EN

Schadevergoeding bij onvruchtbaarheid of verminderde vruchtbaarheid

Onvruchtbaarheid of een blijvend verminderde vruchtbaarheid kan grote lichamelijke, emotionele en financiële gevolgen hebben. Het enkele feit dat een kinderwens niet kan worden vervuld, geeft echter geen recht op schadevergoeding. Daarvoor moet de vruchtbaarheid zijn aangetast door een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, zoals een medische fout, verkeersongeval, mishandeling, onveilige blootstelling op het werk of een gebrekkig product. Ook moet voldoende verband bestaan tussen die gebeurtenis en het verlies van vruchtbaarheid.

Op deze pagina over schadevergoeding bij onvruchtbaarheid of verminderde vruchtbaarheid:

    Een koppel zit op een bed, terwijl de vrouw een positieve zwangerschapstest vasthoudt. De arm van de man ligt om haar heen, wat steun en blijdschap uitstraalt.

    Wat is schade door onvruchtbaarheid?

    Medisch wordt van onvruchtbaarheid of infertiliteit gesproken wanneer na twaalf maanden regelmatige onbeschermde geslachtsgemeenschap geen zwangerschap is ontstaan. In Nederland wordt voor een verminderde vruchtbaarheid ook de term subfertiliteit gebruikt. Deze begrippen betekenen niet noodzakelijk dat een zwangerschap definitief onmogelijk is. Het kan ook gaan om een kleinere spontane zwangerschapskans of om een situatie waarin zwangerschap alleen nog mogelijk is met medische ondersteuning.

    Juridisch is niet alleen de medische diagnose van belang. Beslissend is of een fout, ongeval of andere gebeurtenis waarvoor iemand aansprakelijk is de vruchtbaarheid heeft verminderd. Daarbij wordt de werkelijke situatie vergeleken met de hypothetische situatie waarin die gebeurtenis niet had plaatsgevonden. Alleen de extra lichamelijke, emotionele en financiële gevolgen die aan de gebeurtenis kunnen worden toegerekend, komen voor vergoeding in aanmerking.

    Onvruchtbaarheid en verminderde vruchtbaarheid

    Niet iedereen met een vruchtbaarheidsprobleem is volledig of blijvend onvruchtbaar. Bij verminderde vruchtbaarheid is natuurlijke conceptie nog mogelijk, maar is de kans daarop kleiner of duurt het gemiddeld langer voordat een zwangerschap ontstaat. Soms kan een zwangerschap alleen worden bereikt met ovulatie-inductie, intra-uteriene inseminatie (IUI), in-vitrofertilisatie (IVF), intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI) of gedoneerde zaad- of eicellen.

    Het Zorginstituut Nederland onderscheidt verschillende vormen van vruchtbaarheidsonderzoek en vruchtbaarheidsbehandeling. Een medische oorzaak kan duidelijk aanwijsbaar zijn, zoals beschadigde eileiders of sterk verminderde zaadkwaliteit, maar dat hoeft niet. Ook wanneer na onderzoek geen precieze oorzaak wordt gevonden, kan sprake zijn van medisch erkende, onverklaarde subfertiliteit.

    Voor een schadeclaim hoeft een slachtoffer niet altijd te bewijzen dat zwangerschap voortaan absoluut onmogelijk is. Ook het verlies van een reële kans op natuurlijke conceptie of zwangerschap kan juridisch relevante schade zijn. Hetzelfde geldt wanneer door het incident ingrijpendere, duurdere of lichamelijk belastende behandelingen nodig zijn. Wel moet medisch kunnen worden onderbouwd hoe groot de vruchtbaarheidskans vóór en na de aansprakelijke gebeurtenis waarschijnlijk was.

    Aangeboren of natuurlijke onvruchtbaarheid

    Een ander is niet aansprakelijk voor een vruchtbaarheidsprobleem dat aangeboren is, al vóór het incident bestond of uitsluitend door natuurlijke ontwikkelingen is ontstaan. Denk aan een bestaande aandoening, een leeftijdsgebonden afname van de vruchtbaarheid of een vruchtbaarheidsprobleem waarvan geen verband met het handelen van een derde kan worden vastgesteld. Het enkele feit dat de onvruchtbaarheid na een behandeling, ongeval of ander incident wordt ontdekt, bewijst nog niet dat dit incident de oorzaak was.

    Een reeds bestaand vruchtbaarheidsprobleem sluit een schadevergoeding echter niet altijd volledig uit. Een aansprakelijke partij kan verantwoordelijk zijn voor de verergering van de bestaande situatie. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als iemand al een kleinere zwangerschapskans had, maar door een medische fout de resterende natuurlijke vruchtbaarheid volledig verliest. De schade bestaat dan niet uit het volledige vruchtbaarheidsprobleem, maar uit het verschil tussen de waarschijnlijke situatie zonder en met de fout.

    Bij de beoordeling moet onder meer rekening worden gehouden met eerdere medische gegevens, de leeftijd, eerdere zwangerschappen, hormoonwaarden, semenonderzoek en reeds bestaande aandoeningen. Een onafhankelijke fertiliteitsarts, gynaecoloog, uroloog of androloog kan nodig zijn om dit verschil te beoordelen.

    Tijdelijke en blijvende vruchtbaarheidsschade

    Vruchtbaarheidsschade kan tijdelijk, langdurig of definitief zijn. Sommige behandelingen, infecties, hormonale verstoringen of lichamelijke letsels leiden slechts gedurende een bepaalde periode tot een verminderde vruchtbaarheid. In andere gevallen blijft natuurlijke conceptie mogelijk, maar met een structureel kleinere kans. Bij volledige en blijvende schade kan iemand niet langer eigen zaad- of eicellen gebruiken, geen zwangerschap meer dragen of helemaal geen biologisch eigen kind meer krijgen. De medische prognose is daarom belangrijk voordat de schade definitief wordt vastgesteld. Daarbij moet onder meer worden beoordeeld:

    • Of herstel van de vruchtbaarheid nog mogelijk is;

    • Hoeveel tijd voor medisch herstel nodig is;

    • Welke kans op natuurlijke conceptie resteert;

    • Of IUI, IVF of ICSI nog mogelijk en medisch aangewezen is;

    • Of gedoneerd materiaal of een draagmoeder nodig zou zijn;

    • Welke invloed leeftijd en tijdsverloop op de behandelopties hebben.

    Een schadezaak moet niet te vroeg definitief worden afgewikkeld wanneer de toekomstige vruchtbaarheid en behandelmogelijkheden nog onzeker zijn. In dat geval kan worden gewacht op een stabielere medische situatie of kan bij de afwikkeling een voorbehoud worden gemaakt voor voldoende concrete toekomstige schade.

    Samenloop met andere schadeposten

    Eén schadegeval kan verschillende gevolgen naast elkaar veroorzaken. Zo kan eenzelfde ongeval niet alleen leiden tot verminderde vruchtbaarheid, maar ook tot het afbreken van de zwangerschap of tot schade aan de foetus. Ook deze schade kan voor vergoeding in aanmerking komen wanneer daarvoor een aansprakelijkheidsgrond bestaat en voldoende causaal verband met het schadegeval kan worden aangetoond.

    Verminderde vruchtbaarheid en miskraam

    Een medische fout, verkeersongeval, mishandeling of blootstelling aan een schadelijke stof kan bijvoorbeeld leiden tot het verlies van een bestaande zwangerschap én tot blijvende beschadiging van de baarmoeder, eierstokken of eileiders. De moeder kan dan niet alleen een schadevergoeding vorderen voor de lichamelijke en psychische gevolgen van de miskraam, maar ook voor de verminderde kans om later opnieuw zwanger te worden. Denk aan een zwangere vrouw die door een verkeersongeval ernstig bekkenletsel oploopt. De zwangerschap eindigt als gevolg van het ongeval voortijdig en door beschadiging van de baarmoeder blijft ook haar toekomstige vruchtbaarheid beperkt. Het gaat dan om twee met elkaar samenhangende, maar juridisch afzonderlijk te begroten gevolgen:

    • Het verlies van de bestaande zwangerschap en de daarmee verband houdende lichamelijke en psychische klachten;

    • De tijdelijke of blijvende vermindering van de toekomstige vruchtbaarheid.

    Verminderde vruchtbaarheid en prenataal letsel

    Soms kan de zwangerschap na het schadegeval worden voortgezet, terwijl het kind met lichamelijk of neurologisch letsel wordt geboren. Wanneer de afwijking daadwerkelijk door hetzelfde incident is veroorzaakt, is sprake van een prenataal letsel. Een voorbeeld is een foutief voorgeschreven geneesmiddel dat zowel de voortplantingsorganen van de moeder beschadigt als bij het ongeboren kind een ontwikkelingsstoornis veroorzaakt. Een ander voorbeeld is onveilige blootstelling aan een giftige stof op het werk, waardoor de moeder blijvend minder vruchtbaar wordt en het kind met aangeboren schade wordt geboren.

    In zo’n situatie kunnen meerdere schadeclaims naast elkaar bestaan. De moeder kan vergoeding vragen voor haar eigen lichamelijke schade, vruchtbaarheidsverlies, behandelingskosten, inkomensschade en immateriële schade. Het levend geboren kind kan daarnaast een eigen aanspraak hebben voor het prenatale letsel, bijvoorbeeld voor medische en verzorgingskosten, verlies van verdienvermogen en smartengeld. Het Nederlandse recht behandelt een ongeboren kind als reeds geboren wanneer zijn belang dat vereist, mits het kind vervolgens levend ter wereld komt. Het kind kan na de geboorte daarom in beginsel vergoeding vorderen voor letsel dat het vóór de geboorte heeft opgelopen. Daardoor kan een kind na de geboorte in beginsel vergoeding vorderen voor letsel dat het vóór de geboorte heeft opgelopen.

    Verminderde vruchtbaarheid en wrongful birth

    Bij wrongful birth heeft de medische fout de afwijking van het kind meestal niet veroorzaakt. De fout heeft ertoe geleid dat de ouders geen geïnformeerde keuze konden maken om een zwangerschap te voorkomen of af te breken. Denk aan een verkeersongeval waardoor het ongeboren kind prenataal letsel oploopt en de moeder tevens blijvende vruchtbaarheidsschade krijgt. Wanneer een behandelend arts dit letsel vervolgens ondanks duidelijke aanwijzingen niet tijdig onderzoekt of met de ouders bespreekt, kan daarnaast een wrongful-birthclaim ontstaan als de ouders daardoor geen geïnformeerde keuze over voortzetting van de zwangerschap konden maken. Er kunnen dan verschillende partijen zijn die verantwoordelijkheid dragen, zoals de veroorzaker van het verkeersongeval enerzijds en de spoedarts anderzijds. Er bestaan dan verschillende schadeclaims naast elkaar:

    • Een claim van de moeder wegens haar vruchtbaarheidsschade, jegens de veroorzaker van het verkeersongeval;

    • Een eigen claim van het kind wegens het prenatale letsel, jegens de veroorzaker van het verkeersongeval;

    • Een wrongful-birthclaim van de ouders omdat hun keuzevrijheid rond de voortzetting van de zwangerschap is aangetast, jegens de spoedarts.

    Wanneer heb je recht op een schadevergoeding?

    Drie witte tulpen, een positieve zwangerschapstest en een fopspeen op een roze achtergrond.

    Je hebt niet automatisch recht op schadevergoeding wanneer na een behandeling, ongeval of andere gebeurtenis vruchtbaarheidsproblemen ontstaan. Daarvoor moet juridisch kunnen worden vastgesteld dat een andere partij aansprakelijk is en dat juist de aansprakelijke gebeurtenis de vruchtbaarheid heeft verminderd. Voor vergoeding van de volledige aantoonbare schade moeten in beginsel vier elementen aanwezig zijn.

    1.       Een fout, tekortkoming of andere aansprakelijkheidsgrond;

    2.       Aantoonbare vruchtbaarheidsschade;

    3.       Causaal verband tussen de fout en de schade;

    4.       Schade die juridisch aan de aansprakelijke partij kan worden toegerekend.

    De vruchtbaarheidssituatie moet worden vergeleken met de waarschijnlijke situatie zonder het incident. Bestonden vóór de gebeurtenis al vruchtbaarheidsproblemen, dan komt alleen de aantoonbare verslechtering voor vergoeding in aanmerking. Eerdere medische gegevens, leeftijd, hormoonwaarden, semenonderzoek en de medische prognose zijn daarbij belangrijk. Er moet voldoende verband bestaan tussen de aansprakelijke gebeurtenis en de schade.

    Niet iedere wens of uitgave wordt automatisch vergoed. Een vruchtbaarheidsbehandeling moet bijvoorbeeld medisch aangewezen en redelijk zijn en mag niet al volledig door de zorgverzekering of een andere verzekeraar zijn betaald. Ook kan de vergoeding worden verminderd wanneer een deel van de schade een andere oorzaak heeft of wanneer het slachtoffer zelf redelijkerwijs vermijdbare extra schade heeft laten ontstaan. Bij letselschade wordt de toerekening van schade doorgaans ruim beoordeeld, maar het noodzakelijke verband met de aansprakelijke gebeurtenis blijft vereist.

    Onvruchtbaarheid door een medische fout

    Vruchtbaarheidsverlies na een medische behandeling betekent niet automatisch dat de arts of het ziekenhuis aansprakelijk is. Operaties, geneesmiddelen, chemotherapie en andere behandelingen kunnen ook bij zorgvuldig handelen een bekend en soms onvermijdelijk risico op tijdelijke of blijvende onvruchtbaarheid meebrengen. Voor eventuele aansprakelijkheid moet worden vastgesteld dat de zorgverlener niet heeft gehandeld volgens de professionele standaard, de patiënt onvoldoende heeft geïnformeerd of een andere verplichting uit de behandelingsovereenkomst heeft geschonden. Daarnaast moet voldoende aannemelijk zijn dat correct handelen de vruchtbaarheidsschade waarschijnlijk had voorkomen of een reële kans op behoud van de vruchtbaarheid had geboden.

    Behandelfout of normale complicatie

    Een arts heeft doorgaans een inspanningsverplichting en kan geen volledige genezing garanderen. De juridische vraag is daarom niet of een behandeling slecht is afgelopen, maar eerder of een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot onder dezelfde omstandigheden anders had moeten handelen. Daarbij zijn onder meer de medische kennis op het moment van de behandeling, richtlijnen, onderzoeksuitslagen, beschikbare alternatieven en de spoedeisendheid van de situatie van belang.

    Een medische fout kan bijvoorbeeld bestaan uit:

    • Het zonder voldoende noodzaak beschadigen of verwijderen van een baarmoeder, eierstok of zaadbal;

    • Het tijdens een operatie beschadigen van eileiders of zaadleiders;

    • Een technisch onjuist uitgevoerde sterilisatie of hersteloperatie;

    • Het niet tijdig of onvoldoende behandelen van een infectie;

    • Het voorschrijven van ongeschikte medicatie, een verkeerde dosis of onvoldoende controle op schadelijke bijwerkingen;

    • Fouten tijdens een operatie in het bekken, de buik of de lies;

    • Het niet herkennen of behandelen van een complicatie die de voortplantingsorganen bedreigt.

    Niet iedere beschadiging tijdens een operatie is evenwel verwijtbaar. Soms moet een arts tijdens een spoedoperatie bijvoorbeeld een eierstok, eileider of zaadbal verwijderen om een levensbedreigende bloeding, infectie of tumor te behandelen. Aansprakelijkheid ligt eerder voor de hand wanneer de ingreep niet medisch noodzakelijk was, een minder ingrijpend alternatief beschikbaar was of zonder geldige toestemming van de patiënt werd gehandeld. Ook het ontbreken van een goed resultaat bewijst op zich nog geen fout.

    Een diagnose- of behandelingsvertraging

    Vruchtbaarheidsschade kan ook ontstaan doordat een aandoening te laat wordt herkend of behandeld. Denk aan een ernstige bekkeninfectie, een torsie van de eierstok, een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, endometriose, een tumor of een complicatie na een operatie. Door tijdverlies kan weefsel onherstelbaar beschadigd raken of kan verwijdering van een voortplantingsorgaan uiteindelijk onvermijdelijk worden.

    Een vertraagde diagnose is niet automatisch een medische fout. De klachten kunnen aanvankelijk aspecifiek zijn en sommige aandoeningen zijn ook bij zorgvuldig onderzoek moeilijk herkenbaar. Beoordeeld moet worden welke klachten, onderzoeksuitslagen en risicofactoren op het betreffende moment bekend waren en welk aanvullend onderzoek of welke verwijzing toen redelijkerwijs mocht worden verwacht.

    Daarnaast moet het causale verband worden aangetoond. Het slachtoffer moet aannemelijk maken dat eerder ingrijpen een betere uitkomst zou hebben opgeleverd. Bij een torsie kan bijvoorbeeld worden onderzocht of de eierstok bij een tijdige operatie waarschijnlijk behouden had kunnen blijven. Bij een infectie is van belang of eerdere antibiotische behandeling beschadiging van de eileiders of zaadleiders waarschijnlijk had voorkomen.

    Soms kan niet worden bewezen dat tijdig handelen de vruchtbaarheid zeker zou hebben behouden, maar wel dat een reële kans daarop verloren is gegaan. Onder omstandigheden kan de schade dan worden begroot als kansschade. De vergoeding wordt vervolgens afgestemd op de omvang van de verloren kans en bedraagt dus niet automatisch honderd procent van alle vruchtbaarheidsschade.

    Niet informeren over het risico op onvruchtbaarheid

    Een zorgverlener moet de patiënt duidelijk informeren over de aard en het doel van de behandeling, de te verwachten gevolgen en relevante risico’s, mogelijke alternatieven en de vooruitzichten. De arts moet daarbij ook rekening houden met de persoonlijke situatie en voorkeuren van de patiënt. Voor een ingrijpende behandeling die de vruchtbaarheid kan aantasten, is een bestaande of toekomstige kinderwens daarom relevante informatie voor de gezamenlijke besluitvorming. Dit is met name het geval bij jonge mensen.

    De informatieplicht betekent niet dat iedere theoretisch denkbare complicatie uitvoerig moet worden besproken. Het gaat om informatie die de patiënt redelijkerwijs nodig heeft om een weloverwogen keuze te maken. De ernst van het mogelijke gevolg speelt daarbij een belangrijke rol. Ook een relatief kleine kans op blijvende onvruchtbaarheid kan zo ingrijpend zijn dat de arts deze toch moet bespreken, zeker wanneer een minder risicovol alternatief bestaat.

    Schending van de informatieplicht geeft echter niet automatisch recht op de vergoeding van alle schade die na de behandeling ontstaat. Er moet ook causaal verband bestaan tussen de gebrekkige voorlichting en de gemaakte behandelkeuze. De patiënt moet in beginsel aannemelijk maken dat hij of zij bij volledige informatie van de behandeling zou hebben afgezien, deze zou hebben uitgesteld of voor een redelijk alternatief zou hebben gekozen.

    Geen tijdige aandacht voor fertiliteitspreservatie

    Sommige noodzakelijke behandelingen kunnen de eicelvoorraad, zaadproductie, baarmoederfunctie of andere onderdelen van de voortplanting blijvend beschadigen. Dit kan spelen bij chemotherapie, bestraling in het bekkengebied, hormoonbehandeling en operaties waarbij voortplantingsorganen geheel of gedeeltelijk worden verwijderd. Vooraf kan in bepaalde situaties worden onderzocht of behoud van vruchtbaarheid mogelijk is door:

    • Sperma in te vriezen;

    • Eicellen in te vriezen;

    • Embryo’s in te vriezen;

    • Eierstokweefsel in te vriezen;

    • Een eierstok vóór bestraling buiten het stralingsveld te verplaatsen.

    Het Zorginstituut vermeldt dat het invriezen van sperma en eigen eicellen onder voorwaarden uit het basispakket kan worden vergoed wanneer een noodzakelijke behandeling een risico op blijvende vruchtbaarheidsproblemen meebrengt. Voorbeelden zijn bepaalde vormen van chemotherapie, bestraling waarbij eierstokken of zaadballen in het stralingsveld liggen en operaties waarbij deze organen geheel of gedeeltelijk moeten worden verwijderd. De procedure moet dan vóór de schadelijke behandeling plaatsvinden. Wanneer een behandeling een relevant risico op blijvende vruchtbaarheidsschade meebrengt, moet de arts beoordelen of tijdige counseling en verwijzing voor fertiliteitspreservatie volgens de professionele standaard zijn aangewezen. Een arts hoeft dergelijke technieken echter niet in iedere situatie aan te bieden. Fertiliteitspreservatie kan medisch onmogelijk, onverantwoord of niet zinvol zijn. Daarbij spelen onder meer de leeftijd, eicel- of zaadkwaliteit, medische prognose, urgentie van de hoofdbehandeling, beschikbare tijd en de kans dat ingevroren materiaal later bruikbaar is een rol. Richtlijnen over fertiliteitsbehoud bij kanker benadrukken dat de voorlichting en de keuze voor een techniek op de individuele medische situatie moeten worden afgestemd.

    Aansprakelijkheid kan ontstaan wanneer een relevant en voorzienbaar risico op onvruchtbaarheid bestond, maar de zorgverlener dit niet tijdig besprak of zonder goede reden geen verwijzing naar een fertiliteitsspecialist overwoog. Vervolgens moet worden onderzocht wat bij correcte informatie zou zijn gebeurd. De patiënt moet aannemelijk maken dat hij of zij voor fertiliteitspreservatie zou hebben gekozen, dat hiervoor medisch en praktisch voldoende gelegenheid bestond en dat daardoor een reële reproductieve mogelijkheid behouden had kunnen blijven. De schade is dan niet noodzakelijk gelijk aan het volledige verlies van de mogelijkheid om een kind te krijgen. Het kan gaan om het verlies van de kans dat ingevroren sperma, eicellen, embryo’s of weefsel later tot een zwangerschap zou hebben geleid. Bij de begroting moeten daarom de oorspronkelijke vruchtbaarheid, de kwaliteit en vermoedelijke hoeveelheid van het materiaal en de medische slagingskansen worden betrokken.

    Fouten met sperma, eicellen of embryo’s

    Bij fertiliteitsbehandelingen worden sperma, eicellen en embryo’s afgenomen, bewerkt, geselecteerd, ingevroren, opgeslagen, ontdooid en teruggeplaatst. In iedere fase gelden strenge eisen aan identificatie, toestemming, registratie, opslag en uitvoering. Daarbij kunnen ook fouten worden gemaakt. Fouten kunnen bijvoorbeeld bestaan uit:

    • Verlies of onbedoelde vernietiging van opgeslagen materiaal;

    • Verwisseling van materiaal van verschillende patiënten of donoren;

    • Gebruik van ander sperma of andere eicellen dan was afgesproken;

    • Verkeerd invriezen, bewaren of ontdooien;

    • Plaatsing van het verkeerde embryo;

    • Gebruik of vernietiging van materiaal zonder geldige toestemming;

    • Het niet naleven van afspraken over bewaartermijnen of toekomstig gebruik.

    Deze fouten kunnen een contractuele tekortkoming of onrechtmatige daad opleveren. Zij raken bovendien niet alleen een eventuele zwangerschapskans, maar ook de lichamelijke integriteit, afstammingsbelangen en reproductieve autonomie: het recht om zelf te bepalen of, wanneer en met wiens genetisch materiaal een kind wordt verwekt. Bij verlies of beschadiging van opgeslagen materiaal kan de omvang van de schade evenwel lastig te bepalen zijn. Een ingevroren eicel, zaadcel of embryo zou niet noodzakelijk tot een zwangerschap en geboorte hebben geleid. Er moet daarom worden beoordeeld welke reële kans door de fout verloren ging, of nog ander bruikbaar materiaal beschikbaar is en welke alternatieve behandelingen mogelijk zijn. Naast behandelingskosten en kansschade kan ook immateriële schade relevant zijn wanneer sprake is van een ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer of reproductieve zelfbeschikking.

    Wie is aansprakelijk: de arts of het ziekenhuis?

    Bij een medische fout kan de individuele arts of andere zorgverlener aansprakelijk zijn wegens een tekortkoming in de behandelingsovereenkomst of een onrechtmatige daad. Vond de behandeling plaats in een ziekenhuis, dan kan het ziekenhuis op grond van artikel 7:462 BW centraal aansprakelijk worden gesteld. Voor tekortkomingen bij verrichtingen die in het ziekenhuis plaatsvinden, is het ziekenhuis aansprakelijk alsof het zelf partij bij de behandelingsovereenkomst was. De patiënt hoeft daardoor niet altijd precies vast te stellen welke arts, embryoloog of laboratoriummedewerker de fout heeft gemaakt. De patiënt kan het ziekenhuis aanspreken wanneer de fout is gemaakt bij verrichtingen die ter uitvoering van de ziekenhuisbehandeling plaatsvonden. De regeling kan ook van toepassing zijn op fouten van een medisch specialist die niet in loondienst was.

    Bij een zelfstandige fertiliteitskliniek, laboratorium, spermabank of andere zorgaanbieder moet worden nagegaan met welke rechtspersoon de behandelingsovereenkomst is gesloten en welke organisatie verantwoordelijk was voor de betreffende handeling. Een fout bij het bewaren van embryo’s kan bijvoorbeeld bij een andere afdeling of rechtspersoon zijn gemaakt dan de oorspronkelijke medische behandeling. De contracten, toestemmingsformulieren, laboratoriumregistraties en het volledige medische dossier zijn dan belangrijk om de juiste aansprakelijke partij vast te stellen.

    Onvruchtbaarheid door een ongeval of geweld

    Een verkeersongeval, mishandeling of seksueel geweld kan blijvende schade veroorzaken aan de voortplantingsorganen of andere lichaamsfuncties die voor de vruchtbaarheid nodig zijn. De schade kan bestaan uit volledige onvruchtbaarheid, een kleinere kans op natuurlijke conceptie of de noodzaak van een fertiliteitsbehandeling. Voor een schadevergoeding moet een andere partij aansprakelijk zijn voor het ongeval of geweld en moet medisch kunnen worden aangetoond dat het incident de vruchtbaarheid heeft aangetast.

    Verkeersongeval of ander ongeval

    Een ongeval kan rechtstreeks letsel veroorzaken aan de buik, het bekken of de voortplantingsorganen. Denk aan beschadiging van de baarmoeder, eierstokken, eileiders, zaadballen of zaadleiders door een botsing, beknelling, val of binnendringend voorwerp. Ernstig letsel aan het ruggenmerg of de hersenen kan daarnaast invloed hebben op de seksuele functie, zaadlozing, menstruatie of hormonale aansturing van de voortplanting. Niet ieder buik- of bekkenletsel leidt echter tot onvruchtbaarheid. Een bekkenfractuur bewijst bijvoorbeeld niet automatisch dat de voortplantingsorganen zijn beschadigd. Voor een schadeclaim is daarom onderzoek nodig door bijvoorbeeld een gynaecoloog, uroloog, androloog, fertiliteitsarts of endocrinoloog. Deze deskundige kan beoordelen:

    • Welk letsel door het ongeval is ontstaan;

    • Welke vruchtbaarheid vóór het ongeval waarschijnlijk bestond;

    • Of natuurlijk herstel nog mogelijk is;

    • Hoe groot de resterende kans op conceptie of zwangerschap is;

    • Welke behandelingen of fertiliteitspreservatie nodig zijn.

    Wie de schade moet vergoeden, hangt af van de oorzaak van het ongeval. Bij een verkeersongeval kan dat de aansprakelijke bestuurder of diens WA-verzekeraar zijn. Bij een arbeidsongeval kan de werkgever op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk zijn wanneer hij zijn zorgplicht voor een veilige werkomgeving heeft geschonden. Ontstond het ongeval door een gebrekkige machine, ladder of andere roerende zaak, dan kan onder voorwaarden ook de bezitter daarvan aansprakelijk zijn op grond van artikel 6:173 BW.

    Mishandeling of seksueel geweld

    Opzettelijk geweld kan eveneens vruchtbaarheidsschade veroorzaken. Een harde slag, schop, beknelling of ander geweld tegen de buik, het bekken of de geslachtsorganen kan leiden tot beschadiging van voortplantingsorganen, bloedvaten of zenuwen. Bij seksueel geweld kan naast direct lichamelijk letsel ook een infectie ontstaan die, wanneer deze niet tijdig wordt behandeld, littekenvorming en schade aan de voortplantingsorganen veroorzaakt. Het causale verband moet steeds medisch worden onderbouwd. Het enkele feit dat na het geweld vruchtbaarheidsproblemen worden vastgesteld, is niet voldoende.

    Het slachtoffer kan zich als benadeelde partij voegen in de strafprocedure en daarin vergoeding vragen van rechtstreeks door het strafbare feit veroorzaakte materiële en immateriële schade. Wanneer de rechter ook een schadevergoedingsmaatregel oplegt, int het Centraal Justitieel Incassobureau het toegewezen bedrag bij de dader. Ook wanneer de dader onbekend is, niet wordt vervolgd of geen verhaal biedt, kan het slachtoffer mogelijk een tegemoetkoming krijgen. Dit moet dan worden aangevraagd bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Daarvoor moet sprake zijn van een opzettelijk gewelds- of seksueel misdrijf met ernstig lichamelijk of psychisch letsel. Een uitkering van het Schadefonds is een tegemoetkoming en niet noodzakelijk een volledige vergoeding van alle daadwerkelijk geleden vruchtbaarheidsschade.

    Onvruchtbaarheid door onveilige arbeidsomstandigheden

    Werk kan de vruchtbaarheid van zowel mannen als vrouwen aantasten. Dat risico bestaat vooral bij blootstelling aan reprotoxische stoffen, maar ook biologische agentia en ioniserende straling kunnen de voortplantingsorganen, eicellen, zaadcellen of hormonale processen beschadigen. De gevolgen kunnen bestaan uit een langere tijd tot conceptie, verminderde zaadkwaliteit, miskramen of volledige onvruchtbaarheid. Voor een schadevergoeding moet de werknemer aannemelijk maken dat de blootstelling tijdens het werk heeft plaatsgevonden en dat deze de vruchtbaarheidsschade kan hebben veroorzaakt. Vervolgens wordt beoordeeld of de werkgever voldoende maatregelen heeft genomen om het risico te voorkomen of te beperken.

    Blootstelling aan schadelijke stoffen

    Vruchtbaarheidsschade kan een gevolg zijn van de blootstelling aan reprotoxische stoffen. Deze stoffen kunnen ook schade aan het ongeboren kind veroorzaken of kunnen via de borstvoeding schadelijk zijn voor de baby. Volgens het Arboportaal behoren onder meer lood, bepaalde bestrijdingsmiddelen, geneesmiddelen, hormonen, weekmakers, lijmen, lakken en oplosmiddelen tot deze groep. Niet ieder bestrijdingsmiddel, metaal of oplosmiddel is echter reprotoxisch. De eigenschappen van de concrete stof, de concentratie en de feitelijke blootstelling moeten afzonderlijk worden onderzocht. Op het etiket of veiligheidsinformatieblad kunnen de volgende gevarenaanduidingen staan:

    • H360: kan de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden;

    • H360F: kan de vruchtbaarheid schaden;

    • H361: kan mogelijk de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden;

    • H361f: kan mogelijk de vruchtbaarheid schaden;

    • H362: kan schadelijk zijn via de borstvoeding.

    Dit zegt iets over de gevaarlijke eigenschap van een stof, maar bewijst nog niet dat een individuele werknemer door het werk onvruchtbaar is geworden. Daarvoor moet ook worden vastgesteld in welke mate en gedurende welke periode de werknemer daadwerkelijk aan de schadelijke stof is blootgesteld. Blootstelling kan plaatsvinden door inademing, opname via de huid, onbedoelde opname via de mond, contact met besmette werkkleding of oppervlakken en open of onvoldoende afgesloten productie- en reinigingsprocessen.

    De gevolgen hangen onder meer af van de identiteit van de stof, de dosis, de blootstellingsroute, de duur en frequentie van het contact en de gebruikte beschermingsmaatregelen. Ook leeftijd, eerdere vruchtbaarheidsproblemen, medicijngebruik, leefstijl en andere blootstellingen kunnen een rol spelen. Het causale verband is daardoor bij beroepsmatige vruchtbaarheidsschade vaak moeilijker vast te stellen dan bij een eenmalig ongeval waarbij een voortplantingsorgaan rechtstreeks is beschadigd. Een medisch deskundige moet per geval beoordelen welke vruchtbaarheidsschade aanwezig is en welke oorzaken daarvoor aannemelijk zijn. Daarnaast kan een arbeidshygiënist of toxicoloog nodig zijn om de historische blootstelling te reconstrueren.

    Aansprakelijkheid van de werkgever

    De werkgever moet op grond van artikel 7:658 BW de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee wordt gewerkt zo inrichten en onderhouden dat werknemers geen schade lijden. Ook moet hij passende maatregelen nemen en voldoende instructies geven. Deze zorgplicht is ruim, maar de werkgever garandeert niet dat iedere werknemer onder alle omstandigheden gezond blijft. Ook een ruime zorgplicht is en blijft een zorgplicht en is nog geen resultaatsverbintenis.

    Bij gevaarlijke en reprotoxische stoffen moet de werkgever in ieder geval:

    • Vaststellen welke stoffen aanwezig zijn;

    • De risico’s opnemen in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E);

    • De aard, hoogte en duur van de blootstelling beoordelen;

    • Gevaarlijke stoffen waar mogelijk vervangen door veiligere alternatieven;

    • Blootstelling zoveel mogelijk bij de bron voorkomen;

    • Zorgen voor gesloten systemen, afzuiging of ventilatie;

    • Werknemers tijdig informeren en instrueren;

    • Geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen verstrekken;

    • Toezicht houden op het gebruik van de maatregelen;

    • De vereiste blootstellingsgegevens registreren en bewaren.

    Sinds 2024 gelden voor sommige reprotoxische stoffen aangescherpte regels. Werkgevers moeten onder meer nauwkeuriger registreren welke werknemers zijn of kunnen worden blootgesteld, om welke stof het gaat en hoe hoog en langdurig de blootstelling is. Voor deze blootstellingsregistratie geldt in Nederland een bewaartermijn van veertig jaar. De werknemer heeft recht op inzage in de gegevens die op hem of haar betrekking hebben.

    Heeft de werkgever geen deugdelijke RI&E uitgevoerd, geen blootstellingsmetingen verricht of wettelijk vereiste registraties niet bijgehouden, dan kan dit grote gevolgen hebben. De werkgever kan niet zonder meer profiteren van bewijsproblemen die mede zijn ontstaan doordat hij zijn administratie- en veiligheidsverplichtingen niet is nagekomen. Dat neemt niet weg dat ook dan ten minste aannemelijk moet zijn dat de arbeidsomstandigheden de vastgestelde vruchtbaarheidsschade kunnen hebben veroorzaakt.

    Onvruchtbaarheid door een gebrekkig product of geneesmiddel

    Vruchtbaarheidsschade kan ontstaan door een geneesmiddel, implantaat, anticonceptiemiddel, medisch hulpmiddel of chemisch product. Mogelijk is de fabrikant of importeur aansprakelijk omdat het product onvoldoende veilig was. Daarnaast kan de voorschrijvende arts aansprakelijk zijn wanneer het product in de concrete situatie niet had mogen worden gebruikt of de patiënt onvoldoende over het vruchtbaarheidsrisico is geïnformeerd.

    Aansprakelijkheid van de fabrikant of importeur

    De producent is op grond van artikel 6:185 BW in beginsel aansprakelijk voor schade die door een gebrek in zijn product wordt veroorzaakt. Een product is gebrekkig wanneer het niet de veiligheid biedt die daarvan mocht worden verwacht. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de presentatie en waarschuwingen, het redelijkerwijs te verwachten gebruik en het moment waarop het product op de markt kwam. Ook een importeur die een product van buiten de Europese Economische Ruimte invoert, kan als producent aansprakelijk zijn.

    Denk bijvoorbeeld aan:

    • Een geneesmiddel met een niet-vermeld vruchtbaarheidsrisico;

    • Een anticonceptie-implantaat dat schadelijke stoffen afgeeft;

    • Een medisch hulpmiddel dat voortplantingsorganen beschadigt;

    • Een chemisch product dat bij normaal gebruik onvoldoende bescherming tegen reprotoxische effecten biedt.

    Een bekende bijwerking maakt een product niet automatisch gebrekkig. Omgekeerd sluit het vermelden van een risico in de bijsluiter aansprakelijkheid niet altijd uit. Beslissend is welke veiligheid de gebruiker, gelet op alle omstandigheden, redelijkerwijs mocht verwachten en of de waarschuwingen voldoende duidelijk waren. Het slachtoffer moet in beginsel het gebrek, de vruchtbaarheidsschade en het causale verband aantonen.

    Aansprakelijkheid van de voorschrijvende arts

    Een product kan deugdelijk zijn, terwijl de arts toch aansprakelijk is voor een verkeerde medische keuze. Een arts moet beoordelen of een geneesmiddel, implantaat of hulpmiddel geschikt is voor deze patiënt. Daarbij moet hij rekening houden met onder meer de medische voorgeschiedenis, leeftijd, kinderwens, contra-indicaties, beschikbare alternatieven en bekende bijwerkingen.

    Een arts kan bijvoorbeeld aansprakelijk zijn wanneer hij of zij:

    • Een middel voorschrijft dat vanwege een aandoening of kinderwens ongeschikt is;

    • Een verkeerde dosis of behandelduur kiest;

    • Relevante controles achterwege laat;

    • Niet reageert op signalen van schadelijke bijwerkingen;

    • Onvoldoende informeert over een aanzienlijk risico op tijdelijke of blijvende onvruchtbaarheid;

    • Geen redelijk vruchtbaarheidssparend alternatief bespreekt.

    De arts is niet automatisch aansprakelijk wanneer een bekende maar onvermijdelijke bijwerking optreedt. Beoordeeld wordt of hij handelde zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend zorgverlener mocht worden verwacht. Bij gebrekkige voorlichting moet bovendien aannemelijk zijn dat de patiënt bij correcte informatie een andere keuze zou hebben gemaakt en daardoor de vruchtbaarheidsschade waarschijnlijk zou zijn voorkomen.

    Wat moet je doen bij vermeende vruchtbaarheidsschade?

    Wie vermoedt dat een medische fout, ongeval, geweldsincident, arbeidsomstandigheid of gebrekkig product de vruchtbaarheid heeft aangetast, moet zowel de medische situatie als de mogelijke oorzaak zorgvuldig laten vastleggen. Voor een schadevergoeding is het niet voldoende dat de vruchtbaarheidsproblemen na het incident zijn ontdekt. Er moet worden vergeleken welke vruchtbaarheid waarschijnlijk vóór het incident bestond en hoe de situatie zich zonder de fout of het ongeval vermoedelijk zou hebben ontwikkeld. Het medische dossier, onderzoeksuitslagen en een onafhankelijk deskundigenonderzoek spelen daarbij vaak een centrale rol.

    1. Laat de vruchtbaarheidsschade medisch onderzoeken

      Maak een afspraak met een gynaecoloog, uroloog, androloog, fertiliteitsarts of andere specialist. Vraag de arts om vast te leggen welke beschadiging of functiestoornis aanwezig is, of herstel mogelijk is en welke kansen op natuurlijke conceptie of zwangerschap resteren. Laat ook onderzoeken of de klachten mogelijk een andere oorzaak hebben, omdat alleen schade die met het incident verband houdt op een aansprakelijke partij kan worden verhaald.

    2. Vraag het volledige medische dossier op

      Vraag indien van toepassing een kopie op van het volledige medische dossier, inclusief onderzoeksuitslagen, operatieverslagen, beeldmateriaal, laboratoriumgegevens, toestemmingsformulieren en correspondentie. Een patiënt heeft recht op inzage in en een kopie van het eigen dossier. De zorgaanbieder moet in beginsel binnen één maand aan een verzoek om inzage meewerken. Bewaar de originele digitale bestanden en noteer welke stukken volgens jou ontbreken.

    3. Leg de vruchtbaarheid vóór het incident vast

      Verzamel gegevens over eerdere zwangerschappen, vruchtbaarheidsonderzoeken, menstruatiepatronen, semenonderzoek, hormoonwaarden, aandoeningen, operaties en eerder ingezette behandelingen. Ook correspondentie over een kinderwens, gezinsplanning of een voorgenomen fertiliteitstraject kan helpen om de persoonlijke en medische uitgangssituatie te reconstrueren.

    4. Verzamel bewijs van de fout of aansprakelijkheidsgrond

      Welk bewijs nodig is, hangt af van de oorzaak van de schade. Bij een medische fout zijn onder meer behandelprotocollen, informatie over alternatieven, operatieverslagen en verklaringen van zorgverleners relevant, terwijl bij een arbeidssituatie juist de risico-inventarisatie, veiligheidsinformatiebladen en blootstellingsregistraties belangrijk zijn. Verzamel bij een ongeval of geweldsincident ook foto’s, getuigenverklaringen, het proces-verbaal, ongevalsrapporten en correspondentie met verzekeraars of andere betrokken partijen.

    5. Laat het causale verband onafhankelijk beoordelen

      Een onafhankelijke medische deskundige moet beoordelen welke vruchtbaarheid vóór het incident waarschijnlijk bestond, welke schade daarna is ontstaan en of de gebeurtenis deze schade kan hebben veroorzaakt. Bij medische aansprakelijkheid kan een deskundigenonderzoek nodig zijn om vast te stellen wat een redelijk bekwaam en redelijk handelend zorgverlener had moeten doen en wat bij correct handelen waarschijnlijk zou zijn gebeurd.

    6. Houd alle schade en toekomstige gevolgen bij

      Bewaar facturen, declaraties, eigenrisicokosten, reiskosten, parkeerkosten, verlofregistraties en gegevens over gemist inkomen of studievertraging. Noteer ook de medische belasting, psychische gevolgen, invloed op de relatie en eventuele kosten van IUI, IVF, ICSI, donormateriaal of fertiliteitspreservatie.

    7. Stel de juiste partij aansprakelijk en stuit de verjaring

      Een schadevordering verjaart doorgaans vijf jaar nadat het slachtoffer bekend is geworden met zowel de schade als de mogelijk aansprakelijke persoon. De termijn kan worden gestuit met een schriftelijke mededeling waarin het recht op schadevergoeding ondubbelzinnig wordt voorbehouden. Wacht hiermee niet totdat de medische eindtoestand is bereikt.

    8. Laat de zaak deskundig beoordelen voordat je definitief afwikkelt

      Vruchtbaarheidsschade vraagt meestal om samenwerking tussen een gespecialiseerde belangenbehartiger, medisch adviseur en zo nodig een onafhankelijk fertiliteitsdeskundige. Onderteken geen definitieve vaststellingsovereenkomst zolang de medische prognose, resterende behandelopties of toekomstige behandelkosten nog onvoldoende duidelijk zijn. Bij concrete maar onzekere toekomstige schade kan een uitdrukkelijk voorbehoud nodig zijn, zodat later alsnog vergoeding kan worden gevraagd wanneer de vruchtbaarheid verder verslechtert of aanvullende behandelingen noodzakelijk blijken.

    Welke schade wordt vergoed bij onvruchtbaarheid?

    Een vrouw ligt op een bed en kijkt nadenkend naar een zwangerschapstest, bij zacht licht in een gezellige slaapkamer.

    De hoofdregel is dat het slachtoffer financieel zo veel mogelijk in de situatie moet worden gebracht waarin het zonder de medische fout, het ongeval of de andere aansprakelijke gebeurtenis zou hebben verkeerd. Zowel bestaande kosten als voldoende aannemelijke toekomstige schade kunnen worden vergoed. Het moet wel gaan om redelijke schade die voldoende verband houdt met de aantasting van de vruchtbaarheid. Niet iedere gewenste behandeling, buitenlandse ingreep of onbeperkt aantal IVF-pogingen komt daarom automatisch voor rekening van de aansprakelijke partij. Ook mag dezelfde schade niet tweemaal worden vergoed: bedragen die de zorgverzekeraar betaalt, kunnen niet nogmaals als schade op de aansprakelijke partij worden verhaald.

    Kosten van fertiliteitsonderzoek en behandeling

    Niet-verzekerde kosten van vruchtbaarheidsonderzoek, IUI, IVF, ICSI, medicatie en medische controles kunnen voor vergoeding in aanmerking komen. De basisverzekering vergoedt vruchtbaarheidsonderzoek en -behandelingen onder voorwaarden bij een medische indicatie en doorgaans alleen wanneer de vrouw jonger is dan 43 jaar. Voor IVF en ICSI worden maximaal drie pogingen per doorgaande zwangerschap vergoed. Alleen het zelf betaalde of niet-verzekerde deel kan daarom als schade worden gevorderd.

    Ook extra IVF- of ICSI-pogingen, geneesmiddelenbijdragen, opslagkosten, donorzaad, donoreicellen en noodzakelijke behandeling in het buitenland kunnen mogelijk worden geclaimd. De aansprakelijke partij hoeft deze kosten alleen te vergoeden wanneer de behandeling medisch aangewezen, redelijk en door de aansprakelijke gebeurtenis noodzakelijk is geworden. Voor toekomstige behandelingen kan een reservering of voorbehoud nodig zijn wanneer nog onzeker is of en wanneer zij zullen plaatsvinden.

    Verlies van inkomen en studievertraging

    Een slachtoffer kan inkomensschade lijden door medische onderzoeken, operaties, fertiliteitsbehandelingen of lichamelijke en psychische klachten. Ook een lagere belastbaarheid, gemiste promotiekans, verlies van zelfstandig ondernemersinkomen of studievertraging kan worden meegenomen. De schade moet concreet worden onderbouwd met bijvoorbeeld loonstroken, belastingaangiften, verlofregistraties, werkgeversverklaringen of studiegegevens. Alleen de tijd die aan een fertiliteitsbehandeling is besteed, bewijst nog geen financieel verlies. Er moet worden vastgesteld welke inkomsten of studiemogelijkheden zonder de vruchtbaarheidsschade waarschijnlijk zouden zijn behouden.

    Psychologische behandeling en relatieproblemen

    Onvruchtbaarheid kan leiden tot verdriet, angst, rouw, depressieve klachten, seksuele problemen en spanningen binnen een relatie. De kosten van noodzakelijke behandeling door een psycholoog, psychotherapeut of seksuoloog kunnen worden vergoed voor zover deze niet al door de zorgverzekering zijn betaald. Er moet wel voldoende verband bestaan tussen de psychische klachten en de aansprakelijke gebeurtenis. Algemene relatietherapie of begeleiding wordt niet automatisch volledig vergoed. De noodzaak, duur en kosten kunnen worden onderbouwd met behandelplannen, verwijzingen, facturen en verklaringen van behandelaars.

    Smartengeld bij verlies van vruchtbaarheid

    Smartengeld is een vergoeding voor lichamelijke pijn, psychisch leed en verlies van levensvreugde. Er bestaat geen vast bedrag voor onvruchtbaarheid of het verlies van een kinderwens. De rechter kijkt onder meer naar de leeftijd van het slachtoffer, de blijvendheid van het letsel, een concrete kinderwens, aanvullende operaties, de belasting van fertiliteitsbehandelingen, psychische gevolgen en resterende mogelijkheden om een biologisch kind te krijgen. Ook bedragen uit vergelijkbare uitspraken spelen een rol. De persoonlijke gevolgen moeten met medische informatie en concrete omstandigheden worden onderbouwd.

    De partner heeft niet automatisch zelfstandig recht op smartengeld omdat de gezamenlijke kinderwens wordt geraakt. Wel kan de partner eigen materiële schade hebben, zoals zelf betaalde reiskosten, medische kosten of aantoonbaar inkomensverlies. Een zelfstandige immateriële vergoeding is slechts in bijzondere situaties mogelijk, bijvoorbeeld bij aantoonbaar geestelijk letsel of wanneer de partner rechtstreeks door dezelfde fout is getroffen.

    Kosten van juridische en medische bijstand

    Redelijke kosten om aansprakelijkheid, causaal verband en de omvang van de schade vast te stellen, kunnen op de aansprakelijke partij worden verhaald. Denk aan kosten van een medisch adviseur, een onafhankelijke fertiliteitsdeskundige, het opvragen en beoordelen van dossiers en gespecialiseerde juridische bijstand. Hiervoor geldt de dubbele redelijkheidstoets: het moet redelijk zijn dat deskundige hulp is ingeschakeld én het bedrag van de kosten moet redelijk zijn. De rechtspraak bevestigt evenwel dat kosten van een medisch adviseur onder omstandigheden redelijke kosten ter vaststelling van schade kunnen zijn.

    Veelgestelde vragen over schadevergoeding bij onvruchtbaarheid

    Onvruchtbaarheid kan lichamelijke, psychische en financiële gevolgen hebben, maar geeft niet automatisch recht op een schadevergoeding. Medisch moet worden vastgesteld welke vruchtbaarheidsbeperking bestaat en welke behandelmogelijkheden nog beschikbaar zijn. Juridisch moet daarnaast worden bewezen dat een fout, ongeval of andere aansprakelijke gebeurtenis de vruchtbaarheid heeft aangetast. De hoogte van de vergoeding hangt af van de persoonlijke gevolgen en de kosten die daadwerkelijk door die gebeurtenis zijn veroorzaakt. Hieronder staan de antwoorden op veelvoorkomende medische en juridische vragen over vruchtbaarheidsschade.

    Wat is onvruchtbaarheid?

    Onvruchtbaarheid of infertiliteit betekent medisch dat na minstens twaalf maanden regelmatige onbeschermde geslachtsgemeenschap geen zwangerschap is ontstaan. Dit betekent niet automatisch dat zwangerschap definitief onmogelijk is: soms lukt het later spontaan of met een vruchtbaarheidsbehandeling. De oorzaak kan bij de vrouw, de man of beiden liggen. Soms blijft de oorzaak ondanks onderzoek onbekend.

    Wat is verminderde vruchtbaarheid?

    Bij verminderde vruchtbaarheid, ook wel subfertiliteit genoemd, is een natuurlijke zwangerschap nog mogelijk, maar is de kans kleiner of duurt het langer. Soms zijn IUI, IVF of ICSI nodig om de zwangerschapskans te vergroten.

    Wanneer ben ik onvruchtbaar?

    Na twaalf maanden zonder zwangerschap is sprake van subfertiliteit, maar nog niet automatisch van volledige onvruchtbaarheid. Of natuurlijke conceptie of zwangerschap medisch onmogelijk is, kan pas na fertiliteitsonderzoek worden vastgesteld.

    Hoeveel schadevergoeding krijg je bij onvruchtbaarheid?

    Er bestaat geen vast bedrag voor onvruchtbaarheid. De vergoeding kan bestaan uit niet-verzekerde medische kosten, toekomstige fertiliteitsbehandelingen, inkomensverlies, psychologische hulp, juridische kosten en smartengeld. Alleen schade die voldoende verband houdt met de aansprakelijke gebeurtenis wordt vergoed.

    Kun je smartengeld krijgen als je geen kinderen meer kunt krijgen?

    Ja. Blijvende onvruchtbaarheid kan recht geven op smartengeld wegens lichamelijk letsel, verdriet, verlies van levensvreugde en aantasting van de reproductieve zelfbeschikking. De rechter kijkt onder meer naar de leeftijd, de kinderwens, de blijvendheid van het letsel, psychische gevolgen, aanvullende operaties en resterende mogelijkheden om een kind te krijgen.

    Worden buitenlandse vruchtbaarheidsbehandelingen vergoed?

    De zorgverzekeraar vergoedt geplande zorg in het buitenland alleen wanneer dezelfde behandeling ook in Nederland onder de basisverzekering valt. De vergoeding is doorgaans beperkt tot het Nederlandse tarief en voorafgaande toestemming of een verwijzing kan verplicht zijn. Is de buitenlandse behandeling door aansprakelijk veroorzaakte vruchtbaarheidsschade medisch noodzakelijk geworden én wordt dit niet vergoed door de zorgverzekeraar, dan kunnen redelijke niet-verzekerde kosten mogelijk op de aansprakelijke partij worden verhaald.

    Kun je schadevergoeding krijgen als je nog geen concrete kinderwens had?

    Dat kan. Vooral bij jonge slachtoffers kan het definitieve verlies van de mogelijkheid om later zelf voor biologisch ouderschap te kiezen een aantasting van de lichamelijke integriteit en reproductieve autonomie vormen. Het ontbreken van een actuele kinderwens sluit een claim niet automatisch uit.

    Wat kun je doen als een kliniek sperma, eicellen of embryo’s verliest?

    Vraag onmiddellijk om een schriftelijke incidentmelding, het volledige medische en laboratoriumdossier, de opslagovereenkomst en gegevens over wat precies verloren is gegaan. Dien een formele klacht in, stel de kliniek schriftelijk aansprakelijk en laat onafhankelijk beoordelen welke reële kans op zwangerschap verloren is gegaan.

    Waar kan ik mijn vruchtbaarheid testen als vrouw?

    Ga langs bij de huisarts of gynaecoloog wanneer zwangerschap na twaalf maanden proberen uitblijft of eerder wanneer je geen of zeer onregelmatige menstruaties hebt. De arts kan de uitgangssituatie beoordelen en zo nodig verwijzen naar een fertiliteitskliniek voor een oriënterend fertiliteitsonderzoek. Er bestaat geen losse test die met zekerheid bewijst dat je vruchtbaar bent.

    Hoe groot is de kans op onvruchtbaarheid door chlamydia?

    In de Nederlandse Chlamydia Cohort Studie meldde 1,5 procent van de vrouwen die ooit chlamydia hadden gehad onvruchtbaarheid door eileiderschade, tegenover 0,5 procent van de vrouwen zonder eerdere chlamydia. Dat betekent niet dat iedere afzonderlijke infectie een kans van precies 1,5 procent geeft: het persoonlijke risico hangt onder meer af van klachten, herhaalde infecties en het ontstaan van een bekkenontsteking. Vrouwen met een eerdere infectie werden in het onderzoek uiteindelijk ongeveer even vaak zwanger, maar gemiddeld iets minder snel.

    Is onvruchtbaarheid te genezen?

    Dat hangt volledig af van de oorzaak. Een eisprongstoornis, infectie of afsluiting kan soms worden behandeld, terwijl definitief verlies van eicellen, zaadcellen, voortplantingsorganen of baarmoederfunctie meestal niet kan worden hersteld.

    Is kinderen krijgen een recht?

    De keuze om een kind te proberen te krijgen en daarvoor medisch ondersteunde voortplanting te gebruiken, valt onder de bescherming van het privé- en gezinsleven in artikel 8 EVRM. Dit is echter geen afdwingbare garantie op een zwangerschap, een kind of onbeperkte toegang tot iedere gewenste behandeling. De overheid mag vruchtbaarheidszorg reguleren en voorwaarden stellen, zolang zij de betrokken individuele en maatschappelijke belangen zorgvuldig afweegt.