Wie schulden maakt, moet ze ook betalen. Toch kan het ook dat men schulden moet betalen die een ander heeft gemaakt. Bijvoorbeeld omdat de echtgenoot verbintenissen is aangegaan voor het gezin. Of omdat het niet goed gaat met de zaak van de huwelijkspartner. Indien nodig kan schuldhulpverlening redding brengen.

Aansprakelijkheid voor rechtmatige schulden

Een overeenkomst opent rechten, maar ook verplichtingen. Er is met andere woorden altijd een tegenprestatie verschuldigd. Als zo'n overeenkomst rechtsgeldig is aangegaan, is men ook verplicht om deze schulden te betalen. In principe is een overeenkomst rechtsgeldig wanneer er sprake is van aanbod en aanvaarding, maar in de praktijk is het vaak iets complexer. Zo mogen er geen verboden afspraken worden gemaakt. Zeker ten aanzien van consumenten houden lang niet alle voorwaarden altijd stand.

Daarnaast moeten we ons de vraag stellen wanneer er sprake is van aanbod en aanvaarding. Kan een dronken man die een miljoen euro aanbiedt voor een zoen verplicht worden om dit ook daadwerkelijk te betalen? Om een antwoord hierop te bieden, moeten we duiken in de bestanddelen van zo'n aanvaarding. Om rechtsgeldig te kunnen aanvaarden, moet er dan ook sprake zijn van een wil en van een wilsverklaring. De dronken man heeft hier niet de wil om een echt aanbod te doen, maar heeft louter de wil om een grapje te maken. Er is geen aanbod en er ontstaat dus ook geen schuld. Hetzelfde geldt wanneer iemand handelings- of wilsonbekwaam is. Zo'n persoon is dan niet in staat om een overeenkomst aan te gaan. Dit geldt ook voor mensen die onder curatele zijn geplaatst.

Daarnaast kan er sprake zijn van een wilsgebrek. Er is dan wel een wil, maar de wil is onjuist gevormd. Zo kan iemand die gefolterd wordt wel degelijk de wil hebben om de overeenkomst aan te gaan – alles om het folteren te doen ophouden –, maar is er toch geen sprake van een geldige wil. Dit is ook het geval bij bedreiging, bedrog, misbruik van omstandigheden en dwaling.

Schuldhulpverlening bij ophopende schulden

Wanneer overeenkomsten geldig tot stand komen, is men verplicht om ze na te leven. De schuldenaar moet de schulden dus betalen. Dit is in de praktijk niet altijd mogelijk. De schulden kunnen zo hoog oplopen dat het betalen ervan moeilijk of zelfs onmogelijk wordt. Het is dan raadzaam om zich bij de gemeente voor een minnelijke schuldhulpverlening aan te melden. Daarnaast is er ook een wettelijk traject mogelijk.

Minnelijke schuldhulpverlening

De minnelijke schuldhulpverlening is gebaseerd op de vrijwillige medewerking van schuldeisers. Hoewel zij vrij zijn om al dan niet mee te werken aan het traject, is het voor hen vaak wenselijk om dit te doen: het traject zorgt ervoor dat zij tenminste nog een deel van de openstaande schuld kunnen incasseren.

Een schuldhulpverlener zal de schulden inventariseren en zal ook het beschikbare inkomen nagaan. Vervolgens ontvangen de schuldeisers een voorstel, waarbij een deel van de schulden wordt kwijtgescholden. Preferente schuldeisers zoals de Belastingdienst krijgen vaak een groter percentage van de openstaande schuld dan andere schuldeisers. Daartegenover verbindt de schuldenaar zich aan een aflossingsplan en geeft hij aan geen nieuwe schulden te zullen maken. Wanneer de schuldenaar zich aan alle regels en afspraken houdt, wordt het restant van de schulden kwijtgescholden.

Soms zal de gemeente een voorstel tot schuldsanering doen. Alle schulden worden dan afgelost met behulp van een lening die de gemeente aanbiedt. De schuldenaar heeft dan nog maar één schuldeiser en kan onder passende voorwaarden de gemeente terugbetalen.

Het recht op deze vorm van schuldhulpverlening is niet absoluut. Wie bijvoorbeeld fraude heeft gepleegd of zich ernstig heeft misdragen tegen medewerkers van de gemeente kan de aanvraag geweigerd zien worden.

Wettelijke schuldhulpverlening

Wanneer een minnelijk traject onmogelijk is of wanneer schuldeisers niet met het voorstel akkoord gaan, is het mogelijk wenselijk om een wettelijk traject op te starten. Dit gaat via de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Een Wsnp-traject aanvragen verloopt via de rechtbank, waarbij er wel een aantal toelatingsvoorwaarden gelden.

Nadien zal een Wsnp-bewindvoerder een vtlb (vrij te laten bedrag) vastleggen. Dit is een deel van het inkomen dat men zelf mag houden om bijvoorbeeld de huur of de boodschappen te betalen. Alles daarboven wordt aan de Wsnp-bewindvoerder afgestaan die de schuldeisers zal betalen. Wie zich gedurende een vastgelegde periode netjes aan de regels houdt, wordt later bevrijd. Een deel van de schulden is dan niet langer terug te betalen en de schuldenaar start met een schone lei.

Aansprakelijkheid voor schulden van anderen

Men kan niet alleen aansprakelijk zijn voor de schulden die men zelf is aangegaan, maar soms ook voor de schulden van anderen. Het gaat dan vooral om de situatie waarbij ouders aansprakelijk zijn voor de schulden van hun kinderen, maar men kan ook aansprakelijk zijn voor de schulden van echtgenoten, voor de schulden van de zaak of zelfs voor de schulden van andere personen.

Aansprakelijkheid voor schulden van kinderen

Minderjarige kinderen zijn nog niet helemaal bekwaam en daarom kunnen zij niet zomaar grote en dure aankopen doen. Hiervoor hebben zij de toestemming van hun ouders nodig. Dit is ook het geval bij abonnementen, bijvoorbeeld voor de sportschool. Wanneer ouders hun toestemming geven, worden zij ook verantwoordelijk voor de betaling. De verkoper mag de ouders om geld vragen.

Bij kleine aankopen is dit anders. Een kind mag bijvoorbeeld vrij een boek kopen zonder dat ouders hun toestemming moeten geven. Ook in dit geval zijn de ouders verplicht om de schuld van hun minderjarig kind te betalen. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn wanneer het kind een agenda bestelt en vervolgens niet betaalt.

De belangrijkste vraag hierbij is natuurlijk wanneer het om een kleine aankoop gaat en wanneer niet. Hierop is er geen pasklaar antwoord. Dit moet per geval bekeken worden. Het is wel zo dat een ouder minderjarig kind grotere aankopen kan doen zonder toestemming van de ouders dan een jong minderjarig kind.

Deze regels gelden ten slotte enkel ten aanzien van minderjarige kinderen. Meerderjarige kinderen zijn steeds zelf verantwoordelijk voor de schulden die ze aangaan. De schuldeiser kan dan niet het vermogen van de ouders aanspreken.

Meer informatie over de aansprakelijkheid ten opzichte van kinderen →

Aansprakelijkheid voor schulden van echtgenoten

Weet dat er tussen partners drie soorten schulden bestaan. Enerzijds zijn er de schulden die horen bij de gewone huishouding. Daarnaast zijn er de schulden die in de huwelijksgemeenschappen vallen en ten derde zijn er de privéschulden. Dit onderscheid is belangrijk om te weten wie de schuldeiser ter betaling kan aanspreken.

Daarnaast moet je begrijpen dat er een onderscheid is tussen de aansprakelijkheid en de draagplicht. Bij de aansprakelijkheid voor een schuld stelt men zich namelijk de vraag wie de schuldeiser kan aanspreken. Bij de draagplicht gaat het veeleer om de vraag voor wiens rekening de schuld is. Soms kan het gebeuren dat de schuld voor rekening van één echtgenoot is (draagplicht), maar dat de schuldeiser wel de twee echtgenoten kan aanspreken. Dit wil zeggen dat één echtgenoot verplicht kan worden om de schuld te betalen en dat hij dan maar op zijn beurt een deel bij de andere echtgenoot terug moet vragen. Of hij dit al dan niet doet, maakt voor de schuldeiser niks uit.

Hoe dan ook is het heel moeilijk om uitspraken te doen over de aansprakelijkheid voor schulden van echtgenoten. Het is namelijk afhankelijk van hoe de samenlevingsvorm is georganiseerd en welke afspraken er zijn gemaakt. Hieronder zijn de krijtlijnen beschreven.

Schulden van de gewone huishouding

Bij de schulden die bij de gewone huishouding horen, zoals de aankoop van eten voor het gezin of de betaling van de huur, zijn echtgenoten verplicht om in verhouding van hun inkomsten bij te dragen. Dit is echter alleen een onderlinge regel. Een schuldeiser kan met andere woorden bij beide partners aankloppen of de gelden volledig halen bij een van hen. Hiervoor kan de schuldeiser zelfs hun privévermogen aanspreken. Zij moeten nadien maar opnieuw een eerlijke verdeling maken. Deze regel is er niet alleen bij een huwelijksgemeenschap, maar geldt ook bij andere echtgenoten en dit zelfs wanneer de huwelijkse voorwaarden een huwelijksgemeenschap hebben uitgesloten. Enkel de onderlinge verdeelsleutel zal telkens anders zijn.

  • Aansprakelijkheid: beide echtgenoten
  • Draagplicht: in verhouding van hun inkomen
  • Aan te spreken vermogen: gemeenschappelijk vermogen + privévermogen van de twee echtgenoten

Schulden binnen de huwelijksgemeenschap

Ten tweede zijn er de schulden die in de huwelijksgemeenschap vallen, maar dan enkel wanneer er zo'n huwelijksgemeenschap is. Dit is automatisch het geval wanneer echtgenoten gehuwd zijn en dit niet bij huwelijkse voorwaarden hebben uitgesloten. Voorbeelden van schulden die in de huwelijksgemeenschap vallen zijn de inkomstenbelasting, de auto, de inboedel, schulden die in een beroep zijn ontstaan enzovoort.

Ook de datum van het huwelijk speelt een rol. Wie voor 1 januari 2018 is gehuwd, valt onder de algehele gemeenschap van goederen. Vanaf 1 januari 2018 gaat het om de beperkte gemeenschap van goederen. Hiertussen zijn er een aantal subtiele verschillen.

  • Aansprakelijkheid: de echtgenoot die de schuld is aangegaan
  • Draagplicht: ieder de helft
  • Aan te spreken vermogen: gemeenschappelijk vermogen + privévermogen van de echtgenoot die de schuld is aangegaan
Algehele gemeenschap van goederen

Bij een algehele gemeenschap van goederen kunnen schuldeisers zowel de gemeenschappelijke bezittingen aanspreken als de privébezittingen van de echtgenoot die de schuld is aangegaan.

Beperkte gemeenschap van goederen

Bij een beperkte gemeenschap van goederen kunnen schuldeisers ook de gemeenschappelijke bezittingen aanspreken en daarnaast de privébezittingen van de echtgenoot die de schuld is aangegaan. Deze echtgenoot kan echter eerst gemeenschapsgoederen aanwijzen die voldoende zijn om de schuld te betalen. De gemeenschapsgoederen krijgen dus voorrang. Het is ook zo dat schulden die verband houden met erfenissen of schenkingen (bv. erfbelasting) of die geen gemeenschappelijk karakter hebben, zoals studieschulden, privé blijven en dus geen schulden van de huwelijksgemeenschap zijn.

Huwelijkse voorwaarden

Bij huwelijkse voorwaarden kunnen deze groep schulden worden uitgesloten. Schuldeisers zijn verplicht om dergelijke huwelijkse voorwaarden te respecteren als ze in het huwelijksgoederenregister zijn ingeschreven.

Samenwonen zonder huwelijk

Bij wie samenwoont zonder huwelijk is er geen sprake van een huwelijksgemeenschap. Echtgenoten zijn dan niet zomaar aansprakelijk voor schulden die door de andere echtgenoot zijn aangegaan. Dit is enkel anders wanneer het gaat om schulden van de gewone huishouding. In een samenlevingscontract kunnen ook afwijkende afspraken zijn gemaakt.

Privéschulden

Andere schulden zijn in principe privé. Als er sprake is van een huwelijk, moet er wel opnieuw een onderscheid worden gemaakt tussen een huwelijk in de algehele gemeenschap van goederen (huwelijk van voor 1 januari 2018) en een huwelijk met een beperkte gemeenschap van goederen.

Bij een huwelijk in de algehele gemeenschap van goederen bestaan er namelijk geen privéschulden, met uitzondering van schenkingen of erfenissen met een privéclausule. Hiervoor is de echtgenoot alleen aansprakelijk, maar de schuldeiser kan wel het gemeenschappelijk vermogen aanspreken.

Bij een huwelijk in de beperkte gemeenschap van goederen zijn er meer privéschulden. Het gaat dan om schulden die voor het huwelijk zijn ontstaan (bv. studieschulden) en schulden die verband houden met erfenissen of schenkingen. Ook hier is de echtgenoot alleen aansprakelijk, maar kan de schuldeiser ook het gemeenschappelijk vermogen aanspreken. Verder geldt ook hier het recht om bij voorrang gemeenschapsgoederen aan te wijzen.

  • Aansprakelijkheid: de echtgenoot die de schuld is aangegaan
  • Draagplicht: de echtgenoot die de schuld is aangegaan
  • Aan te spreken vermogen: gemeenschappelijk vermogen + privévermogen van de echtgenoot die de schuld is aangegaan

Aansprakelijkheid voor schulden bij een scheiding

Een echtscheiding wijzigt in principe niks aan bovenstaande redenering. Wanneer de echtgenoten gehuwd zijn geweest in een algehele gemeenschap van goederen blijven zij hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden. Idem dito zijn de regels van de beperkte gemeenschap van goederen te volgen. Anderzijds zullen schulden die ontstaan na het moment van de echtscheiding dan weer privéschulden zijn.

Bij de echtscheiding kunnen wel afspraken worden gemaakt over de activa en passiva. Dit wordt vastgelegd in een echtscheidingsconvenant. Hierin staat te lezen hoe de schulden en bezittingen worden verdeeld. Dit moet meteen gebeuren, omdat de fiscus anders kan oordelen dat er sprake is van een schenking. Dit is echter louter een onderlinge regeling en heeft enkel betrekking op de eerder aangehaalde draagplicht. Schuldeisers kunnen dus nog steeds beide vermogens aanspreken, maar onderling kunnen ex-echtgenoten wel de terugbetaling vragen volgens de modaliteiten van het echtscheidingsconvenant. Hierop bestaat wel een uitzondering: als een schuldeiser akkoord is gegaan met deze verdeling, moet hij het ook zelf accepteren.

Aansprakelijkheid voor schulden van de zaak

De aansprakelijkheid voor schulden van de zaak is afhankelijk van de rechtsvorm. Hierbij moet een onderscheid worden gemaakt naargelang de vraag of de rechtsvorm al dan niet rechtspersoonlijkheid heeft. Bovendien zijn er ook uitzonderingen, waarvan de bestuurdersaansprakelijkheid het bekendste voorbeeld is.

Overzicht van het ondernemingsrecht in Nederland →

Aansprakelijkheid bij rechtsvormen met rechtspersoonlijkheid

Bij een rechtsvorm met rechtspersoonlijkheid is men niet persoonlijk aansprakelijk voor de schulden van het bedrijf. Hierop bestaan wel uitzonderingen waarbij een bestuurder alsnog persoonlijk aansprakelijk kan zijn. Rechtsvormen met rechtspersoonlijkheid zijn de bv, de nv, de stichting, de vereniging, de coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij. De uitzonderingen zijn hieronder besproken.

Wanbeleid

De bestuurder moet zijn taak behoorlijk vervullen. Als hij dit niet doet en hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt, kan de bestuurder privé aansprakelijk worden gesteld. Hierbij kunnen we een onderscheid maken tussen de interne bestuurdersaansprakelijkheid (aansprakelijkheid ten opzichte van de bestuurde zaak) en de externe bestuurdersaansprakelijkheid (aansprakelijkheid ten opzichte van derden).

Niet-ingeschreven bij de KvK

Wanneer een rechtspersoon (nog) niet bij de KvK ingeschreven is, kan de rechtspersoon al handelingen stellen. De bestuurder zal echter persoonlijk aansprakelijk zijn voor deze handelingen.

Betalingsonmacht aan de UWV en de Belastingdienst

Wanneer een rechtspersoon de premies bij de UWV of de Belastingdienst niet op tijd kan betalen, moet de bestuurder de betalingsonmacht binnen twee weken bij de Belastingdienst melden. Wanneer de bestuurder dit niet doet, kan hij persoonlijk aansprakelijk zijn. Daarnaast kan de Belastingdienst zich net zoals andere derden mogelijk op de externe bestuurdersaansprakelijkheid beroepen.

Informele vereniging

Een informele vereniging is een vereniging die niet via de notaris is opgericht. Bij zo'n informele vereniging zijn de bestuurders(s) en de vereniging steeds samen aansprakelijk voor de schulden.

Onrechtmatige daad

Wanneer een bestuurder een onrechtmatige daad stelt, kan een derde de bestuurder daarvoor persoonlijk aansprakelijk stellen. De onrechtmatige daad prikt dan door de bescherming die de rechtspersoon biedt. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de bestuurder met de rechtspersoon oplichtingspraktijken heeft uitgevoerd.

Aansprakelijkheid bij rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid

Bij rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid is er geen scheidingslijn tussen het privévermogen en het zakelijk vermogen. Hierdoor kunnen zakelijke schulden ook steeds privé worden verhaald. Dit is het geval bij een eenmanszaak, een maatschap, een cv en een vof.

Ook gevolgen voor echtgenoten

Volgens de eerder aangehaalde aansprakelijkheidsregels voor echtgenoten kunnen echtgenoten op dezelfde manier ook aansprakelijk zijn voor zakelijke schulden. Hierbij speelt de burgerlijke staat een rol, net zoals het al dan niet aanwezig zijn van rechtspersoonlijkheid. Bovendien is het zo dat een man-vrouwfirma, een vof waarin beide echtgenoten zitten, impliceert dat alle twee de echtgenoten met hun privévermogen aansprakelijk zijn. Eventuele huwelijkse voorwaarden kunnen daar geen verandering in brengen.

Verbintenissen en de aansprakelijkheid voor schulden van anderen

Naast de wettelijke regels die ervoor zorgen dat men aansprakelijk kan zijn voor de schulden van de zaak, van kinderen of van echtgenoten, kan men ook zelf kiezen om aansprakelijk te zijn voor de schulden van anderen. Het is namelijk mogelijk om borg te staan voor de schulden van een ander. Bij een borgstelling kan de schuldeiser, wanneer de schuldenaar niet betaalt, de borg aanspreken. Degene die zich borg heeft gesteld, kan wel de terugbetaling vragen van de schuldenaar. Hij wordt nu zelf een schuldeiser.

Hierbij moet wel een onderscheid worden gemaakt tussen een zakelijke borg en een particuliere borg. Een zakelijke borg is aan weinig regels onderhevig. Dit is bijvoorbeeld een borg die een vennootschap stelt voor een verbintenis die door een werkvennootschap is aangegaan.

Bij een particuliere borgstelling gaat het vaak om familieleden, zoals een vader die zich borg stelt voor de lening die zijn zoon aangaat. Hier worden zwaardere eisen aan gesteld. De wetgever neemt namelijk aan dat particulieren minder goed op de hoogte zijn van de verregaande gevolgen die zo'n borgstelling kan hebben. Daarom moet het heel duidelijk zijn om welk bedrag het gaat en is de schriftelijke goedkeuring van de echtgenoot noodzakelijk.

Veelgestelde vragen over de aansprakelijkheid voor schulden

  • Kan ik bij een scheiding alle schulden op mij nemen?

Ja, dit kan. Houd er wel rekening mee dat dit ook fiscale gevolgen kan hebben. De fiscus kan dit namelijk zien als een schenking ten opzichte van de ex-partner. Daarop moeten dan schenkingsrechten worden betaald.

  • Ik ga samenwonen en mijn partner heeft schulden. Moet ik ze dan betalen?

Nee, deze schulden zijn persoonlijk en blijven persoonlijk wanneer men gaat samenwonen. In een samenlevingsovereenkomst kunnen hier wel afwijkende afspraken over worden gemaakt.

  • Mag een deurwaarder beslag leggen op mijn inkomen voor schulden die mijn partner heeft gemaakt?

Wanneer de schuldeiser rechtmatig het vermogen van een echtgenoot kan aanspreken, mag hij dit doen. Dit is afhankelijk van een aantal zaken en het al dan niet aanwezig zijn van huwelijkse voorwaarden. Hoe dan ook moet de deurwaarder de beslagvrije voet respecteren. Dit is een bedrag dat de deurwaarder moet laten staan om van te kunnen leven. Het inkomen van beide partners telt mee bij de berekening van deze beslagvrije voet. Volgens dezelfde regels kan de deurwaarder ook op het vakantiegeld loonbeslag leggen.

  • Mijn ex-partner gaat in schuldsanering en wij hadden nog gemeenschappelijke schulden. Wat zijn de gevolgen hiervan?

Wanneer een ex-partner in een Wsnp-traject stapt, maakt hij afspraken met schuldeisers. Wellicht zal hij een deel van de schulden niet meer moeten betalen. Dit heeft echter geen gevolgen voor de hoofdelijke aansprakelijkheid. De schuldeisers kunnen dus nog steeds van de niet-betrokken echtgenoot de betaling van de rest van de schuld eisen. Wat te veel is betaald, kan dan niet van de ex-partner in het Wsnp-traject worden teruggevraagd. Als de andere partner de schulden niet kan betalen, kan hij of zij natuurlijk ook zelf in een Wsnp-traject stappen.

  • Welke verplichtingen heb ik in een Wsnp-traject?

De belangrijkste verplichting is om het maximum te doen om het Wsnp-traject te doen slagen. Daarnaast moeten ook de andere afspraken worden nageleefd. Zo moet de Wsnp-bewindvoerder op de hoogte worden gehouden van alle relevante nieuwtjes en moet het deel van het inkomen bovenop het vtlb aan de bewindvoerder worden afgedragen. Tevens mag men geen nieuwe schulden aangaan en moet men een betaalde baan met een volledige werkweek hebben, hoewel er ook uitzonderingen zijn. Wie bijvoorbeeld geen volledige werkweek werkt, wordt niet meteen uitgesloten, maar moet wel verplicht solliciteren om een baan met een volledige werkweek te vinden.

Alle bovenmatige spullen moeten verder aan de bewindvoerder worden afgestaan en voor sommige overeenkomsten heeft men de toestemming van de bewindvoerder nodig, bijvoorbeeld bij een borgstellingsovereenkomst of bij het afsluiten van een telefoonabonnement. Als men zich niet aan deze regels houdt, kan de rechtbank het Wsnp-traject beëindigen. Men krijgt dan geen schone lei en men kan de komende tien jaar niet opnieuw tot een Wsnp-traject worden toegelaten.

  • Mag ik tijdens een Wsnp-traject huwen?

Ja, maar houd er rekening mee dat de financiële situatie wijzigt en dat dit gevolgen kan hebben voor het traject. Zo zouden schuldeisers van de partner toegang kunnen hebben tot de Wsnp-uitdeling, wat negatieve gevolgen heeft voor de bestaande schuldeisers. Dit is niet toegestaan. Bespreek daarom altijd vooraf de huwelijksplannen met de Wsnp-bewindvoerder.

  • Ik zit in een Wsnp-traject en ontvang een erfenis. Wat moet er met de erfenis gebeuren?

De erfenis maakt deel uit van de boedel die de Wsnp-bewindvoerder beheert. De bewindvoerder zal dus beslissen of de erfenis al dan niet wordt geaccepteerd. Hierdoor wordt voorkomen dat een schuldenaar een erfenis zou verwerpen om zo zijn schuldeisers te benadelen en andere erfgenamen, zoals een broer of zus, te bevoordelen. De ontvangen erfenis kan niet buiten de schuldsanering worden gehouden.

  • Worden alle schulden na het doorlopen van het Wsnp-traject kwijtgescholden?

Nee, sommige schulden blijven ook nadien bestaan. Het gaat om schulden door strafrechtelijke veroordelingen en nieuwe schulden die tijdens de Wsnp zijn gemaakt. Ook een openstaande studieschuld bij DUO blijft behouden, hoewel achterstallige schulden op de toelatingsdatum tot de Wsnp wel worden kwijtgescholden.

  • Welke spullen moet ik bij een Wsnp-traject afstaan?

De bewindvoerder zal op huisbezoek komen en bekijken welke spullen men al dan niet nodig heeft. De spullen die men niet nodig heeft, noemt men de bovenmatige inboedel. Deze bovenmatige inboedel moet men afstaan en zal men verkopen om de schuldeisers te betalen. Hieronder vallen onder meer een auto die niet nodig is voor het werk, kunst, antiek, verzamelingen, waardevolle elektronica en dergelijke meer.

Dit wordt overigens geval per geval bekeken. Zo kan de bewindvoerder oordelen dat een computer niet tot de bovenmatige inboedel behoort omdat het nodig is voor de schoolgaande kinderen. In een ander geval kan men oordelen dat een nieuwe game-pc wel tot de bovenmatige inboedel behoort. Het is dan mogelijk dat de nieuwe game-pc wordt verkocht en dat er een goedkoper exemplaar voor de kinderen wordt gekocht.

  • Mag ik gokken als ik in een Wsnp-traject zit?

Nee, wie tijdens een Wsnp-traject gokt, geld verkwist of drugs koopt, loopt het risico om uit het Wsnp-traject te worden gezet. Sowieso heeft men hier niet veel aan. Ook eventuele gokinkomsten zouden in theorie tot de boedel behoren en zouden naar de schuldeisers gaan. Gokken tijdens een Wsnp-traject is hoe dan ook geen goed idee.

Reader Interactions

Comments

  1. Vincent Rondwijk says

    Bedankt voor het delen van deze handige informatie over het thema schulden. Goed om te weten dat schulden persoonlijk zijn en dat hier regels over gemaakt kunnen worden in een samenlevingsovereenkomst. Openheid en goede communicatie met je partner is immers belangrijk.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *