Mishandeling van personen komt ook in Nederland nog steeds veelvuldig voor. De meeste vormen van mishandeling vinden achter gesloten deuren plaats, maar soms halen ze ook het nieuws. De gevolgen liegen er hoe dan ook niet om, met naast de fysieke gevolgen vaak ook mentale schade die soms een leven lang aanwezig blijft. De persoon die de mishandeling veroorzaakt, is aansprakelijk voor de aangerichte schade. Soms kan ook iemand anders daarvoor aansprakelijk zijn.

Straffen bij mishandeling

Mishandeling is strafbaar. Hierbij maakt de wetgever wel een onderscheid tussen gewone mishandeling en zware mishandeling. Voor die tweede vorm van mishandeling moet er sprake zijn van een handeling die erop gericht was om een zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Er moet dan ook sprake zijn van een intentioneel element om zo'n zwaar lichamelijk letsel aan te brengen. Wanneer iemand deze intentie niet heeft, maar met voorbedachten rade toch een zwaar lichamelijk letsel aanbrengt, spreken we alsnog van gewone mishandeling. Anderzijds spreken we ook van gewone mishandeling wanneer iemand wel de intentie heeft om een zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, maar een minder ernstig lichamelijk letsel toebrengt. Onderstaande tabel verduidelijkt het een en ander.

Gewone mishandeling (incl. opzettelijke benadeling van de gezondheid)Zware mishandeling (= met de intentie om een zwaar lichamelijk letsel aan te brengen)
Gevolgen van de mishandelingZonder voorbedachten radeMet voorbedachten radeZonder voorbedachten radeMet voorbedachten rade
Geen zwaar lichamelijk letselGevangenisstraf van max. 3 jaar of geldboete van de 4de categorieGevangenisstraf van max. 4 jaar of geldboete van de 4de categorieN.v.t.N.v.t.
Zwaar lichamelijk letselGevangenisstraf van max. 4 jaar of geldboete van de 4de categorieGevangenisstraf van max. 6 jaar of geldboete van de 4de categorieGevangenisstraf van max. 8 jaar of geldboete van de 5de categorieGevangenisstraf van max. 12 jaar of geldboete van de 5de categorie
Dood tot gevolgGevangenisstraf van max. 6 jaar of geldboete van de 4de categorieGevangenisstraf van max. 9 jaar of geldboete van de 5de categorieGevangenisstraf van max. 10 jaar of geldboete van de 5de categorieGevangenisstraf van max. 15 jaar of geldboete van de 5de categorie
Gevangenisstraffen +1/3de bij verzwarende omstandigheden:
> T.a.v. zijn of haar moeder, vader, echtgenoot of kind
> T.a.v. een ambtenaar in dienst
> Uitgevoerd via vergiftiging

Aansprakelijkheid bij mishandeling

Wanneer een verdachte wordt veroordeeld, is het duidelijk dat de verdachte een onrechtmatige gedraging heeft gesteld. In dat geval komt de aansprakelijkheid ook vast te staan. Toch wil dat niet altijd zeggen dat de dader ook 100% van de schade moet vergoeden want zelfs dan kan er nog sprake zijn van eigen schuld, bijvoorbeeld omdat de mishandeling door het slachtoffer werd uitgelokt. Daarnaast is een veroordeling zeker geen vereiste op zich. In dat geval moet het slachtoffer wel zelf bewijzen dat de dader onrechtmatig handelde, schade veroorzaakte en dat daar een verband tussen is. Deze situatie zal zich bijvoorbeeld voordoen bij emotionele mishandeling zonder dat er sprake is van fysiek of seksueel geweld.

Wanneer de dader niet strafrechtelijk werd veroordeeld, moet er voor de aansprakelijkheidsclaim sprake zijn van schuld. Dat is het geval wanneer het risico kenbaar was en kon worden vermeden. Vooral dat eerste is belangrijk en wil zeggen dat de cognitieve eigenschappen van de veroorzaker hem in staat moeten stellen om te beseffen dat hij onrechtmatig handelde, risico's veroorzaakte, schade kon aanrichten enzovoort. Dit sluit onder andere de persoonlijke aansprakelijkheid van kinderen jonger dan 14 jaar uit.

Niet alleen de dader kan aansprakelijk zijn voor de mishandeling

Soms is de aanrichter van de schade niet aansprakelijk, bijvoorbeeld wanneer het om een jong kind gaat. In zo'n geval is het logisch dat er wordt gezocht naar een andere aansprakelijke. Ook in andere situaties kan dat echter het geval zijn, bijvoorbeeld wanneer de dader niet voldoende kapitaalkrachtig is. We onderscheiden verschillende situaties.

Aansprakelijkheid voor kinderen tot 14 jaar

Kinderen tot de leeftijd van 14 jaar zijn dan wel niet persoonlijk aansprakelijk voor de schade die ze hebben aangericht, maar hun ouders wel. Zij draaien sowieso op voor de schade. Het gaat om een vorm van risicoaansprakelijkheid, net zoals dat ook voor baasjes ten opzichte van hun huisdieren geldt. Wie kinderen maakt, moet maar het risico dragen dat ze iets misdoen en het nodige doen opdat dat niet zou kunnen gebeuren.

Aansprakelijkheid van de ouders voor kinderen van 14 of 15 jaar

Kinderen van 14 jaar of ouder kunnen wel persoonlijk aansprakelijk zijn, maar zijn meestal onvermogend. Daarom kan het voor het slachtoffer beter zijn om de ouders aansprakelijk te stellen. Dat kan, maar nu is er geen sprake van een risicoaansprakelijkheid maar van een foutaansprakelijkheid. Voor kinderen van 14 en 15 jaar is het de regel dat de ouders aansprakelijk zijn, tenzij ze kunnen bewijzen dat ze de gedragingen van hun kind niet konden beletten en al het redelijkerwijze hebben gedaan om het gedrag te verhinderen.

Een voorbeeld daarvan vinden we bij de Facebookmoord uit 2012 (ECLI:NL:GHSHE:2020:2026). Toen had Polly (16 jaar) op een feestje stampei gekregen met haar vriendin Winsie (15). Winsie had vervolgens op Facebook opmerkingen gemaakt over het promiscue gedrag van Polly. Polly vroeg daarop aan haar vriend Wesley (17) om een regeling te treffen. Zij wou wraak nemen op haar vroegere vriendin die haar boekje opendeed. Samen met Wesley heeft Polly toen Jinhua (14) via Facebook aangezet om het nodige te doen. Jinhua zou daarvoor een aantal tientjes krijgen en tot de vriendengroep van Wesley behoren. Jinhua trok uiteindelijk naar het huis van Winsie en belde er aan. Toen Winsie de deur opende, stak hij haar met een mes neer. De vader die toesnelde raakte eveneens gewond, met blijvende letselschade aan het gezicht. Vijf dagen later is Winsie in het ziekenhuis aan haar verwondingen bezweken. De moeder van Winsie vorderde een schadevergoeding van Jinhua. Daar viel hoe dan ook niet veel te rapen. Daarom werden ook de ouders van Jinhua aansprakelijk gesteld.

Jinhua bleek al sinds de basisschool gedragsproblemen te hebben en was zowel sociaal als emotioneel beperkt. Volgens deskundigen had hij psychopathische trekken en kon hij niet om met groepsdruk. Eerder was hij in contact gekomen met zowel politie als justitie en had ook de school ernstige zorgen aan de ouders meegedeeld. De ouders zouden zich bovendien eerder al kritisch en afwerend opgesteld hebben ten opzichte van hulpverlening. De vader gaf tijdens het verhoor onder andere aan dat zijn zoon een week eerder de matras op zijn slaapkamer helemaal kapot had gesneden. Uiteindelijk oordeelde het Hof dan ook dat de ouders niet al het nodige hadden gedaan om de gedragingen van hun kind te verhinderen. Hun aansprakelijkheidsverzekering ging ten slotte over tot het vergoeden van de schade.

Aansprakelijkheid van de ouders voor kinderen van 16 jaar en ouder

Ouders kunnen aansprakelijk zijn voor hun oudere kinderen, maar hier gelden de klassieke aansprakelijkheidsregels. Dat wil zeggen dat er een fout van de ouders moet worden bewezen. Dat lukt maar zelden.

Aansprakelijkheid van de school voor de leerlingen

Scholen kunnen aansprakelijk zijn als leerlingen schade aan derden toebrengen en dit ongeacht de leeftijd van het kind. De redenering hierachter is dat scholen maatregelen moeten treffen om derden tegen schadelijke gedragingen van hun leerlingen te beschermen. Het gaat dan zowel om het aanbrengen van fysieke letsels als materiële schade en psychische letsels. Dit moet wel bekeken worden vanuit het perspectief van een redelijk handelende school. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met:

  • De leeftijd van het kind
  • De aard van het kind
  • De belangen van het kind
  • De eisen van het schoolleven

Meestal worden de ouders aansprakelijk gesteld en niet de school. Wanneer de ouders echter geen aansprakelijkheidsverzekering hebben, kan het toch opportuun zijn om de schade bij school te trachten verhalen.

Een voorbeeld van zo'n situatie vinden we bij een uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland van 11 juli 2018 (ECLI:NL:RBMNE:2018:3709). Toen wandelde een leerkracht het technieklokaal binnen en trof hij daar één leerling aan die twee andere leerlingen met schilderstape aan elkaar vast aan het kleven was. De bovenlichamen en de armen waren toen al aan elkaar getapet. De leerkracht heeft vervolgens aangegeven dat dit meteen moest stoppen en heeft daarop het lokaal verlaten. Vervolgens is hij enkele zaken gaan opbergen.

Toen de leerkracht later terugkwam, merkte hij op dat de leerlingen nog steeds op de grond lagen en het hele gebeuren werd verdergezet. De leerkracht gaf aan dat ze nu echt wel moesten kappen met die ongein. De twee leerlingen poogden vervolgens om recht te staan en raakten uit balans. De twee leerlingen verklaarden dat zij bijna zeker waren dat zij daarbij niet werden geduwd. In ieder geval viel een van de leerlingen met het gezicht op de grond. Hij heeft daarbij een ernstig letsel opgelopen. Uiteindelijk was de school aansprakelijk voor de letselschade van de gewonde leerling.

Aansprakelijkheid voor psychiatrische patiënten

In de rechtspraak wordt geoordeeld dat de geestelijke tekortkomingen van psychiatrische patiënten niet automatisch hun aansprakelijkheid uitsluiten. Hoe dan ook zijn zij vaak vrij onvermogend. Daarom wordt de aansprakelijkheid in de praktijk vaak verschoven naar de personen die de zorg voor de patiënt dragen. Dat kan bijvoorbeeld een familielid, een tehuis of een psychiatrisch ziekenhuis zijn. De redenering luidt dat zij redelijke maatregelen moeten treffen om ervoor te zorgen dat de psychiatrische patiënt geen schade aan derden toebrengt. Hierbij houdt de rechter rekening met:

  • De aard van de stoornis
  • Het risico dat de patiënt schade veroorzaakt
  • De getroffen voorzorgsmaatregelen
  • De bezwaarlijkheid van niet-getroffen voorzorgsmaatregelen (hieronder vallen ook de therapeutische behandelingen van de patiënt)
  • De mate waarin het risico voor de toezichthouder kenbaar was of hoorde te zijn

Aansprakelijkheid voor gedetineerden

De Staat moet het nodige doen om ervoor te zorgen dat gedetineerden zowel binnen de gevangenismuren als buiten de gevangenismuren geen schade aan derden kunnen aanbrengen. Het gaat hier om een zorgverplichting. Hoe ver deze zorgverplichting gaat, is voornamelijk afhankelijk van welk (bekend) risico de gedetineerde voor derden vormt.

Zo werd de Nederlandse Staat aansprakelijk geacht voor een steekpartij in een gevangenis in Nieuwegein. Midden 2013 hadden twee gedetineerden er ruzie gekregen, wat in een vechtpartij resulteerde. Daarop werden zij gedurende een uur elk op hun eigen cel opgesloten. Later die dag stak een van de gedetineerden met een aangescherpt bestekmes de andere gedetineerde in de hartstreek. Deze dader had een kwalijke reputatie. Zo had hij eerder al twee andere gedetineerden gestoken, had hij zich al verschillende malen agressief opgesteld, werd hij eerder gestraft voor het bezit van een mes en had hij al eens hete pap over een van de bewakers willen gooien.

Uiteindelijk werd geoordeeld dat de man nooit op een algemene afdeling mocht zijn geplaatst, maar die informatie werd bij een overplaatsing niet doorgegeven. Verder hadden bewakers de gedetineerde, waarvan bekend was dat hij zich zo nodig heel rustig kon gedragen om op een geschikt moment toe te slaan, beter in de gaten moeten houden. Om deze redenen hoorde de Staat de schade aan de nabestaanden te vergoeden.

Groepsaansprakelijkheid bij mishandeling

Mishandeling is wel vaker een groepsgebeuren. Een groepje ramt dan stevig in op een slachtoffer dat uit alle richtingen slagen en schoppen krijgt. Vaak is het dan moeilijk om aan te tonen wie al dan niet verwondingen heeft aangebracht of aan de groepsactiviteit heeft deelgenomen. Groepsaansprakelijkheid biedt hier een oplossing.

Bij groepsaansprakelijkheid is het de regel dat personen die tot een groep behoren die onrechtmatig schade hebben toegebracht ook aansprakelijk zijn. Dit is ook het geval voor personen die zelf geen schade hebben veroorzaakt. Het geldt zelfs wanneer de persoon die de schade heeft aangericht niet kan worden geïdentificeerd. Wel moet de betrokkene iets kunnen worden aangerekend, maar een woord of een gebaar (bv. opjuttend taalgebruik) kan daarvoor al volstaan.

Het slachtoffer kan dan elk groepslid hoofdelijk (voor de volledige schade) aanspreken. Het slachtoffer heeft dan maar een vermogende dader uit te kiezen.

Aansprakelijkheid van de werkgever bij mishandeling

Ten slotte kan ook de werkgever voor de mishandeling worden aangesproken. Op de werkgever rust er dan ook een zorgplicht ten aanzien van zijn medewerkers. Deze zorgplicht gaat zo ver dat hij bijvoorbeeld ook moet optreden tegen pestgedrag. Als de werkgever zelf onvoldoende maatregelen heeft getroffen, kan hij hier dan ook voor aansprakelijk zijn. Hetzelfde geldt als een werkgever onvoldoende heeft gedaan om zijn werknemer tegen mishandelingen door derden te beschermen. Dit komt veelvuldig voor bij therapeuten die werken met psychiatrische patiënten.

Voor een voorbeeld hiervan verwijzen we naar een uitspraak van Gerechtshof ‘s-Gravenhage (ECLI:NL:GHSGR:2005:AU9629). Een werknemer bij een geldtransportdienst was op 16 oktober 2001 in een serviceruimte aanwezig, waar hij de geldautomaat hoorde bij te vullen. Eerder had een overvaller onopgemerkt een gat in het dak boven deze ruimte gemaakt. Hiervoor had de overvaller dakbedekking verwijderd en een dak doorgezaagd. Ineens zag de medewerker het plafond opengaan en werd de medewerker onder meer in zijn arm beschoten. De rechter vond de werkgever aansprakelijk. De werkgever had per slot van rekening onvoldoende gecontroleerd of deze serviceruimte wel voldoende veilig was, wat hier niet het geval was.

Eigen schuld van het slachtoffer van mishandeling

Een slachtoffer kan ook zelf schuld treffen aan de mishandeling. Eigen schuld zorgt er dan niet voor dat de dader niet meer aansprakelijk is, maar zorgt er wel voor dat de dader een lagere schadevergoeding moet betalen. Deze “Obliegenheit” houdt in dat het slachtoffer voldoende voor zijn eigen belangen had moeten zorgen. Het gedrag van het slachtoffer moet dan wel in verband staan met de schade (het optreden van de schade en de omvang ervan).

Voor een toepassingsvoorbeeld verwijzen we naar de uitspraak van Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 16 oktober 2012 (ECLI:NL:GHSHE:2012:BY0804). Toen kregen twee werknemers ruzie over de uitvoering van hun bandwerk. Later op de dag kwam het tot een conflict op het parkeerterrein. De ene werknemer heeft daarbij enkele middenhandsbeentjes gebroken. Hijzelf had met een kettingslot, dat hij uit zijn scooter had gehaald, op het hoofd van de andere medewerker (door collega's ook wel “de Turk” genoemd) geslagen die daarbij een hoofdwond, een epileptisch insult, een neusbreuk, een breuk van de sinus frontalis en diverse scheur- en kneuswonden had opgelopen. Getuigen verklaarden dat “de Turk”, die de dader eerder racistisch had bejegend, met grote snelheid op de dader kwam aangerend terwijl de dader het kettingslot dreigend boven het hoofd zwierde. Het slachtoffer deed dat met blote handen en daarom oordeelde de rechter dat de dader meer schuld trof. “Wie met blote handen wordt bedreigd mag niet terugslaan met een kettingslot”, luidde het. Het Hof stelde dan ook dat “de Turk” 35% eigen schuld droeg en dat de scooterbestuurder 65% van de schade diende te vergoeden.

Veelgestelde vragen over de aansprakelijkheid na mishandeling

  • Moet ik de dader zelf aansprakelijk stellen?

Dat kan, maar het is ook mogelijk om partij te worden bij het strafproces. Dan voegt het slachtoffer zich bij het strafproces en wordt meteen, wanneer de dader schuldig wordt geacht, uitspraak gedaan over de schadevergoeding. Het O.M. doet dan het nodige om de schuld van de beklaagde aan te tonen. Daarnaast krijgt het slachtoffer ook spreekrecht.

  • Wat kan ik doen als ik slachtoffer word van huiselijk geweld?

Bij direct gevaar moet er altijd naar 112 worden gebeld. Als er geen direct gevaar is, kan het slachtoffer van huiselijk geweld hulp krijgen van Veilig Thuis (0800-2000). Ook getuigen van huiselijk geweld kunnen hier terecht. Hulpverleners bieden dan telefonisch bijstand, beantwoorden vragen en geven meteen ook advies. Het is mogelijk om anoniem te blijven, maar het is ook mogelijk om verdere hulp te vragen. Bijvoorbeeld wanneer de situatie gevaarlijk is voor de kinderen en het slachtoffer wenst dat de kinderen opvang krijgen. Wanneer het slachtoffer niet ongestoord toegang heeft tot een telefoon kan er melding worden gemaakt bij de apotheker door het codewoord “masker 19” te gebruiken. De apotheker neemt dan contact op met Veilig Thuis of biedt de betrokkene, wanneer deze alleen is, een telefoonverbinding met Veilig Thuis aan.

  • Ik ben het slachtoffer geworden van mishandeling. Heb ik recht op een vergoeding van het Schadefonds Geweldsmisdrijven?

Dat kan, maar hier zijn wel voorwaarden aan verbonden. In de eerste plaats moet het dan ook gaan om een ernstig letsel. Zo'n ernstig letsel kan wel lichamelijk (bv. verlies van een oog) of psychisch (bv. PTSS) zijn. Daarnaast moet de mishandeling in Nederland hebben plaatsgevonden (in de meeste EU-landen zijn er wel soortgelijke schadefondsen die de schade vergoeden). Vervolgens speelt ook de eigen schuld mee. Bovendien is de vergoeding door het Schadefonds Geweldsmisdrijven enkel mogelijk als het slachtoffer geen andere vergoeding krijgt, bijvoorbeeld van de dader of van een verzekeringsmaatschappij.

  • Hoe hoog is de schadevergoeding van het Schadefonds Geweldsmisdrijven?

Het Schadefonds Geweldsmisdrijven vergoedt niet alle schade maar kent een eenmalige vergoeding toe. Als slachtoffer ligt de uitkering tussen 1.000 en 35.000 euro. Nabestaanden krijgen een vaste vergoeding van 5.000 euro.

  • Gaat het om mishandeling of om zelfverdediging?

Deze grens is soms heel dun. In ieder geval is “noodweer” (zelfverdediging) wettelijk enkel toegestaan wanneer het noodzakelijk is en dient om zichzelf, de (seksuele) eerbaarheid, een ander of de persoonlijke eigendommen te beschermen tegen dreigingen die op dat moment bestaan. Een slachtoffer dat wordt aangerand kan bijvoorbeeld een klap uitdelen aan de dader. Dat is zelfverdediging. Als het slachtoffer vervolgens beslist om de bewusteloze dader nog wat klappen te geven, is er sprake van mishandeling.

Reader Interactions

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *