Bij kettingbotsingen zijn vaak veel voertuigen betrokken en is de schade nauwelijks te overzien. Bij een kettingbotsing bij Akkrum, eind vorig jaar, waren bijvoorbeeld nog 30 voertuigen betrokken en kwam een persoon om het leven. In 2014 ging het zelfs om 150 voertuigen en twee doden. De verkeersramp bij Prinsenbeek (1972) is nog steeds de zwaarste kettingbotsing in de Nederlandse geschiedenis. Toen waren er ook twee tankwagens bij de kettingbotsing betrokken en ontstond er een vuurzee waarbij dertien personen om het leven kwamen. Een groot deel van hen zat gekneld en werd levend verbrand. Telkens opnieuw werden er vragen gesteld over de aansprakelijkheid. En laat het duidelijk zijn dat de aansprakelijkheidsvraag bij kettingbotsingen ongelofelijk complex is.

Moeilijke aansprakelijkheidsregeling bij kettingbotsingen

Bij kettingbotsingen kunnen er zich uiteenlopende situaties voordoen waarbij er over en weer talloze fouten worden gemaakt. Denk daarbij aan:

  • Een bestuurder remt bruusk en zorgt ervoor dat een achterligger niet voldoende tijd meer heeft om tot stilstand te komen
  • De achterligger houdt onvoldoende afstand om tot stilstand te komen
  • Momentane onoplettendheid zorgt voor een te late remreactie
  • Een auto heeft de achterlichten niet aanstaan en wordt hierdoor onvoldoende opgemerkt in de mistige omstandigheden
  • Een technisch defect aan het voertuig
  • Een vrachtwagen is te zwaar beladen en kan daardoor niet tijdig remmen
  • Enzovoort

Wie dit goed bekijkt, merkt dat een kettingbotsing zijn naam niet gestolen heeft. Er ontstaat per slot van rekening een keten van aansprakelijkheden. Zo zal degene die helemaal achteraan de kettingbotsing op zijn voorligger inrijdt, aansprakelijk zijn voor de schade van zijn voorligger. De voorligger is in principe opnieuw aansprakelijk voor zijn voorligger, hij had maar voldoende afstand moeten houden, tenzij hij kan bewijzen dat hij geen schuld treft en hij gewoon werd doorgeduwd.

Zo gaat het verder tot helemaal vooraan. Daar kan er dan weer een andere oorzaak zijn, bijvoorbeeld omdat de auto vooraan heel bruusk op de rem ging staan of veranderde van rijstrook zonder zijn richting aan te geven. Hij is dan aansprakelijk voor de schade van zijn achterligger, net zoals de auto die op die achterligger inreed dat ook is.

Vervolgens moet er ook nog rekening gehouden worden met een eventueel percentage eigen schuld, bijvoorbeeld omdat een auto de achterlichten niet had ingeschakeld terwijl dat eigenlijk wel nodig was.

Overeenkomst Vereenvoudigde Schaderegeling

De theoretische toepassing van zo'n aansprakelijkheidsketen wordt vaak heel ingewikkeld. Daarbij treden er ook nog eens talloze bewijsproblemen op. Er wordt dan met verklaringen van inzittenden gezwaaid en iedereen zit foto's te nemen om toch maar aan te tonen wat er is gebeurd. Dit zou het ongelofelijk ingewikkeld maken en uiteindelijk in lange juridische procedures resulteren waar niemand iets bij te winnen heeft. Bekijk bijvoorbeeld even onderstaande camerabeelden. Wie kan nog zeggen hoe het allemaal zit?

Daarom hebben WA-verzekeraars het onderling op een akkoordje gegooid: de Overeenkomst Vereenvoudigde Schaderegeling (OVS). De meeste verzekeraars zijn hiermee akkoord gegaan. De OVS behandelt de afhandeling van verschillende standaardsituaties, zoals een kettingbotsing. Eenvoudig gezegd betekent het dat de verzekeraar van de achterligger telkens de schade van de voorligger moet vergoeden als deze voorligger wordt geraakt.

Toch zijn er ook hier nog een aantal bijzondere situaties mogelijk die de afhandeling extra ingewikkeld maken:

  • Een auto is niet verzekerd
  • Er is een buitenlandse verzekeraar waarmee een akkoord moet worden gevonden
  • Een slachtoffer vecht de toepassing van de OVS-regeling aan
  • Verzekeraars hebben onderling een andere schaderegelingsovereenkomst gesloten
  • Er bestaat discussie over de toepasselijkheid van OVS-afspraken (bv. omdat een auto al dan niet geparkeerd was)

Als de OVS-regeling niet kan worden toegepast, zijn de verzekeraars overeengekomen om deze enkelvoudige botsing buiten de keten te laten en apart te behandelen. De rest van de keten wordt wel gewoon volgens de OVS-regeling afgehandeld. Soms wordt het echter zo gecompliceerd dat verzekeraars overeenkomen dat elke verzekeraar de schade van zijn eigen verzekerde vergoedt.

Houd er ten slotte rekening mee dat deze regeling enkel geldt wanneer er sprake is van een kettingbotsing. De OVS-regeling geeft zelf aan wanneer dat het geval is:

  • Er moeten meer dan twee motorrijtuigen bij de botsing betrokken zijn (een fietser telt bv. niet mee)
  • Deze motorrijtuigen moeten op dezelfde weg en achter elkaar rijden (tegenliggers tellen niet mee)
  • Het achteroprijdend motorrijtuig moet in botsing komen met het aanrakingsvlak van het motorrijtuig dat voor hem rijdt

Schadevergoeding na een kettingbotsing

Op basis van de OVS-regeling of op basis van de causaliteitsleer krijgen slachtoffers alle schade of een deel van de schade vergoed. Hierbij komt alle schade in aanmerking, zoals:

  • Materiële schade aan het voertuig
  • Letselschade aan alle inzittenden
  • Inkomensverlies
  • De kosten voor een vervangwagen
  • Administratie- en reiskosten
  • Juridische kosten
  • Smartengeld
  • Enzovoort

In elk geval duurt het bij een kettingbotsing vaak langer alvorens er een schadevergoeding wordt toegekend. Dat komt omdat er altijd eerst wordt gewacht op het omstandig politierapport en omdat er vaak wel een aantal moeilijkheden optreden waarbij er nieuwe afspraken worden gemaakt. Wanneer er geen bijzondere moeilijkheden optreden, kan het soms wel snel gaan. Bij de kettingbotsing in 2014, toen er zo'n 150 auto’s betrokken waren, was het dossier al binnen de maand afgehandeld.

Wie een cascoverzekering en/of inzittendenverzekering heeft, kan het een en ander wel meteen met de eigen verzekering afhandelen. Hierdoor kan er sneller worden uitbetaald. Voor inzittenden kan de bedrijfsregeling schuldloze derde een oplossing bieden. Zij kunnen dan een verzekeraar naar keuze aanspreken, bij voorkeur de verzekeraar van het voertuig waarin ze zitten. Later, wanneer de aansprakelijkheidsvraag duidelijk is, regelen de verzekeraars de situatie onderling. Hierdoor krijgen slachtoffers die sowieso geen schuld treffen toch snel een schadevergoeding.

Wat moet ik doen als ik betrokken ben bij een kettingbotsing?

Bij een kettingbotsing is het aangewezen om onderstaand stappenplan te volgen. Het belangrijkste is dat iedereen veilig is, maar daarnaast moet er ook worden nagedacht over de afhandeling van het schadedossier.


1.      Zorg voor een veilige situatie

Bij een kettingbotsing op een snelweg bestaat het risico dat er nog een nieuwe achterligger inrijdt op de laatste auto. De eerste zorg gaat dan ook naar het veilig verlaten van de plek van het ongeval en het eventueel in veiligheid brengen van andere slachtoffers. Neem vervolgens contact op met de hulpdiensten of ga na of anderen dat al hebben gedaan.


2.      Foto's maken

Eenmaal de situatie veilig is of wanneer de hulpdiensten zijn gearriveerd, is er tijd om de schade in kaart te brengen. Neem altijd foto's van de situatie, van de schade aan de auto, aan de voorligger en aan de achterligger. Fotografeer bijvoorbeeld ook remsporen.


3.      Schadeformulier invullen

Vul twee schadeformulieren in: een formulier samen met de voorganger en een formulier met de tegenhanger. Zorg ervoor dat alles correct is ingevuld en dat het wordt ondertekend.



4.      Andere contactgegevens noteren

Noteer de contactgegevens van eventuele getuigen die het ongeval hebben zien gebeuren. Hun informatie kan noodzakelijk zijn als er uiteindelijk aansprakelijkheidsvragen opdoemen. Mogelijk is dat niet nodig omdat de OVS-regeling wordt toegepast, maar dat is op het moment van de feiten nog niet geweten.


5.      Laat letsels vaststellen

Ook wanneer er nog geen ernstige klachten zijn, is het belangrijk om bij een arts of medisch specialist langs te gaan. Een beperkte nekpijn kan de voorbode zijn voor een whiplash. Wacht niet met dergelijke vaststellingen en geef elk pijntje aan de arts aan. Houd ook bonnetjes bij en noteer alles in het schriftje. Zelfs de verplaatsingskosten naar de arts komen in aanmerking voor een schadevergoeding.

Veelgestelde vragen over de aansprakelijkheid bij kettingbotsingen

  • Wat zijn de gevolgen van een kettingbotsing voor mijn schadevrije jaren?

De Overeenkomst Vereenvoudigde Schaderegeling staat los van de foutvraag. De uitbetaling door de verzekeraar resulteert met andere woorden niet in een schulderkenning. Die schuldvraag is echter nog steeds belangrijk. Enkel als er kan worden aangetoond dat de verzekerde toch schuld treft, kunnen er gevolgen zijn voor de schadevrije jaren of voor de no-claimkorting.

  • Waarom ben ik aansprakelijk als ik inrijd op mijn voorligger?

Dat volgt uit artikel 19 RVV. Hierin staat dat een bestuurder altijd in staat moet zijn om zijn auto tot stilstand te brengen. Hiervoor moet er niet alleen voldoende afstand worden gehouden, maar moet er ook rekening worden gehouden met de omstandigheden. Bij een nat wegdek, een slechte verlichting of mistige omstandigheden moet er dan ook meer afstand worden gehouden.

  • Wat is het verschil tussen een kettingbotsing en een kop-staartbotsing?

Het aantal betrokken voertuigen. Bij een kop-staartbotsing zijn er altijd twee voertuigen betrokken, waarbij het ene voertuig, dat in dezelfde richting en op dezelfde weg rijdt, achteraan inrijdt op de voorligger. Bij een kettingbotsing zijn er minstens drie voertuigen betrokken.

  • Wat als een voertuig niet verzekerd is?

Dan heeft dat enkel gevolgen voor het voertuig dat ten gevolge van dit voertuig schade heeft opgelopen. Het Waarborgfonds Motorverkeer zal dan de schade vergoeden. De niet-verzekerde komt daar overigens niet zomaar mee weg en het Waarborgfonds Motorverkeer zal de schade bij hem trachten te verhalen. Het voordeel van deze regeling is dat het slachtoffer altijd een schadevergoeding krijgt, ook als de niet-verzekerde onvermogend blijkt te zijn.

  • Wat als ik een cascoverzekering heb?

Dan kan alles worden afgehandeld via de eigen verzekeraar. De verzekeraar zal dan meteen de schade vergoeden. Achter de schermen kunnen de betaalde bedragen wel bij de (verzekeraar van de) aansprakelijke worden verhaald. Snellere vergoedingen zonder veel gedoe is het voornaamste voordeel. Ook wanneer de verzekerde zelf een fout beging en niemand aansprakelijk kan stellen, wordt de autoschade vergoed. Het moet overigens wel gaan om een volledige cascodekking en niet om de beperkte cascoverzekering.

Reader Interactions

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *