Zo'n 17.000 objecten zweven er al boven ons hoofd, waaronder de gereedschapstas van astronaute Heidi Piper en nog ruim 16.200 andere stukken ruimteafval. Recent stortte een Chinese satelliet van 21 ton ongecontroleerd neer. Gelukkig ergens in zee, maar het risico wordt steeds groter dat satellieten en ruimtepuin ook op het land schade berokkenen. Wie is daarvoor aansprakelijk? Hieromtrent zijn er internationale afspraken gemaakt.

Aansprakelijkheid van landen voor hun ruimtevoorwerpen

De geschiedenis van de mens in de ruimte begint bij de lancering van de Spoetnik 1-raket in 1957. Er volgden nog talloze ruimtereizen en langzaamaan begon het toch behoorlijk druk te worden in de kosmische oneindigheid. Landen kwamen tot het besef dat dit risico's inhoudt, bijvoorbeeld wanneer ruimtetuigen botsen of op aarde vallen. Daarom hebben ze hierover afspraken gemaakt die zijn opgenomen in de Overeenkomst inzake de internationale aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door ruimtevoorwerpen van 1972. Naast de Verenigde Staten van Amerika werd het door talloze Europese landen en de Sovjet-Unie ondertekend.

Risicoaansprakelijkheid bij schade op aarde of aan luchtvaartuigen in de lucht

Dit verdrag schrijft dat de lancerende staat verplicht is om een schadevergoeding te betalen wanneer zijn ruimtevoorwerp schade toebrengt aan het aardoppervlak of aan andere luchtvaartuigen tijdens de vlucht. Het gaat om een zogenaamde risicoaansprakelijkheid. Hierbij dient met andere woorden geen fout te worden aangetoond: wanneer men iets lanceert, moet men de gevolgen van de lancering dragen.

Het verdrag besteedt vervolgens veel aandacht aan wat een lancerende staat is. Het gaat om de landen die ruimtevoorwerpen lanceren, maar ook om de landen die de lancering procureren, die faciliteiten aanbieden voor deze lancering of om de landen van wie het grondgebied voor de lancering wordt gebruikt. Wanneer verschillende landen samen een ruimtevoorwerp lanceren, zijn ze hoofdelijk aansprakelijk. Dit wil zeggen dat als een land de volledige schadevergoeding betaalt, dit land een verhaalrecht heeft op de andere deelnemende landen. Wel kunnen deze landen onderling overeenkomsten sluiten. Zo kunnen ze bijvoorbeeld vooraf een verdeelsleutel bepalen.

Op deze regels bestaan er vervolgens een aantal uitzonderingen. In artikel VI van het verdrag is bijvoorbeeld afgesproken dat een lancerende staat niet aansprakelijk is wanneer de schade geheel of gedeeltelijk is veroorzaakt door de grove schuld van een eisende staat, bijvoorbeeld wanneer een staat een opstijgende raket boven zijn grondgebied neerschiet. Deze uitzondering geldt echter niet wanneer de schade het gevolg is van een lancerende staat die in strijd met het volkenrecht handelt.

Foutaansprakelijkheid bij kosmische schade

Wanneer het schadegeval zich in de ruimte voordoet, bijvoorbeeld wanneer twee satellieten botsen, gelden er andere regels. In dit geval is er wel sprake van foutaansprakelijkheid. Opdat een staat aansprakelijk zou zijn, moet er dus een fout worden bewezen. Dit is bijvoorbeeld het uitvoeren van een fout manoeuvre of het opzettelijk laten exploderen van een ruimtevoorwerp, zoals China het in 2007 en de Verenigde Staten het in 2008 al deden.

Dergelijke rampen komen gelukkig niet vaak voor, maar met het toenemende ruimteafval wordt het risico wel steeds groter. Toch zijn er al voorbeelden van hoe het mis kan lopen. De eerste geregistreerde satellietbotsing vond namelijk plaats op 10 februari 2009. Toen verloor men het contact met de Iridium 33, een satelliet van het Amerikaanse bedrijf Iridium Communications. De vluchtroute was zo gepland dat het op 584 meter van de Russische communicatiesatelliet Kosmos-2251 zou vliegen. Er liep echter iets mis en de twee satellieten botsten met elkaar, wat in 2181 ruimteschrootbrokstukken van meer dan 10 centimeter resulteerde.

Schade aan een derde staat door een botsing in de ruimte

Het verdrag regelt ook een bijzondere situatie die tot op heden nog niet is gebeurd. Het zou namelijk kunnen dat twee ruimtevoorwerpen van twee verschillende lancerende staten met elkaar botsen en dat deze brokstukken vervolgens een derde staat schade berokkenen. Denk bijvoorbeeld aan brokstukken die hierdoor op aarde vallen. In dit geval zijn beide lancerende staten hoofdelijk aansprakelijk voor de schade op het aardoppervlak of aan de luchtvaartuigen. Het gaat opnieuw om een vorm van risicoaansprakelijkheid. Wanneer de twee ruimtevoorwerpen botsen en hierdoor samen in de ruimte schade berokkenen aan een derde staat, bijvoorbeeld omdat hun brokstukken een satelliet van de derde staat vernielen, geldt echter opnieuw de foutaansprakelijkheid.

Ontvangen van een schadevergoeding

Wanneer een land of zijn inwoners schade lijden, kan dit land bij de lancerende staat om een schadevergoeding vragen. Het verdrag maakt het niet mogelijk dat burgers of bedrijven actie ondernemen, want de vraag om een schadevergoeding moet verplicht via de diplomatieke weg worden ingediend. Dit is niet onlogisch. Het gaat mogelijk om geheime militaire satellieten en bovendien kunnen ook de verhoudingen tussen landen een rol spelen. We mogen niet vergeten dat het verdrag tijdens de Koude Oorlog tot stand kwam. Net daarom zijn er in het verdrag manieren opgenomen om een impasse te voorkomen.

Er is bijvoorbeeld de mogelijkheid om de vraag tot betaling van een schadevergoeding in te dienen via de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, een functie die op dit moment wordt uitgeoefend door António Guterres. De voorkeur wordt vervolgens gegeven aan het verkrijgen van een schikking via diplomatieke onderhandelingen. Het kan echter dat de staten geen diplomatieke overeenstemming kunnen vinden. In dit geval wordt er een Schaderegelingscommissie ingesteld die bestaat uit een lid van de eisende staat, een lid van de lancerende staat en een voorzitter die door beide staten samen wordt aangesteld. In principe gaat het dan om een onafhankelijk figuur van een land dat zich ook zo opstelt. Deze Schaderegelingscommissie zal oordelen of de eis tot schadevergoeding gegrond is en zal het bedrag van de schadevergoeding vastleggen.

De eis tot de betaling van een schadevergoeding moet in ieder geval binnen een jaar na het ontstaan van de schade worden ingediend of binnen een jaar nadat duidelijk werd welk land aansprakelijk is. Het is niet de bedoeling dat landen jaren later, bijvoorbeeld na een verslechtering van de diplomatieke relaties, oude koeien uit de sloot halen.

Bedrag van de schadevergoeding

Het verdrag bevat geen concrete bedragen. In de plaats daarvan bepaalt het akkoord dat alles moet worden hersteld naar de toestand die zou hebben bestaan als de schade zich niet zou hebben voorgedaan. Dit betekent met andere woorden een volledige schadevergoeding zoals we het ook kennen in het Nederlands recht. Zogenaamde punitive damages zoals ze het in de Verenigde Staten kennen, zijn echter niet mogelijk. Omdat er diplomatieke afspraken worden gemaakt, is de kans echter reëel dat er geen volledige schadevergoeding wordt verkregen. Dit is in het verleden al gebleken.

Verder benadrukt het verdrag dat de schadevergoeding in de munt van de eisende staat moet worden betaald, maar dat de staten wel anders overeen kunnen komen. Alsook bevat het afspraken omtrent een ongeval met een ruimtevoorwerp dat ‘levensgevaar op vrij grote schaal oplevert'. In dit geval gaan de verplichtingen van de lancerende staat verder dan het betalen van een schadevergoeding. De lancerende staat moet dan, op vraag van de noodlijdende staat, passende en snelle hulp bieden.

Curatief in plaats van preventief verdrag

Het verdrag berust op de premisse dat ruimtevoorwerpen occasioneel schade zullen veroorzaken en dat iemand daarvoor aansprakelijk is. Het legt dan ook een curatieve oplossing vast. Hoewel er best wel al wat regels zijn die de aansprakelijkheid regelen, zijn er maar weinig preventieve afspraken die zo'n ongevallen moeten voorkomen.

Tanja Masson-Zwaan, hoogleraar aan de Universiteit Leiden waar ze de leerstoel Internationaal lucht- en ruimterecht bekleedt, gaf het al aan in een interview van AVROTROS: het zou beter zijn dat staten ook afspraken maken over hoe ze met ruimteafval omgaan. Ze zouden bijvoorbeeld moeten overeenkomen dat staten hun eigen afval opnieuw moeten opruimen. In hetzelfde interview verklaart ze er niet in te geloven dat zo'n afspraken er snel zullen komen. Of toch niet voordat het eens goed fout gaat.

Toepassing van de internationale aansprakelijkheidsregels

Dit verdrag werd eerder al toegepast toen de Kosmos 945, een Sovjet-verkenningssatelliet, neerstortte op Canadees grondgebied. De satelliet was ontworpen om schepen en duikboten op te sporen. Als energiebron werd er gekozen voor een uraniumkernreactor en 50 kilogram hoogverrijkt uranium-235. De satelliet van vijf ton week steeds meer van zijn baan af en de Sovjets verloren langzaamaan de controle. In december 1977 kwam de satelliet steeds dichter bij de aardatmosfeer. De vluchtleiding gaf toen het bevel om de satelliet op te splitsen: de satelliet zou opbranden in de atmosfeer en de kernreactor zou in een hogere en veilige baan rond de aarde blijven zweven. Door een technisch defect kon de satelliet de aanwezige kernreactor echter niet afkoppelen.

De satelliet viel op 24 januari 1978 boven Canada uit elkaar en radioactieve brokstukken vielen neer in het gebied van de Great Slave Lake. De radioactieve fragmenten werden door de Canadese strijdkrachten opgespoord en geborgen. De kosten hiervoor bedroegen meer dan 13 miljoen dollar, onder meer omdat de Sovjet-Unie aanvankelijk niet reageerde op Canadese vragen. Op twee brokstukken na waren alle gevonden fragmenten radioactief, waarvan een aantal fragmenten van dodelijke radioactiviteit. Deze brokstukken dienden met grote zorg te worden behandeld.

Canada bracht de secretaris-generaal van de Verenigde Naties op de hoogte en claimde via haar ambassadeur in Moskou een schadevergoeding. Daarvoor diende het geen fout aan te tonen, want het ging om een vorm van risicoaansprakelijkheid. Via de diplomatieke weg werd uiteindelijk een schikking getroffen. De Sovjets betaalden een schadevergoeding van 3 miljoen Canadese dollars.

Internationale regels versus nationale regels

Merk op dat het genoemde verdrag er steeds van uitgaat dat de lancerende staat aansprakelijk is. Dit wil zeggen dat een lancerende staat ook aansprakelijk is voor lanceringen die door private ondernemingen vanaf haar grondgebied worden uitgevoerd. Zo zijn de Verenigde Staten aansprakelijk wanneer SpaceX een lancering uitvoert vanaf hun grondgebied en dit fout afloopt. Daarom is het voor landen heel belangrijk om zelf nationale wetgeving te maken, zodat ze eventuele betaalde schadevergoedingen van zo'n bedrijf terug kunnen vorderen.

Bovenstaande verdragsregels zijn bovendien niet van toepassing op de onderdanen van de lancerende staat. Als een lancerende staat zijn eigen onderdanen schade berokkent, bepaalt de lancerende staat zelf of en hoe deze schade wordt vergoed. Ook hier dient men dus de nationale wetgeving te volgen.

Nationale wetgeving omtrent ruimteaansprakelijkheid

Talloze landen hebben daarom eigen nationale wetgeving ontwikkeld. Deze regels wijken soms sterk af en dit maakt het afhandelen van een schadedossier er niet eenvoudiger op. Australië was met de Space Activities Act 1998 een van de eerste landen die dit deden. Ze voerden een zogenaamde space license in, waaraan ze ook een verzekeringsplicht koppelden. Dit werd door veel landen overgenomen.

Voor Europa en het Europese lanceerplatform in Frans-Guyana is vooral de Franse nationale wetgeving belangrijk. Bijzonder aan deze Franse regels is dat de Franse overheid garandeert dat het de schadevergoedingen die moeten worden uitbetaald voor zijn rekening neemt voor het deel van de schadevergoeding dat meer dan zestig miljoen euro is. Ook bepalen de Franse regels dat het verdrag van toepassing is wanneer de lancering onomkeerbaar is, ongeacht of de raket ooit in de ruimte is geweest of eerder neerstort.

Ruimteobjecten en verzekeringen

Wanneer het fout gaat en men aansprakelijk is, kunnen de kosten hoog oplopen. Het ongeval met de Kosmos 945 is hier een goed voorbeeld van. Daarom kunnen ruimtevaartbedrijven maar beter een aansprakelijkheidsverzekering afsluiten. Bovendien kan neerstortend ruimtepuin ook gevolgen hebben voor Nederlandse verzekeraars, bijvoorbeeld wanneer ruimtepuin op het dak van een Nederlands huis stort. Verzekeringspolissen houden hier vaak geen of onvoldoende rekening mee.

Ruimteverzekeringen

Veel landen hebben zelf nationale regels gemaakt voor bedrijven die ruimtetuigen lanceren. Daarbij voorzien staten meestal in de mogelijkheid om de schadevergoeding die de staat moet betalen bij het lancerend bedrijf terug te vorderen. Om te garanderen dat dit succesvol is, moet het bedrijf zich veelal verzekeren.

Ook in de Nederlandse Wet ruimtevaartactiviteiten is bijvoorbeeld opgenomen dat bedrijven enkel een vergunning krijgen als ze een verzekering hebben die hun aansprakelijkheid dekt. Deze verplichtingen vormden de stimulans voor het ontstaan van zogenaamde ruimteverzekeringen.

De rol van de verzekeraar bij neervallende ruimteobjecten

De meeste opstalverzekeraars schenken bitter weinig aandacht aan neerstortende satellieten of meteorieten. Schade door aardbevingen of vulkaanuitbarstingen wordt in de polissen uitgesloten, maar over de schade door een inslaande meteoriet of satelliet wordt zelden een woord gerept. Omdat er geen uitsluiting in de polis is opgenomen, zal de verzekeraar de schade in theorie dus moeten vergoeden.

In de praktijk heeft de verzekeraar echter mogelijkheden om hieraan te ontkomen. Een meteorietinslag of een neerstortende satelliet is momenteel nog zo onwaarschijnlijk, dat het mogelijk als een onvoorzienbare omstandigheid wordt aangemerkt. Er is nog geen rechtspraak over en het is niet zeker wat de rechter zou beslissen, maar het is een mogelijkheid. Echter, hoe groter de kans op een neervallend ruimteobject wordt, hoe kleiner de kans wordt dat de rechter het voldoende onwaarschijnlijk vindt.

Er bestaan overigens al precedenten waarbij een verzekeraar gewoon uitbetaalde. In 1990 was er bijvoorbeeld een meteoriet ingeslagen in een huis in Glanerbrug. De Glanerbrug-meteoriet was een steenmeteoriet met een massa van 855 gram. Het sloeg een gat in het dak van een woonhuis en brak vervolgens in kleine stukken uiteen. In de polisvoorwaarden was er niks opgenomen over schade door ruimteobjecten. Nadat Naturalis bevestigde dat het om een meteoriet ging, heeft de verzekeraar gewoon uitbetaald. Het ging hier natuurlijk maar om beperkte schade en niet om een half dorp dat van de kaart was geveegd. Mogelijk zou de verzekeraar dan anders hebben beslist.

Er zijn ten slotte een select aantal verzekeraars die gewoon aangeven dat ze deze situatie dekken. Dit is bijvoorbeeld het geval voor de opstalverzekering van ABN AMRO. Deze verzekeraar dekt naast een vallend luchtvaartuig ook vallende ruimtevaartuigen en ruimteobjecten. Soortgelijke bepalingen zijn voorlopig echter nog steeds vrij uitzonderlijk.

Ingewikkelde schadeafwikkeling bij schade door ruimteobjecten

Laat het duidelijk zijn dat de wettelijke aansprakelijkheid bij ruimtevaartongevallen ongelofelijk ingewikkeld is. Naast de verdragsbepalingen zijn er namelijk nog talloze nationale regels, terwijl landen ook onderling afspraken mogen maken. Zo kunnen bijvoorbeeld ook de afspraken tussen ESA en Frankrijk een rol spelen. Maar ook de inhoud van de eigen verzekeringspolis bepaalt hoe eenvoudig of ingewikkeld het is om een schadevergoeding te verkrijgen. En daarenboven zullen diplomatieke betrekkingen ongetwijfeld een rol spelen bij de schadeafwikkeling.

Gelukkig is een ruimteongeval momenteel nog een grote uitzondering. En als we stoppen met onze omgeving te vervuilen, kunnen we dat ook zo houden.

Reader Interactions

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *