hartritmestoornissen en ernstige brandwonden veroorzaken. Blijf tijdens onweer uit de buurt van open terrein, water, hoge bomen en metalen constructies.
Waar slaat bliksem in?
Bliksem volgt een elektrisch ontladingspad tussen een wolk en de aarde of tussen wolken onderling. Hoge en geïsoleerde objecten worden relatief vaak getroffen, maar de bliksem treft niet noodzakelijk het hoogste punt in de omgeving. De exacte inslagplaats is vooraf niet te voorspellen.
Wat als bliksem inslaat in een huis?
Een directe inslag kan brand en schade aan het dak, metselwerk en de elektrische installatie veroorzaken. Via inductie kunnen ook televisies, computers, laadpalen en andere apparaten defect raken. Bel 112 bij brand, rook of acuut gevaar en raak beschadigde elektrische installaties niet aan.
Wat als bliksem inslaat in een auto?
Een auto met een gesloten dak en metalen carrosserie biedt doorgaans goede bescherming, omdat de elektrische stroom langs de buitenkant wordt geleid. Blijf in de auto zitten en houd ramen en deuren gesloten tot het onweer voorbij is. Laat de auto daarna controleren wanneer er zichtbare schade of elektronische storingen zijn.
Is bliksem dodelijk?
Ja, een directe of nabije blikseminslag kan dodelijk zijn. Een slachtoffer draagt na de inslag geen elektrische lading en mag onmiddellijk worden aangeraakt en gereanimeerd. Bel direct 112 en start de reanimatie wanneer het slachtoffer niet normaal ademt.
Is een blikseminslag verzekerd?
Directe blikseminslag is bij de meeste opstal- en inboedelverzekeringen gedekt. Schade door inductie of overspanning is vaak eveneens verzekerd, maar de voorwaarden verschillen per polis. Schade aan de eigen auto is doorgaans alleen verzekerd met een beperkt of volledig cascodekking. Een gewone WA-verzekering vergoedt deze schade niet.