Wanneer producten onveilig zijn, is de producent in veel gevallen aansprakelijk voor de schade die hij veroorzaakt. Dat was bijvoorbeeld het geval toen een Stint in 2018 door een trein werd gegrepen. De producent was toen aansprakelijk voor het niet functioneren van de remmen. Het idee daarachter is dat het product niet aan de eisen voldoet dat men ervan mag hebben. Het product is gevaarlijk, terwijl men had mogen verwachten dat het niet gevaarlijk is. Maar hoe zit het dan met producten die op zichzelf al gevaarlijk zijn en waarvan men wel gevaar mag verwachten, bijvoorbeeld omdat het bekend is dat ze ontvlambaar of giftig zijn? Dan zijn de regels anders. Daarbij moeten we een onderscheid maken tussen de risicoaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen en de foutaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen.

Risicoaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen

In artikel 6:175 BW is er een zogeheten risicoaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen opgenomen. Een risicoaansprakelijkheid wil zeggen dat men aansprakelijk is voor de schade die men veroorzaakt, ook als er geen fout is gemaakt. Men wist welk risico men nam door de gevaarlijke stof te gebruiken en moet de gevolgen van het ongeluk maar dragen. Het gewoon hebben en gebruiken van de gevaarlijke stof volstaat met andere woorden al om aansprakelijk te zijn voor de schade. Zo'n risicoaansprakelijkheid bestaat niet alleen voor gevaarlijke stoffen, maar er is bijvoorbeeld risicoaansprakelijkheid ook voor dieren.

Enkel voor bedrijfsmatige of beroepsmatige gebruikers

Deze risicoaansprakelijkheid geldt voor wie de gevaarlijke stoffen in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf gebruikt. Daarnaast geldt het onder andere voor de bedrijfsmatige bewaarder van de gevaarlijke stoffen en voor de bedrijfsmatige vervoerder van de gevaarlijke stoffen. In de praktijk is de risicoaansprakelijkheid vooral belangrijk voor schade die aan het milieu wordt aangericht, hoewel het ook op andere schadegevallen slaat.

Soms ontstaat er discussie over wie nu aansprakelijk is. In principe is het bijvoorbeeld de eigenaar van de pijpleidingen die aansprakelijk is voor de gevaarlijke stoffen die via deze pijpleidingen worden vervoerd. Hij kan echter de leiding van delen van de infrastructuur aan een of meerdere andere bedrijven hebben overgedragen en mogelijk zijn zij dan risicoaansprakelijk. Uiteindelijk is het de rechter die de knoop moet doorhakken.

Enkel voor stoffen die gevaarlijk zijn

Deze risicoaansprakelijkheidsregels gelden volgens de wet enkel voor stoffen. Een stof is een ruim begrip. Het kan daarbij ook gaan om stoffen die niet voor de menselijke beheersing vatbaar zijn, zoals gas. Ook vloeistoffen (bijvoorbeeld olie) en vaste stoffen komen in aanmerking. Hoewel dit begrip ruim wordt opgevat, vallen sommige dingen alsnog buiten het toepassingsgebied van de risicoaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen. Het gaat bijvoorbeeld om elektriciteit (dit is een bron van energie en geen stof) en straling (dit is een eigenschap van een stof en is op zichzelf geen stof).

In de wet staat ook dat de stoffen gevaarlijk moeten zijn. Een beperkt gevaar volstaat daarbij niet, het moet gaan om een bijzonder gevaar of om een voldoende ernstig gevaar. Wat hieronder valt, is uiteraard voer voor discussie. In ieder geval gaat het om onder meer stoffen die ontplofbaar, ontvlambaar of giftig zijn.

Het gevaar van de stof moet bekend zijn

Een extra voorwaarde is dat het gevaar dat bij de stof hoort, bekend is. Deze kenbaarheidsvereiste staat los van wat de bedrijfsmatige of beroepsmatige gebruiker zelf kent of hoort te kennen. Dit wordt namelijk breder beoordeeld, maar ook niet zo breed dat het volstaat dat een select groepje van onderzoekers of wetenschappers op de hoogte is van de gevaren van de stof. De maatstaf is de kennis van hen die in het maatschappelijk verkeer met de stof omgaan. Het is daarbij niet vereist dat het gevaar algemeen bekend is in deze groep, het volstaat dat de kennis ervan voldoende aanwezig is.

Uitsluitingen van de risicoaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen

In sommige gevallen vindt de wetgever het niet opportuun om de bedrijfsmatige of beroepsmatige gebruiker met de risicoaansprakelijkheid te belasten. Het gaat dan uiteraard om bijzondere uitzonderingssituaties. Er is bijvoorbeeld een uitsluiting voor schade die ontstaan is door gewapende conflicten, bijvoorbeeld wanneer er een bom valt op een gasleiding en er een gasexplosie wordt veroorzaakt. Dan is de beheerder van de gasinstallatie toch niet risicoaansprakelijk. Soortgelijke uitzonderingen zijn er ook voor uitzonderlijke natuurgebeurtenissen, zoals tsunami's of zeer zware stormen, terrorisme en dergelijke meer.

Samenloop van verschillende aansprakelijkheidsgronden

Het aansprakelijkheidsrecht is heel complex. Soms ontstaat er dan ook een samenloop van aansprakelijkheidsregels. Neem bijvoorbeeld een werknemer die op het werk schade ondervindt door een gevaarlijke stof. Hij kan de werkgever dan aansprakelijk stellen op basis van de werkgeversaansprakelijkheid of op basis van de risicoaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen. In de praktijk zal het interessanter zijn om de werkgever aansprakelijk te stellen op basis van de risicoaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen. Bij de werkgeversaansprakelijkheid heeft de werkgever namelijk nog de mogelijkheid om aan te tonen dat hij aan de zorgplicht heeft voldaan, bij de risicoaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen is dat niet het geval.

Hetzelfde geldt bijvoorbeeld wanneer een tank met een giftig product lekt. Men kan dan enerzijds een beroep doen op de aansprakelijkheidsregels met betrekking tot de bezitter van een roerende zaak (artikel 6:173 BW) of op de aansprakelijkheidsregels met betrekking tot de bezitter van een opstal (artikel 6:174 BW). Anderzijds kan men zich beroepen op de risicoaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen (artikel 6:175 BW). Per geval dient men na te gaan wat de interessantste optie is. Het inschakelen van een gespecialiseerde advocaat is dan ook aan te raden.

Foutaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen

Zoals eerder gezegd, geldt de risicoaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen enkel voor de beroepsmatige en bedrijfsmatige gebruikers. Toch wil dat niet zeggen dat anderen, zoals particulieren of niet-beroepsmatige gebruikers, niet aansprakelijk kunnen zijn. We spreken dan van de foutaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen (artikel 6:162 BW). In tegenstelling tot bij de risicoaansprakelijkheid moet er dan wel een fout worden aangetoond. De bewijslast is dus groter.

Zo'n fout betekent dat men iets heeft gedaan dat men niet hoorde te doen of dat men iets heeft nagelaten dat men niet hoorde na te laten. Denk bijvoorbeeld aan het weggieten van gevaarlijke stoffen in een beekje (doen) of het treffen van onvoldoende brandveiligheidsmaatregelen (nalaten). In de praktijk zullen dergelijke fouten vaak betrekking hebben op het niet voldoen aan de zorgplicht. In de rechtspraak worden er namelijk hoge eisen gesteld aan de zorgplicht bij het bewaren van gevaarlijke stoffen. Van gebruikers mag men verwachten dat ze veel maatregelen treffen om ongelukken te voorkomen. Hoe groter de kans op schade is, hoe meer maatregelen men moet treffen.

Een voorbeeld hiervan is het de zaak Dorpshuis Kamerik (ECLI:NL:HR:1982:AG4306). Daarbij had een werkster een emmertje met vloeistof in een vuilniszak gestopt en klaargezet voor de reinigingsdienst. Waarschijnlijk ging het om natronloog, maar zowel de werkster als de man van de reinigingsdienst wisten niet wat er in het emmertje zat. Toen de man het in de vuilnisauto gooide, kreeg hij de vloeistof op zich en werd hij blind aan een oog. De Hoge Raad oordeelde dat er niet aan de zorgplicht was voldaan. Men had bijvoorbeeld mondeling of met pictogrammen moeten waarschuwen voor de aanwezigheid van de gevaarlijke stof. Hier was de Hoge Raad met andere woorden heel streng, omdat het product de mens schade kan berokkenen. Als producten enkel zaken schade kunnen berokkenen, bijvoorbeeld de lak van een auto, zijn rechters over het algemeen iets minder streng.  

Veelgestelde vragen over de aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen

Zowel de risicoaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen als de foutaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen is behoorlijk complex. Het is dan ook niet ondenkbaar dat men hierover nog een aantal vragen heeft. De onderstaande FAQ over de aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen biedt wellicht het antwoord.

  • Geldt de risicoaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen ook bij chemokuren?

De risicoaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen geldt niet als de schade wordt veroorzaakt in het belang van de benadeelde, bijvoorbeeld om een patiënt te behandelen tegen kanker. Als er een fout wordt gemaakt, bijvoorbeeld als een patiënt onvoldoende op de hoogte is gebracht van de belangrijkste negatieve gevolgen van de chemokuur, kan men wel aansprakelijk zijn. Er is dan sprake van een medische fout. De aansprakelijkheid is dan gebaseerd op de foutaansprakelijkheid en niet op de risicoaansprakelijkheid.

  • Wat is de verjaringstermijn voor de risicoaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen?

Bij de risicoaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen geldt een bijzonder lange verjaringstermijn van dertig jaar na een calamiteit. Deze lange verjaringstermijn is er omdat de gevolgen van een calamiteit soms pas tientallen jaren later merkbaar zijn.

  • Tot waar strekt de zorgplicht voor gevaarlijke stoffen zich uit?

Daar bestaan geen duidelijke regels over. Bij de beoordeling van de maatregelen die men moet treffen om anderen of het milieu te beschermen, moet men volgens de rechtspraak wel met een aantal zaken rekening houden. Het gaat onder andere om de kans dat het gevaar optreedt, de ernst en de gevolgen als het gevaar optreedt en wat de redelijke mogelijkheden zijn die men heeft om te voorkomen dat het gevaar optreedt.

  • Bestaan er verzekeringen voor de aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen?

Ja, er zijn aansprakelijkheidsverzekeringen die de aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen dekken. Vaak zijn er in de polis echter allerlei beperkingen opgenomen, zowel met betrekking tot de maximale dekking als met betrekking tot de specifieke situaties die worden uitgesloten. Bijvoorbeeld schade door terrorisme en oorlog is meestal niet gedekt. Het is een van de redenen waarom dergelijke situaties ook buiten het toepassingsgebied van de risicoaansprakelijkheid vallen.

  • Geldt de risicoaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen ook voor bacteriën en virussen?

Dat kan, op voorwaarde dat het gevaar van deze bacteriën en virussen bekend is en dat het gaat om bedrijfsmatig en beroepsmatig gebruik. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn voor farmaceutische bedrijven die de virussen gebruiken bij hun onderzoeken en innovaties. Bijvoorbeeld vleesverwerkende bedrijven zullen virussen en bacteriën in principe niet bedrijfsmatig gebruiken. Dan geldt de risicoaansprakelijkheid van artikel 6:175 BW niet, maar uiteraard kan men wel op andere gronden aansprakelijk worden gesteld.

Reader Interactions

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *